Heidense verzen

Heidendom  - Adelaarsvlucht  -  De fluit van Pan  -  Disspreuken  -  Doodsroepen  - Dromen   -  Erfdragers  -  Freya   -  Freya, zegen onze liefdeGod  -  Hemel  -  Levensboom   -  Licht  -  Lichtspoor   -  Liefde  -  Moed  -   Niet iedereen kan heiden zijn -   Noordse helden  -  Ridder   -  Roelandshoorn  -  Schijndood - Wij moeten bereid zijn

Ondertussen verscheen "Verzenspinsels", het 15de nummer in de Ragnareeks.  U kan daarin heel wat verzen en korte teksten vinden, uitermate geschikt voor degenen die ceremonies organiseren en zoeken naar passende bindteksten.  Zie ook "Ragnareeks".

 

 

HEIDENDOM
Jan W. Robrecht

Heidendom is lachwekkende waanzin.
Een protestantse gemeenschap laat kinderen doodgaan zonder dokter.
Moge Jahwehs wil geschieden, alleluja.
Libanese Christenen slaan anderen de hersens in,
en belgische dito stemmen voor moord op levende mensenvrucht.
Dood aan de vijand roepen feldgraue jongens,
en kerkleiders zegenen de wapens.
Gott mit Uns.
Islamieten hakken handen af, stenigen vrouwen,
jagen Allahlasterende schrijvers.
Inch Allah.
Joden verminken jongens ongevraagd,
slachten onverdoofde dieren voor de leut van Abraham.
Mazzeltof en sjalom.
Sekteleiders verkrachten al biddend,
jagen heilige kogels in hun volgelingen.
Het einde van de wereld is toch nabij.
Praise the Lord.

sterretje.gif (2011 bytes)In Stonehenge staan druïden tot sterren te zingen
tussen puinen van eeuwige tempels.

O ja, heidendom is lachwekkende waanzin...

 

Terug naar top van blad  

 

ADELAARSVLUCHT
Jan W. Robrecht

Hoofd vol met wijsheid, en legers van helden, vurige Asen, omcirkelend de velden.
Ook liefde een godsnaam, en blijheid, en moed, het licht en het duister, het eeuwige bloed.
En Loki de boosheid, zinbeeld van kwaad, zijn naam bangde kinderen om 't minne verraad.
Slechts haat kreeg geen titel in 't heelnoordse diet, de oudsten der sibben, zij kenden het niet.

Een leugen, getooid met een aura van dood, bezegeld met wapens, Noordland in nood !
Het volk droeg zijn helden, begroef hen in zee, bracht vruchtbare bodem, kreeg dwinge en wee.
De klachten geroepen, tot hemel zo hoog, voor Sleipnir de drager, het hoofd zich nog boog.
De haat van die vreemden vervulde het lot, zij banden de vrijheid, verplichtten hun God.

Tot ooit weer een sterre, aan scherven gespat, het volk zal bereiken, dat vlammen aanbad.
Een vonk zal ontbranden, een asrest wordt gloed, wen Thor weer zal zwaaien, de hamer van moed.
De trouw aan het woord, in eer eens gegeven, kan adelaarsvlucht slechts leiden naar leven.
Leven in grootheid, voor sibbe die weet, slechts sterven zal hij, die verraden de eed.

 

Terug naar top van blad  

 

DE FLUIT VAN PAN
Vivianne Crowley 1969

In diepe grotten slapen de Oude Goden
maar de bomen kennen hun Heer nog.
In de schemering van het woud
laat Pan's fluit hun lied weerklinken.

De bladeren dansen op de maat van
het lied van de Bokkengod,
en fluisteren Zijn naam aan de winden.
Van een gehoornde God droomt de eik
en kent geen andere Koning.
 

Terug naar top van blad  

 

DISSPREUKEN
Jan W. Robrecht

Drink weer wijne uit gaarden der Asen waar volrijpe druiven gewonnen.
Eet brood van de halmende akkers door zwoegende ploegers ontgonnen.
Bid, proevend uit kelders de appels, om water uit heilige bronnen.

***

Wij wensen in dit zonwendtij dat ieder mens en ieder dier, de wolf erbij !,
het hebben mag zo goed als wij.

***

Stijgend aan einder weer Wodans gelaat, voedend mijn Noordland met zonnegloed slaat.
Schenkend aan aarde de oogst en het brood, heerser der tijden van leven en dood.

***

Vruchten van Laagland gestrooid over dis tonen wat zin van de wederkeer is.
Offer de doden het fruit en de wijn, laat wie nu ad'men toch vrolijk zijn,
hoedt voor de erven de zonneschijn.

 

Terug naar top van blad  

 

DOODSROEPEN
Jan W. Robrecht

Herborene nooit gestorven, gewijde niet gedood.
Ik blies u adem toe en gaf een nieuwe naam:
Speergemerkte zult gij heten in hal der Helden zoals in levensgaard.

***

Vaar me over Helrivier, Thor gij veerman, naar uw koning.
Zegedronk van Julebier, voedend ons als gulle honing.
Hal der doden, heldenfaam, voor wie vielen in de slag
om de eer van Wodans naam, om de heil'ge runenvlag.

***

Witte paardje, rij uw vaartje, over regenbogen heen.
'k Wil u vangen, zal zelf hangen, aan de boom van veel geween.

***

Wie de ziel niet kent van het stervensheil, van de wordingswaarde,
kan, door Goden niet verwend, slechts bedroeven d'aarde.

***

Laat mij wederkeren als boom of als bloem,
maar verstik mij niet onder een steen.
(LVB 2004)

 

Terug naar top van blad  

 

ELF4negatief.gif (18625 bytes)DROMEN BEDRIEGEN ALS WOORDEN LIEGEN
Jan W. Robrecht

Verten gedroomd zo wijds, zo verblijdend,
ten grave gedragen als lichaam te moe
om strijdend te blijven,
niet wetende hoe de ontgooch'ling te weren,
gedachten te keren.
Dromers omhulsel is leeg.

Sprekers aan zerken te hol, te zelfdunkend,
de hulde van woorden en gloriegekraai

verlacht nu de dromen, eens sterk uitgezaaid.
Het schijnbare eren, in mooi verpakte sneren, maakt dromen tot koopwaar.

Eiken werpen hun schaduw op zerken, in hoven van stilte en weeïge dood,
verstrooid als de kruimels van musvoedend brood.
De raven zijn heren die Alvader leren waar dromers aan aard' teruggegeven.

 

Terug naar top van blad  

 

ERFDRAGERS
Jan W. Robrecht

Zing uw vrije lied'ren over d'aarde uit.
Boven donderdreunen, winnend stormgeluid.
Zegen vrije woorden, dwingend mensenlot.
Gij, de Heer der Asen, onverdringbaar, God.

***

Eer wat duisterde en moedig ging.
Dwing wat kiemt en vruchtbaar leeft.
Niet door een laffe vlucht voor 'zonden', maar in de Noordse weerbaarheid,
aanvaardend kringloop van het Al.
Zo borgt gij d'erven eeuwig licht.

 

Terug naar top van blad  

 

FREYA 
Jan W. Robrecht

Aan alle aardgebruikers: heil ! De zege zij uw deel.
Mijn haviksoog gegooid vanop het Valaskjalfkanteel.
En dan uit hoge lucht, in vrije sterke vlucht, gegeven mij een zin.
Geef liefde mens en dier en ook het graan.
Opdat opnieuw begin', de eeuwig heilige kringloop van 't bestaan.

 

Terug naar top van blad  

 

FREYA, ZEGEN ONZE LIEFDE
Jan W. Robrecht

Freya, zegen onze liefde in dees nieuwe lentetijd.
Sibbetrouw zal ons bezielen, onze erven u gewijd.

Freya, zegen onze liefde, geef ons adel door uw kleed.
Roep ter male wie u dienen in een ongebroken eed.

 

Terug naar top van blad  

 

GOD
Lydia Van Bouwel - november 2004

God, dat is de kern van al het levende,
dat is man noch vrouw
dat is het goede en het boze in één
dat is zowel de aarde, de barende,
de levendragende
als de zon, de regen, de levenwekkende.

God, dat is Shiva,
de kosmische danser,
de nooit stilstaande
de schepper en de verwoester terzeldertijd.

de nooit zijnde
maar de eeuwig wordende
de eeuwig vergaande.
 

Terug naar top van blad  

 

HEMEL 
Jan W. Robrecht

Hemel één grote geestenbol, dragend gedachten, ideeën.
Zendend in vleesmens een ziel. Eeuwig kerend.

Wolken scheuren grauwend langs bergen, spuwend hun ijskoude vracht.
Geselend wie denkt aan warmte, vriezend de denker.

Mensen vrijen in verwekkende plicht, geest op oneindig, brullende lust.
Ervende zieldragers bloeien verder dan makers.

Hamerslag mokert wie groter dan levensgezelle mag zijn.
Heidense verzenspinsels een Bifrost, ultieme vluchtweg.

Zeisdragers hakken en kerven in mensdom.
Grijpgrage voeders van hongerige aarde.
Vlees wordt weer aarde, geest vlucht naar geest.
Vrijheid !

 

Terug naar top van blad  

 

LEVENSBOOM 
Jan W. Robrecht

Knoestige bomen dragen jagende luchten, die honkerig, bonkerig op Vlaanderen zuchten.
Schrap staand om stormen die gierend vol kracht, de polders doorweken met levenskracht.

Geschilderde hemel, blauw en met zwarte inktige kraaivlekken, krijsend van smarten.
Kerkklokken kondigen deemoed en spijt, onweders brullen hun avonddreun wijd.

Mijn grond draagt geen honig in gulle natuur, geen vliegend gebraad uit bliksemend vuur.
Dijken om werkers onder zwartgrauwe wolk, met liefde voor sibbe, kinderen en volk.

Brakende kelen snijden 't vechten om leven, en hatende lafaards breken het geven
van woorden die trouwe ooit liefde gebracht.
Bloed wordt verbrand door verraad in de nacht.

Klein zijn die zingen in leegte van woorden, verdrijven wat liefheeft, eden vermoorden.
Golven verspoelen ontkennend steeds pijnen van wanhoop om plichtige taak voor de zijnen.

Onstuitbaar blijft Levensboom bloeddrift bezielen. In zijn warrige wortels slapen die vielen.
Zijn takken over 't hoekige land bij de zee, verbinden de Vlamen in tijden van wee.

Op talloze graven bloeit wild weer de meie, voedend de erven van trotsen die vrije
zich nooit lieten dwingen tot laatschap, tot knecht.
As van verstrooiden bevrucht weer gevecht.

 

Terug naar top van blad  

 

LICHT
Jan W. Robrecht

Gooi weg uit elk geschiedenisschrift verslaving, aangeprate vreemde plicht.
Ruim plaats voor alverterend licht: voor vrijheid !

Kracht in de lenden door Thor omgord.
Gezegend door Freya, zaad tot erven wordt.

 

Terug naar top van blad  

 

LICHTSPOOR
Jan W. Robrecht

Vuur vat leven uit de vlammen.
Mensen geven vonken voort aan mensen.
Volkse vlam zal nimmer doven.

Vaders geven vuur aan zonen, moeders aan hun dochters.
Opdat geloof en trouw doorheen de tijden zouden stralen.

Een volk bepaalt het eigen lot, de weg naar vrijheid of naar slavernij.
En is de duisternis nog zo groot, een weg naar het licht is altijd vrij.

 

Terug naar top van blad  

 

LIEFDE
Jan W. Robrecht

Begrijpen de gebondenheid van mensen, splinters in de onverstoorbare kringloop,
kan enkel wie bodem, voedende aarde bekijkt.

Weten dat het Al ons bestuurt, doet wie bij laaglandse avond de oneindige diepten,
de sterrenhemel voorbij schouwt.

Voelen wat echt is zal enkel wie liefde kan geven, aan volk en aan kinderen der sibbe,
zonder de eisende onwaarde van wederdienst.

Zijn doet enkel wie voelend en wetend, vanuit een minnend hart begrijpt dat verraad en haat
nooit de Noordling kenmerkten.

Terug naar top van blad  

 

MOED
Jan W. Robrecht

Het volle leven wagen slechts wie zich kringloop wensen.
Dan zullen vruchten dragen, de bomen, dieren, mensen.

Schenk vrucht aan die zich laven aan bron van heidengeest.
Wil nu de schand' begraven van 't Romische tempeest.

Laat stromen, branden, bruisen, door Noordse ad'ren bloed.
Zing met het eikenruisen het wilde lied van moed.

 

Terug naar top van blad  

 

NIET IEDEREEN KAN HEIDEN ZIJN
René de Clercq

Niet iedereen kan heiden zijn, daartoe hoort kracht en moed,
een vast geloof in zon en wijn, en blijde lust in 't bloed.

Niet iedereen voelt zijn verlangst voldaan op aardes schoot,
schrijdt door het leven zonder angst, en zonder klacht ten dood.

De leeuwrik zingt van 's ochtends vroeg.
De hemel waar hij vliegt is hoog genoeg, is schoon genoeg.
Elk and're hemel liegt.

Elk and're hemel is een waan.
Alleen het luchtgewelf, de diepten waar de sterren staan
bloeit heerlijk in mijzelf.

 

Terug naar top van blad  

 

NOORDSE HELDEN
Jan W. Robrecht

Wend'vuren gooien de gensters naar luchten bezwaard door een wolkendek, laaghangend zwerk.
Rookslierten beelden de geesten die vluchten uit eerlijke tempel, het woud is mijn kerk.

Resten van oorsprong, eeuwige sterren, door kieren in wolken een blik ons gegund,
stijgen de driften, waken van verre, merken de Bifrost naar levenskunst.

Asgaard de spiegel van Midgaardse leven. Odin de Hoge velt grootmoedig recht.
Wijl Freya erflustig de minne gegeven, en Hamergod hakt in een tijdloos gevecht.

Uitgaard en Hella, dwergen en draken. Wortel van Levensboom vat er uw lot.
Loki's gemeenheid kan grootheid niet raken, wen Balder toch blijvend de zoon van God.

Wend'vuren gooien de gensters naar luchten.
Einders te verre en hemel te groot
voor laffen die opene harten nog duchten.
De poort naar Walhalla voor helden: de dood.

 

Terug naar top van blad  

 

RIDDER
Jan W. Robrecht

Niet wie ijdel hult zich in gewaad van ijzer,
ridder wordt door 't voeren van een kamperskleed.
Slechts wie dapperder is en wijzer,
waardig genoeg bevonden, te dienen om een eed.

 

Terug naar top van blad  

 

ROELANDSHOORN
Jan W. Robrecht

Waar Roelandshoorn schalt kloven breed,
laat rotsen splijten, bozen vrezen, wilden wijken.
Daar d'einder hel en stralend weet:
dit volk verwint zijn noodlot, wen heldenland weer Noordland heet.

 

Terug naar top van blad  

 

HET LICHT VAN DE SCHIJNDOOD
Jan W. Robrecht

Eindeloze gangen doorkruisen wat mistig en ijl.
Bouwen gedachten tot gebouwen, tot ruimte-uitdagende torens.
De gangen zij leiden naar lichtgrens, als aders gemaakt voor het stromen,
kanalen van warmende levensdrang, bundelend kleuren tot kracht.
Gangen voeren tot heidense Graal.

Openspattende deuren breken de vaart naar het doel.
In kamers, vertragend de tred, het lopen zonder obstakels, wordt aan kleinen het ritme ontnomen.
Kreten en vloeken tonen slechts nijd, verworden tot woordeloze stomheid, in de kamers van onvoltooide gedachten.
Deuren zijn tempels voor lichtekooien.

Heldere lichtstraal ontblotend een sprankel van golvende zee, is gids naar weerkaatsende maan.
Water en licht in twee-eenheid, vragen naar geest die vervullend de opdracht tot echte driewaarheid volbrengt.
Drie Nornen, drie Hogen, drie dromen, bouwen gebouwen tot aderdoorstroomden.
Lichtstralen wijzen naar verder.

 

Terug naar top van blad  

 

dombrowsky.jpg (123722 bytes)WIJ MOETEN BEREID ZIJN
Ernst von Dombrowsky

Wij moeten bereid zijn te verdedigen wat we liefhebben.
Er kan iemand komen die het wil wegnemen,
het wil bevuilen of vernietigen.

Wij moeten bereid zijn te verdedigen wat we liefhebben.
Zelfs wanneer onze kracht gering is
en onze wapens van hout zijn.


Terug naar top van blad  

 

Terug naar startbladzijde