Wij
Wij boeren en boerinnen
Wij brengen met gezang en
dans
Wij dragen het morgenrood
Wij Geuzen, wij rijden bij dag en bij nacht
Wij
hebben de vaandels geweven
Wij hebben lang gestreden
Wij houden van stormen en bruisende baren
Wij komen van Oosten
Wij mannen der Blauwvoetvendels
Wij marcheren zijd' aan zijde
Wij mogen nooit vergeten
Wij reizen om te leren
Wij stappen geren
zingend langs de baan
Wij stappen met ons regiment
Wij stichten brand
Wij strijden voor 's volks ere
Wij trekken langs de bane
Wij willen zo zingen gaan
Wij zijn het Dietse vendel
Terug
naar alfabet
Terug
naar inhoud per thema
WIJ BOEREN EN BOERINNEN
1. Wij boeren en boerinnen, wij werken dag en nacht.
Wij ploegen en wij spinnen en wij zingen uit der macht:
Zomerkeer, herfstenweer, rijke oogst dat is onz' eer !
2. Wij spitten en wij
spaaien twaalef maanden lang,
wij zaaien en wij maaien en wij zingen onze zang.
3. Wij zieden alle dagen 's morgens boekweitpap,
zo vullen wij onz' magen en wij zingen even rap.
4. Wij gaan met houten blokken en dikwijls zonder hoed,
wij gaan met pijperokken en wij zingen even zoet.
5. Wij bakken boekweitkoeken, die smaken ons zeer wel,
wij dragen lijnen broeken en wij zingen even hel.
6. Wij gaan een pintje drinken, 's zondags na de noen,
wij dansen en wij klinken, en wij zingen met fatsoen.
7. Al wonen wij in huizen zonder muur of schouw,
al kwellen ons de muizen, toch zingen wij zonder rouw.
8. Gij ed'len en gij rijken, wij zeggen u zo vrij:
wij zullen u niet wijken, want wij zingen levensblij.
WIJ BRENGEN MET GEZANG EN DANS
Wij brengen met gezang en
dans een frisse wilde bloemenkrans
voor bruidegom en bruid.
De vedel hoog en helder klinkt, onz' stemme ook van blijheid zingt,
Een zoen nu tot besluit, een zoen nu tot besluit !
Wij wensen u een vreugdevol
bestaan, en sluiten ons bij zegewensen aan
voor man en vrouw, dit paar.
Wijl leeuw'rik naar de luchten stijgt, een ring van trouw rond vinger zich rijgt,
klankt luit een liefdesnaar, klankt luit een liefdesnaar !
VAANDELLIED
Erbe - Will Decker
Wij dragen het morgenrood in onze
vaandels.
Uit durvende jeugd groeit man'lijke
deugd,
en kameraadschap in leed en in
vreugd.
Wij dragen het morgenrood in onze
vaandels.
Wij dragen het morgenrood in onze
vaandels.
Zo strijden wij weer in trouw en in
eer,
als fiere voorpost van Vlaanderens
weer.
En dragen het morgenrood in onze
vaandels.
Wij dragen het morgenrood in onze
vaandels.
Naar grootheid gericht, zo dragen
wij 't licht
der eigen toekomst in eenvoud en
plicht.
D'rom dragen wij t morgenrood
in onze vaandels.
Wij Geuzen, wij
rijden bij dag en bij nacht, bij dag en bij nacht,
voor het volk dat wij leiden door donkere tijden,
tot eens weer de zon op ons vaderland lacht.
Voor het volk dat wij leiden door donkere tijden,
tot eens weer de zon op ons vaderland lacht.
Oranje ons
vaandel en wit is onze ziel, en wit is onze ziel.
In het blauw van de morgen verdwijnen de zorgen,
wij strijden voor d'eer van de Prinse die viel.
In het blauw van de morgen verdwijnen de zorgen,
wij strijden voor d'eer van de Prinse die viel.
En moeten wij
sterven in stof en in bloed, in stof en in bloed:
ons bloed werd gegeven op dat gij zoudt leven,
't is d'eer van ons sterven die u strijden doet.
Ons bloed werd gegeven op dat gij zoudt leven,
't is d'eer van ons sterven die u strijden doet.
Oorspronkelijk: Die weissen Dragoner
Wir sitzen zu Pferde bei Tag und bei Nacht; bei Tag und bei Nacht.
Wir weissen Dragoner, wir weissen Dragoner,
wir weissen Dragoner dem Kaiser zur Wacht.
VAANDELLIED
DER D.M.S. (Dietse Meisjesscharen)
Bert Peleman - K. De Brabander
Wij hebben de vaandels geweven, de
grootheid van Dietsland gewijd.
De vaandels verheerlijkt geheven,
naar 't licht van een schonere tijd.
Geheiligd zijn nu onze handen,
geheiligd het wezen der vrouw.
Wij vlechten voor Dietsland de
banden van zuivere ere en trouw.
Voor Dietsland de vaandels geheven, voor Dietsland herworden wij vrouw.
Het hoogst in ons dienende leven,
straalt weerom de heilige trouw.
Weer ruisende vaandels ontvouwen,
in 't licht van de wijkende nacht.
Weer worden wij meisjes de vrouwen
de adel van 't Dietse geslacht.
Eens heeft men de vaandels ontnomen hun
eeuwige luister en pracht.
Thans heil'gen de vaandels ons
dromen, doorruisen het Dietse geslacht.
Weer groeien wij meisjes tot
vrouwen, de luister der vaandels gestand.
Eens zullen wij zingend
aanschouwen de grootheid van 't bloeiende land.
ZELFBESTUUR
Clem De Ridder - Emiel
Hullebroeck
1. Wij hebben lang gestreden, gebedeld en
geklaagd;
En nog zijn wij verschopten, de
knechten in de staat.
Wij leven niet van loos gebaren, van
ijdel hopen en geduld;
De voogden moeten weten: de tijden
zijn vervuld.
Romderidom, zelfbestuur, romderidom,
zelfbestuur.
Vlaanderen, Vlaanderen wil
zelfbestuur !
2. Wij zullen ons bevrijden van deze
droeve kamp;
Die meer dan honderd jaren de
Vlaamse kracht verlamt.
Want Vlaanderen wil zich zelf
regeren, het Vlaamse lot in Vlaamse hand.
Wij bouwen aan de toekomst, de steigers staan geplant.
HEI-JO
Erbe
1. Wij houden van stormen en bruisende
baren,
het ruwe geweld van de snijdende wind.
En hebben de golven reeds velen
ontnomen,
toch waait nog de vlag die ons, rovers, verbindt!
Hei-jo, hei-jo, hei-jo, hei-jo, hei-jo,
ho,
hei-jo, hei-jo, ho, hei-jo ho.
(bis)
2. Ons schip glijdt zo fier door de
rust'loze golven.
Een krachtige wind rukt de zeilen in top.
En hoog in de mast waait ons
bloedrode vaandel,
ons zeeroversvaandel, hei zeelui, past op!
3. Wij jagen de kooplui met klapp'rende
zeilen,
en volgen de buit op de eind'loze zee.
Wij stormen aan dek en wij vechten
als duivels.
Hei, ons is de zege! Hei, vaart met ons mee!
1. Wij komen van Oosten, wij komen van
ver, alaberdina kostiljon.
Wij zijn er drie Koningen met een
ster,
Alaberdina kostiljon.
Van cher ami tot aan de knie,
wij zijn drie koningskinderen.
Sa, pater, trek naar Venderlo,
van cher ami.
2. Gij sterre, gij moet er zo stille
niet staan, alaberdina kostiljon.
Gij moet er met ons naar Bethlehem
gaan.
3. Te Bethlehem in die schone stad,
alaberdina kostiljon.
Waar Maria met haar klein kindeke
zat.
4. En 't kindeke heeft er zo lang
geleefd, alaberdina kostiljon.
Dat 't hemel en aarde geschapen
heeft.
BLAUWVOETVENDELS
Leo Poppe
Wij mannen der Blauwvoetvendels veroveren
iedere gouw.
Ook in de harde tijden blijven wij
Vlaanderen trouw. (2 maal)
Als wij langs de banen marcheren, de berken zij buigen zich zacht.
De wimpels aan de speren fris in de
morgenpracht. (2 maal)
Morgen dan gaan wij ten strijde, morgen
dan moeten wij heen.
Marcheren zij aan zijde, morgen
blijft moeder alleen. (2 maal)
Wij willen door Vlaand'ren marcheren met
vaandel en luid slaande trom.
Eer wij de vijand weren keren wij
niet meer weerom. (2 maal)
HEIDEMARS
Jozef Joossens Jef DHoe
Wij marcheren zijd aan zijde in een zingend, juichend
gelid;
om ons bloesemt de purperen heide en ruisen de berken hun lied.
Om ons bloesemt de purperen heide en ruisen de berken hun lied.
Hoor de roep der duizenden dennen, hoe ze blij herhalen ons
lied
dat gaat rusten op vroomstille vennen en sterven in t ruisende riet.
Dat gaat rusten op vroomstille vennen en sterven in t ruisende riet.
Wij marcheren zijd aan zijde in het mulle, helgele zand.
Onze vlagge vlamt als de heide en zingt haar triomf in dit land.
Onze vlagge vlamt als de heide en zingt haar triomf in dit land.
DE GEWIJDEN
Clem De Ridder - Lode
Dieltiens
1. Wij mogen nooit vergeten, de
strijders van weleer.
De vechters, de profeten, zij
redden onze eer.
Hun toorn en hun gebeden bewogen
het getij;
Hun strijd wordt uitgestreden, en
Vlaanderen wordt vrij !
Vlaanderen, Vlaanderen, droom en daad.
Vlaanderen, volk wordt staat !
2. Hun kind'ren zullen wonen, in 't lang
bevochten land.
De dochters en de zonen van d'oude
flamingant.
En 't volk zal vroom belijden: zij
grepen naar geen waan,
Zij waren de gewijden, die ons
zijn voorgegaan.
WIJ REIZEN OM TE LEREN
Julius De Geyter - Peter Benoit
Wij reizen om te leren door heel het land, en hebben als wij
keren ook meer verstand.
Naar t oosten, naar t zuiden, op weg naar de Walen, och jongens wat zien wij
daar bergen en dalen.
Wat mijnen van kolen, arduin en metaal, dat geeft ook de zielen wat ijzer en staal.
Wij reizen om te leren door heel het land, en hebben als wij keren ook meer verstand.
Komt west naar de zee door de Vlaamse landouwen; komt noord naar de Schelde om er schepen
t aanschouwen.
Die stomen en zeilen omsprenkeld van schuim, met vlaggen in t want en met schatten
in t ruim.
Wij reizen om te leren door heel het land, en hebben als wij keren ook meer verstand.
AL ZINGEN 'T VRIJE LIED
Albrecht Rodenbach - Karel
Miry
1. Wij stappen geren zingend langs de
baan, dat mag in ons de Kerels nog verraân.
De Kerels ook, zij stapten geren
aan, al zingen 't vrije lied.
O ja, de Kerels nog bestaan, het staat
hun zonen ook nog aan
In schaar te stappen langs de
baan, al zingen 't vrije lied.
2. Zo kwamen zij ook van de male weer,
en lieten klinken, spijts hun graaf en heer,
De scherremaksen, 't vreselijk
geweer, al zingen 't vrije lied.
3. En als het kamp was in Kerlingaland,
de benden kwamen toe van allen kant,
En zwaaiden trots de scherremaks
in d'hand, al zingen 't vrije lied.
4. De Kerelsaard blijve in ons hert en
daân, en om te tonen dat wij nog bestaan,
Zo dreune luid door 't veld en
langs de baan, het vrije Vlaamse lied.
MILITIANENLIED
Daglielo - Jef Tinel
Wij stappen met ons regiment door dorp
en stad en vest.
De militianen zijn bekend in ieder
Diets gewest.
Is 't niet voor ons dat alles
vliedt wat Nederland bedreigt ?
Is 't dank zij onze vuisten niet
dat thans de vijand zwijgt !
Wij vechten niet om laffe roof, wij vechten niet om baat.
Maar voor het heilige geloof in de
Dinaso-staat.
Wij vechten niet uit vechters zin,
wij vechten daar het moet,
Doch rukken wij ten vijand in, bij
God, wij doen het goed.
En schutten wij met hoofd en vuist de
leider aan het stuur,
En trots de lafheid die hier
huist, de Dietse dictatuur.
Getrouw aan het Dinaso steeds,
getrouw aan wie het leidt,
Zo vinden w'ons beloning steeds in
't voeren van de strijd.
WIJ STICHTEN BRAND !
Wim Verreycken - Canon voor
drie klaroenen
Wij stichten brand, in Vlaand'ren !
Het vuur van ons willen, de gloed van onze moed.
Wij stichten brand, in Vlaanderen
mijn land.
Storm op zee, houzee !
Hoog boven de golven jaagt weer de Blauwvoet mee.
Storm op zee, houzee het V.N.J.
DIETSE
VROUWEN
Ferdinand
Vercnocke Gaston Feremans
1. Wij strijden voor s volks ere,
doch ver van strijdgedruis.
De mannen staan te were, wij
vrouwen hoeden t huis.
Diets is het heden, Diets is t verleden,
de toekomst, de toekomst ligt in der vrouwen hart !
2. Het Dietse hart der vrouwen is
moederschap gewijd.
Het moederhart blijft trouwe, het
strijdt de stille strijd.
TROMMELKNAAP
Robert Götz
1. Wij trekken langs de bane met
rustig-zware schree.
En boven ons de vane, zij knalt en
fladdert mee.
Don, don, don, ei
diri diri don.
Don, don, don, ei diri diri don.
2. Vooraan de trommeljongen, hij slaat de
trommel goed.
Hij weet nog niets van liefde, weet
niet wat scheiden doet.
3. Hij trommelde reeds velen in eeuw'ge
dodenslaap.
En toch mint nog eenieder de kleine
trommelknaap.
4. Wellicht ben ik het morgen die ergens
sterven moet.
De knaap weet niets van liefde, weet
niet wat scheiden doet.
HET LIED VAN DE
VLIJTIGE MAN
Gottfried Wolters - tekst vrij naar Hannes Krafft
Wij willen vro zingen gaan, het lied van de vlijtige man.
Hij verdient dat wij hem loven, hen bejublen: werkers boven.
Wij willen vro zingen gaan, let op want nu vangt het lied aan.
Zie daar bij t vuur staat de smid, zijn slaan weerklinkt alsof hij bidt.
De gezellen en de smeden, maken ijzer tot onz degen.
Zie daar bij t vuur staat de smid, met werkershand zwart als git.
De boer op t veld breekt de nood, hij zaait het graan
voor ons brood.
Zonder zijn band met het koren, is de stadsman toch verloren.
De boer op t veld breekt de nood, zijn noeste werk maakt hem groot.
Het koopmansgild zorgt voor geld, de ganse aardbol is zijn
veld.
Wat wij maken met ons handen, brengt hij naar de verste landen.
Het koopmansgild zorgt voor geld, een handelsgeest wordt geteld.
Leerkrachten staan voor een klas, geen wijsheid komt als
t zo niet was.
Onze kindren wordt gegeven, het verstand om wijs te leven.
Leerkrachten staan voor een klas, van a-b-c
tot Illias.
Wie ik vergat treur toch niet, al wie wat doet past in dit
lied.
Al die werken of ploegen, al die denken of zwoegen;
Hen
allemaal hoort dit lied, zij allemaal zijn mijn Diet !
HET DIETSE VENDEL
J.A. Van Kersbergen - Piet
Heins
1. Wij zijn het Dietse vendel, die naam
zijn wij verplicht.
Wij strijden met de leider, 't oog
op het Noorden gericht.
Geuzen en Artevelden zijn een
voorbeeld ons,
En onze Vlaamse helden, spijts
alle franskiljons.
Dietsland herenigd ! Dietsland vrij en
sterk !
Dat is de toekomst, Diets volk
aan't werk.
2. Langs hei en wei en stranden, klinkt
weer een nieuw geluid,
Gij volk der lage landen: verenigt
Noord en Zuid !
Diets zijn de Vlaamse steden,
Brussel, Brugge, Gent.
Want Diets is hun verleden, dat
ieder Dietser kent !