W
Waait in mijn hart weer een snijdende wind
Waar allen trouw'loos falen
Waar Breughel door de velden liep
Waar in t'bronsgroen eikehout
Waar is het land van Timmermans
Waar Maas en Schelde vloeien
Waarom, waarom, waarom
Waar stormen huilend, klagend, jagen

Waarvan gaan de boeren zo mooi ?
Waar waaien de winden zo wijd over 't land
Wahre Freundschaft soll nicht wanken
Wanneer in 't Oosten weer de zonne daagt
Wanneer kom ons troudag, Gertjie

Wat ga j'een zondagachternoen
Wat voor vijand durft ons naken

Wat zijt gij schoon, o Kempenland
Wat zingt die hoge toren toch

Wazig avondduister
Wees welkom, lieve schone mei

Wel Annemarieken
Wendenachten op de heide
What shall we do
When boyhood's fire

Wie gaat mee, over zee
Wie herbracht hier de rust op een teken van zijn hand
Wie kan zeilen zonder wind
Wie was diegene die die loverkens brak

Wie wil dit volk vernietigen
Wie wil er met mij nu naar Dietsland rijden
Wie wil horen een historie
Wie zal er ons kindeke douwen
Willen wij 't haasken jagen
Wilt heden nu treden
Wimpels waaien over Vlaand'ren
Winden waaien

Wohin auch das Auge blicket (Die Moorsoldaten)
Wohl ist die Welt
Wolken jagen door de luchten

thorh.gif (4973 bytes)Terug naar alfabet   knoop.jpg (5371 bytes) Terug naar inhoud per thema

ANNABELLE
Horst G. Hoof - Jan W. Robrecht

Waait in mijn hart weer een snijdende wind, Annabelle, mijn liefje.
Weet dat jouw liefde ook storm overwint, Annabelle, mijn liefje.
Wolken, bliksem, donder, dragen deze strijd.
Wind gaat te rust’ als mijn liefje me kust, waar wij ons kozen stopt de tijd.

Ik was een dwaas want ik liet je alleen, Annabelle, mijn liefje.
In al mijn eigenwaan liep ik weer heen, Annabelle, mijn liefje.
Ieder kan dan merken, doelloos is mijn vlucht.
IJdel mijn angst voor een dwingende band, ik geef m’aan jou en vind mijn rust.

Maan strooit haar stralen op ‘t minnende paar, Annabelle, mijn liefje.
Mateloos stijgend smelt hij weg in haar, Annabelle, mijn liefje.
Morgen zal de zonne, warmend nieuwe dag,
Merken dat weer, als in eeuwige keer, mijn liefde naar het leven lacht.

Komt toch een afscheid bij leven of dood, Annabelle, vaarwel dan.
Jij droeg mijn hart, ik jouw liefde zo groot, Annabelle, vaarwel dan.
Ooit zien wij ons weder, in de eeuwigheid,
Waar onze geesten die stegen zo hoog, de liefde vinden voor altijd.

drieknoop.gif (1823 bytes)

TROUWLIED
Ferdinand Vercnocke

Waar allen trouw'loos falen, daar blijven wij getrouw.
Dat steeds op eigen aarde, uw vaandel wapp'ren zou.
Gezichten fier en jeugdig, gij beelden uit de tijd,
Hebt onze mannenharten tot liefdedood gewijd.

Wil nimmer van ons wijken, wil altijd om ons zijn.
Trouw als de rechte eiken, als maan en zonneschijn.
Eens daagt voor elke broeder, het licht in zijn gemoed.
Wij keren tot het vaandel dat liefd' en trouwe hoedt.

Gij sterren zijt getuigen die stil ons gadeslaan.
Als alle broeders zwijgen, in zwakheid ondergaan.
Wij willen 't woord niet breken, niet wijken in 't gevecht,
Wil' prediken en spreken van strijd om erf en recht.

drieknoop.gif (1823 bytes)

VLAANDEREN
Louis Verbeeck - Gaston Nuyts

1. Waar Breughel door de velden liep, de Noordzee op de Schelde riep,
waar Rubens in een wereldtaal de lof zong van ons allemaal, waar Beatrijs de ridder zag, Egidius op sterven lag,

daar ligt dat vlakke land van mij, een groen weemoedig schilderij.
Vlaand'ren ik heb er geen kleuren genoeg om je daarmee te versieren.
In elke herberg, in iedere kroeg, zit Brauwer nog kermis te vieren.
Guido Gezelle schrijft weer een gedicht, Timmermans schildert zijn Lier.
Vlaanderen krijgt weer een kindergezicht vol met Pallieterplezier.

2. Waar Uilenspiegel grapjas was, waar Ruusbroec zijn gebeden las,
waar Hadewych, die vrome non, een hoog gesprek met God begon, waar Reynaert in zijn Malpertuis bespotte burger, kerk en kluis,

3. Waar dichters met het hart vol pijn nog lang niet uitgeschreven zijn,
waar onder elke nieuwe boom de zerk ligt van een oude droom, maar waar de jeugd in een nieuw lied een groot en mooi Europa ziet,

drieknoop.gif (1823 bytes)

LIMBURGS VOLKSLIED
G. Krekelberg - H. Tijssens

1. Waar in 't bronsgroen eikenhout, 't nachtegaaltje zingt;
Over 't malse korenveld, 't lied des leeuw'riks klinkt.
Waar de hoorn des herders schalt, langs des beekjes boord:

Daar is mijn Vaderland, Limburgs dierbaar oord. (bis)

2. Waar de brede stroom der Maas, statig zeewaarts vloeit;
Weeld'rig sappig veldgewas, kost'lijk groeit en bloeit;
Bloemengaard en beemd en bos, overheerlijk gloort:

3. Waar der vad'ren schone taal, klinkt met held're kracht;
Waar men kloek en fier van aard, vreemde praal veracht;
Eigen zeden, eigen schoon, 't hart des volks bekoort:

4. Waar aan ‘t oud Oranjehuis ‘t volk blijft hou en trouw,
met ons roemrijk Nederland een in vreugd en rouw.
Trouw aan plicht en trouw aan volk heerst van zuid tot noord

drieknoop.gif (1823 bytes)

VOOR VLAANDEREN...NATUURLIJK !
Luk Bellens

Waar is het land van Timmermans en Streuvels, waar eens de weiden wiegden als de zee ?
Waar zijn de Kerels van weleer gebleven, zo klinkt de noodroep over Vlaand'ren heen.
Maar reik een hand, m'n vriend, en maak een nieuw begin.
Wij bouwen samen aan een nieuwe tijd. En wat ons leidt ?
Het doel dat ons voor ogen staat: ons Vlaand'ren natuurlijk, natuurlijk en vrij !
Want 't land van nu is ook het land van later. De twijg moet morgen als een boom opstaan.
Het Vlaand'ren morgen is wat wij het maken, maak 't mooi als weleer en vrij zijn weg te gaan.
Dat is het hoogste doel, waar ook de tijd ons voert.
Geen staat is sterker dan een volk kan zijn.
Eens wordt de droom, de waarheid van de nieuwe dag: voor Vlaand'ren natuurlijk, natuurlijk en vrij.

drieknoop.gif (1823 bytes)

HET LIED DER VLAMINGEN

Emmanuel Hiel - Peter Benoit

1. Waar Maas en Schelde vloeien, de Noordzee bruist en stormt;
waar vred' en kunsten bloeien, de vrijheid mannen vormt;
waar velden, wouden, weiden, als gaarden rijk beplant,
de weeld' en vreugde verspreiden: daar is, daar is ons vaderland, daar is ons vaderland.

2. Daar stijgen uit ’t verleden de Kaerl en Clauwaert op;
zij hebben stout gestreden, verplet den vreemden kop;
hun goed, hun bloed, hun leven, met mildheid steeds verpand,
om ons te kunnen geven het vrije, vrije vaderland, het vrije vaderland.

3. O Nederland, o vrijheid, gij adelt ons gevoel;
wij zweren ook met blijheid: uw toekomst is ons doel!
Wij zullen, jonge scharen, steeds onze plicht gestand,
met hand en hart bewaren het heilig, heilig vaderland, het heilig vaderland.

drieknoop.gif (1823 bytes)

OMDAT IK VLAMING BEN
Lambrecht Lambrechts - M. Matthyssens

1. Waarom, waarom, waarom, ik voor geen vreemden buig,
Waarom ik met Van Maerlant juich, zijn leuze voor de mijne erken, (2 maal)

Omdat ik Vlaming ben, omdat ik Vlaming ben, omdat ik Vlaming ben !

2. Waarom, waarom, waarom, ik bij mijn stille haard,
De taal der vad'ren heb bewaard, en aan geen and're toon gewen, (2 maal)

3. Waarom, waarom, waarom, ik aan mijn kind'ren leer:
Maak Vlaand'ren groot gelijk weleer. Waarom ik hopend juich met hen, (2 maal)

4. Waarom, waarom, waarom, ik 't goede Vlaamse diet,
Mijn hart blijf schenken en mijn lied, mijn adem en mijn wakkere pen, (2 maal)

drieknoop.gif (1823 bytes)

JOEL !
Jan W. Robrecht

1. Waar stormen huilend, klagend jagen, winternacht de aarde hult,
weerklinkt het volkse biddend vragen naar weergeboorte: Joel !

Laai hoog, bevrijdende vlammen, laai hoog.
Rol neer verschroeiend rad, rol neer.

Onz’ harten branden open, van vrijheid zingen volk’ren:
Noordland en zege.

2. Waar wilde goden ’t hart vervullen, zonnewende ’t lot bestemd,
ontluikt uit ijzig kou’ verstarring weer ’t vechtersharte: Joel !

drieknoop.gif (1823 bytes)

WAARVAN GAAN DE BOEREN ZO MOOI 

Waarvan gaan de boeren, de boeren, waarvan gaan de boeren zo mooi?
Ze dorsen het koor’n en verkopen het strooi;
Daarvan gaan de boeren, de boeren, daarvan gaan de boeren zo mooi.

Waarvan hebben de boeren, de boeren, waarvan hebben de boeren veel geld?
Ze karnen de bot’r en verkopen de melk;
daarvan hebben de boeren, de boeren, daarvan hebben de boeren veel geld.

Waarvan drinken de boeren, de boeren, waarvan drinken de boeren de wijn?
Ze vetten het kalf en verkopen het zwijn;
Daarvan drinken de boeren, de boeren, daarvan drinken de boeren de wijn.

drieknoop.gif (1823 bytes)

MEETJESLAND
Clem De Ridder - Lode Dieltiens

Waar waaien de winden zo wijd over ‘t land dat schettert van kleurengewemel ?
Waar staan al de einders met popels beplant die wijzen de weg naar de hemel ?

In ‘t Meetjesland, het sprookjesland, de bloementuin van Vlaanderen.
Het waterland, het lijsterland, ons enig, eeuwig Meetjesland,
te mooi om te verand’ren, te mooi om te verand’ren.

Waar is het dat dromen en sprookjes ontstaan des ‘avonds in ‘t schijnsel der vuren ?
Waar zal men in meimaand ter bedevaart gaan als ziekte en nood blijven duren ?

Waar schuiven de vaarten door velden en bos zo traag tussen welige dijken ?
Waar schieten de spoelen zo lustig en los als ‘t Eeklo, de stad van de eiken ?

drieknoop.gif (1823 bytes)

WAHRE FREUNDSCHAFT

Wahre Freundschaft soll nicht wanken, wenn sie gleich entfernet ist.
Lebet fort noch in Gedanken, und die Treue nicht vergisst.

Keine Ader soll mir schlagen, da ich nicht an dich gedacht.
Ich will für dich Sorge tragen, bis zur späten Mitternacht.

Wenn der Mühlstein träget Reben, und daraus fliesst kühler Wein;
Wenn der Tod mir nimmt das Leben, hör ich auf dir treu zu sein.

Vrije interpretatieve vertaling:

Ware vriendschap zal niet wank'len als ze wederzijds ontstaat,
maar leeft voort nog in gedachten door een trouw die nooit vergaat.

Mijn hart zal niet meer slagen als ik niet meer aan u denk.
'k Blijf voor u steeds zorgen dragen, u die ik mijn vriendschap schenk.

Zijn we door de strijd van 't leven meer gelouterd en gerijpt,
en komt dan de dood ons scheiden: onze trouwe vriendschap blijft.

drieknoop.gif (1823 bytes)

BELOFTELIED
Wim Verreycken

Wanneer in 't Oosten weer de zonne daagt,
en in de nieuwe dag weer de Blauwvoet jaagt,

hernieuw 'k mijn heil'ge eed:
"Trouw aan het volk van Nederland,

Trouw aan de Levenswet, Trouw aan ons Jeugdverbond !"
Deze eed in ons harte gebrand,
wordt een pijler voor 't nieuwe vrije vaderland.

Laat lauwheid steeds klagen, laat lafheid versagen,
wij blijven onze eed gestand, in 't eigen Vlaanderland:
Volk wordt staat !

drieknoop.gif (1823 bytes)

GERTJIE
G.F.Root

1. Wanneer kom ons troudag, Gertjie, Gertjie, hoe's dit dan so stil met jou ?
Ons is so lank verloof al, Gertjie, Gertjie, dit is tyd dat ons gaan trou.

Glo tog, Gertjie, ek sal nooit nie, nooit nie,
nog langer aan jou sleeptou bly nie, bly nie.

Jy dink miskien: ek kan nie dood nie, dood nie,
maar my jare gaan verby.

2. 'k Hoor, jy is verliefd op Sarie, Sarie, maar die pret moet jy laat staan !
O, pas maar op vir Pieter en Danie, Danie: hul is kêr'ls wat somaer slaan.

3. Jy weet, as ons Sondags kuier, kuier, agter om die kop verby,
Dan sê ek: Nonie, lig jou sluier, sluier, kom en gee 'n soen vir my.

4. So laat ons die pret maar staan, staan, ons moet maar die soen laat bly;
Ek sal my eie pad dan kry maar, kry maar, en jy kan na Sarie vry.

drieknoop.gif (1823 bytes)

LANGS DE DIJKEN
Tijl Van Brabant - A. Preud’homme

1. Wat ga j’een zondagachternoen langs de dijken, langs de dijken,
wat ga j’een zondagachternoen langs de Scheldedijken doen ?
‘k Zie er een schuitje in het riet, maar mijn lief en zie ik niet.
‘k Zie er een schuitje in het riet, maar mijn lief en zie ik niet.

De karekiet, wiet, wiet, zingt in het riet, wiet, wiet.
Van triele, van triele, van trielewiet !
De karekiet, wiet, wiet, zingt in het riet, wiet, wiet.
Zijn leutig liefdelied.

2. Ach moet ik blijven hier alleen, langs de dijken, langs de dijken,
ach moet ik blijven hier alleen, is uw hartje dan van steen ?
Wilt gij mijn bede niet verstaan, wel dan zal ik verder gaan.
Wilt gij mijn bede niet verstaan, wel dan zal ik verder gaan.

3. Hoe zou mijn hartje zijn van steen, langs de dijken, langs de dijken.
Hoe zou mijn hartje zijn van steen, zoals gij en min ik geen.
Kom in mijn schuitje dicht bij mij, ruk aan de riemen, ‘t is hoogtij.
Kom in mijn schuitje dicht bij mij, ruk aan de riemen, ‘t is hoogtij.

drieknoop.gif (1823 bytes)

WAT VOOR VIJAND DURFT ONS NAKEN

Wat voor vijand durft ons naken, vier gebroeders op een peerd.
Ieder moet het vechten staken, als wij spelen met ons zweerd.
Wij en achten gene slagen, gene scheuten in de strijd,
want ons harnas kan ’t al dragen, daar een ander zich voor mijdt.

Wij en zijn van honderd mannen, wel bewapend, niet bevreesd.
Als wij maar de toom ontspannen dan weert zich ons peerd het meest.
Het kan lopen, het kan springen, het kan vliegen door het zand,
gene mens en kan het dwingen, want ’t heeft altijd d’overhand.

Tsa, Ros Beiaard, toont uw krachten en spaart uwe benen niet.
Toont dat ieder hem moet wachten die uw sterke leden ziet.
Slaat van achter, slaat van voren, recht u op, ’t is ons bevel.
Als wij steken met de sporen, toont dat gij voor ons zijt snel.

Wij en zullen niemand wijken, wat voor vijand ons komt aan.
Ieder moet zijn wapens strijken als wij met ons zweerden slaan.
Onze iever is te achten om ’t geluk en onderstand
die wij zoeken en betrachten voor het Mechels vaderland.


drieknoop.gif (1823 bytes)

DE KEMPEN
J. Dumoulin - Emiel Hullebroeck

Wat zijt gij schoon, o Kempenland, met uwe vlakke heiden.
Met uwe dreven, bos en land, met uwe groene weiden.
O land waar ik geboren ben, gij zijt het schoonste dat ik ken.

Uw torens prijken over 't veld, zo lachend ons in d'ogen.
Waar ge de werkman hoop voorspelt, en troostend wijst ten hoge.
Gij schenkt uw kind'ren kracht en moed, en maakt hen d'arbeid licht en zoet.

Uw echte kind'ren blijven trouw, aan deugd en taal en zeden.
Daarom is uwe lucht zo blauw, en leeft men hier tevreden.
Ja daarom blijft uw vroom geslacht, begaafd met wijsheid, moed en kracht.

drieknoop.gif (1823 bytes)

VLAANDEREN DIERBAAR LAND
Frans Liekens - Jan Broeckx

1. Wat zingt die hoge toren toch, die draagt der eeuwen kroon?
Zijn lied is smart, zijn lied is rouw, om Vlaand’rens diepe hoon.
O heerlijk land van ‘t oude diet, maak zegezang van ‘t bronzen lied.

Vlaand’ren, dierbaar land, verbreek uw band, o Vlaand’ren.
Vlaand’ren, dierbaar land, verbreek uw band, Vlaanderland !

2. Wat zingt die trouwe Schelde toch al sling’rend door het land,
waar Vlaand’rens rijkdom wiegewaagt in gouden zonnebrand?
De Schelde roept “o Vlaming waak, het geldt uw eigen aard en spraak”.

3. Klink dreunend dan, o torenzang, en golvenlied ruis voort;
giet trots en fierheid in het hart van die uw stemmen hoort.
Maak Vlaand’rens volk, zo lang geknecht, gereed ten strijd voor taal en recht.

drieknoop.gif (1823 bytes)

AVONDLIEDJE
Jef Lesage - Jos Mertens

Wazig avondduister, weemoed in mijn hart.
Wonder windgefluister streelt mijn stille smart.

Eindeloze luchten, vale sterrenglim.
Bange vogels vluchten, naar een veil'ge kim.

Over land en gouwen rust een diepe vree.
Doet mijn handen vouwen als bij vrome bêe.

'k Hoor een koehoorn schallen in een verre wei.
Bij het avondvallen voel ik God nabij.

drieknoop.gif (1823 bytes)

WEES WELKOM, LIEVE SCHONE MEI
Fr. Schubert (canon)

Wees welkom lieve schone mei, de vogels zingen u ter eer.
Wees welkom lieve schone mei, voor u weerklinkt hun lofgezang.
Wees welkom lieve schone mei, voor u weerklinkt hun lofgezang.

drieknoop.gif (1823 bytes)

EEN LIED VAN DE ZEE

Wie gaat mee, gaat mee over zee ? Houd het roer recht ! Fris blaast de wind langs de ree.
Blijft g’in ‘t nest, in ‘t nest met de rest ? Houd het roer recht ! Ons lijkt de zee ‘t allerbest.
Wie wat worden wil, wel die zit niet stil, nee, hij trekke ‘t zeegat uit, zie hem wacht rijke buit.

Bij de hand, bij de hand voor het land, houd het roer recht ! Zo klinkt het luid van allen kant.
Voor u uit het oog en omhoog, houd het roer recht ! Dat u geen storm verrassen moog’.
Met het oog in ‘t zeil en voor niemand veil, stuurt de zeeman ‘t zwemmend paard nooit voor iemand vervaard.

Een houzee, houzee voor de zee, houd het roer recht ! Jongens van Holland roept het mee.
Hier is ‘t veld, is ‘t veld voor de held, houd het roer recht ! Hier toont de man wat hij geldt.
Onder ‘t zeemansbuis daar is moed nog thuis, in zijn vuist ligt heel zijn lot, niemand vreest hij dan God.

drieknoop.gif (1823 bytes)

WEL ANNEMARIEKEN


1. "Wel Annemarieken, waar gaat gij naar toe?
Wel Annemarieke, waar gaat gij naar toe?"

"'k Gane naar buiten al bij de soldaten!"
Hopsasa, fallala, Annemarie ! (bis)

2. "Wel Annemarieken, wat gaat gij daar doen?
Wel Annemarieken, wat gaat gij daar doen?"

"Haspen en spinnen, soldaatjes beminnen!"
Hopsasa, fallala, Annemarie! (bis)

3. "Wel Annemarieken, hebt gij er geen man?
Wel Annemarieken, hebt gij er geen man?"

"Heb ik geen man, ik krijge geen slagen!"
Hopsasa, fallala, Annemarie ! (bis)

4. "Wel Annemarieken, hebt gij er geen kind?
Wel Annemarieken, hebt gij er geen kind?"

"Heb ik geen kind, ik moete niet zorgen!"
Hopsasa, fallala, Annemarie! (bis)

5. "Wel Annemarieken, hebt gij er geen lief?
Wel Annemarieken, hebt gij er geen lief?"

"'k Heb er niet één, ik heb er wel zeven!"
Hopsasa, fallala, Annemarie ! (bis)

drieknoop.gif (1823 bytes)

WENDENACHTEN
Fred Rossaert

Wendenachten op de heide, kameraden, laten wij ons verblijden.

1. Laten wij de Joeltijd vieren, groene twijgen halen uit het woud.
Kransen vlechten, dennebomen sieren, zagen, hakken de blokken hout.

2. Laat ons over vreugdevuren springen, want het voorjaar is weldra in 't zicht.
Bij de haard de zege weer bezingen, van het leven, van het licht.

3. Laten wij ook wenden onze harten, en met vreugde vullen onze zin.
Om opnieuw in wonderlijke klaarten, te beginnen het eeuwig begin.

drieknoop.gif (1823 bytes)

WHAT SHALL WE DO

1. What shall we do with the drunken sailor, (3 maal)

Early in the morning ?Hooray and up she rises, (3 maal)
Early in the morning.

2. Put him in the long-boat untill he's sober, (3 maal)

3. Pull out the plug and wet him all over, (3 maal)

4. Put him in the scuppers with a hosepipe on him, (3 maal)

5. Heave him by the leg in a runner bowlin', (3 maal)

6. Thats w'll do with the drunken sailor, (3 maal)

drieknoop.gif (1823 bytes)

A NATION ONCE AGAIN

When boyhood's fire was in my blood, I read of ancient freemen.
For Greece and Rome, who bravely stood, threehundred men and three men.
And then I prayed I yet might see our fetters rent in twain,
and Ireland, long a province, be a nation once again.
A nation once again, a nation once again,
and Ireland, long a province, be a nation once again.

So as I grew from boy to man, I bent me to that bidding,

My spirit of each selfish plan and cruel passion ridding.
For thus, I hoped some day to aid. Oh, can such hope be vain ?
When my dear country shall be made a nation once again.
A nation once again, a nation once again,
when my dear country shall be made: a nation once again.

drieknoop.gif (1823 bytes)

ARTEVELDELIED
N.   Destanberg - F.A. Gevaert

Wie herbracht hier de rust op een teken van zijn hand ?
Wie verbond al de burgers als broed’ren in één band ?
‘t Was de held, ‘t was de held, en de roem van ons land!
Hij herbracht hier de rust op een teken van zijn hand.

Wie vond werk voor her volk, door het lijden overmand ?
Wie verbond aan het bijv’rige Vlaand’ren ‘t Britse strand ?
‘t Was de held, ‘t was de held, en de roem van ons land.
Hij vond werk voor het volk, door het lijden overmand.

Wie stond recht als ons Vlaand’ren verraden lag aan band ?
En wie sloeg op zijn beurt de tirannen neer in ‘t zand ?
‘t Was de held, ‘t was de held, en de roem van ons land.
Hij stond recht als ons Vlaand’ren verraden lag aan band.

drieknoop.gif (1823 bytes)

WIE KAN ZEILEN ZONDER WIND
Zweedse melodie

Wie kan zeilen zonder wind, roeien zonder riemen ?
Wie kan scheiden van een vriend, zonder een traan te laten ?

Ik kan zeilen zonder wind, roeien zonder riemen,
maar niet scheiden van een vriend zonder een traan te laten.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE STORM VAN MUNSTER
Lied over de stad die in 1535, na bezetting door de wederdopers, weer in handen van de bisschop kwam.

Wie was diegene die die loverkens brak, ende die ze aan zijn narrekappe stak ? Het wil hem openbaren.
Wij riepen dat kruise al van de hemel aan, wij vrome landsknechten alle.

Het was op ene maandag dat men de storm voor Munster zag, omtrent de zeven uren.
Daar bleef zo menig landsknecht dood te Munster onder de muren.

Die storm die duurde een korte tijd totdat die metten waren bereid, die metten waren gezongen;
toen schoten wij daar drie bussen los, alarm zo sloegen de trommelen.

Die landsknechten waren in grote nood, daar bleef er wel drieduizend dood in anderhalver uren.
Is dat niet een grote schare volks, nog en zal geen landsknecht treuren.

Wij weken in een wilde veld, in die schansen hebben wij gevuurd ons geld, enen raad zouden zij ons geven.
Wij riepen Maria, Moeder Gods aan: beschermt ons lijf en ons leven.

Die dit liedeken eerstmaals zank, hij is een vroom landsknecht genaamd.  Hij heeft zeer wel gezongen.
Hij is te Munster aan dans geweest, de rei is hij ontsprongen.

drieknoop.gif (1823 bytes)

ADELBLOED
Jan W. Robrecht – Hans Baumann

Wie wil dit volk vernietigen in smeltkroes om de baat,
Zal ondergaan in schande, zal ondergaan in schande,
zo eenzaam in laffe haat.

Dit Vlaamse volk zal reine, met Noordse adelbloed,
De vechtersaard bewaren, de vechtersaard bewaren,
in eigen volkse moed.

Weer gloeie in uw vlaggen de zegerune hoog.
Tot boven lage landen, tot boven lage landen,
een zegeregenboog !

drieknoop.gif (1823 bytes)

WIE WIL ER MET MIJ NU NAAR DIETSLAND RIJDEN
Jozef Swolfs – Armand Preud’homme

1. Wie wil er met mij nu naar Dietsland rijden, hij hale het paard uit de stal
en holle met mij langs de velden en weiden, door ’t woud over bergen en dal.

Want Dietsland is zo schone, zijn volk de trots der aard’,
een parel uit Gods krone door Dietslands jeugd bewaard.

2. Wie wil er met mij ook voor Dietsland strijden, al was het in bloed en in vuur,
gebroken door laster, door spot en door lijden, vooruit, want het is Dietslands uur.

3. Wij allen, we willen naar Dietsland rijden al ging het door ’t dal van de dood.
Klaroenen op kop en met zwaarden die wijden word Dietsland nu machtig en groot.

drieknoop.gif (1823 bytes)

VAN HET SMIDJE

Wie wil horen een historie al van ene jonge smid, die verbrand had zijn memorie dag’lijks bij het vuur verhit?
Kloppende, kloppende met zijne hamer, kloppende, kloppende met geweld op zijn aambeeld, op zijn aambeeld.

‘k Geef de bras aan alle smeden, ik ga naar de Franse zwier, ‘k wil mij tot de trouw begeven, ‘k heb nooit schoner vrouw gezien.
Nimmermeer, nimmermeer met mijne hamer. Nimmermeer, nimmermeer met geweld op mijn aambeeld, op mijn aambeeld.

‘t Is de schoonste aller vrouwen, maar nooit was er zo’n serpent, nooit kan zij haar bakkes houden, nooit is zij wel eens kontent.
Was ik nog, was ik nog met mijne hamer. Was ik nog, was ik nog met geweld op mijn aambeeld, op mijn aambeeld.

Nooit mag ik een pintje drinken, nooit mag ik eens vrolijk zijn, nooit mag ik iemand beschenken met een glaasje bier of wijn.
Was ik nog, was ik nog met mijne hamer. Was ik nog, was ik nog met geweld op mijn aambeeld, op mijn aambeeld.

Wordt er somtijds eens gewassen dan moet ik het kind ga’slaan, dan moet ik op ‘t eten passen, zeep en stijfsel halen gaan.
Was ik nog, was ik nog met mijne hamer. Was ik nog, was ik nog met geweld op mijn aambeeld, op mijn aambeeld.

Aan de wieg moet zijn gezongen, alles dient tot mijn verdriet, anders grijnst de kleine jongen, of ik moet zingen een lied.
Was ik nog, was ik nog met mijne hamer. Was ik nog, was ik nog met geweld op mijn aambeeld, op mijn aambeeld.

‘k Geef de bras aan al het trouwen, werd ik maar eens weduwnaar, ‘k zou mij in een hoekske houden, en mij stellen uit gevaar.
Was ik maar, was ik maar met mijne hamer. Was ik maar, was ik maar met geweld op mijn aambeeld, op mijn aambeeld.

drieknoop.gif (1823 bytes)

MOEDERKE ALLEEN
R. De Clercq – Emiel Hullebroeck

Wie zal er ons kindeke douwen, en doet het zijn moederke niet?
Wie zal er zijn dekentjes vouwen, dat ’t schaars door een holleke ziet?

Kleine, kleine moederk’alleen, douw, douw, douwderideine,
kleine, kleine moederk’alleen, kan van uw wiegske niet scheên!

Wie zal naar ons kindeke kijken, die blozende stoute kapoen?
Wie zal er zijn hemdekens strijken, zijn haarke in krullekens doen?

Wie zou voor ons kindeke derven haar laatste kruimelke brood?
Wie zou er, wie zou er voor sterven, en lachen op kind en op dood?

drieknoop.gif (1823 bytes)

WILLEN WIJ T’HAASKEN JAGEN

1. Willen wij, willen wij ’t haasken jagen door de hei ?
Ja het haasken gij en ikke, door de dunne, door de dikke,
’t haasken willen wij jagen gaan, ’t haasken willen wij jagen gaan.

Deur haasken, loddelijk haasken, deur haasken, door de hei.
Deur haasken, loddelijk haasken, deur haasken, door de hei !

2. ’t Haasken blij, ’t haasken blij kwam gelopen door de hei,
onder ’t groen geboomt gezeten waren zij geheel vergeten
wat ze moesten jagen gaan, wat ze moesten jagen gaan.

3. ’t Haasken blij, ’t haasken vrij wil maar spelen door de hei,
’t jagerken dat is gevangen door haar schone rode wangen.
’t Meiske wilde hem jagen gaan, ’t meiske wilde hem jagen gaan.

drieknoop.gif (1823 bytes)

WILT HEDEN NU TREDEN
Uit: Valerius Nederlandse Gedenkklank

Wilt heden nu treden voor God den Here,
Hem bovenal loven van herten zeer.

En maken groot Zijn lieven namen ere,
Die daar nu onze vijand slaat terneer.

Ter ere ons Here wilt al uw dagen,
dit wonder bijzonder gedenken toch.

Maakt u, o mens, voor God steeds wel te dragen,
doet ieder recht, en wacht u voor bedrog.

Bid, waket en maket dat g'in de bekoring,
en 't kwade met schade toch niet en valt.

Uw vroomheid brengt, de vijand tot verstoring.
Al was zijn rijk nog eens zo sterk bewald.

drieknoop.gif (1823 bytes)

WIMPELS WAAIEN OVER VLAANDEREN
Wim Verreycken

Wimpels waaien over Vlaand'ren, heija oho (Stormend vooraan)
Oranje blanje blauwe vaandels, heija oho (Het VNJ)

1. Zwart als de aarde, grijs als de luchten, oranje als de avondzon.
Zie j'ons in Vlaamse vrije gouwen. Houzee het VNJ !

2. Noordzee de duinen, Kempen de heide, Laagland gij blijft mij eeuwig lief !
Leef in je kind'ren nu en immer. Houzee het VNJ !

3. Wij smeden banden, nooit meer te breken, ons bindt de eigen Blauwvoetvlag.
Handen tot vuisten, wal van trouwen: Houzee het VNJ !

drieknoop.gif (1823 bytes)

WINDEN WAAIEN
Felicitas Kukuck - Zweeds (of Fins ?) zeemanslied

Winden waai’n, schepen gaan ver in ‘t vreemde land.
En de matroos zijn allerliefste schat blijft wenend staan aan ‘t strand.
En de matroos zijn allerliefste schat blijft wenend staan aan ‘t strand.

Ween maar niet, zoete lief, wis je tranen af.
En denk aan mij en aan de schone tijd die ‘t walverlof ons gaf.
En denk aan mij en aan de schone tijd die ‘t walverlof ons gaf.

Nee geen hout, ook geen goud, ‘k breng toch liefde mee.
Wanneer ik morgen in je armen rust, t’rug van de wijde zee.
Wanneer ik morgen in je armen rust, t’rug van de wijde zee.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DIE MOORSOLDATEN
Rudi Goguel, Johan Esser, Wolfgang Langhoff

1. Wohin auch das Auge blicket, Moor und Heide nur ringsum,
Vogelsang uns nicht erquicket, Eichen stehen kahl und krum

Wir sind die Moorsoldaten und ziehen mit dem Spaten ins Moor.
Wir sind die Moorsoldaten und ziehen mit dem Spaten ins Moor.

2. Hier in dieser öden Heide ist das Lager aufgebaut,
wo wir fern von jeder Freude hinter Stacheldraht verstaut.
3. Morgens ziehen die Kolonnen durch das Moor zur Arbeit hin,
graben bei dem Brand der Sonne doch zur Heimat steht der Sinn.
4. Heimwärts, heimwärts jeder sehnet zu den Eltern, Weib und Kind,
manche Brust ein Seufzer dehnet weil wir hier gefangen sind.
5. Auf und nieder geh´n die Posten keiner, keiner kann hindurch,
Flucht wird nur das Leben kosten, vierfach ist umzäunt die Burg.
6. Doch für uns gibt es kein Klagen ewig kann nicht Winter sein,
einmal werden froh wir sagen: Heimat du bist wieder mein.
Dann zieh´n die Moorsoldaten nicht mehr mit dem Spaten ins Moor.
Dann zieh´n die Moorsoldaten nicht mehr mit dem Spaten
ins Moor.

The Bogsoldiers

1. Everywhere you watch Bog and marshes all around,
The chirping of the birds does not please us, Oaks are standing bare and crooked.

We are the Bogsoldiers and we move with the spade into the bog.
We are the Bogsoldiers and we move with the spade into the bog.

2. Here inside this barren marshes is built up the camp.
Where we are far off every joy are locked up behind barbwires.
3. In the morning all of us go to work in the bog,
Digging under the branding sun but our mind is at home.
4. Homeward, homeward we are yearning to the parents, wife and children.
some chests are widened with a sigh because we are locked up here.
5. Up and down the guards are walking, nobody, nobody can get away,
Escape will cost your life, four times the castle is secured.
6. In spite of all we won´t complain it can´t be an endless winter.
One day we´ll happily say that our home belongs to us again.
Then the Bogsoldiers will never take their spades to the bog again.
Then the Bogsoldiers will never take their spades to the bog again

Le chant des Marais

1. Loin dans l’infini s’étendent de grands prés marécageux.
Pas un seul oiseau ne chante dans les arbres secs et creux.
Ô terre de détresse, où nous devons sans cesse piocher, piocher.
2. Dans le camp morne et sauvage entouré de fils de fer,
il nous semble vivre en cage au milieu d’un grand désert.
Ô terre de détresse, où nous devons sans cesse piocher, piocher.
3. Bruit de pas et bruit des armes sentinelles jour et nuit.
Et du sang, des cris, des larmes, la mort pour celui qui fuit.
Ô terre de détresse, où nous devons sans cesse piocher, piocher.
4. Tous les jours la cloche rassemble triste repas de reclus.
Alors nous parlons ensemble des choses qu’on ne voit plus.
Ô terre de détresse, où nous devons sans cesse piocher, piocher.
5. Mais un jour dans notre vie le printemps refleurira.
Liberté, liberté chérie, je dirai tu es à moi.
Ô terre d’allégresse où nous pourrons sans cesse aimer, aimer.

De Moorsoldaten

1. Waarheen wij ook mogen kijken zien wij veen en hei rondom.
Vogelzang kan ons niet verblijden, bomen staan er kaal en stom.

Wij zijn de moorsoldaten en zwoegen heelder dagen in ‘t veen,
wij zijn de moorsoldaten en zwoegen heelder dagen, in ‘t veen.

2. Heen en weer zo gaan de posten, niemand kan er langs voorbij.
Vluchten zou ons het leven kosten, prikkeldraad vier op een rij.

3. Toch zal voor ons ook het uur gaan komen, ‘t kan niet eeuwig winter zijn ;
dan roepen en zingen w’ in alle tonen : land van mij ge zijt weer vrij.

drieknoop.gif (1823 bytes)

TIROLER HEIMATLIED

1. Wohl ist die Welt so gross und weit, und voller Sonnenschein;

Das allerschönste Stück davon, ist doch die Heimat mein.
Dort wo aus schmaler Felsenkluft, der Eisack springt heraus,
Von Sigmundskron der Etsch entlang, bis zur Salurner Klaus.

Heidi, heida, heida, juvivallerallera,
heidi, heida, juvivallerallera.


2. Wo König Ortler seine Stirn, hoch in die Lüfte reckt;

Bis zu des Haunolds Alpenreich, das tausend Blumen deckt;
Dort ist mein schönes Heimatland, mit seinem schweren Leid,
Mit seinem stolzen Bergeshöh'n, mit seiner stolzen Freud.

3. Im Frühling, wenn' im Tal entlang, aus allen Knospen spriesst;
Wenn auf dem Schlern im Sonnenhang, der Winterschneeze fliesst:
Da fühl ein eigen Sehnen ich, und halt es nicht mehr aus.
Es ruft so laut die Heimat mich, ich wand're froh hinaus.

drieknoop.gif (1823 bytes)

VOORWAARTS, STORMSOLDAAT !
J.A. Van Kersbergen - Piet Heins

1. Wolken jagen door de luchten, stormen vegen over 't land.
Schuwe schimmen schichtig vluchten uit het oude vaderland.

Voorwaarts als de noorderwinden,
storm voorwaarts, stormsoldaat.

Voorwaarts als de noorderwinden,
storm door volk en staat.

2. Regenbuien schrobben straten, spoelen land en steden nat.
't Vuil en stof der democraten heeft zijn laatste kans gehad.

3. Tot de misten weer verdwijnen, uit het Dietse vergezicht.
Tot de zon ook hier zal schijnen, en ons land weer straalt in 't licht.

drieknoop.gif (1823 bytes)