Z
Zeg kwezelke, wilde gij dansen
Zestien man op de kist van de dode
Zie broeder 't spel der
vlammen
Ziet als een poesje uit
Ziet gij de zwarte leeuw niet rijzen
Zij zullen hem niet temmen
Zoals een zee die, wild aan 't stormen
Zoek je boog en je pijl
Zonnestralen wekken de aarde
Zonnewendenacht
Terug naar alfabet
Terug naar inhoud per thema
HET KWEZELKEN
1. Zeg kwezelke, wilde gij dansen
? Ik zal u geven een ei !
Wel neen ik, zei dat kwezelke, van
dansen ben ik vrij.
'k En kan niet dansen, 'k en mag niet
dansen.
Dansen is onze regel niet,
begijntjes en kwezelkes dansen niet.
2. Zeg, kwezelke, wilde gij dansen
? Ik zal u geven een koe !
Wel neen ik, zei dat kwezelke, van
dansen word ik te moe.
3. Zeg, kwezelke, wilde gij dansen
? Dan zal 'k u geven een peerd !
Wel neen ik, zei dat kwezelke, 't
is mij 't dansen niet weerd.
4. Zeg, kwezelke, wilde gij dansen
? Ik zal u geven een man !
Wel ja ik, zei dat kwezelke, 'k
zal dansen al wat ik kan.
Ik kan wel dansen, ik mag wel
dansen,
Dansen is onze regel wel,
begijntjes en kwezelkes dansen wel.
Zestien man op de kist van een dode,
Hoio, hoi, met een borrel vol rhum.
Schnaps te drinken is hellevaarts
mode,
Hoio, hoi, met een borrel vol rhum !
DE VLAAMSE LEEUW
Hyppoliet van Peene - Karel
Miry
1. Ze zullen hem niet temmen, de fiere
Vlaamse Leeuw.
Al dreigen zij zijn vrijheid met
kluisters en geschreeuw.
Zij zullen hem niet temmen, zolang
een Vlaming leeft,
zolang de Leeuw kan klauwen,
zolang hij tanden heeft.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
zolang de Leeuw kan klauwen,
zolang hij tanden heeft.
Zolang de Leeuw kan klauwen,
zolang hij tanden heeft.
2. De tijd verslindt de steden, geen tronen blijven staan !
De legerbenden sneven, een volk
zal nooit vergaan.
De vijand trekt te velde, omringd
van doodsgevaar.
Wij lachen met zijn woede, De
Vlaamse Leeuw is daar !
3. Hij strijdt nu duizend
jaren voor vrijheid, land en God;
en nog zijn zijne krachten in al haar jeugdgenot.
Als zij hem macht'loos denken en tergen met een schop,
dan richt hij zich bedreigend en vrees'lijk voor hen op.
4. Wee hem, de onbezonnen',
die vals en vol verraad,
de Vlaamse Leeuw komt strelen en trouweloos hem slaat.
Geen nek'le handbeweging die hij uit 't oog verliest;
en voelt hij zich getroffen, hij stelt zijn maan en briest.
5. Het wraaksein is gegeven, hij is hun tergen moe;
met vuur in 't oog, met woede springt hij de vijand toe.
Hij scheurt, vernield, verplettert, bedekt met bloed en slijk.
En zegepralend grijnst hij op 's vijands lillend lijk.
ZIE BROEDER 'T SPEL DER VLAMMEN
Mozart
Zie broeder 't spel der vlammen, en
d'helder lichten schijn.
De vlammen, en d'helder lichten
schijn.
Zo zullen ook ons harten, vol
gloed en liefde zijn, zijn,
vol gloed en liefde zijn.
Zo zullen ook ons harten, vol
gloed en liefde zijn, zijn,
vol gloed en liefde zijn.
![]()
EEN KATER
Jan W. Robrecht Hans
Baumann
Wie hier weet wat het is die mag
eenmaal raden:
Een kater, een kater, t is
zeker wel een kater (tweemaal)
Draagt ook een heel lang kleed, maar is
toch geen dame.
Wie hier weet wat het is die mag
eenmaal raden:
Een pater, een pater, t is
zeker wel een pater.
![]()
DE ZWARTE LEEUW
J. De Laet
Ziet gij de zwarte leeuw niet rijzen, zo
fier op 't trotse gouden veld ?
Ziet gij zijn forse reuzenklauwen,
waarvan één slag de vijand velt ?
Ziet gij zijn bloed'ge ogen
gloeien ? Ziet gij zijn maan zo breed verward ?
Die leeuw is onze Leeuw van
Vlaand'ren, die rustend nog de wereld tart.
Hij sloeg zijn klauwen op het Oosten, en 't Oosterheir vloog sidd'rend heen.
Zijn klauw vernielde d'halve mane,
van d'ongetemde Saraceen !
Dan toog hij weder naar het
Westen, en schonk hun dapperheid te loon,
aan d'onversaagdsten zijner zonen,
een konings- of een keizerskroon.
Hij sluimert nu, der Walen koning.
Beknell' hem vrij in ijz'ren band.
Hij sture nu zijn roversbenden,
tot op des Leeuwen vaderland.
Maar zo de Leeuw ontwaakt, gij
rov'ren, wordt g'allen door zijn klauw verscheurd.
Dan wordt uw trotse witte lelie door
hem met bloed en slijk besmeurd.
PAYOTTENLAND
H. Van Herreweghen R. Veremans
1. Zoals een zee die, wild aan t
stormen, plots stold en stilstond baar na baar,
zo dansend en zo vol van vormen ligt golvend ons West-Brabant daar,
ligt golvend ons West-Brabant daar.
Welig land der ronde heuvels, golvend
rijk Payottenland,
dit is t land van Pieter Breughel, dit is volk naar
doude trant.
Land dat druipt van melk en honig, edel Brabant, koen en trots,
iedre Payot is koning, vraagt geen hulp dan dhulpe Gods.
Iedre Payot is koning, vraagt geen hulp dan dhulpe Gods.
2. O volk der heuvels, volk der dalen,
Payottenland zo oud en stout.
Bewaar uw erf, bewaar uw tale, zorg dat gij Brabant Brabants houdt.
Zorg dat gij Brabant Brabants houdt !
VIKINGS
VOORAAN
Rover
1. Zoek je boog en je pijl, slijp de
runes in je bijl: in de zomer gaan Vikings op stap.
Grijp je dolk en je zwaard, kom
vaar mee, onvervaard, in de verte lokt de strijd.
En over alle zeeën vaart de zegen van
Wodan met ons.
En over alle vlaktes dreunt de
hoefslag van Sleipnir naast ons.
Thor zwaai je hamer, klievend
de lucht, laat hem donder en bliksem slaan !
Thor zwaai je hamer, ook bij
storm staan Vikings vooraan.
2. Alles is vastgesjord, de snek glijdt
door de fjord, wuif vaarwel voor een lange reis.
Vooraan de kapitein, achteraan
honingwijn, eerst naar Londen, en dan Parijs.
3. Zoveel jaar na die tijd, zijn wij nog
steeds bereid, om te vechten waar het moet.
Met het woord en het staal, voor
het volk en zijn taal: door ons hart stroomt Vikingbloed !
LEVENSWIEL
Jan W. Robrecht Hans
Baumann
Botten bomen, bloeien bloesems, in
de jonge nieuwe mei.
Velden gaarden, wouden en beemden,
dromen onder regenboog.
Gretig vallen rijpe halmen, wijl
een leeuwrik vecht zich hoog.
Snelle wolken melden de stormen, ruimend
al wat uitgeleefd.
Oogst beschut door sterke muren,
saam met al wat waarde heeft.
Aan een haardvuur warmen zich
kindren, sibbeman verhaalt zijn droom:
Erven wacht een nieuwe lente,
eeuwig bloeit de levensboom.
ZONNEWENDENACHT
Hans Baumann
Zonnewendenacht vol sterren, die hun
wijde bruggen slaan,
Laat ons harten in de verten, van
uw wijding ondergaan.
Hoge nacht, waar vuren huiv'ren, op de
bergen in de wind,
Nu wil zich de wereld zuiv'ren,
als een pasgeboren kind.
Moeders, diep in uwe harten, klopt
het hart van 't wijd heelal.