Heidense verzen

dombrowsky.jpg (123722 bytes)

WIJ MOETEN BEREID ZIJN
Ernst von Dombrowsky

Wij moeten bereid zijn te verdedigen wat we liefhebben.
Er kan iemand komen die het wil wegnemen,
het wil bevuilen of vernietigen.

Wij moeten bereid zijn te verdedigen wat we liefhebben.
Zelfs wanneer onze kracht gering is
en onze wapens van hout zijn.

 

 

HEIDENDOM
Jan W. Robrecht

Heidendom is lachwekkende waanzin.
Een protestantse gemeenschap laat kinderen doodgaan zonder dokter.
Moge Jahwehs wil geschieden, alleluja.
Libanese Christenen slaan anderen de hersens in,
en belgische dito stemmen voor moord op levende mensenvrucht.
Dood aan de vijand roepen feldgraue jongens,
en kerkleiders zegenen de wapens.
Gott mit Uns.
Islamieten hakken handen af, stenigen vrouwen,
jagen Allahlasterende schrijvers.
Inch Allah.
Joden verminken jongens ongevraagd,
slachten onverdoofde dieren voor de leut van Abraham.
Mazzeltof en sjalom.
Sekteleiders verkrachten al biddend,
jagen heilige kogels in hun volgelingen.
Het einde van de wereld is toch nabij.
Praise the Lord.

sterretje.gif (2011 bytes)In Stonehenge staan druïden tot sterren te zingen
tussen puinen van eeuwige tempels.

O ja, heidendom is lachwekkende waanzin...

Terug naar top van blad  

ADELAARSVLUCHT
Jan W. Robrecht

Hoofd vol met wijsheid, en legers van helden,
vurige Asen, omcirkelend de velden.

Ook liefde een godsnaam, en blijheid, en moed,
het licht en het duister, het eeuwige bloed.

En Loki de boosheid, zinbeeld van kwaad,
zijn naam bangde kinderen om 't minne verraad.

Slechts haat kreeg geen titel in 't heelnoordse diet,
de oudsten der sibben, zij kenden het niet.

Een leugen, getooid met een aura van dood,
bezegeld met wapens, Noordland in nood !

Het volk droeg zijn helden, begroef hen in zee,
bracht vruchtbare bodem, kreeg dwinge en wee.

De klachten geroepen, tot hemel zo hoog,
voor Sleipnir de drager, het hoofd zich nog boog.

De haat van die vreemden vervulde het lot,
zij banden de vrijheid, verplichtten hun God.

Tot ooit weer een sterre, aan scherven gespat,
het volk zal bereiken, dat vlammen aanbad.

Een vonk zal ontbranden, een asrest wordt gloed,
wen Thor weer zal zwaaien, de hamer van moed.

De trouw aan het woord, in eer eens gegeven,
kan adelaarsvlucht slechts leiden naar leven.

Leven in grootheid, voor sibbe die weet,
slechts sterven zal hij, die verraden de eed.

Terug naar top van blad  

DISSPREUKEN
Jan W. Robrecht

Drink weer wijne uit gaarden der Asen waar volrijpe druiven gewonnen.
Eet brood van de halmende akkers door zwoegende ploegers ontgonnen.
Bid, proevend uit kelders de appels, om water uit heilige bronnen.

***

Wij wensen in dit zonwendtij
dat ieder mens en ieder dier, de wolf erbij !,

het hebben mag zo goed als wij.

***

Stijgend aan einder weer Wodans gelaat,
voedend mijn Noordland met zonnegloed slaat.

Schenkend aan aarde de oogst en het brood,
heerser der tijden van leven en dood.

***

Vruchten van Laagland gestrooid over dis
tonen wat zin van de wederkeer is.

Offer de doden het fruit en de wijn,
laat wie nu ad'men toch vrolijk zijn,

hoedt voor de erven de zonneschijn.

Terug naar top van blad  

DOODSROEPEN
Jan W. Robrecht

Herborene nooit gestorven,
gewijde niet gedood.

Ik blies u adem toe en gaf een nieuwe naam:
Speergemerkte zult gij heten
in hal der Helden zoals in levensgaard.

***

Vaar me over Helrivier, Thor gij veerman, naar uw koning.
Zegedronk van Julebier, voedend ons als gulle honing.
Hal der doden, heldenfaam, voor wie vielen in de slag
om de eer van Wodans naam, om de heil'ge runenvlag.

***

Laat mij wederkeren als boom of als bloem,
maar verstik mij niet onder een steen.
(LVB 2004)

Terug naar top van blad  

ELF4negatief.gif (18625 bytes)

FREYA 
Jan W. Robrecht

Aan alle aardgebruikers: heil ! De zege zij uw deel.
Mijn haviksoog gegooid vanop het Valaskjalfkanteel.
En dan uit hoge lucht, in vrije sterke vlucht, gegeven mij een zin.
Geef liefde mens en dier en ook het graan.
Opdat opnieuw begin',
de eeuwig heilige kringloop van 't bestaan.

 

Terug naar top van blad  

LEVENSBOOM 
Jan W. Robrecht

Knoestige bomen dragen jagende luchten,
die honkerig, bonkerig op Vlaanderen zuchten.

Schrap staand om stormen die gierend vol kracht,
de polders doorweken met levenskracht.

Geschilderde hemel, blauw en met zwarte
inktige kraaivlekken, krijsend van smarten.

Kerkklokken kondigen deemoed en spijt,
onweders brullen hun avonddreun wijd.

Mijn grond draagt geen honig in gulle natuur,
geen vliegend gebraad uit bliksemend vuur.

Dijken om werkers onder zwartgrauwe wolk,
met liefde voor sibbe, kinderen en volk.

Brakende kelen snijden 't vechten om leven,
en hatende lafaards breken het geven

van woorden die trouwe ooit liefde gebracht.
Bloed wordt verbrand door verraad in de nacht.

Klein zijn die zingen in leegte van woorden,
verdrijven wat liefheeft, eden vermoorden.

Golven verspoelen ontkennend steeds pijnen
van wanhoop om plichtige taak voor de zijnen.

Onstuitbaar blijft Levensboom bloeddrift bezielen.
In zijn warrige wortels slapen die vielen.

Zijn takken over 't hoekige land bij de zee,
verbinden de Vlamen in tijden van wee.

Op talloze graven bloeit wild weer de meie,
voedend de erven van trotsen die vrije

zich nooit lieten dwingen tot laatschap, tot knecht.
As van verstrooiden bevrucht weer gevecht.

Terug naar top van blad  

LICHTSPOOR
Jan W. Robrecht

Vuur vat leven uit de vlammen.
Mensen geven vonken voort aan mensen.
Volkse vlam zal nimmer doven.

Vaders geven vuur aan zonen, moeders aan hun dochters.
Opdat geloof en trouw doorheen de tijden zouden stralen.

Een volk bepaalt het eigen lot, de weg naar vrijheid of naar slavernij.
En is de duisternis nog zo groot, een weg naar het licht is altijd vrij.

Terug naar top van blad  

MOED
Jan W. Robrecht

Het volle leven wagen slechts wie zich kringloop wensen.
Dan zullen vruchten dragen, de bomen, dieren, mensen.

Schenk vrucht aan die zich laven aan bron van heidengeest.
Wil nu de schand' begraven van 't Romische tempeest.

Laat stromen, branden, bruisen, door Noordse ad'ren bloed.
Zing met het eikenruisen het wilde lied van moed.

Terug naar top van blad  

NIET IEDEREEN KAN HEIDEN ZIJN
René de Clercq

Niet iedereen kan heiden zijn, daartoe hoort kracht en moed,
een vast geloof in zon en wijn, en blijde lust in 't bloed.

Niet iedereen voelt zijn verlangst voldaan op aardes schoot,
schrijdt door het leven zonder angst, en zonder klacht ten dood.

De leeuwrik zingt van 's ochtends vroeg.
De hemel waar hij vliegt is hoog genoeg, is schoon genoeg.
Elk and're hemel liegt.

Elk and're hemel is een waan.
Alleen het luchtgewelf, de diepten waar de sterren staan
bloeit heerlijk in mijzelf.

Terug naar top van blad  

Terug naar startbladzijde