DE
KAARTEN VAN RUNA,
DE WIJZE HEXA
De
zon leek wel van goud te zijn. Zij rees in al haar majestueuze kracht op
vanachter de hoge bomen die het Loo omzoomden. En wie de moeite deed om enkele
steenworpen verder te wandelen, kon dezelfde zon reeds aanschouwen wanneer zij
zich losmaakte van de zee.
De sibbe waarin wij in dit verhaal te gast zijn, lag inderdaad aan de kust van
een van de Noorderlanden. Slechts gescheiden van de zee door een smalle
duinenrij, en door een woud, heel wat minder ondoordringbaar dan de wouden
waarover de oudsten reeds verteld hadden. Maar die wouden hadden enkel degenen
gezien die reeds jachttochten hadden ondernomen, of degenen die naar Thule waren
gereisd om lering te ontvangen van de wijzen.
Runa, wat zoveel wil zeggen als “zij die de geheimen kent”, was de vrouw van Wieland, de smid van de sibbe, en zij was reeds naar Thule gereisd. Sindsdien werd zij door de sibbegenoten ook wel aangesproken met “Hexa”, wat een eretitel was voor een wijze vrouw. Deze Runa nu was ook de leervrouwe van de kinderen en jongeren van de sibbe, en door haar omgang met die kinderen wist zij dat zachtheid, vriendelijkheid, en het bevattelijk maken van de moeilijkste natuurgeheimen bij middel van begrijpelijke vertellingen, haar sterkste wapens waren. Het was trouwens ook nog eens een goede combinatie, wanneer de sterke smid af en toe door de vriendelijke Runa gewezen werd op de noodzaak om niet enkel wapens voor de mannen te smeden, maar om ook sieraden, huiswerkgerei, en zelfs speeltuigen te vervaardigen.
En toch was Runa, de wijze Hexa, niet helemaal tevreden. Ja, zij wist veel, en ja, zij beleefde veel genoegen aan het verdergeven van die wetenschap. Zij leefde helemaal op wanneer zij doorheen het kleine woud kon wandelen, om dan de beschermende duinenrij te bereiken, waarachter de zee lag. Drie gebieden, drie terreinen die het haar mogelijk maakten om de belangstelling van haar leerlingen gaande te houden.
Het woud toonde aan dat bomen en planten het kringloopgebeuren belichamen door ieder voorjaar op te bloeien, vrucht of blad te dragen in de zomer, om zich tijdens het najaar voor te bereiden op de overwintering. Hetzelfde woud was ook de vindplaats van talloze eetbare paddestoelen en bessen, en gaf aan Runa de gelegenheid om de kinderen te leren welke planten niet mogen gegeten worden.
De duinen waren dan weer een voorbeeld van de overlevingskracht van taaie gewassen, en van de verankerende taak die sommige planten en struiken zichzelf oplegden. Zij hielden als ware beschutters de sibbebeschermende wal stevig op zijn plaats. De duinen waren ook een dankbare vindplaats van leven. Ontelbare soorten van kevers en kruipdieren waren reeds door Runa aangewezen.
De zee tenslotte belichaamde de kracht van de Goden. De zee kon lieftallig zijn, maar kon ook vernietigend toeslaan. Zij kon de zelfgemaakte bootjes van de kinderen en ook de grotere boten van de mannen dragen, maar zij kon deze ook stukmaken tijdens indrukwekkende stormen.
Runa vertelde veel tijdens de lering die zij gaf. Zij merkte echter dat de aandacht van kinderen niet oneindig kon geboeid blijven door haar verhalen. Zij merkte eveneens dat de jongens die de leeftijd bereikten waarop zij ingewijd werden in het mannenleven, of de meisjes die de rijpheid bereikten waarop zij zich konden toewijdden aan een der sibbemannen, steeds meer vergaten van datgene wat zij hen verteld had.
Wieland bracht raad. De smid die er steeds in slaagde om slagwerktuigen, speren en huishoudgerei van handige houten stelen te voorzien, begreep wat Runa zocht. Ook hij, man van weinig woorden, voelde aan dat afbeeldingen een beter houvast zouden bieden aan degenen die niet meer dagelijks de lering van Runa konden volgen. Hij luisterde aandachtig naar de verzuchtingen van zijn vrouw, en zocht enkele stukken hout in zijn werkplaats. Het waren rechthoekige ruwe platen, overblijfselen van tafelbladen die de handige smid reeds afgewerkt had. In die platen, die Runa “kaarten” noemde, sneed Wieland symbolen uit. Vier reeksen maakte hij.

Een eerste reeks werd gemerkt met een ruitvormige rodull, die de gelegenheid gaf om te vertellen over het levenswiel, en over het eeuwige wederkeren van de zon. Later sneed hij doorheen de rodull, van boven naar beneden, ook nog een lijn, waarmee de tweedeling van het jaar werd in herinnering gebracht.

Een tweede reeks kreeg als merkteken de hamer. De smid, die ook echtgeloften mocht bevestigen in zijn sibbe, meende dat de hamer symbool stond voor de trouw, en kon ervoor zorgen dat de leergierigen van Runa zich steeds zouden herinneren hoe de lichtgod Balder naar Hel vertrok, om herboren te worden nadat Thor met zijn hamer de aarde had gespleten.

Ook voor een derde reeks vond Wieland een zinnebeeld. De drieëenheid van Odin in de Hoge, de Evenhoge en de Derde merkte hij in de houtplaten bij middel van drie zonnen. Immers, de opgaande, de hoogstaande, en de ondergaande zon waren ook één, en toch hadden zij elk hun eigen functie in het verloop van de dag. De drie zonnen gaven aan Runa ook de gelegenheid om te vertellen over leven, vruchtbaarheid en dood. De derde reeks leek dan ook wat op een levensboom, maar dat was dan mooi meegenomen.

Tenslotte kerfde Wieland nog een ganse reeks houtplaten met daarin een hart. Hiervan kende iedereen reeds lang de betekenis. Zowel de liefde van de mensen onder mekaar, als de liefde van de aarde voor de mens, uitgedrukt in het voeden van de vele sibben in de Noordse streken, werd verzinnebeeldt door de afbeelding van het hart.
Runa, die de geheimen van de planten kende, zorgde voor verfstoffen die zij zelf vervaardigde uit de sappen van bladeren en wortels, en na afloop van vele dagen werken waren de kaarten klaar. Tijdens het werken hadden Wieland en Runa de verschillende kaarten ook nog toegewezen aan Goden en strijders uit Asgaard, waardoor de lerende kracht van de kaarten nog aangegroeid was. Het was dan ook een zeer trotse Runa die op die zomerse dag waarop daarstraks reeds ons verhaal aanving, haar leerlingen ontving in de ruimte voor de smidse die aan de rand van het Loo lag.

Zij vertelde aan de kinderen, die vol bewondering naar de mooi gekleurde prenten keken, waardoor zij veel stiller waren dan gewoonlijk, dat elke reeks van prenten aangevoerd werd door één der Asen. Zo was dit bij het driespan niemand minder dan Odin of Alvader. Aan dezelfde reeks was ook nog een afbeelding van Frigga toegevoegd. De kinderen konden nu zeer eenvoudig onthouden dat Odin de eerste der Asen was, gehuwd met Frigga. Daarop volgde de afbeelding van een man, eveneens getooid met het driespan. Deze man was Tyr, de vierde zoon van Odin en Frigga, die tegelijk ook de dapperste onder de zonen was. In een gevecht met de wolf Fenrir, gevecht dat Tyr niet ontweek, werd zelfs zijn hand afgebeten. Een laatste afbeelding vertoonde Höder, de blinde zoon van Odin en Frigga, die misleid werd door de valse Loki, en een maretakpijl afschoot op Balder.
Aan de vier eerste platen werden nog negen gelijke platen toegevoegd, met enkel een afbeelding van het driespan erop. Zij stonden symbool voor de Berserkers, krijgers van Odin die hem trouw gezworen hadden. De vier hoofdplaten en de Berserkers vormden nu samen evenveel platen als er maanomwentelingen waren in een jaar, aangevuld met de tijd van de gewijde nachten, die het jaar vervolledigen.
De leerlingen van Runa waren geestdriftig. Zij dachten er zelfs niet aan om te mopperen over de lange lestijd, zij vergaten zelfs om de meegebrachte appels en noten te verorberen. De platen van Wieland hadden hun doel bereikt. Ongeduldig vroegen de kinderen naar de volgende platen.
Runa stalde de platen die zij kaarten noemde uit op de grond, en pikte er voor haar tweede deel de kaart uit met een grote Rodull, het ruitvormige symbool dat vele ouders van de leerlingen boven hun deur hadden ingekerfd.
Zij verklaarde aan de kinderen dat zij bij dit teken moesten bedenken dat het jaar uit twee grote delen bestaat, en dat steeds weer de zon een hoogtepunt zal bereiken na een laagtepunt. Ook ditmaal werd een eerste kaart met een Asenaam bedacht. Runa had gekozen voor Bragi, god van de dichtkunst en de spraakvaardigheid. Zij wist als geen ander dat het gebruik van de juiste woorden steeds weer voor lering zou zorgen, zelfs wanneer alle afbeeldingen en alle runeletters zouden verdwijnen. Een tweede kaart, opnieuw met een vrouwenfiguur, net zoals bij de vorige reeks, vertoonde Iduna. Zij was bij de goden de bewaakster van de gouden appelen die aan de boom van alle leven groeiden. Haar taak was zeer belangrijk, zei Runa, en de kinderen moesten steeds bedenken bij het bekijken van deze afbeelding dat het voedsel dat de aarde schenkt beschermd moet worden tegen verspilling en roof. Mundilfari werd op een volgende kaart afgebeeld. Hij was het die van Odin de opdracht had meegekregen om de aarde rond te draaien in een eeuwigdurende kringloop. In deze reeks verscheen tenslotte Kwasir. Kwasir was de wijze die ontstond toen de Asen en de Wanen hun oorlog beëindigden en vrede sloten. Van het speeksel van Asen en Wanen werd toen deze Kwasir gemaakt, die steeds opnieuw wijze raad zou geven.
En om beschermers toe te voegen aan Bragi, Iduna, Mundilfari en Kwasir, hadden Wieland en Runa opnieuw negen gelijke kaarten gemaakt, die de Einheriar voorstelden. Ook zij vormden een Asenleger dat Asgaard moest beschermen tegen indringers zoals de Reuzen.
Ook deze reeks van kaarten werd op de grond gelegd onder de eerste reeks. Verbazend maar waar: de kinderen wisten nog zeer goed wie de verschillende afbeeldingen moesten voorstellen. Eén van de kinderen maakte zelfs een lovende opmerking over de kleurenrijkdom die de platen sierde.
De wijze Hexa beloofde daarop aan de ganse groep dat zij later zou uitleggen welke planten en wortels hiervoor nodig waren. Wieland, die vanop een afstand meeluisterde, vond het toen toch nodig om op te merken dat hij het was die de platen had gemaakt, en dat de kleuren slechts later waren aangebracht. Misschien is ijdelheid wel van alle tijden, en zeker niet voorbehouden aan een der geslachten.
Ondertussen hadden de geestdriftige uitroepen van de kinderen verschillende sibbeleden naderbij gelokt. Ook zij stonden vol bewondering voor de kunstwerkjes, en bleven vol verwachting staan. Wat Runa liet bedenken dat haar nieuwste lesmateriaal misschien wel voor alle leeftijden dienstig kon zijn.
Toch richtte zij haar aandacht vooral op de kinderen toen zij de derde reeks kaarten omkeerde en toonde. De hamer die Wieland in de plaat had getekend, en de metalige kleur die Runa had toegevoegd kon vooral op instemmend gemompel rekenen bij de jongens. Zij herkenden onmiddellijk het symbool van strijd en kracht, de bliksemverwekkende hamer van de dondergod Thor: Mjöllnir. Runa moest enkel bevestigen dat ditmaal de eerste kaart Thor aanduidde. Allemaal kenden zij de woeste roodharige en roodgebaarde Ase die op zijn geitenwagen de luchten doorkliefde, waarbij het ratelen van de wielen voor gedonder zorgde.
Ook in deze reeks werd nu een vrouwenfiguur vertoond, waarbij Runa vertelde dat de kinderen zich ditmaal Nanna moesten voorstellen. Nanna was de vrouw van de lichtgod Balder, die één met hem bleef zelfs in de dood. Want toen het schip met het lichaam van Balder werd klaargemaakt om zee te kiezen, gooide Nanna zich op dit schip en vertrok met Balder naar de dood. Niemand beter dan Nanna kon onder deze hamer, ook wel gebruikt als runeteken dat trouw uitdrukt, de vrouwenafbeelding vormen. De eerste mannenafbeelding kon, na Nanna, niemand anders zijn dan Balder zelf. Hij die de eeuwige jeugd droeg, de eeuwige vreugde, en die zou weerkeren na een verblijf in de onderwereld. Want lente kan niet sterven.
Runa had voor deze hamerreeks ook een laatste afbeelding gekozen. Zij voegde aan Thor, Nanna en Balder, nog Heimdall toe. Hij was de trouwe en sterke bewaker van de Bifrost, de regenboogbrug die Asgaard bereikbaar maakt vanaf de aarde, vanaf Midgaard.
En de beschermers ? Hiervoor hadden Wieland en Runa de Walkuren gekozen. Zij vormden immers een sterk en onoverwinnelijk leger van vrouwen die in dienst stonden van de Asen. Net zoals bij de volkeren die Midgaard bewonen, weten ook de Asen dat man en vrouw, indien zij schouder naast schouder staan, elke strijd kunnen winnen.
Terwijl de kinderen knikten, en wisten dat zij bij deze hamerreeks steeds aan hun trouwgeloften zouden denken, applaudisseerden de volwassen omstanders, die steeds talrijker de uiteenzetting van Runa bijwoonden. Of waren het ditmaal vooral de vrouwen die met handgeklap instemden, omwille van hun bewondering voor de Walkuren ?
Ook deze derde reeks werd onder de twee vorige gelegd. Al de omstanders, kinderen, volwassenen en ouderen, herinnerden zich al de opmerkingen over het driespan, de levensruit en de hamer.
Onvermoeid ging Runa verder. Een vierde en laatste reeks zou de voorstelling vervolledigen. En toen zij de bovenste plaat van deze laatste reeks omdraaide, steeg een bewonderend “ooh” op. Een prachtig hart, bloedrood, sierde de plaat. Waar bij de vorige reeks, de Thorhamer, vooral de jongens hun rug rechten en trachtten zich een stoere blik aan te meten, voelden ditmaal de meisjes zich meest aangesproken. Was het hart immers niet het symbool van zachtheid, van leven, van liefde ?
Runa echter, die Thule had bezocht, en wist dat liefde en leugen mekaar soms te dicht naderen, had gezorgd voor een verassing. Zij koos voor de eerste Ase van deze reeks Loki. Loki, bloedsbroeder van Odin, was de verpersoonlijking van sluwheid, van leugen. Zijn listen maakten dat de liefde, die vele andere Asen uitdroegen, steeds weer werd beproefd. Maar de keuze van Loki voor de eerste Asenkaart van deze hartenreeks, zo verklaarde Runa, moest aantonen dat de beproeving van de leugen en van de ontrouw, kon worden overwonnen door degenen die het aandurfden hun hart te openen. Want echte liefde luistert niet naar lafheid, en is sterker dan de leugen. Voor de eerste afbeelding van de reeks had zij dan ook Freya gekozen, de godin van de liefde. Freya, die zich soms ook als havik vertoonde. Liefde is immers vrij en stijgt hoog uit boven het lage en valse gewoel van de ontrouwen.
Om echter de eeuwige strijd tussen liefde en laagheid te onderstrepen had Runa voor de volgende afbeelding opnieuw een schokkend symbool uitgezocht. De kaart die zij omkeerde vertoonde Fenrir, de zoon van Loki. Fenrir was de wolf die de hand van Tyr afbeet en die ook bij het einde der tijden, bij Ragnarok, een gruwelijke en verwoestende rol zal spelen. De lafheid van Loki kon enkel een woest dier voortbrengen.
Opnieuw werd een tegengewicht gevonden bij de laatste afbeelding. Freyer, god van de vruchtbaarheid sierde deze kaart. Hij was van het godengeslacht der Wanen, en woonde na de vredesverklaring tussen de Asen en de Wanen in Asgaard. Liefde en vrede leiden tot vruchtbaarheid bij mensen, bij bomen, bij veldgewassen.
En om deze hartenreeks volledig te maken werd ditmaal niet gekozen voor een heir uit het godenrijk. De aandachtig toehorende kinderen en omstanders hoorden Runa vertellen dat zij meende best de mensen te kunnen toevoegen aan deze reeks. Mensen immers zullen steeds liefde en trouw aan elkaar moeten verdedigen tegen laagheid en aanvallen van de vele Fenrirs die in mensengedaante Midgaard bewonen.
Runa
zweeg. De kinderen keken vol ontzag naar de vier reeksen die samen
tweeënvijftig geheugensteuntjes vormden voor de lessen van Runa. Ook de
omstanders bekeken de vele kaarten. Een van hen verbrak de korte stilte, en
vroeg of het niet goed zou zijn om ook de volwassenen een dergelijke
kaartenreeks te bezorgen. Wieland keek ontzet, want hij dacht aan de vele dagen
werk die het maken van deze reeksen hem had bezorgd. Maar Runa glunderde. Zij
wist dat haar lering nooit meer zou vergeten worden, wanneer de kaarten zouden
blijven bestaan, en zelfs hun weg zouden vinden naar andere sibben.
Zij wist dat velen het levenswiel zouden herkennen, de trouwhamer en het driespan. Zij wist dat velen zouden weten dat een hart moet openstaan voor liefde. En dit alles dank zij de vindingrijkheid van Wieland, en de lust tot verdergeven van de kennis, de wetenschap van de wijze Hexa.
De schaduwen van de hoge bomen werden reeds lang toen de kinderen samen met de andere luisteraars naar hun haarden terugkeerden.
Die avond keek Wieland toe hoe dezelfde zon die de ganse dag warmte en licht had geschonken langzaam achter de boomkruinen verdween. Hij wist dat zij even later als een vurig hemelteken in de zee zou verzinken. Naast hem zat Runa, net als hij in gedachten verzonken. Hij wist dat zijn werk geslaagd was. Hij, de smid die werktuigen en wapens kon smeden, kon ook platen maken die de geslachten zouden trotseren.
Even dacht hij nog terug aan die ene plaat die hij maakte, en waarover hij later wel eens met Runa zou praten. Eén plaat met daarop de beeltenis van Ratatosk. De eekhoorn die steeds maar de levensboom, de Ygdrassil op en af rent om berichten over te brengen van de wortels en vanuit de ganse boom naar de adelaar die de Ygdrassil bekroont. Ach, hij zou die plaat maar opzij leggen. De uiteenzetting van Runa was immers volledig, en die ene plaat kon hij later nog wel toevoegen aan de symbolenreeks.
Misschien zouden ooit de symbolen wel gebruikt worden door andere volkeren, die de oorsprong ervan niet meer zouden kennen en die ook de speelse Ratatoskfiguur niet zouden kunnen thuisbrengen. Maar zelfs indien dit moest gebeuren was Wieland er zeker van dat ooit opnieuw de wijsheid zou zegevieren, de wijsheid die zegt dat aarde leven schenkt voor wie leven waard is, en dat liefde en vruchtbaarheid datzelfde leven inhoud geven.
En toen hij opzij keek zag hij dat Runa haar ogen op hem gericht had. Hij wist dat zij beiden dezelfde gedachten hadden. Beiden waren er trots op dat zij, elk met hun mogelijkheden, hadden bijgedragen tot de lering van de volgende geslachten. Het Noordlandse vrije denken zou verder leven !