RAGNAROK
Godendeemstering

 

Vermits alles afhangt van de Asen, aandachtige luisteraar, en zij het leven in alle bekende werelden bestemmen, zal hun ondergang ook de ondergang van de ganse wereld betekenen.  De goddelijke krachten lijken onmetelijk, maar ook zij zullen ooit wegdeemsteren in Ragnarok.

Ragnarok zal worden aangekondigd aan allen die de voortekenen willen begrijpen.  Wat bij de mensen in Midgaard zeer moeilijk zal zijn, vermits zij reeds lang het geloof in de Asen verloren zullen hebben.  Het is echter niet omdat kleine mensen menen dat Asen het lot niet meer bestemmen, dat zij minder machten zouden krijgen.  Het enige wat hun krachten kan verlammen is de schok tussen de werelden: Ragnarok.

Omwille van het verlies van aanvaarden van de leiding der Goden, zullen de mensen eerst niet opmerken dat de haat tegenover elkaar, de onoplosbare onenigheid, en de vreselijke oorlogen, alle signalen en voortekenen zijn van het naderende einde der tijden.  Pas wanneer vaders hun zoons en dochters vermoorden, en broers hun broers haten, zullen de mensen vaststellen dat de schijnbare verstandsverbijstering moet ophouden.  Dan zal het echter te laat zijn.  Trouwens, vluchtwegen zijn voor aardse wezens uitgesloten.

Fimbul, de koudste aller winters zal onmiddellijk na de haatgolf toeslaan.  Scherp als zwaarden zullen de winden snijden, en zij zullen sneeuwstormen voortjagen die elke woonst bedekken.  Blijvende vorst, veel kouder en langduriger dan in de gewone winters, zal het vuur in de haarden zijn warmte ontnemen.  Waardoor zelfs in de woonsten enkel de naar het vuur gekeerde zijde van de mensen een weinig warmte zal kunnen opvangen.  Tot alle brandhout zal verbruikt zijn in deze winter der winters.

Daarna zal een blijvende zonsverduistering, samen met een maansverduistering de mensen en ook de Goden alle licht ontnemen.  De wolven zullen namelijk de hemellichamen verslinden, terwijl ook de vonken van het oervuur, die sterren vormden, omlaag zullen vallen, en het donkere uitspansel geen kleur meer zullen geven.

Al deze tekenen, luisteraar, zullen worden gevolgd door daverende aardbevingen.  Alsof de vrouw van Loki haar man volledig overgelaten heeft aan de gifslang, alhoewel deze nu net van zijn ketens bevrijd werd door de kracht van de aardbevingen.  Deze schokken zullen immers niet enkel alle bergen splijten, ook alles wat van ijzer is zal scheuren.  Zelfs de boeien van Fenrir, Loki's kind, zullen niet bestand blijken te zijn tegen het aardgeweld, en Jormungander, een ander afschuwelijk kind van Loki, de Wereldslang dus zal door haar spartelingen alles vernietigende en meesleurende watermuren over het land jagen.  Tegelijk zal Nagelfar, het schip samengehouden met de nagels der doden, die wilde watermuren bevaren over gans Midgaard heen, tot aan Asgaard.  Aan het roer zal Loki, verpersoonlijking van de mateloze gemeenheid zelf hebben plaatsgenomen.

Wanneer Loki zijn gemene krachten zal hebben gebundeld met het geweld van zijn verwoestende kinderen, zal de hemel gans openbarsten, en zullen de Vuurreuzen het vernietigende werk verder zetten. Zij zullen worden aangevoerd door Surtur, en zich bij de IJsreuzen voegen.  Ook Loki en zijn gruwelijke kinderen, vergezeld van talloze kwade heerscharen zullen met hen samenkomen aan één zijde van Vigrid.  Dit is de onmetelijke vlakte die tot een slagveld zal worden tijdens het eindgevecht met de Goden en hun legers.

In het Walhalla zal Gullinkambi de Einheriar, de Berserkers en de Walkuren wakker kraaien, en hen samen met alle goede vechters oproepen tot de eindslag.  Ook Heimdall zal de Gjallarhorn steken om allen rondom Yggdrasill op te roepen voor de strijd.

Deze oproepen zullen niet ongehoord blijven door de Asen.  Het hoofd van Mimir de wijze zal door Odin worden geraadpleegd, doch het zal niet langer zijn wijze adviezen geven.  Dit stilzwijgen zal voor Odin duidelijker zijn dan duizend voorspellingen van Volva.  Het einde van de werelden wordt er door aangekondigd.

Odin zal daarop zijn wapenrusting omgorden en zijn trefzekere speer Gungir ter hand nemen.  Hij zal worden geflankeerd door Heimdall die steeds luider alarm zal blazen, door Freyer en door Tyr.  Ook de gebaarde roodharige Thor zal zijn geitenwagen naast de rechterhand van zijn vader Odin sturen.  Achter Alvader zal Vidar volgen, die de Fenrirschoen zal bezitten.  De leiders van de drie Asgaardse heerscharen zullen, gevolgd door hun heldhaftige troepen, mede optrekken naar Vigrid.

De schok der legers zal een nooit gezien tumult opleveren.  Zelfs de hardste rotsen zullen tot stof verpulveren, waardoor hun stofwolken de duisternis nog ondoordringbaarder zullen maken.  De boom van het leven, nochtans verankerd in drie bronnen, zal woest geschud worden, en dreigen om te vallen.  Odin zal Fenrir frontaal aanvallen, doch zal door de afschuwelijke wolf worden verslonden na een ongelijke strijd.  Thor zal het gevecht aangaan met Jormungander, en Mjölnir zal opnieuw het juiste werk doen door de Wereldslang dodelijk in het hart te treffen.

Het gif zal dan reeds Thor zo hevig hebben verzwakt dat deze er toch aan moet sterven.

Slechts Vidar met de Fenrirschoen zal even zegevieren.  Hij zal de schoen trefzeker op de onderkaak van het monster plaatsen, en de snuivende snuit in de andere richting openrukken.  De dood van Fenrir zal een kortstondige wraak zijn voor Odins dood, die Alvader zelf niet meer zal meemaken.  Garmur, de hellehond zal Tyr verslinden, alhoewel deze eenhandige moedig weerwerk biedt.  Tijdens de tocht naar de maag van Garmur zal evenwel het mes van Tyr, in een laatste heldhaftige daad, het hart van Garmur toch nog doorboren, waardoor ook de dood van Tyr gewroken is.

De blanke en reine Heimdall zal tot witte as vergaan tijdens de schok met de gemene Loki, die enkel stinkende solfer achterlaat.  Freyer zal met ongewapende handen het gevecht aangaan tegen Surtur.  Deze ongelijke strijd zal eindigen met de dood van de held, die geen gevecht schuwde, zelfs niet tegen een sterkere kwade tegenstrever.

Enkel de vuurreus Surtur zal het slagveld met de duizenden lijken van helden beheersen.  Vuur rondslingerend zal hij zijn overwinning uitschreeuwen, niet wetend dat niemand anders overbleef om zijn zegegehuil te aanhoren.  Omdat Surtur door niemand meer zal worden afgeremd kan hij onophoudelijk blijven branden en vlammen rondslingeren.  Het zal lijken alsof de verdwenen zon in zijn zwaard terug is gekeerd.  Tot alles wat nog beweegt in het heelal verwoest zal zijn door het vuur, waarin tenslotte ook Surtur zelf luid brullend zal omkomen.

Alles zal na deze strijd van goed en kwaad, waarin het boze zegevierde, opnieuw zijn zoals het was in het begin der tijden.  Opnieuw zal chaos en verwarring heersen in de absolute vormeloze leegte die wij als niets omschrijven.

Zijt gij geschokt, luisteraar ?  Meent gij dat hemel en aarde verdwenen zijn na Ragnarok, na de schemering der Goden ?  Vreest gij dat deze tijden sneller kunnen komen dan verwacht, omdat nu reeds haat en naijver hun tekenen vooruitzenden ?

Weet dan dat uit niets reeds eenmaal iets ontstond.  Nieuwgevormde hemellichamen zullen de duisternis langzaam doen wijken.  De verzwelgende wateren zullen tenslotte ook nu weer de vlammen doven op de aarde, om zich daarna terug te trekken in de zeeën.  Waarna opnieuw land, vruchtbaar want door het zeeslib bevrucht, bezit zal nemen van de drooggevallen plaatsen.  Enkel het gulle water van stromen en rivieren, gevoed door talrijke watervallen die het bergwater zijn vaart geven, zullen de gronden voeden.

Al de Asen zullen elkaar terugvinden in Asgaard, genezen van hun vroegere kwalen.  Zelfs Höder zal niet langer met blindheid geslagen zijn in dat paradijs.  Terwijl de kwade uitspattingen van de vorige werelden zullen zijn vergaan om niet meer weer te keren.  Tot hoog boven de bergen, de nieuwgevormde wouden en de getemde zeeën een jonge adelaar zijn trotse vlucht zal nemen, en wiekend nieuw leven zal verkonden.

Zo zie je maar, aandachtige luisteraar, dat elk vermeende einde, iedere dood, enkel een ander woord is voor verandering.  Dat na elke dijkbreuk nieuwe dijken worden gebouwd.  Dat de kringloop van alle tijden is, hoe lang sommige nachten ook mogen duren.

Vraagt ge u ook nog af wat er met de mensen gebeurde ?  Ik zal het u vertellen.  Tijdens de laatste verschrikkelijke stuiptrekkingen van Surtur, kropen een man en een vrouw in Yggdrasill, de boom van het leven die nochtans op zijn taaie wortels schudde.  Zij zullen door de nieuwe geslachten, die alle van hen afstammen worden geprezen als de eerste mensen.  Zij zullen in de herinnering van de velen die opnieuw de maanomwentelingen zullen aanvaarden als een geschenk der Asen, voortleven als de stamvaders der mensheid.  Terwijl wij nu weten dat zij toch ook een voortbrengsel van de eeuwige kringloop van leven en dood, van de eeuwige verandering zullen zijn. 

Ja, luisteraar, indien gij deze kringloop aanvaardt, dan zult gijzelf misschien de Yggdrasill inklauteren met een vruchtbare vrouw om de cyclus opnieuw aan te vatten in uw erven.  Weet nu dat het einde der tijden, Ragnarok, onafwendbaar is.  Net zoals ook het nieuwe begin der tijden zegevierend zal aanvatten.  Even zeker als raderen gemaakt zijn om te wentelen, zullen levende wezens de aarde opnieuw bevolken.  Om misschien ooit een nieuw Ragnarok te beleven, maar dat verhaal is voor de volgende levenden.

 Terug naar top van blad          Terug naar startbladzijde