De
sage van Woudkind en Licht
Ter inleiding
Alvorens de eigenlijke sage te verhalen, lijkt het me aangewezen om een inleiding te schrijven. Vooral dan omdat dit verhaal oorspronkelijk bedoeld was om te schenken aan twaalfjarige meisjes, om hun levenswendefeest meer inhoud te geven. Ondertussen is echter gebleken dat alle leeftijden dit verhaal kunnen smaken, maar dat een verklarende tekst echt noodzakelijk is.
De geboorte van de aarde.
Vele, vele miljoenen jaren geleden, werd een nieuwe ster gevormd. Er waren toen reeds andere sterren die schitterden in het heelal, en sommige van hen waren reeds zo oud dat hun glans verzwakte en dat zij hun einde tegemoet gingen. De ster waar wij van spreken moest echter nog geboren worden.
Mooie slierten van
stofdeeltjes zweefden door de onmetelijke
ruimte en draaiden rondom elkander, als
waren het reuzegrote sjaals. Zij leken wel te spelen of een rondedans te maken,
want in de loop der jaren draaiden zij steeds sneller. Steeds meer
nevelslierten voegden zich bij de eerste dansers en zij zorgden ervoor dat de
stofdeeltjes steeds dichter bij elkander dooreen wentelden. Toen dan die
deeltjes aaneen gingen klitten en door de snelle draaiing warmte begonnen te
geven, ontstond de nieuwe ster die wij “zon”
noemen.
Misschien waren de eerste stofdeeltjes wel ijskoud, en werden zij enkel warm
doordat zij beschutting bij elkaar zochten. Zovele kleine deeltjes kunnen dus
een groot geheel vormen, een bron van warmte, een ster, een zon.
Rondom die nieuwe ster,
onze zon,
hadden ondertussen
ook andere nevelslierten zich samengeklit. Dat
werden dan
de planeten die wij nu kennen. Zij ontvangen ook
warmte van de zon. Hoeveel warmte zij krijgen, dat hangt af van hun afstand tot
de zon.
Onze
planeet bestond in het begin ook uit
gloeiende massa, maar die koelde langzaam af, waardoor zich
rond de vurige kern
een mantel van water en grond vormde waarin en
waarop leven kon ontstaan.
Het eerste leven groeide in zee. Van daaruit ontstond ander leven dat vaste
grond nodig had, en bomen, planten maar ook reusachtige dieren.
Naarmate de planeet verder afkoelde, wat vele duizenden jaren duurde, ontstonden
andere planten en dieren. Langzaam kreeg de planeet het uitzicht dat wij
vandaag kennen.
Deze planeet, nog steeds gloeiend heet in haar binnenste kern, krijgt levengevende warmte van de zon. Jullie weten natuurlijk reeds dat deze planeet een naam heeft: Aarde.
Het ontstaan van de mens.
Over het ontstaan van leven
bestaan vele verhalen. Ook het ontstaan van de mens zorgt voor verhalen. Zo
vertelden de oude Noordlanders dat de botsing tussen de warmte van de nog
gloeiende aarde en de koude die de aardkorst liet afkoelen voor leven zorgde.
De rondtrekkende verhalenvertellers, die men skalden noemde, vertelden duizenden
jaren geleden reeds over een reusachtige koe die een menselijke vorm uit het ijs
likte. Anderen vertelden dan weer dat edele houtsoorten aanspoelden op een
strand, en dat een opperwezen daaruit een man en een vrouw maakte. Jullie
kennen ook het Oosterse scheppingsverhaal van Adam en Eva.
Al deze verhalen ontstonden omdat de mens zich een voorstelling wilde maken van
zijn eigen ontstaan.
Laat ons nu maar aannemen dat de mens gewoon het gevolg is van een lange evolutie. De natuur zorgde voor planten en dieren in de zee. En naarmate dat leven plaats kreeg op de droge gedeelten van de aardkorst ontwikkelde het zich tot kruipdieren en later tot loopdieren en zelfs tot vogels. Eén soort leerde nadenken en gereedschappen gebruiken: dat werd de menselijke soort.
Stilaan, en ook dat duurde
weer vele duizenden jaren, leerde de mens vissen en jagen. Hij maakte ook de
eerste ruwe gereedschappen en gebruikte dierenhuiden om zich te beschermen tegen
regen, wind en koude. Maar zijn belangrijkste ontdekking was wel toen hij
leerde vuur te maken. Vanaf dan ging zijn ontwikkeling steeds sneller.
De mens begon zijn stembanden ook
te gebruiken om woorden te vormen. En vermits
hij nieuwsgierig was reisde hij en stichtte nieuwe nederzettingen over de gehele
wereld. In die nederzettingen paste de mens zich aan bij het klimaat van de
streek en zijn huid kreeg zo verschillende kleuren. Ook de woorden die hij
gebruikte kregen een eigen karakter en werden
zo
verschillende talen.
Die mensengroepen die zich op verschillende plaatsen vestigden en die wij rassen noemen bestaan nu nog. Elk van die rassen voelt zich het beste thuis in de eigen omgeving waaraan de rassen zich aangepast hebben. De zwartste mensen leven daar waar de aarde het dichtst bij de zon komt, waar de menselijke huid een beschermingsmiddel tegen te brandende zonnestralen maakte dat wij pigment noemen. Hoe dichter we naar de aardpolen gaan, hoe minder brandende zonnestralen onze huid kunnen bereiken, en hoe lichter de huidskleur wordt.
Wij leven in het noordelijke deel van Europa, tussen de grote bergketens in het zuiden en de Noordpool.
Hoognoorden.
Op onze aarde leefden na verloop van tijd vele verschillende volkeren, net zoals vandaag trouwens. Zij leefden in eigen landen. Sommige van die landen waren groot, andere klein. Er waren landen aan de zee en tussen de bergen, en ook landen met grote groene vlakten of wouden. Een van die landen lag dicht bij het gebied dat wij nu kennen als de Noordpool, en daarom zullen we dat land Hoognoorden noemen.
In die tijd was het klimaat
in dat land nog zeer zacht. De bomen gaven rijke vruchten en op de velden
groeiden alle groenten in overvloed. Ook dieren konden steeds gejaagd worden.
Niet om in kooien op te sluiten,
maar enkel omdat zij voedsel waren voor
de bewoners van Hoognoorden.
De mensen in dat land hadden zich goed georganiseerd. Sommigen bestuurden het
land, anderen beschermden het, en nog anderen bewerkten het land en jaagden. De
hoofdstad van Hoognoorden was Thule, waar de bestuurders woonden, samen met de
wijze mannen en vrouwen van het volk, de geleerden
of de wijzen.
Deze
laatsten
kenden de kracht van de natuur, en wisten dat deze moest beschermd worden. Zij
spraken ook recht over degenen die laf waren of die planten en dieren
beschadigden in de natuur waar het ganse volk van leefde. Hun eerbied voor de
goed ingerichte en mooie natuur zorgde ervoor dat zij ook hun huizen mooi
maakten. Waardoor zij steeds weer nieuwe dingen ontdekten die de mens konden
helpen om beter te leven.
De
wijsheid van de geleerden
was zo groot dat alle bewoners van Hoognoorden naar hen luisterden, zelfs de
bestuurders. Vechten deden de mensen niet, want de geleerden van Thule wisten
steeds weer te zorgen voor vrede. Hun wijze woorden waren sterker dan harde
vuisten. De wijzen van Thule zorgden er zo voor dat het ganse Hoognoorden vrede
kende, dat ziekten overwonnen werden met geneesmiddelen die de rijke natuur zelf
leverde, en dat een gelukkig volk ontstond.
Maar toch, dezelfde wijzen zagen aan de
gebeurtenissen in de natuur dat een ramp
zich aankondigde en dat de mooie ordening van Hoognoorden op zijn einde liep.
Het ontstaan van Europeanen.
Op een dag beefde de aarde
in Hoognoorden. Misschien kwam dat wel doordat een grote rotssteen vanuit de
ruimte
de aarde raakte,
een asteroïde.
De zee stuurde door deze inslag
huizenhoge golven over de aarde en donkere wolken
bleven vele jaren voor de zon hangen. Deze wolken werden vooral gevormd door de
dikke rookwolken die uit vulkanen kwamen die vele jaren uitgedoofd leken te
zijn. De vulkanen, door lange gangen verbonden met het gloeiende binnenste van
de aarde, kwamen tot leven door het beven van de aarde.
De wolken verhinderden dat de zon haar warmte kon schenken aan de aarde en het
werd daardoor steeds kouder. Zo koud dat de malse regen, die gezorgd had voor
goede oogsten, nu ijsregen en sneeuw werd en in een dikke laag bevroor.
In die tijd stierven vele bewoners van Hoognoorden. Zij hadden enkel de weldaden van de natuur gekend, en waren niet voorbereid op deze ramp. Toch beslisten de moedigsten om hun sibben te beschermen en te verdedigen tegen het vuur van de vulkanen en het ijs dat uit de hemel kwam. Zij gingen naar de wijzen van Thule, en vroegen hen om hun gids te zijn op zoek naar een land dat terug voedsel kon geven. De skalden zouden later vertellen dat zij op zoek gingen naar de zon.
De wijzen stelden vast dat de Hoognoordse natuur nog lang ontwricht zou blijven, en dat de tocht naar nieuwe landen nodig was voor het overleven van het volk. Oude verhalen in Scandinavië vertellen dat de wijzen zelf niet meegingen op de tocht, maar dat zij door hun sterke gedachten het volk wel bleven leiden en gidsen.
De Hoognoordlanders trokken met hun sibben weg van de ijsvlakten. Het werd een moeilijke tocht, die vele jaren duurde, en die enkel door de sterkste mannen en vrouwen tot een goed einde werd gebracht. Voedsel kregen de mensen enkel door de jacht op de dieren die in dezelfde richting trokken. Het was de richting die de wijzen hadden aangewezen. Na lange tijd bereikten zij een gebied waar geen blijvende lente heerste, zoals zij in Hoognoorden gekend hadden, doch waar seizoenen elkaar opvolgden. Deze beweging van de seizoenen vergeleken zij met de manier waarop hun Hoognoordse lente gevolgd werd door een koude en onvruchtbare tijd. Zij wisten nu dat ook in Hoognoorden ooit een nieuwe lente zou aanbreken, want de natuur kan niet sterven, enkel herboren worden.
Deze mensen, uitgestuurd en gegidst door de wijzen van Hoognoorden, zijn onze voorouders: de eerste Europeanen.
De ontwikkeling van Europa
Tussen de bergen van de Oeral, de Alpen en de Pyreneeën, om slechts deze te noemen, vonden de landverhuizers uitgestrekte wouden waarin zoveel wild leefde dat daarmee de sibben lange tijd gevoed konden worden. Sommigen begonnen ook plaats te maken tussen de wouden voor de aanleg van velden. Daar werden gewassen aangeplant die elk jaar konden geoogst worden.
De leiders van de sibben, die tijdens hun jarenlange tocht wel eens twijfelden aan de goede afloop ervan, zagen hun inspanningen beloond. Zij hadden landstreken gevonden waarop zij een nieuwe samenleving konden uitbouwen. De skalden vertelden hen ook dat de wijzen van Thule een paleis gebouwd hadden onder het ijs in Hoognoorden, en dat zij van daaruit de sibben bleven begeleiden.
Sommige sibben bereikten ook de oceaan en de Middellandse zee, en ook zij spiegelden zich aan het vroegere Hoognoorden om hun samenleving te organiseren. Al die sibben samen vormden de Europeanen, en misschien zongen zij wel dit lied:
Van de
fjorden tot de Oeralrug, tot aan warme zee.
Over laagland, over bergenbrug, kent gij ’t werelddeel?
Eenheid van doel kameraden: houd uw akker vrij.
Voor de erven van dit avondland, voor de erven van dit avondland,
weer wie dreigen, weer wie roven, houd Europa’s akker vrij.
Op de
grond gewonnen van de zee: oogst na taaie strijd.
Wilde stormen dragen vruchtend mee: zaad in eeuwigheid.
Eenheid van doel kameraden: houd uw akker vrij.
Voor de erven van dit avondland, voor de erven van dit avondland,
weer wie dreigen, weer wie roven, houd Europa’s akker vrij.
Waar de
volk’ren, fier op d’eigen ziel, weerbaar samen staan,
kondigt onvertraagbaar levenswiel vrijheid, zege aan!
Eenheid van doel kameraden: houd uw akker vrij.
Voor de erven van dit avondland, voor de erven van dit avondland,
weer wie dreigen, weer wie roven, houd Europa’s akker vrij.
De vergaderplaatsen van de wijzen.
In Europa vormden zich verschillende volkeren, doordat de sibben vele generaties lang op dezelfde plaats bleven wonen. Deze sibben kozen een leider die zij koning noemden. Men kon enkel leider worden wanneer men aantoonde daartoe de nodige capaciteiten te hebben. De leiders of koningen bleven de raadgevingen van de wijzen opvolgen. Deze raadgevingen werden via de gedachten en de dromen doorgegeven.
Maar de wijzen, die zelf ook reeds kinderen, kleinkinderen of achterkleinkinderen waren van de eerste wijzen, wilden de nieuwe plaatsen waar hun volk woonde wel eens zelf bezoeken. Terwijl de oudste wijzen in Thule bleven, trokken de sterkste volwassenen de volkeren achterna en bereikten Europa. Voor hen werden vergaderplaatsen gebouwd. Vanuit deze vergaderplaatsen wilden de wijzen de stand van de zon, de maan en de sterren blijven gadeslaan, omdat zij zo konden waarschuwen wanneer een nieuwe ramp het volk bedreigde. Zij waren de lessen uit het Hoognoordse verleden niet vergeten.
Twee
plaatsen in Europa, allebei op juist dezelfde afstand van de Noordpool gelegen,
en allebei zo gebouwd dat aanstormende asteroïden kunnen gezien worden, waren
mogelijk dergelijke vergaderplaatsen. In Engeland ligt Stonehenge, en in
Duitsland liggen de Externsteine.
Tijdens de vergaderingen van de wijzen met de leiders van de verschillende Europese volkeren bleek snel dat de klimaatsverschillen, tussen Griekenland en Zweden bijvoorbeeld, ook een verschillende levenswijze meebrachten. De wijzen verdeelden zich dan ook over de volkeren. Enkelen vestigden zich op de berg Olympos in Griekenland, anderen kozen het eiland Avalon uit nabij de Angelsaksische eilanden, en nog anderen gingen in Asgaard wonen tussen de Germaanse volkeren.
De Europeanen vroegen steeds raad aan de wijzen en luisterden naar hun raadgevingen. Na een tijdje kenden zij ook de verschillende namen van de wijzen, en wisten zij over welke onderwerpen elke wijze best kon geraadpleegd worden. Zo ontstonden de godenverhalen. Zij waren een samenvatting van de verhalen die de eerste leiders van de volksverhuizingen reeds vertelden, gekoppeld aan de nieuwe raadgevingen en de namen van de wijzen. De wijzen werden goden genoemd.
De bovenwereld.


Grieken
en Romeinen noemden hun goden Zeus, Jupiter, Athena, Apollo. De Kelten kenden
Lug, Cernunnos en Epona. Terwijl de Germanen Odin of Wodan als opperste god
kenden, en daarnaast ook nog Balder, Freya en Thor. Er zijn natuurlijk nog veel
meer godennamen in die verschillende mythologieën, maar om die allemaal op te
sommen zou een boekje nodig zijn dat vijfmaal zo dik is als dit.
De oude skalden meenden dat het menselijke leven niet kon bestaan zonder richtlijnen vanuit de bovenwereld waar de wijzen woonden. Zij brachten de raadgevingen van de wijzen dan ook over naar de volkeren die verder weg woonden van de vergaderplaatsen. En om de raadgevingen wat op te smukken maakten zij er verhalen van die je onder meer in de Edda kan vinden. De Edda is een bundeling van verhalen die opgetekend werden in IJsland.
De skalden vertelden ondermeer dat de mensen leefden in Midgaard, het middengebied tussen de bovenwereld en de onderwereld. Gaard is een oude naam voor plaats of tuin. De onderwereld noemden zij dan weer Uitgaard, de tuin buiten de aarde. Terwijl de wijzen of de goden in Asgaard woonden, de tuin der Asen. Het was er nooit te koud, nooit te warm. Er leefden twee godenfamilies, de Wanen en de Asen.
De
skalden gebruikten
hun verhalen om de slimheid
en de ervaringen van de ene sibbe ook door
te geven aan andere sibben (Je weet natuurlijk dat sibben families zijn, of
groepen mensen die tezamen horen). Eigenlijk kan je nog het best de
activiteiten van de skalden vergelijken met dat wat de media vandaag doen:
informatie doorgeven en commentaar geven.
De skalden vertelden over de Goden die rechtvaardig waren, die recht spraken,
moedig waren en tegelijk eerbied hadden voor de natuur waarvan zij leefden. De
goden sloegen de middenwereld gade en kwamen er soms zelfs naartoe om te
luisteren naar de klachten of de opmerkingen van de mensen. Al die
verschillende godenverhalen toonden aan dat twee hoofdbegrippen onze voorouders
bezielden: eer en oneer. Eervol was wie trouw betoonde aan het gegeven woord,
en oneervol waren de lafaards die de strijd vreesden.

Toch werd
de oude ordening verstoord. Er kwamen vreemden die een godsdienst predikten die
volledige onderdanigheid eiste.
Niet aan degenen die groter of sterker waren en die dus
konden aantonen dat zij leiding mochten geven, maar wel aan degenen die van
zichzelf verklaarden dat zij het woord van god brachten.
Zij spotten zelfs met de wijzen van onze volkeren, en meenden dat enkel de
domme
bewoners van de woeste
heidevlakten konden geloven in de goden van Thule.
Zij noemden hen dan ook heidenen.
Ik zou jullie nu een droge opsomming van gebeurtenissen kunnen geven, een soort geschiedenislesje. Maar het lijkt me beter om te doen wat vroeger de skalden deden, toen zij aan de Germaanse haardvuren hun verhalen vertelden. Dergelijke verhalen, die een grond van waarheid bevatten, doch opgesmukt waren en zijn met de mooie gedachten van de verteller, noemt men sagen. De nu volgende sage is de sage van een meisje uit het woud, met de naam Europa.
De sage van Woudkind en Licht
Deel 1: de jeugd van Licht
De wijzen van Thule, Olympos, Avalon en Asgaard, die door hun geestelijke krachten met elkander verbonden waren, waren ontsteld over de manier waarop de oude waarden werden verworpen door de indringers. Zij, de wijzen met hun herinneringen aan Hoognoorden en het vertrek naar Europa na de natuurramp, wisten immers dat de volkse waarden levensnoodzakelijk waren. Enkel wie trouw was aan het gegeven woord, wie moedig was in de strijd en bereid om zich zonder meten te geven, kon het waard zijn om lid van de sibbe te zijn. En enkel wie de sibbe wilde dienen kon er ook iets van terugvragen. Dit was de ervaring die tot echte levenswijsheid leidde. Wie eervol leefde zou later opgenomen worden in Walhalla.
De wijzen, die in de toekomst konden zien, voorzagen reeds dat de indringers na de periode van Romeinse goden, alle wijsheid uit een Oosters boek zouden halen, en dat zij hun hemel nog enkel zouden voorbestemmen voor degenen die onvoorwaardelijk geloofden wat in dat boek stond. Wie dit niet geloofde of wie niet wilde betalen aan degenen die dit verkondigden zou zondig genoemd worden. Erger nog, de wijze vrouwen die de sibben bestuurden en die uit ervaring de krachten van de natuur kenden, zouden van tovenarij beschuldigd worden en op brandstapels geplaatst.
Het werelddeel van de oude wijzen sidderde voor de brutaliteiten van de indringers, en voor de toekomstige geestelijke onderdrukking.
De Griekse Zeus, de Keltische Luch en de Germaanse Odin beslisten om niet langer enkel in gedachten samen te zijn, maar om een echte vergadering te beleggen. Zij vertrokken vanuit hun eigen tempels naar een plaats in de diepe ondoordringbare Germaanse wouden, daar waar Odin gekend was als god van de zeegermanen, maar ook een tweede naam had: Wodan, god van de landgermanen.
De drieëenheid van Zeus, Lug en Odin vergaderde vele dagen en nachten. Zij besloten dat zijzelf te lang reeds in hun tempels verbleven om nu plots onder de mensen terug te keren. Het leek hen beter om tegenover het Oosterse woestijnkind dat de oude waarden zou bedreigen en dat zij nu reeds in hun toekomstvisioenen zagen, de liefde voor een woudkind te plaatsen.
Zij
verenigden de gedachten van hun drieëenheid, hun dromen en hun wijsheid in één
nieuwe man die zij Eerhard noemden, wat zoveel wil zeggen als “hij die sterk is
in eer”. Zij beslisten dat deze Eerhard de man van hun woudkind en de vader van
hun droomkind moest worden.
Enkele dagen nadat de drie goden naar hun tempels waren weergekeerd, het was in de lente, reed een ruiter in glanzend harnas over een brede weg. Aan de ene wegzijde strekte zich een groot woud uit, terwijl de vlakte aan de andere zijde uitzicht gaf op besneeuwde bergtoppen. Deze ruiter zag aan de rand van de weg een meisje dat kruiden verzamelde. Haar blonde haren vielen tot op haar midden, en haar ogen schitterden de ruiter tegemoet met de blauwe glans als van een bergmeer. Vogels en wouddieren vluchtten niet weg voor haar, maar leken wel te luisteren naar haar zachte gezang, als begrepen zij de woorden. Zij keek op toen de ruiter naderde, monsterde hem, en zag dat hij geen kwaad in de zin had. Haar glimlach liet een tandenrij zien die wel een parelsnoer geleek.
“Lieve dame, kind van het
woud,” zei de ruiter na een buiging, “mijn naam is Eerhard, en ik ben de zoon
van een Bretoense koning. Kan u mij vertellen hoe deze mooie omgeving heet?”.
“Zeker, heer” zei het meisje, “u bent in het Germaanse Zwaben, dichtbij de
rivier Donau, en de koning van dit land heet Ariovist. Hij is niet enkel koning
maar ook mijn vader. En mijn naam is Europa”.
Het meisje Europa, dat de ruiter Eerhard onmiddellijk vertrouwde, nam hem mee naar het slot van Ariovist, waar hij de avonden vulde met verhalen uit Bretagne, het land van de Kelten, en.. waar hij Europa het hof maakte.
Ariovist,
die de mooie liefde tussen Eerhard en Europa niet ontging, schonk de hand van
zijn dochter aan de Bretoen. Het huwelijk werd voltrokken op een open plaats in
het woud, vlakbij de wegrand waar beiden elkaar voor de eerste maal ontmoet
hadden. Hoge eiken omzoomden de plek die men Lo noemde, en terwijl Ariovist de
handen van beide geliefden in mekaar legde verschenen opnieuw de vogels die
Europa zo lief waren, om met hun gezang de trouwgelofte glans bij te zetten.
Aan de rand van het land keken de wouddieren goedkeurend toe.
Korte tijd later werd de trouwgelofte bekroond met de zwangerschap van Europa. Fier vertelde zij aan iedereen die het horen wilde dat zij een kind verwachtte van Eerhard, de ridder die sterk was in eer en wiens eer trouw was.
Het geluk van de geliefden werd echter verstoord.
Ariovist kreeg een bericht dat de grenzen van Zwaben aan de Rijn bedreigd werden
door Romeinse legers. Hij verzamelde zijn strijders en vertrok om de indringers
tegen te houden. En ook Eerhard ging mee.
Ariovist besliste om eerst te onderhandelen met
de aanvoerder van de Romeinen, Caesar. Hij sprak met hem over een vreedzame
samenleving van de Europese volkeren die een oorlog overbodig zou maken. Doch
Caesar wilde meer dan een samenleving. Hij wilde een groot Romeins Rijk, waar
alle niet-Romeinen onderworpenen zouden zijn. En wanneer daarvoor oorlog nodig
was, dan zou Caesar zijn troepen in de slag sturen terwijl hijzelf vanuit een
rijkelijke tent de krijgsverrichtingen kon gadeslaan.
Een slag tussen de beide legers was dan ook onvermijdelijk, want Ariovist wilde
de vrijheid van zijn volk bewaren en plooide niet voor de eisen van Caesar.
Toen Caesar zijn troepen het bevel gaf om de Rijn over te steken botsten deze troepen met de strijders van Ariovist, die door de koning zelf werden aangevoerd. Het gevecht was verschrikkelijk en vele dappere soldaten verloren het leven. Gedurende een ganse week werd slag geleverd tussen de legers, waarbij nu eens de ene, dan weer de andere een bruggenhoofd kon vestigen op een van de Rijnoevers.
Eerhard, die zag dat deze oorlog nog vele levens kon eisen, besliste de krachten te gebruiken waarover Ariovist onwetend was, de krachten van de wijzen Zeus, Lug en Odin. Hij besliste zichzelf te offeren voor het welzijn van het volk van Ariovist, en zich te laten doden door de Romeinen. Hij sneuvelde tijdens een van de gevechten, doch alle boodschappers werden geplaagd door een onverklaarbare spraakverwarring, waardoor zij aan Caesar de melding overbrachten dat niet Eerhard maar Ariovist gesneuveld was.
Caesar was daarover zo trots dat hij de strijd onderbrak en naar Rome afreisde om daar zijn triomf te gaan meedelen. Nee, Caesar besefte helemaal niet dat ook hij gestuurd werd door de drieëenheid van wijzen. Eens in Rome aangekomen, werd Caesar vermoord door mederomeinen die zijn hoogmoedige trots vreesden. De Rijn bleef daardoor de grens van het Germaanse Rijk want de Romeinse troepen die na de moord op Caesar opnieuw aanvielen en plots vaststelden dat de doodgewaande Ariovist zijn strijders vooraf ging, vluchtten in paniek terug over de rivier.
Ondertussen was de winter aangebroken, en Ariovist trok zich terug in zijn slot in het centrum van Zwaben waar hij de boodschap dat Eerhard sneuvelde moest meedelen aan zijn dochter Europa.
Europa beweende de dood van Eerhard, doch wist dat hij een eervol leven geleefd had en dus opgenomen was in de hal van de gevallenen. Zij besliste om het kind dat zij in zich droeg in het woud te baren, om dichter bij de geest van Eerhard te zijn, die haar steeds liefkozend “woudkind” had genoemd.
Het was koud toen zij haar tocht aanvatte, maar de wouddieren vormden een kring om haar heen om hun lichaamswarmte te schenken aan Europa. Een everzwijn kwam zelfs voor haar lopen om een pad te banen in de sneeuw. Zo kwam zij aan een grot, verborgen tussen duizenden grote varens, in een deel van het woud dat tevoren nog nooit door mensen was betreden. Vlakbij de grot borrelde een bronnetje dat helder water schonk, en rondom het bronnetje groeide volop eetbare zuring. Een grote kastanjeboom spreidde zijn beschermende takken uit boven het bronnetje, terwijl de grond bezaaid was met zijn kastanjes die een echt krachtvoedsel vormden.
Na enkele dagen had Europa een droom. Zij zag Eerhard
aan de zijde der wijzen, en zij hoorde zijn warme stem: “Wees niet bedroefd om
mij, woudkind. Zeus, Lug en Odin kozen jou uit om het kind te dragen dat je de
naam “Licht” zal geven, want ons kind zal het ganse werelddeel verlichten”.
’s Anderdaags maakte Europa een groot vuur in de grot, zorgde voor warm waswater
en dacht aan Freya, godin van de liefde, aan wiens hoede zij zich
toevertrouwde. En terwijl sneeuw zachtjes naar de aarde rondom de grot
dwarrelde werd Licht geboren in de nacht van Joel, winterzonnewende. En één na
één kwamen de wouddieren nu binnen in de grot, en allen bewonderden zij het
kind.
Toen de ochtend aanbrak hoorde Europa plots het gekras
van raven en het gehuil van wolven. Aan de ingang van de grot verscheen een
grote mannenfiguur met slechts één geopend oog. In de ene hand droeg hij een
lans en in de andere een spinnewiel. Om Europa niet te verschrikken sprak hij
onmiddellijk: “Heb geen angst, meisje, ik ben Odin de god der zeegermanen, die
jij kent als Wodan, god der landgermanen. Ik meende er goed aan te doen om
zelf, in mijn eigen Germaanse gebied, Licht te komen begroeten”. Wodan bleef
nog een hele tijd in de grot, en schonk Europa appelen en noten, evenals het
spinnewiel. Hij vertelde ook waarom de wijzen beslisten Eerhard naar Midgaard
te sturen. Tenslotte onthulde hij aan Europa de grootse opdracht die Licht zou
vervullen. Terwijl hij dit laatste vertelde schenen de binnenvallende
zonnestralen doorheen de spaken van het spinnewiel en toverden een Hagalrune op
de binnenmuur van de grot.
Europa wist nu dat de beschermers van Licht de wijzen van Thule zelf waren, de
goden van de Olympos, van Avalon en Asgaard.
Sleipnir draagt Europa
Twaalf dagen na de geboorte verscheen plots een paard met acht benen aan de grot. En wat enkel door tussenkomst van de goden kan, gebeurde ook hier: het gehinnik van het paard werd begrepen door Europa, als waren het gewone woorden in mensentaal. Het paard bracht de boodschap dat Ariovist stervend was, doch nog eenmaal zijn dochter en kleinkind wilde zien alvorens te vertrekken naar Walhalla. Hij, als onvermoeibare strijder voor zijn volk, kreeg daar immers een ereplaats. Europa aarzelde niet. Zij nam haar bezittingen bijeen en besteeg het paard om onmiddellijk naar haar vader te rijden. Het gezang van tientallen vogels, die ook gedurende de gewijde nachten aan de grot voor natuurlijke muziek hadden gezorgd, begeleidde haar.
Ariovist sloot zijn dochter in de armen, en wiegde zachtjes zijn kleinkind. Hij wist dat hij niet voor niets had geleefd, en dat zijn streven naar een samenleving der Europese volkeren mogelijk werkelijkheid zou worden. Niet door wapengekletter maar door de liefde van Eerhard en Europa, en door Licht, hun kind. Toen hij stierf en zijn lichaam aan de vlammen werd toevertrouwd stegen de rookwolken recht naar omhoog, naar Asgaard waar de hal der gevallenen was.
Eens aangekomen aan de troon der goden sprak hij hun aan, en vertelde dat hij vreesde voor het welzijn van Licht, zonder beschermende vader noch grootvader. De goden luisterden aandachtig en beslisten om onder de goden zelf beschermers te kiezen die hen tevens konden vertellen over de belevenissen van Licht. Hun keuze viel op Apollo die vanop de Olympos zou waken, en op Balder die vanuit Asgaard zijn beschermende taak zou vervullen.
De beschermers brachten regelmatig verslag uit bij de goden, en vertelden hen over de wijze waarop Licht het leven verkende. Hoe zij aan de hand van haar moeder de natuur leerde liefhebben, de dieren, de planten. Hoe zij de seizoenen in hun eeuwige wende volgde. Licht droomde trouwens haast elke nacht van haar beschermers. Zij droomde dat edele goden, met haren die straalden als de zon, haar raad gaven. Toen zij twaalf jaar werd droomde zij zelfs dat Balder haar meenam naar het oude land Hoognoorden, waar zij alles mocht ervaren over de oorsprong van haar volk, en waar zij te gast was in het ijspaleis van de wijzen van Thule.
Zij vertelde elke droom aan haar moeder, Europa, die reeds van Wodan vernomen had welke grootse opdracht Licht meedroeg. En Europa, zelf geliefd door de goden, wist dat Licht in goede handen was bij Apollo en Balder, goden van de stralende jeugd en van het zonnelicht.
De grote veldslagen
In het werelddeel Europa heersten voortdurend de oorlogsgoden. De Romeinen bleven immers pogingen ondernemen om alle Europese volkeren te onderwerpen. Ook Licht werd tijdens haar jeugd niet gespaard van oorlogsonheil. Meermaals moest zij met haar moeder en met al hun helpers de vesting waar zij woonden verlaten voor dreigende troepen. Om bij hun terugkeer slechts verbrande puinen te vinden, die weer moesten opgebouwd worden tot een woning.
Het
was de tijd dat een Romeins veldheer, Augustus, slag leverde met de Germaanse
leider Hermann die door de Romeinen Arminius werd genoemd. Tijdens een
dagenlang gevecht in het woud van Teutoburg sneuvelden aan beide zijden vele
soldaten. Tenslotte werd de slag toch gewonnen door Hermann.
En toen Licht zestien werd kwam dan weer een grote Romeinse aanval door vele legioenen. De strijders die de vrijheid van het volk verdedigden werden achteruit gedreven en het leek wel alsof de zon nooit meer zou schijnen voor de Germanen. Maar dezelfde aanvoerder Hermann, die vroeger reeds zegevierde in het woud van Teutoburg, organiseerde een tegenaanval en versloeg definitief de Romeinen die samen met hun veldheer Flavius op de vlucht sloegen. Waarna van de bergen in het zuiden tot de fjorden in het noorden vreugdevuren werden ontstoken. Thor werd daarbij geprezen als zinnebeeld van onversaagde strijd, en als zinnebeeld van de wrekende donder, bliksem en storm die de Romeinen had verjaagd.
Al deze veldslagen, die Licht beleefde, zijn voor ons
vandaag slechts geschiedenis. De doden, de gewonden, de helden, zij verschijnen
nog slechts in legenden of in sagen. Maar Licht, gedreven door een opdracht die
de wijzen zelf haar gaven, beleefde al dat bloed dat vloeide voor een vrij
Europa, zeer intens.
Gelukkig maar duurden de veldslagen telkens slechts enkele dagen of hooguit
weken. Waardoor de perioden van vrede en rust veel langer waren dan de
oorlogstijden. Zo kon ook de jeugd van Licht zich afspelen tegen de achtergrond
van de eerbied voor de goden, tot wie gesproken werd door de oudsten van de
familie tijdens de jaarfeesten.
Jaarfeesten
Toch een kort intermezzo in de sage, want in dit hoofdstuk vertellen we over de verschillende jaarfeesten die het leven omkaderen.
Lentefeest:
Wanneer op het einde van de maand maart de vogels nieuwe nesten bouwden, jong
groen aan bomen en struiken verscheen, en jonge mensen de liefde voor elkaar
ontdekten, dan werd de lente verwelkomd. De Kelten kenden de lentegod Belenos
en de Germanen vierden in die periode de godin Ostara. In het Duits heet Pasen
nog steeds Ostern, verwijzend naar Ostara.
Het lentefeest begon voor Licht reeds
vroeg in de ochtend. Zij waste zich ritueel met veel meer water dan gewoonlijk,
omdat water het nieuwe leven symboliseerde. Water was immers tijdens de
voorbije winter verstard tot ijs, en werd nu opnieuw geboren als water.
Daarna kreeg zij een nieuw kleed aangeboden van Europa, en ook Europa zelf droeg
een nieuw kleed.
Samen gingen zij naar de binnenplaats van de vesting, waar de eerste bewoners
van de buitengebieden reeds aankwamen. De manen en staarten van hun paarden
waren extra gekamd, en doorvlochten met nieuw groen en met de eerste bloemen.
Ook de wagens waren opgepoetst en versierd.
Een optocht werd gevormd, waarbij de kinderen vooraan stapten, gevolgd door de bewoners van de vesting en door de buitenbewoners met paarden en wagens. De optocht verliet de vesting en trok langs de verschillende boerderijen. Aan de splitsingen van wegen, daar waar velden zich uitstrekten, werd halt gehouden om belletjes te laten rinkelen en vuren te ontsteken. Tegelijk werd gezongen en werden gedichten voorgedragen. Dit alles ter ere van Frey en Freya, van wie verhoopt werd dat zij de gewassen op de velden, op het einde van het vorige jaar schijnbaar gestorven, opnieuw tot leven zouden wekken. Nadat de rondgang voltooid was en men terug de vesting bereikte werd gezongen met het gelaat naar het oosten gekeerd, omdat de jonge zon daar verscheen.
Een feestmaal, aangeboden door de bewoners van de vesting aan de ganse sibbe, sloot de gebeurtenis af. Ondertussen gingen de kinderen op zoek naar eieren die vooraf versierd en opgehangen waren. Het lentefeest was immers ook een vruchtbaarheidsfeest, en eieren waren een symbool van vruchtbaarheid.
Licht wist dat haar vader Eerhard bij de
Keltische lentegod Belenos was, en dat Europa aan Ostara dacht. Zijzelf vroeg
aan Frey en Freya om de sterke liefde te schenken die haar volk de komende
stormen kon doen overwinnen.
Zomerzonnewende:
De voorouders van Europa en Licht,
afkomstig van Hoognoorden toen het er nog warm was, kenden vele zonnesymbolen.
Hun afstammelingen droegen deze traditie uit tot Apollo bij de Grieken, Balder
bij de Germanen, en Lug bij de Kelten. Zij zijn alle drie duidelijke
zonnegoden, en de beschrijving ervan begint steevast met hun haren die glansden
als zonnestralen. Ook het wiel is zo’n zonnesymbool. Meerdere
steentekeningen in IJsland en Scandinavië vertonen de afbeelding van
zonnewielen, al dan niet gedragen op een zonnewagen, gemend door Balder.
De
zonnekracht,
die de ganse natuur tot nieuw leven kan wekken, maakt dat de zon een bij uitstek
mannelijke symboliek meekrijgt. Het feest wordt gevierd rond 21 juni, de
langste dag van het jaar. De zon staat dan op haar hoogste punt aan de hemel.
Dat tijdens het feest het ontsteken van het vuur een hoogtepunt vormt, kan
verklaard worden door het streven om de zon op aarde te brengen.
De oudsten van de sibbe zaten tot vroeg in
de ochtend van het zonnewendefeest aan de graven van de voorouders. Zij
smeekten hen om in de geest aanwezig te zijn bij het grote zonnefeest. En
wanneer dan eindelijk de zon opkwam werden Licht en haar vriendinnen de velden
ingestuurd om bloemen en groen te zoeken waarvan kransen gemaakt werden. Deze
kransen werden geschonken aan de huwbare meisjes uit de sibbe, die deze als
hoofdversiering gebruikten. De legende verhaalt dat zij hierdoor visioenen
konden krijgen die hen het gelaat van hun toekomstige man kon tonen.
Ondertussen droegen de jonge mannen houtblokken aan waarmee een grote stapel
werd aangelegd. De blokken werden geschikt rond een paal – symbool voor de
wereldas – gesierd met een Hagalrune. Aan de voet van de stapel werd een boot
geplaatst, vervaardigd uit stro, waarvan de mast gevormd was door een
levenswiel. De zon kon reizen tussen wiel en Hagal, tussen winter en zomer,
maar zou steeds herboren worden.
Na het feestmaal werd het woord gevoerd door de sibbevader, de stamoudste. Hij
kon verwijzen naar het verleden, maar kon ook raadgevingen uitspreken voor de
toekomst. Waarna, bij het vallen van de avond, het vuur werd ontstoken.
Licht en drie van haar vriendinnen kwamen vanuit de vier windrichtingen om met fakkels de houtstapel aan te steken. De vlammen stegen hoog en mooi, want de jongeren hadden ervoor gezorgd enkel edele houtsoorten te sprokkelen. Rondom het vuur kon men de ganse sibbe gadeslaan, de jongeren in reidans, de anderen verzameld in een rustgevende bezinning.
De
wilde jacht: Wanneer
de zomer uitgebrand is en de gewassen geoogst, breekt de herfst aan. De eerste
stormen vegen over het land. Waar de Germanen – ongeveer in de huidige maand
oktober – spraken over de wilde jacht, of over het jagen van het Wilde Heer,
daar vierden de Kelten Samain, hun herfstfeest.
Tijdens de eerste herfstnachten konden stormwinden lelijk huilen rondom de
woningen. De Germanen hoorden daarin het rijden van een leger geesten,
waaronder hun voorouders. Zij meenden dat niemand minder dan Wodan zelf het
Wilde Heer aanvoerde. Sommige stammen kenden zelfs de gewoonte om de deur op
een kier te zetten en voedsel aan de haard te plaatsen, waarmee zij hun
voorvaderen welkom heetten. Het herfstgebeuren was dan ook een dodenfeest,
een herdenking van alle doden. Dit feest, en daarom is de datum eerder
onbestemd, werd pas gevierd nadat alle overwinteringstaken gedaan waren. Ramen
en deuren waren hersteld, hout was gehakt en gestapeld tegen het huis, het
varken was geslacht en gepekeld, appelen en noten waren in de kelders
opgeborgen, de honing was opgesteven en de stallingen waren klaar om het vee te
laten overwinteren.
In latere tijden werd het herfstgebeuren vervangen door een treffen van alle
familieleden tijdens een zogenaamde herfstmale, terwijl de Christenen er hun
Allerzielen plaatsten.
Licht legde haar hand in de hand van Europa, en stapte mee naar het graf van haar grootvader Ariovist en zijn vrouw. Zijn as was bijgezet naast de as van Eerhard en ook deze van de ouders van Ariovist. Zij voelde aan de emotie van Europa hoezeer deze Eerhard bemind had, en hoezeer zij haar ouders miste. Tegelijk voelde zij aan de handdruk van Europa dat deze wist dat zij, Licht, de voortzetting was van de opdracht van Eerhard.
Op de gedenksteen waaronder de as verzameld was, was een tekst aangebracht die Licht aandachtig las:
Ach, wij zijn
als enkelingen slechts bladeren aan een boom.
Vandaag groen, morgen brons, het ene blad groter, het andere kleiner.
Eén na één ontmoeten wij onze herfst.
Dat alles heeft echter geen belang, wanneer de boom maar gezond blijft.
Waarna zij in stilte teruggingen naar de vesting, om daar met alle andere familieleden aan tafel te gaan. Kinderen en ouders en ouderen aan één tafel. Waarbij ook van de gedachte werd uitgegaan dat de doden eveneens aanwezig waren. Herfst werd daardoor een feest waar het nieuwe leven, de toekomst, geconfronteerd wordt met vergankelijkheid, maar ook met de waarde van de lessen die enkel ervaren ouderen kunnen doorgeven.

Joel: Op het
einde van december valt de langste nacht, de kortste dag. De zon bereikt dan
haar laagste stand en begint opnieuw aan een klim naar het zenit.
Winterzonnewende. Het Joelfeest, dat in Scandinavië nog steeds Jul heet en in
het Frans Noël, is dan ook een feest voor de wedergeboorte van het licht.
Ook hierbij worden vuren ontstoken en zonnewielen getoond. Opnieuw, net zoals
bij de zomerwende, worden verhalen verteld en luistert de sibbe naar de
sibbevader. Het feest is wel intiemer dan een volledig buitenfeest omwille van
de koude die de mens naar binnen dwingt. Rondom een altijdgroene boom kan een
sfeer van samenhorigheid worden geschapen die zeer indrukwekkend kan zijn.
Licht had de opdracht gekregen om een Joelblok te zoeken, waarin zij een jaarwens mocht schrijven. Zij zocht en vond een mooi stuk eik en kraste daarin een trouwrune. En toen Europa het joelblok in de vuurmand legde wist Licht dat haar vader Eerhard vanuit de hoogte goedkeurend toekeek. De trouw voor haar volk zou haar bezielen; de trouw zou de sibbe aan deze haard blijven verenigen; de trouw zou ervoor zorgen dat de eigen aard van dit sterke volk nooit zou verdwijnen.
En terwijl het joelblok langzaam opbrandde vertelde Licht de sage van Balder. De lichtgod die door een verraderlijke Loki werd gedood. Loki die te laf was om zelf de zonnegod te trotseren misbruikte dan maar Hodur, de blinde broer van Balder. Hij gaf hem een pijl op de boog, een pijl van maretak. En maretak was nu net de enige houtsoort die niet gezworen had Balder nooit te kwetsen.
Na het verhaal van de dood van Balder bleef het stil in de kring. Iedereen staarde in de vlammen en dacht aan de eigen doden, de familieleden die hun ganse leven gewerkt hadden om dan afscheid te nemen, maar ook de strijders die hun leven gaven voor hun volk. Licht nam daarna opnieuw het woord om te vertellen dat de zon steeds weerkeert. Dat altijd opnieuw jong leven geboren wordt, en dat ook Balder zal verrijzen: “tot hij, stralend als een jonge god, ons volk opnieuw zijn warmte geeft”.
Waarna, sommige gewoonten blijven blijkbaar altijd onveranderd.., een feestmaal werd gehouden. In het midden van de grote tafel stond een joelkandelaar waaronder een klein kaarsje het stervende licht symboliseerde. Licht kreeg de taak toebedeeld om boven op de joelkandelaar een nieuwe kaars te plaatsen, het herboren licht. Hierop werd door allen een heildronk uitgebracht op het nieuwe jaar dat na de gewijde nachten, waarin alle wapens moesten zwijgen, zou beginnen.

De inwijding van Licht
Het was de dag na een lentefeest dat Europa met Licht,
die ondertussen achttien was geworden, de brede laan afwandelde voor de
vesting. Haast ongemerkt bereikten zij zo het Lo in het woud, waar Europa zich
op een boomstronk zette. Licht zag onmiddellijk dat haar moeder ernstiger was
dan gewoonlijk en even meende zij zelfs in haar gelaatstrekken iets terug te
vinden van de twee goden, Apollo en Balder, die zo vaak in haar dromen waren
verschenen om raad te geven.
Licht zette zich aan de voeten van Europa en luisterde, want het was haar
duidelijk dat moeder iets te vertellen had, en dat de wandeling naar het Lo geen
toeval was.
“Het ogenblik is gekomen om enkele belangrijke zaken te zeggen” zei Europa. “Je
moet nu je achttien bent weten dat Eerhard, je natuurlijke vader, gezonden was
door Zeus, Lug en Odin, die jij kent als Wodan. Het was Wodan zelf die me dat
vertelde toen ik jou ontving in de woudgrot bij de bron. Jouw afstamming geeft
je krachten waarover gewone stervelingen niet beschikken. En de opvoeding die
ik je gaf was een voorbereiding op de taak die je zal vervullen.”
Licht moest onwillekeurig denken aan de twee beschermgoden die haar visioenen bezorgden, en aan de woorden die Balder haar ooit had gezegd: “Jij meisje, zult niet enkel het licht in de ogen van velen zijn, maar ook het licht dat de denkwijze van dit volk zal verhelderen”.
Tijdens het lange gesprek dat nog volgde vertelde Europa
dat de inwijdingstocht van Licht haar eerst naar de woudbron zou leiden, waar
dromen haar zouden vertellen welke weg zij moest gaan. Pas nadat zij terugkwam
van de opgelegde tocht zou de inwijding voltooid zijn, en konden de goden die
Eerhard gezonden hadden, hun doel bereiken via de krachten van Licht.
Zo vertrok Licht reeds de volgende dag naar de woudbron waar zij zich neerlegde
en in slaap viel. Niet enkel droomde zij daar over de wijzen van Hoognoorden en
over de lange weg die haar volk had afgelegd om nieuwe woongebieden te bereiken,
maar toen zij ontwaakte waren ook enkele leraars uit de vesting als bij
toverslag aanwezig. Zij onderwezen Licht gedurende een ganse week over de
betekenis van de runen. Niet enkel de zinspreuken die ervoor zorgen dat men de
runen kan onthouden, maar ook de goede en slechte betekenissen die aan een en
dezelfde rune kunnen kleven werden haar geleerd. Tot slot leerde zij ook de
runen werpen, waarbij de leraars haar zegden dat zij de kennis van de runenworp
enkel mocht aanwenden om zelf een beter inzicht te verkrijgen.
Na
deze lesweek rustte Licht twee dagen, baadde zich overvloedig in het zuivere
bronwater, en vertrok naar de druïden van Bretagne. Het was de geest van
Eerhard zelf die haar in een droom had opgedragen om daar naartoe te trekken.
De druïden verklaarden haar, in de schaduw van een oude tumulus, de betekenis
van de observatoria van Stonehenge en de Externsteine. Zij verklaarden haar dat
de waarden die Europa in de opvoeding legde, ook de waarden waren die het volk
voor verval hadden behoed gedurende de lange tocht van Hoognoorden naar ons
werelddeel. Zij leerden haar ook hoe zij haar dromen kon beheersen, en hoe zij
deze visioenen kon benutten om beter tegen haar taak opgewassen te zijn.
En Licht leerde, leerde veel. Zij ontdekte dat de concentratie die het leren vroeg haar geen moeite koste. En toen zij zelf vragen begon te stellen over de leerstof waarop de druïden het antwoord moesten schuldig blijven, begrepen deze dat Licht volleerd was. Zij had nu de gaven van de wijzen van Thule, gecombineerd met de kracht van Eerhard en de opvoeding in eerbied voor volkse waarden van Europa. Haar inwijding was voltooid en zij vertrok opnieuw naar de vesting van Europa.
De laffe aanslag op Europa
De Romeinen bezetten reeds een lange tijd het land van de Kelten en leverden strijd tegen Germanen en Saksen die zich niet lieten bezetten. Europa was droef gestemd, want zovele strijders sneuvelden in die gevechten. Toen dan ook een uitnodiging van een Romeins senator, Lucius, haar bereikte, waarin werd meegedeeld dat over vrede kon gesproken worden, ging zij daar op in. De officier van de Romeinse Garde verzekerde haar dat Lucius zelf haar veiligheid waarborgde, dus nam Europa slechts enkele begeleiders mee op haar tocht naar het Romeinse legerkamp.
Enkele
Romeinen echter, waaronder Marcellus Septus, waren door hun verlies bij het
dobbelspel de schuldenaars geworden van een laffe handelaar die de Romeinen op
hun tochten vergezelde. De handelaar, meermaals bespot door de soldaten voor
zijn on-Romeins uiterlijk, wilde zich hiervoor wreken op de senator. Tegelijk
rekende hij erop dat een aanslag op Europa de oorlog zou doen uitbreiden tot ver
in het Germaanse gebied, waardoor ook zijn handelsgebied zich kon uitstrekken.
Wat hij meest vreesde was de vrede, want dan zou hij teruggezonden worden naar
zijn land van herkomst, vermits de fiere Germanen en Kelten niet zouden dulden
dat een sluwe bedriegende handelaar zich in hun steden vestigde. Hij vertelde
Marcellus Septus dan ook dat deze Rome zou dienen door de heidense tovenares
Europa te doden, en dreigde ermee de speelschulden onmiddellijk op te eisen
indien Septus zijn eis niet inwilligde. Bevreesd voor de schande van de
speelschulden sleep Septus een lang mes.
Europa bereikte het Romeinse legerkamp tussen een erehaag van legioensoldaten en zag aan het einde van de haag reeds Lucius staan die zijn mooiste witte gewaad had aangetrokken. Ook hij wilde vrede, en was verheugd hierover met de mooie Europa te kunnen praten. De lafheid sloeg echter toe toen Europa in het midden van de erehaag was gekomen. Septus stortte zich van achter op haar en plantte zijn mes in haar rug. In het tumult dat volgde slaagden de begeleiders erin om Europa naar haar wagen te dragen die onmiddellijk wegreed. Meerdere trouwe begeleiders stierven tijdens het gevecht met de Romeinen, want beide groepen meenden dat de andere groep hen had verraden en het gevecht had uitgelokt.
Nadat de rust was weergekeerd, en Lucius tijdens de ondervraging van Septus de ware toedracht vernam, liet hij Septus en de handelaar onthoofden, en vertrok terug naar Rome. De vrede was echter brutaal onmogelijk gemaakt.
Europa sterft
Toen de wagen van Europa een heel eind in het veilige woud was hielden de begeleiders halt. De mantel van Europa was helemaal bebloed en zij voelde haar krachten wegvloeien. Zij stuurde een snelle ruiter naar de vesting om Licht te halen, en vroeg aan de begeleiders om haar in afwachting in het zachte mos aan de bosrand te leggen. Daar, in de schaduw van een eik, droeg zij sommige begeleiders op om bloedstelpende en pijnstillende kruiden te halen in het woud. Zij vertelde ook hoe deze moesten gemengd worden, en wist nadat zij zich verzorgd had, dat zij kon leven tot Licht was aangekomen.
Zonder zich aan de begeleiders te storen verschenen nochtans schuwe wouddieren aan de bemoste plek. Eekhoorns, dassen, vossen, ja zelfs enkele wolven toonden zich en vleiden zich tegen Europa aan als om hun levenswarmte door te geven aan het woudkind dat zij herkenden en erkenden als trouwe vriendin.
Toen Licht aankwam en bedroefd begon te wenen, richtte
Europa zich op en zei: “Niet wenen, kind, niet wenen. Ieder mens ontmoet ooit
zijn herfst en nu is het mijn tijd om naar Balder en Eerhard te gaan. Ik heb je
echter laten roepen omdat Wodan mij een geschenk gaf bij jouw geboorte. Een
geschenk dat ik aan jou wil doorgev
en,
omdat jij een grootse taak hebt gekregen van de goden.” Op haar teken nam een
begeleider een kleine houten koffer uit de wagen. Het deksel vertoonde een
mooie ingekerfde hagalrune, en ook de zijkanten waren versierd met vele runen.
En vermits Licht de runen kon lezen wist zij dat in dit koffertje een symbool
van de goden werd bewaard. Europa opende het koffertje en een spinnewiel
verscheen. “Dit spinnewiel werd mij door Wodan gegeven met de opdracht om het
aan jou verder te geven bij mijn dood. Het symboliseert de kracht die jij hebt
om een levensdraad te spinnen voor ons volk.” Europa nam daarop nog drie gouden
kleine bekertjes uit het koffertje. “Deze kokertjes zijn kaarsenhouders die
boven aan het spinnewiel kunnen bevestigd worden. Zij symboliseren de
drieëenheid die Eerhard vormde, en die ook jou nog steeds stuurt”. Tenslotte
liet Europa het spinnewiel zodanig plaatsen dat de stralen van de ondergaande
zon doorheen de wielspaken schenen op de stam van de eik waartegen Europa
rustte. De schaduwen vormden een volmaakte hagalrune. “Deze rune zal je
bezielen, Licht, want zij is het teken van het Al, de allesomvattende natuur in
een eeuwigdraaiend levenswiel”.
De zon ging nu onder, en de maan vertoonde zich. Europa nam nog eenmaal de hand van Licht, terwijl een jonge wolf zich tegen haar aan vleide. En met de ene hand in de hand van Licht, en de andere op de wolvenkop, stierf Europa. Sinds die dag huilen de wolven hun droefenis uit naar de maan, elke nacht.
De asverstrooiing
Het was een droeve stoet die de vesting bereikte. Voorop reed Licht, gevolgd door enkele begeleiders. Daarna volgde de wagen, nog steeds mooi gemaakt zoals hij was toen Europa naar het Romeinse legerkamp vertrok, met daarop echter geen wuivende maar een dode Europa. In haar haarvlechten waren woudbloemen gevlochten, en in haar handen rustte een bundel woudkruiden. Rondom haar waren wilde aardbeien, bosbessen, kastanjes en beukennootjes gestrooid. Het ganse woud treurde hiermee om de dood van het woudkind. Tenslotte volgde een begeleider, hoog te paard, die het spinnewiel droeg. Het spinnewiel dat, getooid met de gouden kaarsenhouders, de vorm had van Arkan, de kandelaar van Wodan, en waarvan de spaken een hagalrune vormden.
Een brandstapel werd gevormd op het middenplein van de vesting, en het lichaam van Europa werd aan de vlammen toevertrouwd. De nacht voor deze verbranding hadden Apollo en Balder een opdracht aan Licht geven, en hieraan gevolg gevend liet Licht de as in drie urnen verzamelen. De eerste urne, gesierd met een Trouwrune, werd bijgezet in het familiegraf. De tweede urne, waarop een Ingrune was afgebeeld, werd aan boord gebracht van een schip dat de Donau afvoer, en de as werd in de stroom gestrooid, omdat deze het ganse land van Licht doorvloeide. De laatste urne, ditmaal met een Thorrune, bracht Licht zelf naar de hoogste bergtop in de buurt van de vesting, waarna zij de as toevertrouwde aan de noordenwind.
Het was op die bergtop dat haar beschermers Apollo en Balder opnieuw verschenen, en zegden: “Licht, je bent nu eenentwintig en volledig klaar om een eigen leven te leiden. De as van Europa zal je leiden naar je bestemming”. Licht besloot daarop om nog eenmaal naar de woudgrot te gaan en zich nog eenmaal te baden in het zuivere water, alvorens een tocht aan te vatten doorheen het werelddeel dat de naam van haar moeder droeg, Europa.
(Briar:
Moonfalls)
Deel 2: De boodschap van Licht

Naar de Keltische eilanden
De eerste etappe van haar reis voerde haar naar de eilanden die wij nu kennen als Groot-Brittannië. Steeds de Romeinse wachtposten ontwijkend bereikte zij eerst Bretagne, in het huidige Frankrijk. Vanuit Bretagne, waar zij eerst enkele dagen rust nam na de lange reis, scheepte zij in. De Bretoense druïden maar ook de verschillende dorpsbewoners vroegen haar om langer te blijven, maar ditmaal kwam zij niet om lering te ontvangen, doch om lering te geven, en zij moest de vriendelijke uitnodigingen afslaan.
Na een rustige overtocht, gevolgd door een landreis die
haar tot in de buurt van Stonehenge bracht, verklaarde zij aan verschillende
haardvuren waar telkens de verschillende sibben verzamelden, dat de volkse
Europese cultuur bedreigd werd. Telkens weer gebruikte zij als voorbeeld de
dood van een mens.
"De verhalen over de kwaliteiten van die mens volstaan niet om toekomstige
generaties te blijven begeesteren", zo zei ze. "Wanneer geen tastbare getuigen
overblijven of herkenbare rituelen, dan kan een cultuurvijandige macht de
geschiedenis anders vertellen dan zij geweest is". “Ook de stenen getuigen zijn
niet genoeg”, zei Licht, “want zij dragen te weinig inscripties die over de
waarden van ons volk vertellen”. “Breng dus uw boodschap aan op getuigen die de
eeuwen kunnen doorstaan, en ons volk zal leven”. En tijdens haar spreekbeurten
brandde achter haar telkens weer Arkan, de kandelaar van Wodan.
De Kelten waren echter vooral dichters en vertellers. Zij hadden meer oog voor de schoonheid van een verhaal, voor de dramatiek in een sage, dan voor het neerschrijven van geschiedenissen. Tegelijk meenden zij dat de Romeinen wel opnieuw zouden wegtrekken, en dat zij daarna al hun oude waarden opnieuw vrij zouden kunnen beleven.
Licht bleef gedurende drie jaren rondtrekken op de eilanden. Zij overtuigde wel enkele druïden en stamoudsten, maar het merendeel der sibben bleef onverschillig.
Gallië
Een nieuwe bootreis bracht haar naar Gallië. Meer nog
dan op de Britse eilanden moest zij voorzichtig zijn voor de Romeinse troepen en
wachtposten. Doch geen wachter slaagde erin haar te vatten. Ook in Gallië
botste zij op de onverschilligheid tegenover het oprichten van blijvende
getuigen. In een droom verklaarden haar goddelijke beschermers dat de druïden
vreesden voor een vervlakking van de godenkennis, waardoor deze toegankelijk zou
worden voor iedereen.
Zij hielden die kennis liever bij zich, bij de ingewijden, en gebruikten enkel
het gesproken woord om nieuwe ingewijden te vormen. Het volk kende enkel de
rituelen en vertrouwde verder op de druïden voor alle verklaringen. Misschien,
zo zeiden de beschermers, was een beetje eigenbelang de druïden niet vreemd.
Licht gaf echter haar taak niet op. Met nog meer energie reisde zij rond en verklaarde dat het bewaren van de kennis bij enkelingen fout was. De Romeinen hoefden dan enkel de druïden te doden om een gans volk cultuurloos te maken, waardoor het veel gemakkelijker kon onderdrukt worden. Wanneer dan ook nog de wijze vrouwen werden uitgeschakeld zou een onwetend volk helemaal klaar zijn voor een nieuwe cultuur die blinde onderdanigheid kon prediken en verwerven.
Stilaan begrepen enkele belangrijke druïden dat Licht een gezondene van de goden was. Zij riepen dan ook een Nemeton samen, wat zoveel wil zeggen als een vergadering van leiders. Toen zij daar, het was op een open woudplek nabij het huidige Lyon, het woord nam, werden de vertegenwoordigers van de vijftig Gallische volkeren muisstil.
“De goden van Kelten, Grieken en Germanen zenden mij, om u te verklaren waarom ons erfgoed moet bewaard blijven. Men noemt ons heidenen, maar wij vormen eigenlijk een zeer godsdienstige gemeenschap. Onze goden zijn aangepast aan onze volkse noden, en onze volkeren voeren nooit godsdienstoorlogen. Heidenen zijn verdraagzaam inzake het benoemen van de natuurlijke verschijnselen. Vandaag dreigt echter, gesteund door Romeinse wapens, een oorlog tussen een nieuwe religie die alle wijsheid uit een boek haalt, en onze religies die de natuurtekenen enkel mondeling verklaren”. “In een visioen vertelden Apollo en Balder mij dat een Romeinse keizer die Konstantijn zal heten de tempels van onze voorouders zal doen vernietigen en op de oude grondvesten kerken zal bouwen voor zijn godsdienst (wat gebeurde in 314). En een andere keizer, Théodosius, zal onze godendiensten tot strijdig met de wetten verklaren, en zal onze druïden verbannen (het jaar 392). Enkel wanneer wij, hier en nu, beslissen dat al onze kunstenaars, dichters, barden en skalden, ingewijd zullen worden, enkel dan kan ons waardenpatroon bewaard blijven voor de toekomst”.
Enkele druïden sputterden nog tegen, want zij meenden dat zij de enigen waren die slim genoeg waren om de godentekens te begrijpen, maar de overgrote meerderheid van het Nemeton besliste Licht te volgen. Vele kunstenaars werden daarna bezocht door de druïden, en overal werd de geschiedenis aan hen verteld. Zij waren daardoor zo begeesterd dat vanaf dan in stenen, goud, brons, sieraden, keramiek, maar ook in verhalen en liederen, overal de heidense symbolen terug te vinden waren. De Romeinen op hun beurt bewonderden de kunst van de vele sierstukken zonder de verborgen symbolen te kennen en zorgden voor een verdere verspreiding in gans Gallië.
Tevreden kon Licht aan haar beschermers meedelen dat alvast een deel van haar opdracht volbracht was.
De Middellandse zee
Enkele begeleiders hadden zich tijdens haar reizen bij Licht aangesloten, en zij zorgden voor voedsel en ook voor verkenning van de wegen. Want steeds weer moest Licht de Romeinen ontwijken. Enkelen hadden immers gehoord van de blonde vrouw die in alle landen waar zij geweest was om haar wijsheid werd geprezen. Een slimme vrouw? Dat moest wel een tovenares zijn, meenden de Romeinen, en een prijs werd op haar hoofd gezet.
Toch lukte het Licht om ongehinderd de Rhônevallei af te reizen naar Italië. Zij bewonderde de vele kunstwerken, de gebaande wegen en de aquaducten. Zij zag ook hoe de Romeinen pronkten met hun bezettingen van vele landen, door slaven van alle huidskleuren als pronkdieren aan het werk te zetten. De vadsigheid van de Romeinen deed haar echter vrezen dat ooit het politieke hoofd van dit grote rijk kon ingepalmd worden. Wanneer iemand de Romeinen ertoe kon aanzetten om niet langer hun beschaving uit te dragen, maar wel de culturen van de volkeren te vernietigen om deze te vervangen door een eenheidscultuur, dan zouden de vadsige Romeinen die zij in Italië zag daar geen verhaal tegen hebben.
Nadat zij in de omgeving van Rome enkele geheime spreekbeurten had gehouden, waarop ook volksbewuste Romeinen aanwezig waren, werd zij gezocht door de legioenen van de Keizer. Zij had het immers gewaagd om de decadentie van de machthebbers aan te klagen, en te zeggen dat zij het niet langer waard waren om de oude cultuur te vertegenwoordigen. Zij noemde hun vadsigheid gewoon lafheid. Opnieuw werd zij gered door haar goddelijke beschermers die haar in een droom waarschuwden voor gevaar. Midden in de nacht wekte zij haar begeleiders, liet de paarden zadelen en bepakken, en vertrok in de richting van Griekenland. Eén uur later overviel de keizerlijke wacht haar bivakplaats, maar het kind van Woudkind was vertrokken.
Nadat zij vele Griekse eilanden had bezocht bereikte zij de Acropolis, waar zij haar begeleiders wegstuurde. Zij wilde in stilte nadenken en zich bezinnen. Apollo gidste haar gedachten doorheen een geschiedenis van vele duizenden jaren. Waardoor zij nog meer respect kreeg voor de barre tocht van de Hoognoordlanders en de sterke waarden die zij meedroegen. Trouw was hun wapen, en trouw zou ook het wapen zijn dat Licht uitdroeg. Zij zag de zuilen van de Acropolis en zag tegelijk de zuilen van Stonehenge die vele eeuwen daarvoor opgericht waren. Waardoor zij begreep dat in de twee tempels één lijn zat, één wil, één sterke kracht: het Al. Haar Hagal was daarvan het unieke symbool.
Apollo bracht haar ook naar Delphi waar zij kon vaststellen dat de kracht van de jonge zonnegod niet beter kon weerspiegeld worden dan in deze tempel. Haar schoonheid bloeide hier nog meer op dan men voor mogelijk zou houden. Zelfs de pelgrims hielden halt om de diepte van haar ogen te prijzen, de glans van haar haren, de kracht die haar ganse lichaam uitstraalde. Toen zij de Griekse priesters toesprak hadden deze aanvankelijk enkel aandacht voor haar schoonheid. Tot ook zij begrepen, net als de geestelijke leiders van de vorige landen die Licht bezocht, dat haar woorden even krachtig waren als haar uitstraling. Dat haar boodschap een goddelijke boodschap was, gedragen door de wijzen uit het ijspaleis van Thule, voorvaderen van hun eigen goden.
“Laat ons een van ziel, van geest zijn” sprak Licht, “onze talen zullen ons niet scheiden, want onze natuurverbondenheid, onze goden die in onze eigen cultuur passen, zijn een sterkere band. Europa wordt verbonden door één levensdraad, gesponnen door het volk zelf. Niet door bezetters met hun vreemde goden. Bescherm die draad en maak er een band van die niet kan verbroken worden.” De priesters zwermden uit over gans Griekenland en droegen ook de boodschap van Licht verder. Waardoor opnieuw dichters en schrijvers werden gevonden die de verhalen opschreven, en de oude tekens voor verlies beschermden door hen in sieraden te verwerken.
Naar Germanië
"De vijand is reeds in Rome!" Deze onheilsboodschap werd haar door Balder gebracht. Waarop Licht besloot dat de tijd gekomen was om terug naar huis te gaan, terug naar haar geliefde bergen, ondoordringbare wouden, terug naar de oevers van de Donau. De hartelijke ontvangst daar deed haar de inspanningen van de lange reis vergeten. En nadat zij een ganse winter gerust had, en aan het haardvuur haar reisverhalen had verteld aan de bewoners van de vesting, brak een nieuwe lente aan. Maar nog was de opdracht van Licht niet volbracht. Ditmaal maakte zij zich klaar voor een reis langs de Germaanse sibben.
Overal waar zij sprak glansde de Arkan naast haar, en overal kreeg zij de volle aandacht. De stamoudsten waren het immers gewoon te luisteren naar wijze vrouwen die de sibbe leidden terwijl zijzelf voedsel jaagden. Haar geestdrift werkte aanstekelijk op de Germanen. Haar voorspellingen over een Europese eenheid, voorafgegaan van een verschrikkelijke godsdienstoorlog werden gehoord en verder verteld. Alle sibben beloofden de oude waarden te bewaren, om ook het volk te kunnen redden. Want, zo zeiden de stamoudsten die haar hadden gezien en gehoord: “Balder is met haar, en wordt wedergeboren”.
Opnieuw speelde zich het wonder af dat reeds in Gallië voor een zingeving in de kunsten had gezorgd. Elke avond werden aan talloze woud- en haardvuren lessen gegeven door de stamoudsten aan jongere kunstenaars. De kennis der symbolen zorgde ervoor dat de sieraden en de woudstenen runeninschriften meekregen. Runeninschriften die niet enkel mooi en decoratief waren, maar die ook de geschiedenis en de cultuur van een volk verhaalden.
Haar tocht langsheen de sibben bracht haar zelfs tot in de noordelijkste Germaanse gebieden, van waaruit later de Vikings zouden vertrekken voor hun wereldtochten. Zij bezocht eerst de lage landen bij de Noordzee, om van daaruit over te varen naar het land of het mark van de Danen, het huidige Denemarken. Ook daar bracht Licht de begeestering voor de wijsheid van de runen, waardoor vele eeuwen later, tot vandaag, de sporen van die Vikings terug te vinden zijn. Het was tijdens haar tocht doorheen de Scandinavische gebieden dat een boodschapper haar bivak bereikte en meedeelde dat een opstand tegen de Romeinen was uitgebroken in Gallië.
De laatste opstand van de Galliërs.
Sacrovir heette hij, en hij was jong en onstuimig. Hij verzamelde een groep Galliërs rondom zich, en trok ten strijde tegen de Romeinen. Maar zijn geestdrift noch zijn tomeloze vrijheidsdrang waren opgewassen tegen de kille oorlogsmachine die het Romeinse leger was. Een boodschapper bracht dan ook het bericht van de Gallische nederlaag, toen Licht nog onderweg was naar Gallië. Sacrovir, liever dan gevangen genomen te worden en slaaf van de Romeinen te moeten zijn, had zichzelf aan de goden geofferd in het vuur van een brandstapel.
Toen
Licht doorheen de lage landen trok werd zij begroet door Veleda. Veleda was een
Gallische priesteres die nog aan de vuren had gezeten toen Licht haar lering
bracht in Gallië. Zij vertelde dat de strijd van Sacrovir niet vergeefs was
geweest. Ondertussen was immers Civilis opgestaan, een even jonge aanvoerder,
die in de lage landen een nieuw leger had gevormd en optrok tegen de Romeinen.
Veleda was onderweg om hem te vervoegen, en ook zij voerde een groep strijders
aan.
Licht realiseerde zich plotseling dat de jaren niet aan haar voorbijgegaan waren. Haar ooit helblonde haren vertoonden grijze sporen, en haar strakke huid was gerimpeld. Nog steeds straalde zij een bovenaardse schoonheid uit, maar de jeugdige kracht van haar lichaam was verdwenen. Nee, zij trok niet mee met Veleda, maar bleef aan de rand van het laagland, daar waar de eerste heuvels beginnen te glooien, op de berichten van boodschappers wachten.
De strijders van Civilis en Veleda verenigden zich met die van Sabinus, aanvoerder van een groot Gallisch leger. Samen hakten zij drie Romeinse legioenen in de pan en de strijd leek wel gestreden, want de overgebleven Romeinen begonnen aan de terugtocht naar Rome.
Vijftig Gallische sibben konden zich nu verenigen om overal de Romeinen te verjagen en het gebied vrij te maken van de bezetter. Waardoor ook de oude waarden konden beschermd worden tegen de vernietiging ervan door cultuurvijanden. Maar de sibben kozen voor de onderlinge strijd, en de Romeinen profiteerden hiervan om terug te keren. Sabinus moest nu vluchten want zijn troepen ruzieden onder mekaar en waren niet meer in staat om de Romeinen het hoofd te bieden. Sabinus werd gevangen en onthoofd.
Licht, die nog onderdak gekregen had van Sabinus tijdens haar vorige tochten was diepbedroefd. Het leek wel alsof zij een broer verloor. Meer dan ooit voelde zij dat haar ouderdom begon te wegen en dat de gebeurtenissen veel van haar veerkracht hadden opgeslorpt. Zij was moe, doodmoe.
Het afscheid van Licht
Hoge bomen omzoomden de open plek in het woud, terwijl aan de rand een beekje stroomde. Er waren haast geen schaduwen, want de middagzon stond hoog aan de hemel. Het was de tijd van de zomerwende. In het midden van het Lo zat een eenzame figuur, Licht. Aan de woudrand zaten haar begeleiders, even stilzwijgend als Licht. Het leek wel alsof de natuur voelde dat stilte hier aangewezen was, want zelfs de boombladeren ritselden niet.
Vanaf de woudrand maakte zich langzaam een schim los.
Het was een mooie, grote wolf, en de wijze waarop hij statig naar het midden
stapte leek wel op de even statige gang die ooit zo typisch was voor Eerhard.
Langzaam legde hij zijn kop in de schoot van Licht terwijl de begeleiders vol
ontzag toekeken.
“Vrienden”, zei Licht met een zachte stem die aan het klateren van de bron bij
haar geboorteplek deed denken, “ik moet nu afscheid nemen. Apollo en Balder
roepen, en ook Eerhard en Woudkind, waarover jullie mij misschien hoorden
vertellen met haar naam Europa, wisten mij te zeggen dat ik de tocht naar hen
moet aanvatten. Aan jullie, trouwe begeleiders en vrienden, vertrouw ik Arkan
toe. Jullie zullen straks dit Hagalspinnewiel begraven en erboven een grote
houtstapel bouwen. Daarop zal mijn lichaam komen om met de vlammen naar de Hoge
te kunnen stijgen. Daarop zullen jullie vertrekken naar alle gebieden die door
Hoognoordlanders werden bewerkt. Elk in een andere richting, doch met dezelfde
opdracht: bewaar de waarden van Thule. Maak dat trouw onze volkeren blijft
bezielen. Draag het geloof uit in de krachten van het Al. Want er is geen
onderscheid tussen de goden, de mensen en de natuur, vermits alles één is.
Vertel dus dat de waarheid niet moet opgelegd worden door geestelijke bezetters
maar dat de mens en hij alleen het antwoord op de zoektocht naar die waarheid in
zich draagt. In de mens wonen de goden,want de mens zelf is een deel van de
goden.”
Na deze woorden bleef het lang stil, tot de begeleiders begrepen dat Licht dood was. Zij begroeven nu Arkan, bouwden de houtstapel en legden het lichaam van Licht er op. Waarna de jongste onder hen het vuur ontstak. De ganse tijd bleef de wolf in hun kring, alsof hij wilde aantonen dat mens en dier samen konden treuren.
Het was reeds avond, maar nog steeds stegen de vlammen op. Nog steeds werden vuurgensters naar de hemel gesmeten, nog steeds knetterden de edele houtsoorten. Tot het vuur langzaam doofde, en door het verdwijnen van het helle vuurlicht de sterren aan het uitspansel zichtbaar werden. Waarbij vooral de Wodanswagen opviel die steeds de nachthemel siert. De begeleiders wisten dat dit sterrenbeeld rondom de poolster draait, en dat het optekenen van de Wodanswagen tijdens de verschillende seizoenen een duidelijke Hagal vormt.
De legenden vertellen dat de sterren van de Wodanswagen een na een aan het firmament verschenen. Waarbij het de skalden waren die aan vestingvuren de winternachten wisten te verkorten door te vertellen dat de sterren van de wagen staan voor Ariovist, Europa, Eerhard en Licht. Terwijl de sterren van de wagendissel staan voor Apollo en Balder, de eeuwige beschermers van Licht. Zo, en niet anders, vertelden de skalden in noord-Germanië maar ook de barden in Gallië, blijft de gedachte aan de sage van Woudkind en Licht bewaard in de harten van de volkeren die ooit Hoognoorden bewoonden en Europa vruchtbaar maakten.
Tot de trouw aan de oude waarden, aan de oude goden, die volkeren opnieuw zal bezielen zullen de sterren blijven twinkelen en ons steeds weer aanmanen: trouw om trouw.

Terug naar top van blad
Terug naar startbladzijde