V
Vaarwel en goede nacht
Vaarwel mijn broeder
Van al de vreemde streken
Van de fjorden tot de Oeralrug
Van Guldensporen zult gij horen
Van op Corsica tot in Litouwen
Van 't oude Brabant, kroonjuweel
Ver op hoë berge
Vier weverkens zag men ter botermarkt
gaan
Vlaanderen volg de witte Kaproen
Vlaenderen, dach en nacht denc ic aen u
Vlaendren die Leu
Vlamingen vielen
Vlammen rijst hoog
Vlammen warmen harten
Volk van Vlaanderland, eeuwen bezet
Volk wil 't geweer van fiere soldaten
Voor jou, mijn lievekijn
Vrezend en klein verbergt zich bange burger
Vrienden, kom zit neder in de ronde
Vuren lichten over d'aard
Terug naar alfabet
Terug naar inhoud per thema
VAARWEL EN GOEDE NACHT
Yv. de Man
Vaarwel en goede nacht, de dag heeft
zijn vreugd gebracht, wij moeten scheiden.
De winter is koud en lang, de zomer
brengt vog'lenzang, dan komt verblijden. (bis)
't Is alles zo doods en koud, zo naakt
liggen veld en woud en wij gescheiden.
O, warme zomerland, o, stevige
vriendenhand, ik mis u beiden. (bis)
Doch liefde gaat nimmer dood, zij lokt
uit der aarde schoot, haar diepste levenskracht.
Na winter komt zonneschijn, dan
zullen wij samenzijn in volle lentepracht. (bis)
VAARWEL MIJN BROEDER
Hubertus Waelrant
Vaarwel mijn broeder, vaarwel mijn
broeder, ik zie dij niet meer weer.
Vaarwel mijn broeder, vaarwel mijn
broeder, ik zie dij niet meer weer.
Mijn goede broeder, mijn dood is
nabij.
O, denk toch steeds aan mij, o,
denk toch steeds aan mij, o, denk toch steeds aan mij,
Vaarwel mijn broeder. Vaarwel mijn
broeder.
O, denk toch steeds aan mij, o,
denk toch steeds aan mij, o, denk toch steeds aan mij,
Vaarwel mijn broeder.
1. Van
al de vreemde streken, t zij in oost of west,
Komt er een Tschek of Rus, een Pool
of Batavier,
Omdat
t zo lekker is, omdat t zo lekker is,
2.
Teniers heeft ons geschreven tussen pot en pint,
Want zonder malse teug en is er geen
plezier,
3. De
Faro doet ons zingen, de Uitzet maakt ons dik,
Die daar nen beet in doet zo van een
pint of vier,
4. Maar
hoor die stoppen springen, zie wat schuim zo wit.
t Is de vermaarde Seef, de
vreugd van ons kwartier,
5. Een
smaklijk pintje Gersten in een goede buis,
Daarbij ge bloost ervan gelijk een
rode flier,
HOUD
UW AKKER VRIJ
Jan W. Robrecht Hans
Baumann
1. Van de fjorden tot de Oeralrug, tot
aan warme zee;
over laagland, over bergenbrug,
kent gij t werelddeel ?
Eenheid van doel kameraden: houd uw akker vrij !
Voor de erven van dit
avondland, voor de erven van dit avondland,
Weer wie dreigen, weer wie
roven, houd Europas akker vrij.
2. Op de grond, gewonnen van de zee:
oogst na taaie strijd.
Wilde stormen dragen vruchtend
mee: zaad in eeuwigheid.
3. Waar de volkren, fier op deigen ziel, weerbaar samenstaan,
kondigt onvertraagbaar levenswiel
vrijheid, zege aan !
GULDENSPOREN
Ragna Verreycken
1. Van guldensporen zult gij horen, en van goedendag.
Van "Schild en vriend"
en aanvalshoorn, in een harde slag.
Wij Kerlinnen spelen Vlaand'ren vrij, met de Blauwvoet op onz' spelkledij.
Wij Kerlinnen spelen Vlaand'ren
vrij, (handgeklap) Vlaanderen vrij !
2. De Vlaamse Klauwaerts werden leeuwen,
sterk en onvervaard.
Zij vochten voor hun eigen steden,
voor hun eigen haard.
3. Wat vroeger Vlaamse strijders deden,
blijft een heldendaad.
En als vandaag terug Klauwaerts
streden: Vlaanderen werd staat !
DUIZEND
VAANDELS
Rover
1. Van op Corsica tot in Litouwen staat
een nieuwe jeugd paraat.
Vormt een machtig leger van
getrouwen, dat zal breken de oude staat !
En daarom dus voorwaarts, voor
Vlaand'rens toekomst.
Kameraden vecht voor een Europa
waar de vrijheid lacht.
Hijs een vaandel, duizend
vaandels, rond de klauwende Leeuwevlag !
2. Over Brussel, Voer en IJzertoren,
reiken wij elkaar de hand.
Franskiljons ruim baan, ge zijt
verloren, leve Vlaand'ren: ons vaderland !
3. Boven 't Avondland laaien de vlammen,
van een harde, lange strijd.
Muren vallen en paleizen branden,
breng Europa de nieuwe tijd !
HAGELAND
J. Valvekens Armand Preudhomme
1. Van t oude Brabant, kroonjuweel,
en van gans Vlaandren t liefste deel, dat is ons Hageland.
Zeg waar geen zachter heimat weet
dan t dal van Demer, Dijle en Geet, gezegend door Gods hand.
De Hagelander zingt ook mee het eigen
lied,
in strijd en vree, in vreugde, ramp en rouw.
Hij heeft aan t lieve Hageland zijn hart en hand en eer
verpand:
de Kerel, houw en trouw !
2. En klim dan eens de heuvlen op
wanneer de zonne rijst in top: wat heerlijk vergezicht.
De dorpen in hun schrijn gevat,
de torens boven doude stad, ze zingen van het licht.
VER OP HOË BERGE
Ver op hoë berge, o-o-o...
Sit ek eensaam in die nag, by my
vuurtjie stil op wag, ver op hoë berge.
'k Denk nou kom my liefste, o-o-o...
k' Sie van verre kom die wa, die
my liefste skat daar dra, ver op hoë berge.
Droom is weer voorbij nou, o-o-o...
'k Sit weer eensaam in die nag, by
my vuurtjie stil op wag, ver op hoë berge.
DE VIER WEVERKENS
1. Vier weverkens zag men ter
botermarkt gaan,
en de boter die was er zo diere.
Zij hadden geen duit meer haast in
hunne tas,
en ze kochten een pond savieren.
Schietspoele, sjerrebekke,
spoelza.
Djikke, djakke, kerrekoltjes, klits klets !
(laatste zin van strofe)
2. En als zij dat boterken hadden
gekocht,
zij hadden er vier platelen.
Zij spraken dat vrouwke zo
vriendelijk aan:
sa vrouwtje, en wil het ons delen.
3. Dat vrouwke dat sprak: ja dat zal ik
wel doen,
ja zowel als een vrouwke vol ere.
Want ik wete wel wat de weverkens
zijn:
en de weverkens zijn er geen heren.
4. Wat zouden de weverkens heren zijn,
zij en hebben noch huize noch erve.
En kruipt er een muiske in hunne
schapraai,
van honger zo moet het er sterven.
5. En als dan dat muiske gestorven zal
zijn,
waar zullen zij het begraven ?
Al onder de weverkens hunne
getouw,
en het grafke zal rooskens dragen.
KAPROENENLIED
René
De Clercq - Armand Preud'homme
Vlaanderen volg de Witte Kaproen,
Vlamingen thans als Vlamingen toen.
Zorg voor uzelf, geen ander zal't
doen. Slaat op de trommel,
Slaat op de trommel, van
dirredondijne ! Dat voor elk huis een man verschijne.
Slaat op de trommel, Slaat op de trommel, van dirredondon,
Eer uw geluid in uw land verstom.
Blijf wie ge waart, noch Waal noch
Pruis. Stellen de daân weer boven gedruis.
Hier zijn de bez'men, veeg er uw
huis. Slaat op de trommel,
Slaat op de trommel, van
dirredondijne, wees van uw volk, het uwe is't zijne.
Slaat op de trommel, Slaat op de
trommel, van dirredondon.
Waak op uw erf en uw eigendom.
Gij die gelooft, geloof in uw recht, gij
die juicht "vrijheid", wees er geen knecht.
Gij die roept "brood",
de geest ook is slecht. Slaat op de trommel,
Slaat op de trommel, van
dirredondijne ! Flink voor het recht op de rechte lijne,
Slaat op de trommel, Slaat op de
trommel, van dirredondon.
Vlaming doe wel ende ziet
"goed" om !
VLAENDEREN BOVENAL
H. von Fallersleben F. Van Duyse
Vlaenderen, dach en nacht denc ic aen u.
Waer ic ooc ben en vaer, ghi syt mi altyt naer,
waer ic ooc ben en vaer, ghi syt mi altyt naer.
Vlaenderen, dach en nacht denc ic aen u.
Beemden en velden staen overal groen;
schoon is ons lant geheel, schoon als een lustprieel,
beemden en velden staen overal groen.
Vlaenderen, boven al hebbic
u lief.
Ghi minen lust, myn smert, ghi licht mi diep in t
hert,
ghi minen lust, myn smert, ghi licht mi diep in t
hert.
Vlaenderen, boven al hebbic u lief.
Overal vrolichheit, overal lust,
Maechden van fier gelaet, cnapen so vroom en draet.
Overal vrolichheit, overal lust.
Vlaenderen, allentyt blyf
di mi lief.
Neemt van mi hert en hant, neemt mine trou te pant,
neemt van mi hert en hant, neemt mine trou te pant.
Vlaenderen, allen tyt blyfdi mi lief.
VLAENDEREN DIE LEU
Bert
Peleman - Armand Preud'homme
"Vlaend'ren die Leu" klonk de
vrijheidskreet, van ridders, soldaten en boeren.
"Vlaend'ren die Leu"
klonk de vrijheidskreet, van hen die bij Groeninghe zwoeren.
En dreunend weerklonk het,
temidden de slag: "Goedendag, goedendag !"
De smaad, het verraad, het
vernederen beu: "Vlaend'ren die Leu ! Vlaend'ren die Leu !"
"Outer en Heerd" klonk de
vrijheidskreet, van arbeiders, burgers en boeren.
"Outer en Heerd" klonk
de vrijheidskreet, van hen die bij Vlaanderen zwoeren.
Te roek'loos met God en met Rome
gespot: "Sansculot, Sansculot !"
Te schandig het kruisbeeld en
Vlaend'ren onteerd: "Outer en Heerd, Outer en Heerd !"
"Vlaend'ren die Leu" zij de
vrijheidskreet, van hen die nog durven te strijden.
"Outer en Heerd" zij de
vrijheidskreet, van hen die dit volk mee bevrijden.
Bij Leeuw en bij Kruis, sta bereid
tot de slag: "Goedendag, Goedendag !"
De smaad, het verraad, het
vernederen beu: "Vlaend'ren die Leu, Vlaend'ren die Leu !"
VLAMINGEN
VIELEN
Jan W. Robrecht Hans
Baumann
Vlamingen vielen, moed werd tot zaad.
Winnen de aarde vraagt sterke daad.
Winnen de aarde vraagt sterke
daad.
Vlamingen vielen, hoedend hun eer.
Hoor, die hen sloegen wij keren weer.
Hoor, die hen sloegen, wij keren
weer.
Vlamingen vielen, winnend de dood.
Kindren nu moedig groeien tot groot.
Kindren nu moedig groeien
tot groot.
Vlamingen vielen, leven volbracht.
Weet dan, gij voogden: volk hoort de macht.
Weet dan, gij voogden: volk hoort
de macht.
VLAMMEN RIJST HOOG
E.P. Monden - K.L.Tr.Gläser
Vlammen rijst hoog, vlammen rijst hoog !
Kronkelt in likkend gewemel,
Slaat met een ruk naar de hemel,
stralend omhoog, stralend omhoog !
Staat hand in hand, staat hand in hand !
Laat, Vlaamse kerels en knapen,
Gloed voor de zielen ons rapen,
uit deze brand, uit deze brand !
Gloed op ons werk, gloed op ons werk !
En met de glans dezer vuren,
Staan wij in donkerste uren,
lichtend en sterk, lichtend en sterk !
VRIJ
GEBOREN
Jan W. Robrecht Duitse
melodie
Vlammen warmen harten van die - vrij
geboren -
eenzaam houden trouw de wacht
Tot klimt en groeit het
ochtendgloren.
Wrijf uw ogen !
De dageraad is stralend daar, een nieuwe dag is aangebroken.
Kom oogsten volle halmen zwaar, tot
avond weer zijn mantel spreidt.
Luister naar het droomrig lied van
luit en fijfer,
stijgend naar de sterrenlucht
Die twinkelt tot de zon herboren.
Hoor trompetten !
Zij manen al wie met het zwaard het erfgoed van de vadren borgen.
Onz kindren zijn die
strijd wel waard, hun vrije lach ons mooiste loon.
Nachten duren lang voor hen die hoeden
vuren,
dragen takkenbossen aan
Want eens jaagt brand de
kerkermuren.
Wij ontwaken !
![]()
ALS VOLK NAAR EUROPA
Rover
1. Volk van Vlaanderland, eeuwen bezet,
taai ons verzet en dit volk heeft nog moed,
dus vliegt nog de Blauwvoet, storm
op zee !
Hoor dan ons lied over 't Avondland.
Zie hoe de zon de straten openbrandt,
op weg naar het groot geheel,
van Oeral tot Noordzeeblauw,
als volk naar Europa,
klinkt de roep in ied're Vlaamse gouw.
2. Volk van Baskenland, ondanks uw
trots,
hard als een rots, nog steeds niet bevrijd,
maar eens komt uw tijd, askatasuna
!
3. Volk van Ierland, strijdersnatuur,
actie en vuur, ondanks eeuwen geweld,
uw ziel nooit geveld: a nation
once again !
4. Volk van de Kroaat, Vukovar viel,
maar niet uw ziel, ondanks Westers verraad,
bouwt gij aan uw staat: domovina !
SOLDATEN
Ferdinand Verknocke - Reimond
Keldermans
Volk wil 't geweer van fiere soldaten,
mannen gewapend voor haard en eer.
Helmen van staal en open gelaten:
geef 't volk een rusting, gij ijz'ren heer !
Volk gij waart immer volk van soldaten. Neringen, gilden bij Roeland's taal !
't Heer van 't gemeen rukt aan
door de straten. Sluit aan de grens zijn gelid van staal !
Komt er een Spanjaard Neêrland
benauwen, Geus in het bos en ter zee, sta schrap:
Ere Wilhelmus, Prins van Nassauwe,
Prinselijke trouw tot de bedelnap !
Volk, gij wordt weer een volk van
soldaten, arbeider, boer, kameraad, treed aan !
Volkeren worden weerbare staten,
waar ijzeren hielen de stapmaat slaan !
MIJN
LIEVEKIJN
Jan W. Robrecht - Hans Baumann
Voor jou mijn lievekijn breng ik de mei;
zing voor jouw huisje klein luide en blij;
Plukte die bloemenpracht in eerste
meienacht:
enkel voor jou !
Samen naar buiten gaan, zoeken de
won;
dwars door de vlindertijd, vinden de zon.
Harten in blije dans vlechten een
minnekrans:
wij zijn een paar !
Wij delen vreugde saam en ook de pijn.
Kinderlach vult het huis, zielmedicijn.
Waar trouwe liefde heerst viert
elke dag zijn feest:
sibbefestijn !
STRIJDBANIER
Jan W. Robrecht Hans
Baumann
1. Vrezend en klein verbergt zich bange
burger,
grootsheid en daden gehaat.
Spelen en brood maken levende
doden,
wij branden weg hun geblaat.
Vlaandren de Leeuw !
Gij klauwt door de tijden, zwart op gouden strijdbanier.
Ga ons vooraan, van Noordzee
tot de heide,
wordt lichtend zegevuur !
2. Bouwt g aan een volk, dan bouwt
gij voor uw kindren
toekomst en hoedende haard.
Jaagt gij tirannen en voogden de
nacht in,
zij zijn t verjagen wel waard.
3. Groot is het rijk dat groeit aan
dhorizonten,
volk wil bewaren de moed.
Vloek dan de staat die bezet onze
gronden
rood van het eervolle bloed.
4. Nooit zijt gij dood als levend in
gedachten,
oogst van uw werken geloofd.
Trots zal dan laaien in jonge
geslachten:
vlam van de trouw, nooit gedoofd.
ZIT NEDER IN DE RONDE
1. Vrienden kom, zit neder in de ronde, en genieten wij van deze stonde.
Al te samen opgeruimd en blij,
schuif wat dichter, dichter, dichter, dichter bij. (bis)
2. Denk niet meer aan al die droeve dagen, met hun storm en wind en regenvlagen.
Want de winter is al lang voorbij,
schuif wat dichter, dichter, dichter, dichter bij. (bis)
3. Ziet, de zon is weer in 't land
gekomen. en we mogen al te samen dromen,
Van de zomer en de blijde mei,
schuif wat dichter, dichter, dichter, dichter bij. (bis)
4. Waar gij later allen moget varen, blijf
in 't harte trouw de eed bewaren,
Ga door 't leven altijd zij aan zij,
schuif wat dichter, dichter, dichter, dichter bij. (bis)
VUREN LICHTEN (tweede deel melodie = Laai op, gij rode
vlammen)
Vuren lichten over d'aard, vlammen laaien hemelwaarts,
richtend onze wensen.
Sterrenwereld, eeuwigheid, open
uwe poorten wijd,
zegen met uw licht de mensen.
Vuren lichten over d'aard, vlammen
laaien hemelwaarts,
richtend onze wensen.