R
Rijk is de gouw van ons Brabantse land
Rond een graf geschaard
Rood vlamt het vuur in de
winternacht
Roosmarijntje
Rosa willen wij dansen
Ruim baan, gij volkeren, waar wij
gaan
Ry maar an, ossewa
Terug naar alfabet
Terug naar inhoud per thema
BRABANT
Clem De Ridder - Emiel
Hullebroeck
1. Rijk is de gouw van ons Brabantse land,
welige tuin in het voorjaar.
Honigaroom na de zomerse brand,
heuvel en delling zijn vruchtbaar.
Breughel verkoos u, land van mijn
jeugd,
land van de jubel en land van de vreugd.
Brabant, vreugdeland, edele Brabant:
Were di !
2. Tegen de glooiing bloeit geurend de hop, gelende, trillende bellen.
Meiden en knapen de heuvelen op !
Weg nu de zorgen die kwellen.
Straks is het pluktijd, 't grote
festijn.
Boer, schenk ons cider- en appelenwijn.
3. Volk van mijn Brabant, zo vroom en zo
schoon, eert uwe Brabantse zeden,
Die ge geërfd hebt van vader op
zoon, wilt er een wapen uit smeden.
Draagt uwe koppen fier in de lucht,
'n Brabander is voor geen vijand beducht.
DIE
OSSEWA
Volkswysie
Rij maar an, ossewâ, rij maar an, rij
maar an, ossewâ, rij maar an.
Weet je wel waarheen ie gaan, wel
naar huis toe rij die wâ.
Rij maar an, ossewâ, rij maar
an, rij maar an, ossewâ, rij maar an.
1. Zachtjes an en niet te snel, anders
wordt die os te moe.
Zachtjes an en niet te snel,
bereiken zal j'ons huisje wel.
Rij maar an
2. Zachtjes naar het maïsveld, daar lâ
men die ossewâ.
Zachtjes naar het maïsveld, en
weldra is ie kant en klaar !
ROND EEN GRAF
Jan W. Robrecht Hans
Baumann
Rond een graf geschaard staan wij,
kameraad. Waarom zijt gij ons toch ontnomen?
Uw sibbe schonkt gij steeds blije
daad en volk werd groot door uw dromen.
Uw sibbe schonkt gij steeds blije
daad, en volk werd groot door uw dromen.
Uit dit leven zijt gij te plots weggerukt.
Onz zij is te leeg, te verlaten.
Uw stille moed was de sterke stut in
trouwe eed van kameraden.
Uw stille moed was de sterke stut in
trouwe eed van kameraden.
Moge steeds weer voeden uw geest ons
gemoed. Van hoge geleid mijn gedachten.
Wees baken naar nieuw herwonnen
moed, en schenk mijn werken uw krachten.
Wees baken naar nieuw herwonnen
moed, en schenk mijn werken uw krachten.
Laat dit een vaarwel doch geen afscheid nu
zijn. Uw plaats in ons hart blijft behouden.
Wij weten u in de sterrenschijn op
Vlaandrens eeuwige wouden.
Wij weten u in de sterrenschijn op
Vlaandrens eeuwige wouden.
BIJ
HET WACHTVUUR
Tekst: naar Bruno Voorde Marcel Cornelis
Rood vlamt het vuur in de winternacht, stil zijn de moede
soldaten.
t Vuur zingt een lied en de sintel lacht, moe zijn de stille soldaten.
Dra in het land zal het Joelfeest zijn,
zonwend dat zouden zij vieren;
Vieren tezamen, met oude wijn, vrienden bijeen, hun gevieren.
Dra in het land zal het Joelfeest zijn, één van de vier was
gevallen.
Laat in de avond bij maneschijn had men een schot horen knallen.
Eén van de vier bij het vuur in de nacht stond niet meer daar bij de maten.
Droef bij het vuur droomt de late wacht: moede en stille soldaten.
Rood speelt de vlam in de zwarte nacht, Joelfeest dat zouden
zij vieren.
t Vuur zingt een lied en de vlamme vlagt stil voor de drie soldenieren.
Hoog licht daarboven de sterrenwacht: één van de vier van de maten.
Rood vlamt het vuur in de stille nacht, moe zijn de bronzen soldaten.
ROOSMARIJNTJE
Bert Peleman - Armand
Preud'homme
1. Roosmarijntje: rozenmond ! Wist je mijn
verlangen !
Roosmarijntje: rozenmond ! Met je
bolle wangen.
Links en rechts moet ik marcheren ! Links
en rechts aan u voorbij;
Tussen helmen en geweren, Schoon
ik met u vrij.
2. Roosmarijntje: blonde kind, met je
blauwe ogen,
Met je haren in de wind, nooit heb
'k u belogen !
3. Roosmarijntje: kleine vrouw met je vele
zorgen,
Als ik morgen met je trouw ligt een
schat verborgen !
4. Roosmarijntje: schattebout; heerlijk
moet het wezen,
Als g'ons eerste kindje douwt uit
een droom gerezen.
ROSA, WILLEN WIJ DANSEN
1. Rosa willen wij dansen? Danst Rosa,
danst Rosa.
Roos heeft bloemen op heuren hoed,
zij hadde geld maar weinig goed.
Danst Rosa zoef.
2. Rosa willen wij kiezen? Kiest Roda, kiest Rosa.
3. Rosa willen wij kussen? Kust Rosa,
kust Rosa.
4. Rosa willen wij kronen? Kroont Rosa,
kroont Rosa.
5. Rosa willen wij knielen? Knielt
Rosa, knielt Rosa.
6. Rosa willen wij opstaan en deuregaan, t is al gedaan.
DE LAATSTE GOTEN
Felix Dahn - Fred
Alwers
Ruim baan, gij volk'ren, waar wij gaan,
wij zijn de laatste Goten.
Een dode koning dragen wij, wij
schrijden naar de boten.
Met schild bij schild, en speer bij speer, zo trotsen wij de winden.
Tot w'in de grauwe, verre zee, het
eiland Thule vinden.
Dat moet het trouwe eiland zijn, daar
geldt nog recht en ere.
Daar leggen wij de koning neer, in
't graf van eiken speren.
Wij komen, hoort die donk're stap, uit
Rome's valse dreven.
Wij dragen onze koning mee, voor
ons gaf hij zijn leven.
Ruim baan, gij volk'ren, waar wij gaan,
wij zijn de laatste Goten.
Een dode koning dragen wij, wij
schrijden naar de boten.