
Bezoek onze 14de-eeuwse kelder !
Nadat ik in
2002, in het Antwerpse
Stadsarchief een oude verbouwingsaanvraag voor "Den Roosenboom" kon inzien,
raadpleegde ik de archeologische dienst van de Stad Antwerpen. De bewuste aanvraag
behandelde immers enkel de gevel, maar zegde niks over de binnenindeling van het pand.
De stadsarcheoloog, die met belangstelling het huis kwam bekijken, wees me op de abnormale
laagte van het keldergewelf. Hij uitte het vermoeden dat de bestaande vloer wel eens een
ophoging kon zijn van een oudere vloer, wat de geringe hoogte van de kelder kon verklaren.
In juni 2003 startte ik mijn graafwerken.
Op circa 70 cm diepte vond ik een oude vloer,
verborgen onder een even dikke laag steenpuin. Reden genoeg om verder te werken, en te
pogen de ganse oude vloer bloot te leggen.
Ik meende nu echt dat het opgraafwerk
lonend kon zijn, teneinde de kelder opnieuw in zijn oude glorie te herstellen.
Reeds bij het eerste bezoek aan de kelder was me een
grafsteen opgevallen. Het betrof een steen zoals men die ook in kerkvloeren kan
vinden, maar dan wel slechts ongeveer een-derde ervan. Spijtig genoeg zijn de
inscripties onleesbaar.
Begin oktober
2003 vorderden mijn graafwerken tot aan de
bewuste grafsteen. Onder de steen bleek een rechthoekige gemetste constructie te
zitten, die tot aan de oudste vloer doorliep. Vanaf die oudste vloer begint een
ronde waterput. Het is een zogenaamde "flesput", die dus
bovenaan konisch toeliep. De "hals" van de fles werd evenwel deels
vervangen door de rechthoekige constructie van vandaag. In de put staat
circa een halve meter water.
Ik neem me voor deze put, ooit ?, uit te diepen, en
eventuele vondsten ook ten toon te stellen in de kelder.
Sommige geglazuurde steenbrokken en vooral tegelstukken
in het stortpuin voeden de thesis dat mogelijk ooit majolica (voorloper van
faïence) werd vervaardigd in dit huis. "Den
Roosenboom", volgens het
gevelopschrift gebouwd in
de 17de eeuw, werd immers bovenop oudere fundamenten gebouwd. Majolica werd vooral in
de 16de eeuw in Antwerpen vervaardigd.
Een deskundige vertelde me dat de groene potscherven die ik vond in de oudste stortlaag de restanten zijn van een "spaanse kruik" uit de 15de - 16de eeuw. Ondertussen reconstrueerde ik de scherven tot twee amforen, terwijl ook restanten van een asurne met beenderresten uit het stortpuin kwamen. Ook zelfgemaakte nagels kwamen boven. Al mijn vondsten zijn nu tentoongesteld in de begaanbaar gemaakte kelder, die uiteraard open is voor elke bezoeker van Triskel.
Ik ben noch archeoloog, noch
historicus, en mijn werkzaamheden hadden enkel tot doel de beperkte winkelruimte uit te
breiden met een indrukwekkende gewelfde kelder.
Ondertussen vond ik evenwel resten
die archeologische of geschiedkundige waarde kunnen hebben, en die bewaarde ik
uiteraard. Voor het dateren van de tegels én de raadgevingen wil ik
nadrukkelijk mijn waardering uitspreken
voor de mensen van de Antwerpse archeologische dienst.


