DE DOLMEN
of de inwijding der meisjes
Tergend langzaam kroop een lichtschijn over de rand van de open plek in het woud. De eerste stralen van de opgaande zon, helemaal nog niet warmend, verbaasden zich er over dat op de open plek reeds mensen zaten. Beschermende huiden om de schouders geslagen, en af en toe de handen strekkend in de richting van een houtvuurtje, zaten een tiental meisjes en een volwassen vrouw op de grond.

Het eerste licht liet ook zien dat de open plek voor een groot deel werd ingenomen door een steenconstructie. Een tiental grote stenen, bijna zo hoog als een rechtopstaand meisje, vormden een gang van een tweetal passen breed. Achteraan was de gang afgesloten door eveneens rechtopstaande stenen, terwijl een dak werd gevormd door twee grote dekstenen die steunpunten vonden op de wandstenen. Vooraan, enkele stappen van de vuurkring vandaan, lagen twee stenen die blijkbaar ooit de voorzijde van de constructie hadden gevormd. Een van die frontstenen vertoonde trouwens een opening waar een mens doorheen kon. Het zonlicht liet nu ook zien dat het achterste deel van de gang nog grotendeels was bedekt met een beschermende zandlaag, waarop brem en heide groeide. Enkel de ingang was volledig vrij.
De meisjes keken in de richting van de vrouw, die zij kenden als de Hexa. De Hexa was een wijze vrouw, die reeds vele jaaromwentelingen de kracht van de gewassen kende, en die alom respect genoot omwille van deze kennis. O ja, de sibbe waarvan de meisjes deel uitmaakten werd wel geleid door de sibbevader, maar allen wisten dat deze zich voor vele beslissingen raad liet verstrekken door de Hexa. En op haar woorden werd nu ongeduldig gewacht door de meisjes. Hen was de vorige dag nog verteld door hun ouders en ook door hun beschermers dat zij nu, vermits zij twaalf joelfeesten geleden geboren werden, eveneens het recht zouden verwerven om de wijsheid van de Hexa in te roepen.
De Hexa wachtte zolang tot ook het allerlaatste raakpuntje van de onderrand van de zon zich had losgemaakt van de aarde. Pas dan schraapte zij haar keel, en verwierf daardoor de volledige aandacht van de meisjes. Sinds vele uren, al sinds de maan nog in volle pracht aan de nachthemel prijkte, zwegen zij. En iedereen die meisjes kent zal weten dat dit een zeer moeilijke opgave was..
“Heilig
vuur, band tussen de voedende aarde en de warmende zon, laai op"! En terwijl de
Hexa deze woorden sprak gooide zij kruiden op de vlammen die onmiddellijk
zorgden voor een aangename geur. Tegelijk laaide het vuur ook even op alsof het
zich koesterde in de aandacht van de Hexa. Zij wachtte tot het vuur tot rust
kwam, keek dan langzaam de kring rond alsof zij de kenmerken van elk meisje in
zich wilde opnemen, en sprak: “Vandaag, op deze inwijdingsdag, zal ik jullie
aanspreken met meisjes, en niet met de namen die jullie bij de waterwijding
ontvingen. Deze dag is immers een nieuwe wijding waarbij jullie allen gelijk
zijn, en allen evenzeer waardig bevonden om vrouw te worden in de sibbe die
jullie voedsel en woning gaf. Ik weet dat jullie de jaaromwentelingen kennen en
ook de seizoenen, de oogsten, de winters. Ik weet dat jullie de vruchten van
velden en wouden kennen evenals de levensloop van veld- en wouddieren. Ik weet
dat jullie harten soms sneller sloegen bij de aanblik van sibbejongens. Maar ik
weet ook dat enkel een Hexa geroepen is om jullie de weg te wijzen naar de
overgang van meisje tot vrouw, en om jullie te vertellen waar wij vandaan
komen. Ook dit laatste moeten jullie weten, om te beseffen dat deze aarde
geeft en neemt, en doorheen alle tijden leven blijft schenken.”
De langzaam klimmende zon gaf steeds meer warmte en de meisjes grepen de korte vertelpauze aan om de huidenmantels op de grond uit te spreiden. Zij vormden daardoor een zachte grondbedekking waarop het aangenaam zitten was.
“Vele, vele jaaromwentelingen geleden woonden hier andere sibben. En enkel de beschermende grot die zij zelf bouwden bleef bewaard. De resten daarvan zien jullie hier op deze open plek. Zij vormden een weerbaar volk, dat de eigen grond verdedigde. Niet enkel tegen bedreigingen vanwege mensen, maar ook tegen de oprukkende ijsvlakte. Want toen zij hier reeds vele geslachten woonden, werden de winters steeds langer en strenger. Het winterijs werd steeds weerbarstiger en het duurde elk jaar langer alvorens het smolt. Het werd zelfs stilaan onmogelijk om de gewone houten woonsten gedurende de langere winters te verwarmen. De taaiheid waarmee zij hielden aan hun grond, maakte dat zij dan stenen woonsten bouwden, die zij bedekten met zand. De gesloten zijde bouwden zij naar de ijszijde en de opening van hun woonsten was in de richting van de warmtezijde. Zij lukten er zelfs in om grote stenen te klieven tot deze de juiste afmetingen hadden. Daartoe lieten zij water druppelen in reten van stenen, waarna ook dat weinige water ijs werd. En iedereen weet dat uitzettend ijs sterk genoeg is om alles, zelfs de grootste stenen, te splijten. De vele stenen woonsten die in de omliggende vlakten te vinden zijn zullen jullie duidelijk maken dat dit heidevolk zich tot het uiterste inspande om toch het eigen land te kunnen blijven bewonen. En het was pas nadat zij uit de blijvende helderheid van de sterren hadden gelezen dat het aardeveroverende ijs niet zou terugtrekken, dat zij zelf met ganse sibben wegtrokken naar de warmtezijde. Tot zij voorbij de ijsgrens nieuwe onontgonnen vlakten vonden die de sibben konden voeden.”
Opnieuw viel een stilte, en de meisjes kregen de kans om de eigen verbeelding te laten werken. Zij zagen voor zich de oude sibben, in hun gevecht tegen het ijs dat vele jaren moest geduurd hebben. Zij zagen de sibbe-oudsten voor zich, die wisten hoe grote stenen konden worden verplaatst en gebruikt voor het bouwen van woonsten. Hoe stenen moesten gespleten worden en welke windzijde het meest moest worden beschermd. Hoe voedsel moest gejaagd worden, en opgeslagen. Hoe het ijs niet enkel bedreigde maar ook zorgde voor de bewaring van het voedsel. Hun ontzag voor de oude sibben groeide.
De stem van de Hexa onderbrak hun gedachten, en vertelde verder: “Het ijs heerste hier gedurende vele jaren. Het land gaf enkel nog voedsel aan enkelingen, maar grote groepen moesten wegtrekken. Tot, opnieuw na vele jaren waarin de winters langzaam korter werden, het ijs zich terugtrok. En ook de heidebewoners kwamen terug. Het volk dat jullie nu kennen is inderdaad gevormd door die terugkerenden. Wij hebben de woonsten van de ijsvechters lang gebruikt als opslagplaatsen en schuilplaatsen, maar vandaag vormen zij enkel manende verwijzingen naar onze oorsprong. Zij vertellen ons, in hun eeuwige stilte, dat de tijden komen en gaan, dat ijs wint en verliest, dat volkeren kunnen buigen, maar steeds terugkeren. En het is bij die terugkeer dat vrouwen een onvervangbare rol spelen.”
De zon was nu reeds hoog aan de hemel geklommen, en toverde steeds kortere schaduwlijnen op de open plek. Alsof ook de eiken die de plek omzoomden zich steeds meer oprichtten om te luisteren naar de Hexa die ook hun geschiedenis verhaalde. Want ook zij hadden zich slechts opnieuw kunnen vestigen nadat het ijs was teruggetrokken. Zij hadden hun nieuwe leven gevonden uit zaad dat onder de ijslaag voor vele tijden bewaard was gebleven. De meisjes bekeken elkaar na de laatste woorden van de Hexa, wetend dat nu, na de oorsprongwaarheid, ook de levenswaarheid zou worden verteld.
“Een gemeenschap, een sibbe, kan enkel blijven bestaan wanneer nieuwe mensen uit vrouwen geboren worden. Jullie meisjes zijn de enigen door wie de sibbe eeuwigheid kan verwerven. Ja, de beschermende man zal jagen en ploegen, zal woonst en aarde verdedigen, maar ook hij moest eerst geboren worden uit een vrouw, ook hij moest eerst gevoed worden door een vrouw, ook hij moest de eerste lering ontvangen van een vrouw. En het is enkel wanneer goede vrouwen zorgen voor voeding en lering van goede meisjes en jongens, dat mannen vruchtbaar zaad aan vrouwen kunnen schenken. Dan pas zal uit jullie schoot, de enige en heiligste plaats waarin dat zaad door de man zelf kan worden ingebracht om te ontkiemen, opnieuw nieuw leven worden geboren, goed leven, dat de kringloop van dit volk zal verderzetten. Zoals de zon klimt, warmt, en ondergaat, zo beweegt ook de kringloop van het leven zich. Na bevruchting en geboorte volgt sibbeleven. En de wijsheid van de ouderdom wordt gevolgd door de dood, de overgang naar verder bestaan als deeltje van het Al.”
De meisjes zagen in gedachten hun eigen vaders en moeders, zij zagen de zorgzaamheid waarmee zijzelf omringd waren, zij zagen de grootse opdracht die het schenken en koesteren van leven inhield. Zij wisten ook dat de wijsheid van de Hexa ook hun wijsheid zou worden, waardoor ook zij geroepen waren om lering en raad te geven.
“Alle
kinderen, meisjes en jongens, hebben een eigen onvervangbare levenstaak. En
deze taak, waartoe zij zich verbinden wanneer zij trouw beloven aan elkaar en
aan de sibbe, wordt gedragen door de windrichting waaraan zij zijn toegewijd bij
hun geboorte. De heide, de vlakten rondom ons en ook de wouden worden
beďnvloedt door de winden die kunnen strelen en stormen, die steeds planten- en
bomenzaad voort dragen, maar die tevens de kracht dragen van hun
ontstaansrichting. Kinderen die verwekt worden wanneer de wind vanuit de
ijszijde blaast, zullen steeds de kenmerken vertonen van de adelaar die hoog
boven de winden stijgt. Kracht, durf, en een totaal gebrek aan angst voor
hoogten zullen hen begeleiden. Zij die verwekt worden wanneer de wind van de
landzijde komt, dat is de zijde waar de zon stijgt uit de nacht, zullen de
verdedigers van de sibbe zijn. Zoals de beer en de wolf de eigen groep
verdedigen zo zullen ook zij sterk en zonder vrees vechten voor hun volk. En
ook de winden van de waterzijde, daar waar de zon ondergaat, dragen kenmerken
aan voor het kind. Zoals het vee en de nutsdieren onvervangbare voedingsbronnen
zijn, zo zullen ook de kinderen van die windzijde het voedsel van de sibbe
borgen. Tenslotte blijft nog de vuurzijde over. Zij die verwekt worden tijdens
de vuurwind zullen warmte dragen en de haardvuren hoeden. Samen zullen al deze
kenmerken bij de verschillende sibbeleden zorgen voor een hechte band, een
intense samenwerking die van een groep mensen een volk zal maken. En wanneer de
ouders de beloofde trouw ook blijvend zullen voorleven aan de kinderen, dan zal
een sibbe, dan zal een volk sterk blijven”.
De Hexa zweeg nu gedurende een hele tijd. Het vuur was haast volledig gedoofd, en de warmtegevende opdracht ervan was overgenomen door de hoogstaande zon. De meisjes die gedurende het lange inwijdingsverhaal geen ogenblik de aandacht hadden verloren, keken elkaar aan. Zij wisten nu wat ook de vrouwen wisten, zij wisten dat ook zij vrouw waren: heiligdom van de vruchtbaarheid, draagsters van de sibbekenmerken.
De Hexa stond nu op, en haalde vanuit haar kleedplooien een aantal steentjes tevoorschijn, die elk op hun beurt bevestigd waren aan een lederen veter. Zij ging de kring rond, en sierde de hals van elk van de meisjes met zo’n steentje. Tegelijk wees zij op de betekenis ervan: “Dit steentje vertoont een afbeelding van drie zonnen in een drierad, een triskel. De opgaande zon, de hoge en de ondergaande zon. Dit teken nu is het teken van de eeuwige wederkeer. Zoals ooit onze voorouders dit land verlieten voor het ijs, zo beleven zij nu de hoogte van hun leven. En ooit zullen zij opnieuw hun wijsheden uitdragen naar de vuurzijde, wanneer de ijsgoden bezit willen nemen van hun land. Om terug te keren, steeds weer, steeds taaier, steeds wijzer. Dit teken draagt ook het bewijs dat jullie het inwijdingsverhaal hoorden, en weten dat jullie kinderen zullen schenken aan de sibbe, die op hun beurt de weg van de drie zonnen zullen volgen. Draag dit teken in ere en in trouw.”
Terwijl de eiken rondom de open plek opnieuw schaduwen vormden die bijna de stenen woonst bereikten, stonden nu ook de meisjes recht en namen hun huidenmantels op. Helemaal niet lopend, zoals zij nochtans reeds vele jaren door het woud hadden gehold, maar langzaam en bedachtzaam wandelden zij in de richting van de sibbewoonsten. Zij wisten dat op hen nu een feestmaaltijd wachtte, waarbij zij aan de dis van de volwassenen zouden mogen plaatsnemen. De sibbe zou hen aanvaarden als draagster van het drierad, Freya toegewijd, als toekomstige moeders die de sibbe nieuw leven zouden schenken, nieuwe lering, nieuwe wijsheid: wederkeer.
