N
Naam van mijn land
Naar de hoogten stijgen klachten
Naar het evenbeeld der vlammen
Naar het evenbeeld van Freya
Naar Oostland willen wij rijden
Naar wat de dennen fluisteren
Neemt mij in der hand
Ni, Breiziz a galon, karom or gwir vro
Niets kan ons roven
Nooit geremd, nooit vertraagd
Noordland, lange winternachten
Nu dan aan 't smullen, werp 't kommervolle masker af

Nu dreunt weer de mars der kolonnen
Nu het lied der Vlaamse zonen
Nu is 't de tijd

thorh.gif (4973 bytes)Terug naar alfabet   knoop.jpg (5371 bytes) Terug naar inhoud per thema

EED
Ferdinand Vercnocke – Jos. De Maeght

Naam van mijn land, naam van mijn land, in brand en bloed geboren,
Bij u heb ik gezworen: ik blijf uw roem gestand.

Bij u heb ik gezworen: ik blijf uw roem gestand !

Taal van mijn land, taal van mijn land, waarin de vad’ren spreken.
De boodschap moet ik breken, die in mijn ziele brandt.
De boodschap moet ik breken, die in mijn ziele brandt !

Volk van mijn land, volk van mijn land, in u ben ik verloren.
Op de bres zult gij mij horen, bij rode, rode kamp.
Op de bres zult gij mij horen, bij rode, rode kamp !

drieknoop.gif (1823 bytes)

GEDENKEN

Naar de hoogten stijgen klachten, verre berken luisteren mede.

Blije dagen worden nachten, dromen eind’gen heden.

Vorm een sterke kring van getrouwen rond wie droeg het hoofd omhoge.

Wie uit dromen daad kon bouwen kan op vrienden bogen.

Vrienden schutten nu die blijven, geven adelwoord zijn waarde,
Zullen levenswielen drijven. Zaad ontstijgt de aarde.

Blijf gedenken wie bij leven stut en schouder gaf aan erven.
Wie slechts handen droeg om te geven kan in vrede sterven.

drieknoop.gif (1823 bytes)

HERNIEUWING
F. Jacob - W. De Beer

Naar het evenbeeld der vlammen, in een joelvuur laaiend hoog,
Mensen richt ook uw verlangen, naar de klare hemel hoog.

Naar het evenbeeld der sterren, tot een lichtkrans saamgebracht,
Mensen, wees ook gij gemeenschap, vol met nieuwe levenskracht.

Weerom is het uur gekomen, tot het wenden van de tijd,
Zegen, Heer, de zuiv're krachten, nu en in de eeuwigheid.

drieknoop.gif (1823 bytes)

LEVENSWET
Jan W. Robrecht – Hans Baumann

1. Naar het evenbeeld van Freya, Hoge moeder van de min
schenkt gij kind’ren aan wie liefde, aan wie levenstrouw geeft zin.

Hoge Vader, Asgaardkoning, hebt de Bifrost uitgezet,
Geeft in Midgaard mensen loning wen zij leven naar uw wet.

2. Gooit de hamer, rolt zijn wagen, door een dreigend wolkenkleed.
Zo de heer der luchten – Thor – maakt ons tot levensstrijd gereed.

3. Ban de Loki uit onz’ harten, slechts wie nooit gebroken ’t woord,
kan zich Balders’ jeugd verwerven, groeit in levensadel voort.

drieknoop.gif (1823 bytes)

NAAR OOSTLAND

Naer Oostland willen wij rijden, naer Oostland willen wij mee.

Al over die groene heiden, fris over die heiden ! Daer is er een betere stee.

Als wij binnen Oostland komen, al onder dat hoge huis fijn,
Daer worden wij binnen gelaten, fris over die heiden ! Zij heten ons willekom zijn.

Ja willekom moeten wij wezen, zeer willekom moeten wij zijn.
Daer zullen wij avond en morgen, fris over die heiden ! Nog drinken de koele wijn.

Wij drinken de wijn er uit schalen, en 't bier ook zo veel ons belieft;
Daar is het vrolijk te leven, fris over die heiden ! Daar woont er mijn zoetelief.

drieknoop.gif (1823 bytes)

NAAR WAT DE DENNEN FLUIST'REN
Jozef Simons - Armand Preud'homme

Naar wat de dennen fluist'ren die buigen kruin aan kruin,
Zit ik zo vaak te luist'ren, in 't buntgras van het duin.
Hoe zon en zomer pralen, op 't purper van de hei;
Wat toverkleur zij malen, maar alles gaat voorbij. (2 maal)

De winter komt gedrenteld, en weg is 't paradijs.
De wereld ligt gewenteld, in sneeuw en vorst en ijs,
Waarboven koude starren, op nachtelijke pij,
Al tintelende marren, maar alles gaat voorbij. (2 maal)

Wij zien hoe ’t mensenleven verstuift aan onze voet.
De jongen piepen even zo d'oude voren doet.
De grijsaard blikt met weemoed terug langs weg en hei.
En zucht met stille deemoed: nog sluiten en voorbij. (2 maal)

drieknoop.gif (1823 bytes)

NEEMT MIJ IN DER HAND
Uit: Valerius Nederlandse Gedenkklank

 Neemt mij in der hand, hoort in 't kort verklaren,
Wat ons hier in 't land, al is wedervaren.

drieknoop.gif (1823 bytes)

NI, BREIZIZ A GALON

1. Ni, Breiziz a galon, karom or gwir vro, brudet eo an Arvor dre ar bed tro-dro
Dispont kreiz ar brezel on tadou ken mad a skuilhas eviti o gwad.

O Breiz, ma Bro, me gar ma Bro !
Tra ma vo mor vel mur 'n he zro, ra vezo digabestr ma Bro.

2. Ar vretoned a zo tud kalet ha krefiv n'eus pobl ken kalonek a zindan an nefiv
Gwerz trist, son dudius a ziwan eno. O pegen kaer, ez out, ma Bro.

3. Breiz, douar ar sent koz, douar ar varzed, n'euz bro all a garan kement 'barz ar bed
Pep menez, pep traonien d'am halon zo kër enno kousk meur a Vreizad ter.

4. Mar d'eo bet trehet Breiz er brezeliou braz, he yez a zo bepred ken beo ha biskoaz
He halon virvidik a lamm hoaz 'n he hreiz dihunet out breman, ma Breiz.

drieknoop.gif (1823 bytes)

NIETS KAN ONS ROVEN
Naar Karl Bröger – Heinrich Spitta

Niets kan ons roven, ’t heidens geloven in eigen aard.
Eigen te houden, grootser te bouwen: woord wordt tot zwaard !

Mochten wij sterven, weten onz’ erven wat plicht gebiedt:
Eigen te houden, grootser te bouwen: Noordland sterft niet !

drieknoop.gif (1823 bytes)

WENDECANON
Jan W. Robrecht – Hans Baumann

Nooit geremd, nooit vertraagd, wordt de aard’ rondgejaagd.
Elke dag volgt een nacht.  Weent de maan ?   Zon die lacht !
En na elk groot verdriet volgt dit vrolijkmakend lied.

Neemt de dood daar een vriend, schenkt het leven hier een kind.
En na regengeween dringt de zon door wolken heen.
Ach, wie boos gaat tekeer, weet dan: liefde komt steeds weer.

drieknoop.gif (1823 bytes)

NOORDLAND
Jan W. Robrecht – Hans Baumann

Noordland, lange winternachten, dwingen tot diepe rust.
Haardvuren, laaiende vlammen, noden tot levenslust, noden tot levenslust.

Over velden en landauwen straalt weer een helle zon,
Tonend aan jonge geslachten waar onze zeg’ begon, waar onze zeg’ begon.

Hoor nu ’t dreunen van de trommen, roepend tot nieuwe slag.
Samen met fijfers en trompetten, groetend de jonge dag, groetend de jonge dag.

drieknoop.gif (1823 bytes)

OUD TAFELLIED
X. Janssens – Chr.W. Kindleben

1. Nu dan aan ’t smullen, werpt ’t kommervolle masker af en drinkt de gulle wijn tot aan ’t graf !

Edite, bibite, collegiales, post multa saecula pocula nulla, post multa saecula pocula nulla !

2. Geen koers in d’Halle, de prof heeft in de kele zeer, we drinken allen te zijner eer !
3. Jubelt als zotten, broers, binst uw jongheid zoet en schoon, en plukt maar botten voor Bacchus’ kroon !
4. Op vette akkers schieten de botten weeld’rig uit, toch is ’t de zonne die hen ontsluit !

(oorspronkelijk Duits)

1. Ca ça geschmauset, lasst uns nicht rappelköpfisch sein, wer nicht mithauset der bleibt daheim.

Edite, bibite....

2. Auf, auf, ihr Brüder, erhebt den Bacchus auf den Tron, und setzt euch nider, wir trinken schon.
3. Denkt oft, ihr Brüder, an unsre Jugendfröhlichkeit, sie kehrt nicht wieder, die goldne Zeit !

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE MARS DER KOLONNEN
Herbert Napiersky

Nu dreunt weer de mars der kolonnen de trommelknaap vooraan.
En helder verrijst nu de zonne, een stralende morgen breekt aan.
En niemand van ons die ooit heeft versaagd of moede naar de weg gevraagd,
waar ons de trommel voert.

En voor ons wappert het vaandel in 't ijle morgenblauw.
Wij zijn door het vaandel verbonden in kameraadschap en trouw.
En niemand van ons die ooit heeft versaagd of moede naar de weg gevraagd,
waar ons het vaandel voert.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE BLAUWVOET
Albrecht Rodenbach - Emiel Hullebroeck

1. Nu het lied der Vlaamse zonen, nu een dreunend kerelslied,
Dat in wilde Noordertonen, uit het diepst ons herten schiet.

Ei ! Het lied der Vlaamse zonen, met zijn wilde Noordertonen,

Met het oude Vlaams hoezee: vliegt de Blauwvoet ?  Storm op zee !

2. 't Wierd gezeid dat Vlaand'ren groot was, groot scheen in der tijden wolk.
Maar dat Vlaanderland nu dood was, en het vrije kerelsvolk.

3. Maar daar klonk een stemme krachtig over 't oude Noordzeestrand.
En het stormde groots en machtig in dat dode Vlaanderland !

4. En hier staan wij, 't hoofd omhoge, vuisten sidd'rend, kokend bloed,
Vlamme in 't herte, vlam in d'oge, en ons naam ons trillen doet.

5 Van de blonde Noordse stranden, dwang en buigen ongewend,
onze vaders herwaarts landden, leden, streden, ongetemd.

6 Ja, wij zijn der Vlamen zonen, sterk van lijf en sterk van ziel,
en wij zou’n nog kunnen tonen hoe de klauw der Klauwaarts viel.

7 Op ons vane vliegt de Blauwvoet, die voorspelt het zeegedruis,
en de Leeuw er met zijn klauw hoedt ‘t lieve dierbaar Christikruis.

8. Weg de bastaards, weg de lauwaards, ons behoort het Noordzeestrand.
Ons, de Kerels, ons de Klauwaards, leve God en Vlaanderland.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE HEIDE BLOEIT
Jef Simons - Armand Preud'homme

1. Nu is 't de tijd, dat in onz' oude Kempen,
de heide bloeit, zo ver het oog maar schouwt.

Purper van kleur, een klaarte niet te dempen,
zo wijd de vlakte 't vergezicht ontvouwt.

De zomer gloeit, jochei ! De heide bloeit, jochei !
De lucht is blauw op alle kimmen, jochei ! De zonne danst, jochei !
De heide glanst, jochei ! En alle dennebossen glimmen, jochei !

2. Nu is 't de tijd, dat hoog op alle wegen,
de graanoogst danst, en schommelt naar de schuur.

Garven gegroeid uit arbeidsmilde zegen,
en 't welig koest'rend gouden zonnevuur.

3. Nu is 't de tijd, dat zon en zomer pralen.
De boomgaard buigt zijn zwaargeladen kruin.

Helder weerklinkt de roep der wielewalen,
en zilv'ren berken wuiven op het duin.

4. Nu is 't de tijd, van trekken en van treden.
Een vrolijk lied geeft vleugels aan de voet.

En al wie keert brengt vreugdestralend mede,
een tuiltje hei en frisse levensmoed.

drieknoop.gif (1823 bytes)