
WIJ
MOETEN BEREID ZIJN
Ernst von Dombrowsky
Wij moeten bereid zijn te verdedigen wat we liefhebben.
Er kan iemand komen die het wil wegnemen,
het wil bevuilen of vernietigen.
Wij moeten bereid zijn te verdedigen wat we liefhebben.
Zelfs wanneer onze kracht gering is
en onze wapens van hout zijn.
HEIDENDOM
Jan W. Robrecht
Heidendom is lachwekkende waanzin.
Een protestantse gemeenschap laat kinderen doodgaan zonder dokter.
Moge Jahwehs wil geschieden, alleluja.
Libanese Christenen slaan anderen de hersens in,
en belgische dito stemmen voor moord op levende mensenvrucht.
Dood aan de vijand roepen feldgraue jongens,
en kerkleiders zegenen de wapens.
Gott mit Uns.
Islamieten hakken handen af, stenigen vrouwen,
jagen Allahlasterende schrijvers.
Inch Allah.
Joden verminken jongens ongevraagd,
slachten onverdoofde dieren voor de leut van Abraham.
Mazzeltof en sjalom.
Sekteleiders verkrachten al biddend,
jagen heilige kogels in hun volgelingen.
Het einde van de wereld is toch nabij.
Praise the Lord.
In
Stonehenge staan druïden tot sterren te zingen
tussen puinen van eeuwige tempels.
O ja, heidendom is lachwekkende waanzin...
ADELAARSVLUCHT
Jan W. Robrecht
Hoofd vol met wijsheid, en legers
van helden,
vurige Asen, omcirkelend de velden.
Ook liefde een
godsnaam, en blijheid, en moed,
het licht en het duister, het
eeuwige bloed.
En Loki de
boosheid, zinbeeld van kwaad,
zijn naam bangde kinderen om 't minne verraad.
Slechts haat
kreeg geen titel in 't heelnoordse diet,
de oudsten der sibben, zij kenden
het niet.
bezegeld met wapens, Noordland in nood !
Het volk droeg
zijn helden, begroef hen in zee,
bracht vruchtbare bodem, kreeg dwinge en wee.
De klachten
geroepen, tot hemel zo hoog,
voor Sleipnir de drager, het hoofd zich nog boog.
De haat van die
vreemden vervulde het lot,
zij banden de vrijheid, verplichtten hun God.
Tot ooit weer een sterre, aan
scherven gespat,
het volk zal bereiken, dat vlammen aanbad.
Een vonk zal
ontbranden, een asrest wordt gloed,
wen Thor weer zal zwaaien, de hamer van moed.
De trouw aan het
woord, in eer eens gegeven,
kan adelaarsvlucht slechts leiden naar leven.
Leven in
grootheid, voor sibbe die weet,
slechts sterven zal hij, die verraden de eed.
DISSPREUKEN
Jan W. Robrecht
Drink weer wijne uit gaarden der
Asen
Eet brood van de
halmende akkers
Bid, proevend uit
kelders de appels,
***
Wij wensen in dit zonwendtij
dat
ieder mens en ieder dier,
het hebben mag zo
goed als wij.
***
Stijgend aan einder weer Wodans
gelaat,
voedend mijn Noordland met zonnegloed slaat.
Schenkend aan
aarde de oogst en het brood,
heerser der tijden van leven en dood.
***
Vruchten van Laagland gestrooid over
dis
tonen wat zin van de wederkeer is.
Offer de doden
het fruit en de wijn,
laat wie nu ad'men toch vrolijk zijn,
hoedt voor de
erven de zonneschijn.
DOODSROEPEN
Jan W. Robrecht
Herborene nooit gestorven,
gewijde
niet gedood.
Ik blies u adem
toe en gaf een nieuwe naam:
Speergemerkte
zult gij heten
in hal der Helden zoals in levensgaard.
***
Vaar me over Helrivier,
Zegedronk van
Julebier,
Hal der doden,
heldenfaam,
om de eer van
Wodans naam,
***
Laat mij wederkeren als boom of als bloem,
maar verstik mij niet onder een steen.
(LVB 2004)

Jan W. Robrecht
Aan alle aardgebruikers: heil !
Mijn haviksoog
gegooid
En dan uit hoge
lucht,
Geef liefde mens
en dier
Opdat opnieuw
begin',
de eeuwig heilige kringloop
LEVENSBOOM
Jan W. Robrecht
Knoestige bomen dragen jagende
luchten,
die honkerig, bonkerig op Vlaanderen zuchten.
Schrap staand om
stormen die gierend vol kracht,
de polders doorweken met levenskracht.
Geschilderde hemel, blauw en met
zwarte
inktige kraaivlekken, krijsend van smarten.
Kerkklokken
kondigen deemoed en spijt,
onweders brullen hun avonddreun wijd.
Mijn grond draagt geen honig in
gulle natuur,
geen vliegend gebraad uit bliksemend vuur.
Dijken om werkers
onder zwartgrauwe wolk,
met liefde voor sibbe, kinderen en volk.
Brakende kelen snijden 't vechten om
leven,
en hatende lafaards breken het geven
van woorden die
trouwe ooit liefde gebracht.
Bloed wordt verbrand door verraad in de nacht.
Klein zijn die zingen in leegte van
woorden,
verdrijven wat liefheeft, eden vermoorden.
Golven verspoelen
ontkennend steeds pijnen
van wanhoop om plichtige taak voor de zijnen.
Onstuitbaar blijft Levensboom
bloeddrift bezielen.
In zijn warrige wortels slapen die vielen.
Zijn takken over
't hoekige land bij de zee,
verbinden de Vlamen in tijden van wee.
Op talloze graven bloeit wild weer
de meie,
voedend de erven van trotsen die vrije
zich nooit lieten
dwingen tot laatschap, tot knecht.
As van
verstrooiden bevrucht weer gevecht.
Vuur vat leven uit de vlammen.
Mensen geven
vonken voort
Volkse vlam zal
nimmer doven.
Vaders geven vuur aan zonen,
Opdat geloof en
trouw
Een volk bepaalt het eigen lot,
En is de
duisternis nog zo groot,
MOED
Jan W. Robrecht
Het volle leven wagen
Dan zullen
vruchten dragen,
Schenk vrucht aan die zich laven
Wil nu de schand'
begraven
Laat stromen, branden, bruisen,
Zing met het
eikenruisen
NIET IEDEREEN KAN HEIDEN
ZIJN
René de Clercq
Niet iedereen kan heiden zijn, daartoe hoort kracht en moed,
een vast geloof in zon en wijn, en blijde lust in 't bloed.
Niet iedereen voelt zijn verlangst voldaan op aardes schoot,
schrijdt door het leven zonder angst, en zonder klacht ten dood.
De leeuwrik zingt van 's ochtends vroeg.
De hemel waar hij vliegt is hoog genoeg, is schoon genoeg.
Elk and're hemel liegt.
Elk and're hemel is een waan.
Alleen het luchtgewelf, de diepten waar de sterren staan
bloeit heerlijk in mijzelf.