Dit zijn
enkel de liederen waarvan de tekst integraal op deze webstek staat.
Voor alle andere liederen (die u dus kan aanvragen via
triskel@pandora.be ) raadpleegt u best
"Liederen VL" en/of "Liederen INT"
Let wel: De liedtitels
in deze inhoudstabel brengen u niet naar het lied zelf
maar naar de bladzijde waarop het gezochte lied staat.
* |
* |
* |
* |
Naar alfabet Naar beginbladzijde Naar liedarchief
Bobbejaan klim die berg
Die studentejare gaan verby (Studentelied)
Die sweep het geklap
En hoor jy die magtige dreuning (Die lied van jong
Suid-Afrika)
Hier 's ek weer (Ek sal jou kry)
Hoe ry die boere
Kom daar staan die hout al klaar
Mama 'k wil een man hê
My Sarie Marais is so ver van my hart (Sarie Marais)
O nooi van die velde
Rij maar an, ossewâ, rij maar an (Die ossewâ)
Uit die blou van onse hemel (Die stem van
Suid-Afrika)
Ver op hoë berge
Wanneer kom ons troudag (Gertjie)
Bretoens
Gwir Vretoned
Ni, Breiziz a galon (Bro Goz)
Duits
Alle Vögel sind schon da
Am Brunnen vor dem Tore (Der Lindenbaum)
Ännchen von Tharau
Auf der Lüneburger Heide
Ein kleiner Matrose
Freude, schöner Götterfunken
Ick heff mol en Hamborger Veermaster sehn
Im tiefen Keller
Ich weiss nicht was soll es bedeuten
In einem Polenstädtchen
Kein schöner Land
Wahre Freundschaft soll nicht wanken
Wohin auch das Auge blicket (Die Moorsoldaten) Duits-Engels-Frans-Nederlands
Wohl ist die Welt so gross und weit (Tiroler Heimatlied)
Engels
By yon bonnie banks (Loch Lomon)
Drink to me only with thine eyes
From this valley they say you are going (Red River
Valley)
In Dublin's fair city (Cockles and mussels)
I've been a wild rover (The wild rover)
Oh then tell me Sean O'Farell (The rising of the
moon)
What shall we do with the drunken sailor
When boyhoods fire was in my blood (A nation once again)
Frans
A la claire fontaine
Oekraïens
Ty kazala ponedilok
Als wij schrijden dicht gerijd
De boer had maar ene schoen
De boerkens smelten van vreugd en plezier
De kleremakers op hun feest
Een smidje in zijn smisse (Het lied van de smid)
Glanzende spaden
Komt vrienden in het ronde (De scheresliep)
Uit der dagen grauwe zorgen
Waarvan gaan de boeren zo mooi?
Als de kerels gaan op toer
Brand in Mokum
Goede morgen, mijn meisje
He ho, span de wagen aan
Het voorjaar gaat komen
Lachend komt de jonge lente aan (Lentecanon)
Lachend komt de zomer over het veld
Lieve lente, daal toch neder
Mooi als lijsters zo zingen Gudrunmeisjes
Nooit geremd, nooit vertraagd
O hoe zoet is 't mij bij avond
Ontwaak, ontwaak, de zon is daar (Zonsopgang)
Wees welkom, lieve schone mei
Zestien man op de kist van een dode
Bouwt gij helden zonnekruisen
(Heldenlied)
Dis die blond, dis die blou
Een karretje op de zandweg reed
Gedreven door grootse dromen
Geen ijdele traan past' ooit de man
Ik had een wapenbroeder
In de IJzervlakte bloeien (IJzervlakte)
Klagen de hoorns tot eiken als torens
Morgenrood, morgenrood
Naar de hoogten stijgen klachten (Gedenken)
Op een gitzwarte hengst (Vlaamse dodendans)
Rond een graf geschaard
Ruimt baan gij volkeren waar wij gaan (De laatste Goten)
Stemmen zwijgen (Wim Maes)
Vaarwel mijn broeder
Wie kan zeilen zonder wind
Freude schöner Götterfunken
(Ode an die Freude)
Van de fjorden tot de Oeralrug (Houd uw akker vrij)
Van op Corsica tot in Litouwen (Duizend vaandels)
Volk van Vlaanderland, eeuwen bezet (Als volk naar
Europa)
Terug naar top van blad
Al die daar zegt, de reus die komt
(De reus die komt)
Als de Kerels te gare zijn (Kerelslied)
Als ik wat laat naar huis toe kom (Hij die geen
liedje zingen kan)
Anker, o kanker van 't mensengeslacht (ABC der jeneverkroeg)
Daar was e wuf die spon
Drie schuintamboers die kwamen uit het Oosten
De uyl die op de peerboom zat
De vastenavond die komt aan
De vedel aan de zijde (De zanger)
Een vijand werpt bedreigend (Het onthouderslied)
En 's avonds, en 's avonds, en 's avonds is het
goed
Heb je van de Zilveren Vloot wel gehoord
(Triomfantelijk lied van de Zilvervloot)
Heb je wel gehoord van de zevensprong
Heer Halewijn zong een liedekijn
Het waren twee conincskinderen (Twee
Conincskinderen)
Het wies in Denemarken (Sage van Koning Hagen)
Ick segh adieu
Ic wil van den Kaerle singhen (Het Kaerelslied)
Ik ging op Hooglands bergen staan
Ik zag Cecilia komen
In naam van Oranje (Liedje van Koppelstock de veerman)
In reine eenvoud (Het lied)
Jan de mulder met zijne leren kulder
'k Heb mijn wagen volgeladen
Kom Jan, kom mee naar huis, uw vrouwke dat is krank
Komt hier al bij (Pierlala)
Merck toch hoe sterck
Moeke daor staait 'n vrijer
Naar Oostland willen wij rijden
Neemt mij in der hand
O hangt hem op (Hangt hem op)
Onthout Vlaenderen, dijn recht is out
Rosa willen wij dansen
Sa laat ons vrolijk wezen
Slaet op de trommele van dirredomdeine
Toen de Hertog Jan kwam varen (Het lied van Hertog
Jan)
Van al de vreemde streken (Het Vlaamse bier - omdat
't zo lekker is)
Vier weverkens zag men ter botermarkt gaan
Vlaenderen, dach en nacht denc ic aen u (Vlaenderen bovenal)
Vlaend'ren die Leu klonk de vrijheidskreet
Vlamingen vielen, moed werd tot zaad
Wie wil horen een historie, al van ene jonge smid
Wij komen van Oosten (Driekoningenlied)
Zeg kwezelke wilde gij dansen (Het kwezelke)
Ere, ere, zij God in de hoge (Zum
Gloria)
God onze Heer (Psalm)
Heer laat het prinsenvolk (Gebed voor het
vaderland)
Heilig, heilig, heilig (Zum Sanctus)
Hoge Vrouwe in de hemel (Lieve Vrouw der Lage Landen)
Liefde gaf u duizend namen (Onze Lieve Vrouw van
Vlaanderen)
O Heer, d'avond is neergekomen (Avondlied)
O Kruise de Vlaming
Sint Jozef bereidde die wondere nacht (Susa Nina)
Wie was diegene die die loverkens brak (De
bestorming van Munster)
Wilt heden nu treden
Al onder de weg van Maldegem
Benoorden Vlaand'rens drukke wereldstad (Hard
als klei)
Boven Gent rijst (Klokke Roeland)
Door de Nederlanden (De Schelde)
De duinen zijn als logge reuzen
De harmonie van Bergijk (Het gerstenbier van Kyrie)
De Noordzee bruist een lied dat brandt
Een kalemanden rok (Sint-Gillis-Waas)
Euskadi, Euskadi (Baskenland)
Geen land ook ter wereld (Mijn Kempen)
Het klokske van Kafarnaom
Het welige landschap van Haspengouw (Haspengouw)
Kempenland, aan de Dietse kroon
Kent gij 't land dat stukgereten (Rupellied)
Land in een gordel van stromen geprangd (Waasland)
Nu is 't de tijd (De heide bloeit)
Onder 't blauw der Vlaams' Ardennen (Vlaamse
Ardennen)
Op de horizon van 't Houtland (Houtland)
O wolken boven 't Scheldeland (Schoon Scheldeland)
Rijk is de gouw van ons Brabantse land (Brabant)
Te Kieldrecht, te Kieldrecht, daar zijn de meisjes
koene
't Ros Beyaerd doet den ronde (Dendermonde)
Van 't oude Brabant, kroonjuweel (Hageland)
Waar in 't bronsgroen eikenhout (Limburgs
volkslied)
Waar waaien de winden zo wijd (Meetjesland)
Wat voor vijand durft ons naken
Wat zijt gij schoon o Kempenland (De Kempen)
Zoals een zee die wild aan 't stormen
(Payottenland)
De vogels zijn heen en de velden
zijn naakt
Een jager rende de slotpoort uit (De goede jager)
He-ho, span de wagen aan
Het weer is guur, de winter nadert
Onder 't blauw der Vlaams' Ardennen
Trara, zo blazen de jagers
Wij boeren en boerinnen
Willen wij, willen wij 't haasken jagen door de hei
Als hoog in de mast onze Blauwvoet
jaagt (We spelen Vlaanderen vrij)
Als Uilenspiegel is opgestaan (Uilenspiegel)
Bij 't zingen van dit liedje (Het vogelkoor)
Blauwvoetvendels aangetreden (Trommelzang)
Blijft allen trouw kameraden
Dietse vendels breken baan
Dit ganse jaar klinkt één parool (Dienst doen)
Door de golven woest gewoel (Vikingerlied)
De hopman gaat ons voren
De trommel slaat, de fluite gaat
Door een zelfde wet eens verbonden
Een kleurpalet van bos en hei (Vlaanderen, de
wereld waard)
Eens heersten wij over de zeeën
Eens klonk uit het land van de Kerels (Rodenbachlied)
Een spett'rend spel en een laaiend vuur (Jeugd gaat de grenzen voorbij)
Een zandweg snijdt door jonge hei (Zing met ons)
Fris elke morgen de vlag in top
Grijze donderwolken drijven (Vikingzonen)
Grijze kolonnen trekken in de morgen
Groene tenten in dennenbossen (Hoor de trompetten)
Groet onze vaan die klimt in de morgen
Groot is het volk en het volk vergaat (Dietse jeugd)
Hojo, hojo, hojo, wij zijn een jeugdverbond
(Kringliedje)
Hoor de vlammende trommen weer dreunen (Helder lichten vuren)
Hoor de wekroep van de jeugd (Hier het VNJ)
Hoort gij de trommel die gaat door de nacht (Noodlotslied)
In ons ogen is sterrengeflonker (Jeugdlied)
Jonge kameraden, die het volk van morgen zijt
Kom in 't gelid kameraad (In 't gelid)
Kom vendeljongen, een lied gezongen
Laat uw felle vaandels waaien (Weest paraat)
Langs dreven en weiden (Jeugd in 't gelid)
Langzaam glijden de uren (Ochtendlied)
Met ons vendel door het leven
Mooi als lijsters, zo zingen Gudrunmeisjes
Nu dreunt weer de mars der kolonnen (De mars der
kolonnen)
Ook als de regen gutst in wilde stromen
(Vreugdebron)
Op Kassel aan in donk're nacht
Patrouilleleiders komen getreden (PL's lied)
Schoon is het morgenrood
Stormvogels aan het Dietse strand
Taai als het leder (Verbondslied ADJV)
't Gedrocht van achttiendertig (Leiderslied)
't Geloof in de wiekende Blauwvoet (Recht naar ons doel)
Uit een groots en zegerijk verleden (Triomftocht)
Van Guldensporen zult gij horen (Guldensporen)
Vlammen rijst hoog
Waar is het land van Timmermans (Voor
Vlaanderen..natuurlijk)
Wimpels waaien over Vlaand'ren
Wij dragen het morgenrood (Vaandellied)
Wij hebben de vaandels geweven (Vaandellied der DMS)
Wij mannen der Blauwvoetvendels (Blauwvoetvendels)
Wij marcheren zijd' aan zijde (Heidemars)
Wij stichten brand
Zoek je boog en je pijl (Vikings vooraan)
Bazuinen schett'ren hoog en hel
(Wees welkom kind)
De dageraad klaart aan de kim
Hijst de vlag in de wind
Hoor helder de roep (Nieuw leven ontwaakt)
Laat kind'ren blij hun leven spelen (Geef ruimte)
Twee kraaien vliegen over 't land (Hugin en Munin)
Drie Hogen begroeten de geboorte
van 't licht
De ster, de ster moet rondomme gaan
(Sterrenliedje)
Laai op gij rode vlammen (Lichtbaken)
Laat vreugdevuren branden (Nieuwjaar)
Naar het evenbeeld der vlammen (Hernieuwing)
Noordland, lange winternachten
Ontwaak, ontwaak, de zon is daar (Zonsopgang)
Rood vlamt het vuur in de winternacht (Bij het
wachtvuur)
Vuren lichten over d'aard
Waar stormen huilend, klagend jagen (Joel)
Wendenachten op de heide
Zonnewendenacht vol sterren
De dag heeft weer zijn taak
volbracht (Avondlied)
De vlammen wiegen zacht (Kampvuurlied)
Goede nacht, mijn vaandel goede nacht
Goede nacht, kameraden
Kom daar staan die hout al klaar
Laai op gij rode vlammen (Lichtbaken)
Laai op, laai op rossige gloed (Kampvuur)
Langzaam glijden de uren (Ochtendlied)
Mijn laatste groet, mijn kameraad (Afscheidsgroet)
O hoe zoet is 't mij bij avond
Vaarwel en goede nacht
Ver op hoë berge
Vlammen rijst hoog
Vlammen warmen harten (Vrij geboren)
Vrienden kom zit neder in de ronde
Vuren lichten over d'aard
Wazig avondduister (Avondliedje)
Zie broeder 't spel der vlammen
Terug naar top van blad
Alle kleine eendjes
Dood ging eens een raspaard (Een raspaard)
Een hond, een kat, een haantje (De Bremer
muzikanten)
En de boom stond op de bergen
Het geigerken begint
Hoptierelier
In de grote stad Zaltbommel
In de schone lentedagen (De karekiet)
Klitse kletse klap mijn hand (Sinterklaas)
Op enen boom een koekoek (De koekoek en de jager)
Opzij, opzij, opzij (De poppenstoet)
Ziet als een poesje uit (Een kater)
Daar boven uit het vensterke
De dag en wil niet verborgen zijn (Wachterlied)
De fanfare van Sint-Jan (Danslied)
Des winters als het regent (Het loze vissertje)
Die nachtegaal die zank een lied
Door mijn woning speelt een zonnig licht (Hemelhuis)
Freya, zegen elke morgen
Freya, zegen onze liefde
Ik zag Cecilia komen
In de stille glans der mane (Spelevaren)
In de stille Kempen
Jonge dochter en wil niet treuren (De vrijer)
Kent gij lief, de diepe wat'ren (Laat ons liefste,
samen varen)
Liefde is echt
Meisje ik heb u lief
Mijn papa is zo'n sterke man (De jeugd is slecht,
meneer)
Mijn zoetlief was een weverkijn
Schipperke van de Schelde
Tineken van Heule, ons maartjen
Waait in mijn hart weer een snijdende wind
(Annabelle)
Wat ga j'een zondagachternoen (Langs de dijken)
Als dauw weerkaatst het jonge licht
(Tjo-ri-i)
Als de brem bloeit
De dennen roepen ons, de lente lokt ons weer
De lente fluit de winter uit (Dag lieve juffrouw
lente)
De mei plezant willen wij planten
De vogels konden vrolijk en blij (Holehediho)
De wilde jacht is lang voorbij
De winter is vergangen
Een fijfer klinkt hel in de morgen
Er lokt een lied uit bos en heide (Bivakkenlied)
Er stond eens een beuk in een winterse wei
(Lenteliedje)
Gouden meizon straalt over d'aarde
Hei, zo jagen wij de winter weg
Het voorjaar gaat komen
Hier is onze fiere Pinksterblom
Juchheia, juchhei, laat dansen de mei
Kom lente, lieve lente
Lachend komt de jonge lente aan
Lieve lente, daal toch neder
Lieve lente, schenk uw zegen (Lentezucht)
Schoon lief, hoe ligt gij hier en slaapt
Schoon lieveken waar waarde gij
Voor jou mijn lievekijn breng ik de mei (Mijn
lievekijn)
Wees welkom, lieve schone mei
Als moeder zong
Wie zal er ons kindeken douwen (Moederke
alleen)
Wij strijden voor 's volks ere (Dietse vrouwen)
Volkse strijd en volkse fierheid
Als met hun leeuwenvlaggen (Het
lied der Vlaamse meisjes)
Borms, gij Vlaanderens klokke
Boven de verre, eeuwige sterren
Const gaet voor kracht
Daar is maar één land (Daar is maar één
Vlaanderen)
Dan mocht de beiaard spelen (Beiaardlied)
De beiaard speelt zo schoon hij kan
De fiere heiden van 't verleden (De schone Strijd)
De geuzenvendels rukken aan
De Noordzee bruist, de Noordzee stormt (Wachtlied)
De vendels staan trots en verbeten (Vlaanderen
herrijst)
De vrijheidszwaarden vroom gewijd (Het leger uit Kerlingaland)
Dit is de tijd
Eens was een volk, een vechtersvolk (Als Vlaand'ren
vrij wil zijn)
Franse ratten, rolt uw matten
Geen roekeloze wagers (Voor outer en heerd)
Gelijk de meeuwen rust'loos spoeden (De watergeuzen)
Gij zijt het doel (Volk)
Groeninghe ! Groeninghe ! (Vlaanderens' schoonste dag)
Hertog Alva, hertog Alva, rukt op naar Nederland
Het Vlaamse heir staat immer pal (Groeninge)
Hij vleide geen groten ter wereld (Van Rijswijckmars)
Hoort in de morgen een rouwig lied
Houdt u fier en ziet niet omme
Ik zie er dat Vlaand'ren zo geren (Het lied van
Nele)
In Vlaand'ren blinkt de hemel blauw
Jutho, vooruit en dapper
Laat de klaroenen schallen (Vlaggelied)
Lied van mijn land
Men noemt hem een broer (Geduld is verraad)
Mijn schilt ende betrouwen (Wilhelmus)
Mijn Vlaand'ren heb ik hart'lijk lief
Mijn volk met uw trotse verleden (Heropstanding)
Moed is macht en mannenwil
Nu het lied der Vlaamse zonen (De Blauwvoet)
Op een dag in de lente (Amnestie)
Schoon is de jeugd (Were Di)
Schoon klaart de dag (Wij zijn bereid)
Sta in de morgen de lach op 't gelaat (Daglied)
't Is tijd, er moet in 't Vlaamse land (Strijd)
Toen eertijds fiere Vlamen (Goedendag)
't Zijn weiden als wiegende zeeën (Vlaanderen)
Vlaanderen volg de Witte Kaproen (Kaproenenlied)
Waar Maas en Schelde vloeien (Het lied der
Vlamingen)
Waarom, waarom, waarom (Omdat ik Vlaming ben)
Wat zingt die hoge toren toch (Vlaand'ren dierbaar land)
Wie herbracht hier de rust (Arteveldelied)
Wie wil er met mij nu naar Dietsland rijden
Wij hebben lang gestreden (Zelfbestuur)
Wij mogen nooit vergeten (De gewijden)
Wij zijn het Dietse vendel
Ze zullen hem niet temmen (De Vlaamse Leeuw)
Ziet gij de zwarte leeuw niet rijzen (De zwarte Leeuw)
Als de rombom heeft geslagen
Als de zwarte kerels gaan marcheren
Als over 't wijde land (Als wij marcheren)
Daar dreunen trommels in de straten (WA
marcheert)
Die wachten, die wikken en wegen
De donkere nacht is nu weer voorbij
De landsknechttrommen dreunen
De stokoude wereld voorbij (De landsknechtentrom)
De trommeljongen moet weer heen (Ballade van de
trommeljongen)
Een leven vol strijd
Eens vielen de wallen der steden
Er rijst in de morgen een vlag (Ochtendlied)
Fris in de wind wappert onze vlag
Geen regen kan ons deren
Het vendel leert marcheren
Het vendel moet marcheren
In een huis van onze straat (Anne-Marieke)
Lamme Goedzak ligt begraven (Noodhoornlied)
Morgen marcheren wij fris in de slag
Roosmarijntje, rozemond
't Verweer dat weet wat 't hebben wil (Het Vlaams
Verweer)
Volk wil 't geweer van fiere soldaten (Soldaten)
Wel Annemarieken waar gaat gij naartoe
Wolken jagen door de luchten (Voorwaarts stormsoldaat)
Wij stappen met ons regiment (Militianenlied)
Zet aan nu de grauwe motoren
A, a, a, valete studia
Die Stimme uns'res Küsters (Tunke)
Die studentejare gaan verby (Studentelied)
Drie vrienden, drie vrienden, die gingen eens op zwier
Drink uit dan broeder, drink (Tjechisch drinklied)
De bange nacht is alweer om
De gilde viert, de gilde juicht
De student is vrolijk man (Juchheidi)
Een student is een vent (Student zijn)
Gaudeamus igitur
Het zwartbruine bier dat drink ik zo geern
Hier zijn wij te samen om leutig te doen (Ergo Bibamus)
In de Brugse catechismus (Pintje drink)
Io vivat, io vivat
'k Bracht in dees herberg een avondje door (Dronkemanspraatje)
Krambambouli
'k Zoog uit 't glas het laatste nat (Het lindenmeisje)
Mijn handen staan scheef (Ik drink op het heimwee
dat knaagt in mijn borst)
Nu dan aan 't smullen (Oud tafellied)
O vrij studentenheerlijkheid (Oude roldersklacht)
Quae voluptas (Filia Pastoris)
Al huilen stormen nog zo fel
De dag heeft weer zijn taak volbracht
(Avondlied)
De koekoek roept (Als de winden vrij)
De vlammen wiegen zacht (Kampvuurlied)
Een vreemde arme snuiter
En als wij marcheren
En het morgengloren dat is onze tijd
Goede nacht, mijn vaandel goede nacht
Goede nacht, kameraden
Heimwee doet ons hart verlangen
Hier staan tot afscheid
Hoog op de gele wagen
Ied're dag heeft weer zijn eigen morgen (Begroet
ied're dag)
Ik ga zo graag op wandel (De wandelaar)
'k Hou van een klein melodietje
Komt kameraden komt (Op eer en trouw)
Komt mee naar buiten allemaal (De wielewaal)
Naar wat de dennen fluist'ren
O gij stille tijd
Ons roept de zonne
Pak al je zorgen in je plunjezak
Stap in wie van de wereld een mooie brok wil zien
(De autocar)
Tijl trekt pijpend door de velden (Het lied van
Tijl)
't Is goed in 't eigen hart te kijken
Vaarwel en goede nacht
Vrienden kom zit neder in de ronde
Wazig avondduister (Avondliedje)
Wij reizen om te leren door heel het land
Wij stappen geren zingend langs de baan (Al zingen 't vrije lied)
Wij trekken langs de bane (Trommelknaap)
Als eik in Laagland vast geplant
Blijft allen trouw kameraden
De gedachten zijn vrij
De zonne reikt naar hoge tijd
Een jeugd groeit heden (Jeugd)
Een tak wordt muur (Hildruns' lied)
Hoog zwaait de hamer
Ik roem mij op een sterke broer (Ja leider)
Kom zing met mij een trouwelied
Naam van mijn land (Eed)
Naar het evenbeeld van Freya (Levenswet)
Niets kan ons roven
Trots reiken eiken hogewaarts
Uit stormen geboren
Vrezend en klein (Strijdbanier)
Waar allen trouw'loos falen (Trouwlied)
Wanneer in 't Oosten weer de zonne daagt (Beloftelied)
Wij brengen met gezang en dans
Zonnestralen wekken de aarde
Ach bitt're
winter, wat ben je koud
Arge winter, gij zijt koud
De grond is wit
Sneeuw legt weer zijn
blank tapijt
Al die willen te kap'ren varen
Allen die willen naar Island gaan
Daar was laatst een meisje loos
De machtigste koning van storm en van wind
(Zeeroverslied)
Ik heb op zee mijn leven lang gevaren (Zeemanslied)
O stuurman
Trek aan de riemen, wij varen (Ohe kameraad)
Wie gaat mee, gaat mee, over zee (Een lied van de
zee)
Wij houden van stormen en bruisende baren
(Hei-jo)
Winden waaien, schepen gaan
Bij 't gloren van de zonnewend'
Gij vogels, die de lucht doorklieft
Lachend komt de zomer over het veld
Terug naar top van blad
Terug
naar alfabet
Terug
naar beginbladzijde