DE KRACHTGORDEL

of de inwijding der knapen

 

Ja, de sibbe van Sigmund in het midden van het Laagland, dat zoals u weet het deel van Noordland is dat aan de zee ligt, die sibbe kent wel eigenaardigheden.  Naast een sterke sibbevader, is er in die sibbe ook een redenaar.  Die redenaar, die wij kennen als Lodur, dat is wel een zeer merkwaardige kerel. 

Men zegt dat Lodur vele jaren geleden naar Thule mocht gaan, om zich daar te bekwamen in de kunst van het overreden.  En telkens wanneer een andere sibbe deze van Sigmund bedreigt, dan wordt Lodur uitgezonden om allereerst te trachten met praten de geschillen bij te leggen.  Misschien leerde hij in Thule wel magische krachten gebruiken, want meestal lukt zijn overredingstocht, en kan de sibbe in vrede verder leven.

Maar deze kracht is niet de grootste van Lodur.  Hij leerde in Thule ook hoe knapen moeten worden ingewijd in de sibbegeheimen, en daarom wordt hij soms ook Thul genoemd, wat zoveel wil zeggen als priester.  Luister maar naar de wijze waarop Sigmunds' zoon, Widukind, werd opgenomen in de kring van ingewijde strijders.

Het was in de tijd rond lentenachtevening, de tijd dat de zon zich eindelijk wendt naar zomer.  Een boodschapper van de redenaar liep tussen de sibbewoningen door, en nodigde de sibbegenoten uit om naar het Lo te gaan.  Deze boodschapper was gehuld in een wolvenvacht, om duidelijk te maken dat enkel de strijdbare mannen die zich ooit durfden te meten met wolven geroepen waren. 

Widukind hoorde wel de roep, maar bleef verder werken aan het snijden van pijlen.  Immers, hij was slechts twaalf jaar, en nog helemaal niet strijdbaar.  De luide stem van Sigmund, zijn vader, was echter duidelijk: "Widukind, kom maar mee "!  Hoogst verbaasd om deze woorden, maar wetend dat Sigmund geen tegenspraak zou dulden, begaf ook Widukind zich dan naar het Lo.  Dat Lo was een open plaats in het woud dat de sibbe omringde, en was volledig omzoomd met beschuttende hazelaren.

Hij keek wel met ontzag om zich heen, want alle strijdbare mannen waren aanwezig, evenals meerdere van zijn vrienden, die blijkbaar ook door hun vaders waren meegebracht.

Lodur was duidelijk degene die de leiding van het gebeuren in handen had, want wanneer alle genodigden aanwezig waren riep hij luid: "Is dit de juiste tijd voor het Oosterfeest ?"  Niemand gaf een antwoord, maar allen keken naar de lotsstaven die Lodur nu van op heuphoogte op een doek liet vallen.  De lotsstaven waren eigenlijk stenen, waarin runetekens gekrast waren.  Na deze runeworp kwam Sigmund naderbij, en sprak samen met Lodur: "De zonne klimt, dit is de tijd".  Alle mannen knikten instemmend, en Widukind, die niet wist of dit knikken ook deel uitmaakte van het ritueel, knikte vol overtuiging mee.

Onmiddellijk na de instemming van de kring, begon Lodur met het afroepen van de namen der aanwezigen.  Widukind zou pas later vernemen dat enkel de ingewijden aanwezig mochten zijn, opdat de geheimen van de ouden zouden bewaard blijven bij getrouwen.  Die geheimhouding werd hem snel duidelijk gemaakt toen hij, aan de hand van Sigmund, samen met de andere vaders die ook hun zonen naderbij brachten, tot bij Lodur werd gevoerd.  Plechtig zei Lodur dat de knapen hem moesten nazeggen, wat zij ook deden: "Ik beloof bij mijn leven zwijgen in acht te nemen over de sibbegeheimen.  List noch geweld, gevangenis noch pijniging zullen mij ertoe kunnen brengen deze eed te breken.  Zo waarlijk helpen mij de Asen". 

Alsof het woud meeluisterde en eerbiedig boog voor de kracht van een eed, werd alles stil rondom het Lo.  De vogels hielden even op met twinkelieren, de bladeren ruisten niet langer, en al de geroepenen hielden de adem in.  Ach, misschien was dit alles maar verbeelding van Widukind, maar het uitspreken van een eed was dan ook zo'n belangrijke gebeurtenis, dat alles wel ontzag moest betonen.

Lodur greep nu in een grote zak die aan zijn voeten lag, en haalde meerdere wolfshuiden tevoorschijn, die hij om de schouders van de knapen hing.  Zij wisten dat zij nu aan Odin werden gewijd, want ook Odin droeg immers meestal een gevlekte wolfshuid.  En ja, Lodur zei hen dat zij nu Ulfhedin waren, wolfshuiddragers.

De aanwezigen gingen nu allen op de grond zitten in een grote kring, terwijl de knapen werden uitgenodigd om in het midden ervan, aan de voeten van Lodur plaats te nemen.  Lodur keek nog even de hoogte in, alsof hij Odin tot getuige wenste, nam een stevige knuppel - het leek meer op een knots - in de hand, en richtte zich dan tot de knapen: "Hoort dit eerste geheim dat gij met uw eed zult bewaren:  Weet dan gij knapen, dat alle voorouders u zullen gidsen en begeleiden, steeds weer, uw ganse leven lang.  Gij zult voor hen de deur op een kier laten en voedsel bereiden wanneer de volgende winter komt.  Gij zult hen zien in uw gedachten en hun raadgevingen horen.  Wanneer zij in uw dromen verschijnen zult gij weten dat zij een belangrijke voorspelling brengen.  En wanneer gij oud zult zijn zult gij hen vervoegen door de hangboom voor uzelf te verkiezen boven de strodood.  Enkel zo zult gij u offeren aan Odin en de Walhal binnentreden." 

Lodur bonsde met zijn knots op de grond van het Lo, alsof hij dit eerste geheim wilde bezegelen, en ging dan verder: "Hoort dit tweede geheim dat gij met uw eed zult bewaren:  Weet dan gij jongelingen, dat uw erven zich enkel op uw krachten kunnen beroepen.  Samen met de vrouw die gij zult verkiezen, zult gij hen verwekken, hen voeden en hen leren zich te verdedigen tegen indringers.  Gij zult hen leren wolven en rendieren te jagen, en de huiden te dragen over verre heiden tot in uw sibbe, want enkel huiden zullen kinderen kleden en warmen.  En wanneer wolven op hun beurt uw jachtgroep jagen omdat gij met te weinigen zijt of zonder wapens, dan zal de zwakste onder u achterblijven om zich aan de wolven te offeren.  Want het heil van de sterke leden van de jachtgroep moet u heilig zijn".

Opnieuw bonsde Lodur op de grond, en het was Widukind allerminst ontgaan dat zij bij dit tweede geheim reeds met "jongelingen" waren aangesproken.  Zij werden dus niet meer als knapen beschouwd wist hij, en fier hief hij het hoofd wat hoger.  Hij luisterde nu aandachtig naar de volgende woorden van Lodur. 

Deze ging verder: "Hoort dit derde geheim, dat gij met uw eed zult bewaren:  Weet dan gij mannen, dat elke sibbe bestaat uit vele mannen die elk hun taak uitvoeren.  Is uw vader smid, zo zult gij zwaarden smeden, en bouwt hij woningen, zo zult gij burchten bouwen.  De zonen van de Thul zullen meer wijsheid vergaren, en de zonen van de sibbevader zullen voorgaan in 't gevecht.  Enkel zo zal de ganse sibbe leven naar groter en sterker.  En verzaakt gij aan dit streven, tooi u dan niet meer met uw mannennaam maar sterf dan de strodood in zwakte.  Doch weet dat zwakken nooit de Walhal zullen betreden."

Voor de derde maal klonk nu de dreun van de knots, die nu door Lodur op de grond werd gelegd in het midden van de kleine kring der nieuwe mannen.  Lodur hief de beide armen in de hoogte, en sprak nu luider: "Drie nornen weven uw levensdraad, en drie stromen voeden de Ygdrassill.  De Hoge, de Evenhoge en de Derde zullen u leiden, net zoals deze drie geheimen die gij nu meedraagt."

 

Terwijl de jongens elkaar aankeken, en wisten dat zij vanaf vandaag mee voor het heil van de sibbe dienden te zorgen als mannen, greep Lodur nogmaals in de grote zak aan zijn voeten, en haalde daaruit enkele gordels.  Het waren gordels van paardenleder, waarin vele runen waren gekerfd.  Widukind zag dadelijk dat deze runen niet enkel versiering waren want hij las: "Sibben sterven, mannen sterven, maar dadenroem blijft eeuwig".  De gesp die de gordels sierde was rond en toonde een ononderbroken knoop, die wel op een Hagalrune leek, waardoor Widukind begreep dat Thors' kracht de dragers van deze gordels zou één maken met het Al.  Toen Lodur hem dan een der gordels omgordde voelde hij zijn bloed wilder stromen en zijn krachten toenemen.  Alsof een onzichtbare hand hem dwong, stond hij recht, strekte de armen omhoog en stootte een juichkreet uit.  Pas dan hoorde hij dat ook zijn vroegere speelgenoten in de kring, de nieuwe mannen, samen met hem hetzelfde deden. De mannen in de grote kring stonden nu ook op, gooiden houtblokken opeen, en Sigmund ontstak met een fakkel het vuur.  De rook steeg recht omhoog, als om te tonen dat de plechtige eden nu aan de Asen werden opgedragen.  Waarna oude mede werd rondgedeeld waarvan allen dronken, ook de nieuwgewijden.  En Widukind wist dat hij man was.

Ja luisteraar, zo werden knapen tot jongelingen en tot mannen gewijd.  De krachtgordels kregen een plaats nabij de haard, waar zij door de vrouwen werden beschut tot de mannen hun kracht moesten bewijzen tijdens jacht of gevecht.  Dan gordde de vrouw de gordel om bij de man, en deze voelde telkens weer de kracht door zijn bloed stromen.  De kracht van de eed, de kracht van het vertrouwen dat de ganse sibbe hem had geschonken.  Vertrouwen dat hij nooit zou beschamen, zolang de gordel door vrouw en man en erven werd verdedigd en trouw werd bewaard.

 

 

 Terug naar top van blad          Terug naar startbladzijde