S
Sa, laat ons vrolijk wezen
Schipperke van de Schelde
Schoon is de jeugd
Schoon is het morgenrood
Schoon klaart de dag

Schoon lief hoe ligt gij hier en slaapt
Schoon lieveken
Sint Jozef bereidde die wondere nacht
Slaat op de trommele
Sneeuw legt weer zijn blank tapijt

Sta in de morgen
Stap in wie van de wereld een mooie brok wil zien

Stemmen zwijgen
Stormvogels aan het Dietse strand

thorh.gif (4973 bytes)Terug naar alfabet   knoop.jpg (5371 bytes) Terug naar inhoud per thema

SA, LAAT ONS VROLIJK WEZEN

Sa, laat ons vrolijk wezen, op Sint-Antonius feest, feest, feest,
Op Sint-Antonius feest. Sint-Antonius en de duivel waren gemeen,
En ze dansten om het zeest, zeest, zeest, en ze dansten om het zeest.

Eén van Lucifers posturen, die wilde vrolijk zijn, zijn, zijn,
Die wilde vrolijk zijn. Hij droeg een ijzer braadpan op zijn hoofd,
En een vaatje brandewijn, wijn, wijn, en een vaatje brandewijn.

A vous !, zeid' hij, Sint-Antoneke, 't is een glazeke tegen de vaak, vaak, vaak,
't Is een glazeke tegen de vaak. Sint-Antonius riep: "'k een mag geen brandewijn",
En hij goot het tegen zijn kaak, kaak, kaak, en hij goot het tegen zijn kaak.

Dat was om hem te kwellen, door 't nemen van de drank, drank, drank,
Door 't nemen van de drank. Sint-Antonius greep de duivel bij de steert,
En hij schreeuwde wel zes uren lang, lang, lang, en hij schreeuwde wel zes uren lang.

drieknoop.gif (1823 bytes)

SCHIPPERKE VAN DE SCHELDE
E.    De Ridder - M. Veremans

1. Schipperke van de Schelde, schipperke lief: ohe! ‘k Wou zo graag nog over, zeg mag ik met je mee?
Op het woelend water vrees ik geen gevaar, als ik u zie zitten aan het riemenpaar.

Op de Schelde danst een bootje over tuimelgolfjes heen,
en het draagt twee jonge mensen, ja wie weet waarheen?
Wie weet waarheen, wie weet waarheen, ha, ha, waarheen?

2. Schipperke van de Schelde, ‘t schipperke lief heur zei: ‘k neem je veilig mede ginds naar de overzij.
Kijk mijn riem hoe snedig die door ‘t water plast, en hoe licht mijn bootje draagt je lieve last.

3. Schipperke van de Schelde, schipperke lief, je fooi. ‘t Was wel kort het tochtje doch het was enig mooi.
Jij moet niet betalen zei de veerman toen, maar hij bood zijn wang aan en hij kreeg een zoen.

drieknoop.gif (1823 bytes)

WERE DI !
E. De Ridder - Armand Preud'homme

1. Schoon is de jeugd, die zelf zich eert, sterk als gedegen staal.
Vredig van aard, maar die zich weert, vecht voor heur ideaal.

Were di, kameraad !  Were di, kameraad !
Eerst te woord, dan ter daad, Were di, kameraad !

Were di, waar gij zijt ! Were di, sta bereid !
Were di, waar het lot u ook leidt, Were di !

2. Flink is de jeugd, die durft en wil wat heur behoort in recht.
Nooit zich vergooit voor vreemde wil, taai om heur waarden vecht !

3. Rijk is de jeugd die denkt en strijdt, om wat nog komen moet.
Kloek en beraden zich bereidt, harten en zielen hoedt.

drieknoop.gif (1823 bytes)

SCHOON IS HET MORGENROOD

Schoon is het morgenrood, dat in ons ogen glinstert.

Fris is de morgenwind, waarin de wimpels slaan !
En in ons ogen bloeit de lente open,
als meisjesscharen door de velden gaan.

Een hart vol zonneschijn, een veldweg door de heide.
Een verre horizon, waar witte wolken staan.
En in ons zingen bloeit de vreugde open,
als meisjesscharen door de morgen gaan.

De jeugd, o meisjesdroom, is als de witte bloesem,
die na de lentetijd, zo vluchtig weer verdwijnt.
Toch blijft die tijd voor ons de schoonste uit ons leven,
als meisjesscharen door de velden gaan.

drieknoop.gif (1823 bytes)

WIJ ZIJN BEREID
Roger Lammens - Jef Tinel

Schoon klaart de dag, hoog waait de vlag.
Wie niet dapper is kan bij ons niet staan;
wie niet durven kan moet ten onder gaan.

Komt straks de harde strijd: wij zijn bereid !

Eens komt het uur, gloeiend als vuur,
Dat de vijand grimmig voor ons staat
en het uur der Dietse zege slaat.

Komt straks de harde strijd: wij zijn bereid !

Trouw tot de dood ! Dietsland wordt groot.
Als gij morgen valt en ik blijf alleen,
kameraad, 'k blijf trouw en ik vecht voor twee.

Komt straks de harde strijd: wij zijn bereid !

drieknoop.gif (1823 bytes)

SCHOON LIEF, HOE LIGT GIJ HIER EN SLAAPT

Schoon lief, hoe ligt gij hier en slaapt in uwen eerste drome ?
Wil opstaan en de mei ontvaân, hij staat hier al zo schone.

‘k En zou voor gene mei opstaan, mijn vensterke niet ontsluiten.
Plant uwe mei waar ’t u gerei, plant uwe mei daar buiten.

Waar zou ‘k hem planten of waar doen ? ’t Is al op ’s heren strate.
De winternacht is koud en lang, hij zou zijn bloeien laten.

Schoon lief, laat hij zijn bloeien staan, wij zullen hem begraven,
Op ’t kerkhof bij de eglantier, zijn graf zal rozekens dragen.

Schoon lief en om die rozekens zal ’t nachtegaaltje springen,
En voor ons bei’ in elke mei zijn schoonste liedekens zingen.

 drieknoop.gif (1823 bytes)

SCHOON LIEVEKEN

Schoon lieveken waar waarde gij de eerste meienacht,
dat gij mij gene meie bracht ?
De eerste meienacht, schoon lief dan was ik ziek,
schoon lieveke ik kon er van mijn beddeke niet.

Schoon lieveke waar waarde gij de tweede meienacht,
dat gij mij gene meie bracht ?
De tweede meienacht zocht ik een eglantier,
schoon lieveke sta op en uwe mei is hier.

‘k En sta er toch voorwaar voor uwe schone mei niet op,
of ik zal er mijn venster niet ontsluiten.
Uw mei die komt te laat, plant vrij hem op de straat,
schoon lieveke plant uwe mei daar buiten !

drieknoop.gif (1823 bytes)

SUSA NINA
J. Simons - Armand Preud'homme

1. Sint Jozef bereidde die wondere nacht,
van 't zuiverste strooisel een beddeke zacht.

Daarop heeft Maria met schamele vlijt,
haar schreiende kindje te slapen geleid.


Susa Nina, 't Hemelse hof in een arme stal !

En engelen wieken naar 't aardse dal,
en vullen de sferen met feestgeschal.

Susa Nina, voor de Koning van 't heelal !

2. De herders ontwaakten in 't schitterend licht,
aan hen werd de troostende boodschap gericht.
Een boodschap van vrede vanuit 't paradijs:
aan allen de goeden van wille zij peis !

3. Drie Koningen kwamen naar 't kind van heel ver,
zij volgden het licht van de stralende ster.
Zij hebben de Godmens, de Koning aanschouwd,
en offerden wierook en myrrhe en goud.

4. Nog steeds brengt het kindje zijn boodschap van vree,
voor alle goedwilligen onder ons mee.
Een boodschap van vrede, van heldere kracht,
een boodschap van licht in de donkere nacht.

drieknoop.gif (1823 bytes)

SLAAT OP DE TROMMELE

Slaat op de trommele, van dirredomdeine, slaat op de trommele, van dirredomdoes.
Slaat op de trommele, van dirredomdeine, vive le Geus, is nu de leus !

Vive le Geus !  Wilt christelijk leven, vive le Geus !  Houdt fraaie moed.
Vive le Geus !  God behoed' u voor sneven, vive le Geus !  Edel Christenbloed !

Oflaat intijds nog, Gods woord te krenken, oflaat intijds nog uw goddeloos spel;
Oflaat intijds, och wilt u bedenken, oflaat intijds, valt God niet rebel.

(Oflaat: laat af, houd op)

drieknoop.gif (1823 bytes)

SNEEUW LEGT WEER ZIJN BLANK TAPIJT
Herbert Napiersky

Sneeuw legt weer zijn blank tapijt en de nachten zwijgen,
omdat wij in deze tijd, omdat wij in deze tijd,
voor de stilte neigen, voor de stilte neigen.

Groent een den trots winterpij diep in 't woud verborgen,
dat maakt onze harten blij, dat maakt onze harten blij,
als een helle morgen, als een helle morgen.

Op zijn takken plaatsen wij kaarsen die als baken
naar de stille eeuwigheid, naar de stille eeuwigheid,
onze harten raken, onze harten raken.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DAGLIED
Renaat Van Daele - Armand Preud'homme

Sta in de morgen de lach op 't gelaat, sterk voor uw volk, fris voor uw taak !
Draag van de morgen het lichtend gewaad over uw volk, over uw taak.

Groot zult ge zijn in het rijzend gebouw.

Groot zult ge zijn in het rijzend gebouw, rots in uw eer, reus in uw trouw !

Sta in de dag de zon op 't gelaat, sterk voor uw volk, fris voor uw taak !
Stel met uw broeders de dienende daad, bouw voor uw volk, wroet aan uw taak !

Sta in de avond de vrêe op 't gelaat, zing met uw volk, zing om uw taak !
Voel dat ge weer op de wereld bestaat, eén met uw volk, rijk om uw taak !

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE AUTOCAR
Eugeen De Ridder - Armand Preud'homme

Stap in wie van de wereld een mooie brok wil zien. Uw eigen Kempen kent ge nog zelf niet eens misschien.
Met buren en vriendinnen tezamen dus op reis. We gaan een dag uit rijden, door 't kempenparadijs.

En we rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, boereknechten, boeremeiden.
En we rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, nu wat vlugger dan met 't oude ossenspan.
En we rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, boereknechten, boeremeiden.
En we rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, rijden an.
En we wiegen, en we wiegen, en we vliegen, en we vliegen, en we zweven, en we zweven,
en we beven, en we beven, en we draaien, en we zwaaien, en we draaien en we zwaaien,
en we hotsen en we botsen, en we hotsen en we botsen, en we oh hop, stop, Teut, teut, teut.
En we rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, boereknechten, boeremeiden,
En we rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, rijden, rijden an.

Daar ginder vloeit de Nete gelijk een zilverdraad, en kijk hoe Sint Gommarus voornaam te pronken staat.
Ginds blinken al de vennen, Sint Dymphna, ach hoe schoon, geen land gelijk de kempen draagt zulke torenkroon.

Hier sluimert een begijnhof, daar droomt er een abdij, en 't belfort in de verte zingt nog van "Vlaams en vrij".
Maar dorstig maakt zo'n reisje, naar Olen blijgezind. Daar krijgt men nog lijk vroeger drie oren aan een pint.

drieknoop.gif (1823 bytes)

WIM MAES
Jan W. Robrecht – Hans Baumann

Stemmen zwijgen, woord kan nooit verklaren:
daad van wie gaf zijn hart en zijn geest.

Rond een graf van adel, één om ’t woord gegeven,
wordt uw trouw tot zegefeest.

Heimwee naar de trouwe der vad’ren.
Volk van mijn Vlaand’ren, groot was zijn eer.

Rond een graf van adel, één om ’t woord gegeven,
dragen wij uw teken weer.

Erven dragen opwaarts uw vaandel.
Zaad van gedachten kiemd’ in onz’ ziel.

Rond een graf van adel, één om ’t woord gegeven,
volgt een volk zijn levenswiel.

Stormen hullen donker lage landen.
Blijf baken, lichtend naar d’eigen aard.

Rond een graf van adel, één om ’t woord gegeven,
strijdend volk is vrijheid waard.

drieknoop.gif (1823 bytes)

STORMVOGELS
J. Coene - Robert Götz

Stormvogels aan het Dietse strand, geen storm heeft u verdreven.
Strijdend in stormen houdt gij stand, ons leert gij schoon te leven.

Zo gaan wij weren met zwaarden goed, de vijand van ons erve.
Zannekin zendt u met de groet: wij winnen of wij sterven.

Gij volgt ons in het groot geweld. De goede zwaarden blinken.
Sterven wij op het Kasselveld, wij zien uw vleugel winken.

Brengt onze groet in vlugge vaart, wij hebben vroom gestreden.
Roept uwe zonen bij dit zwaard, dat zij het sterker smeden.

drieknoop.gif (1823 bytes)