M
Mamma 'k wil een man hê
Meisje, ik heb u lief
Men noemt hem een broer
Merck toch hoe sterck
Met ons vendel door het
leven
Mijn handen staan scheef, mijn benen staan krom
Mijn laatste groet, mijn kameraad
Mijn papa is zo'n sterke man
Mijn Schilt ende betrouwen
Mijn Vlaandren heb ik
hartlijk lief
Mijn volk met uw trotse verleden
Mijn zoetlief was een
weverkijn
Mitte Confitte
Moed is macht en mannenwil
Moeke doar staait 'n
vrijer aan de deur
Mooi als lijsters
Morgen marcheren wij
Morgenrood
My Sarie Marais
Terug naar alfabet
Terug naar inhoud per thema
MAMMA, 'K WIL 'N MAN HE
1. Mamma, 'k wil 'n man hê ! Watter
man mij liewe kind ?
Wil jij dan 'n Fransman hê ? Nee,
mamma, nee !
'n Franseman die wil ek nie,
Dit is mij plesier, met die boerjongkerels hier.
2. Mamma, 'k wil 'n man hê ! Watter man
mij liewe kind ?
Wil jij dan 'n Hollander hê ? Nee,
mamma, nee !
'n Hollander die wil ek nie, want
God vervloek dit kan ek nie,
3. Mamma, 'k wil 'n man hê ! Watter man mij liewe kind ?
Wil jij dan een Duitser hê ? Nee,
mamma, nee !
'n Duitserman, die wil ek nie, want
Schweinefleisch dit lus ek nie,
4. Mamma, 'k wil 'n man hê ! Watter man
mij liewe kind ?
Wil jij dan 'n Boer soms hê ? Ja,
mamma, ja !
'n Boereman, die wil ek hê, in 'n
Boer se arme wil ek lê,
![]()
IK HEB U LIEF
Jan W. Robrecht Hans Baumann
Meisje ik heb u lief, jij bent mijn
hartedief.
Neem mijne mei, neem mijne mei, maak
er uw liefste dan blij.
Jongen wij zijn een paar, samen bouwen wij
t jaar.
Sta aan mijn zij, sta aan mijn zij,
vecht er ons leven dan vrij.
Kindergelach wondren vermag,
klatert door heldere dag.
Liefde eerlijk en schoon, bouw in
Vlaandren een woon.
Voor dit gezin, voor deze min, opdat
nieuw leven begin.
GEDULD IS VERRAAD
J. Van Steen
Men noemt hem een broer, maar hij blijkt
niet zo lief, die Vlaanderens erfdeel komt stelen.
Hij neemt er ons goed voor zijn
eigen gerief, en durft ons in't Frans nog bevelen.
Hij waant zich de heer, en de
Vlaming zijn knecht,
En treedt met de voet onze taal en
ons recht.
Wees paraat of 't is morgen te
laat: geduld is verraad.
Wij dulden niet langer die dwingelandij,
hun meineed waarop ze nog boften.
Wij strijden voor heilige rechten
en zij, zij hielden noch eed noch beloften.
De volkeren weten welk onrecht
hier heerst,
Aan ieder zijn recht, maar aan
Vlaanderen eerst !
Wees paraat of 't is morgen te
laat: geduld is verraad.
En wil hij naar Frankrijk dan moet hij
maar gaan, het zal ons bijlange niet deren.
Wij kunnen als volk ook alleen wel
bestaan, en zelf onze zaken beheren.
Maar Vlaamse gebieden die rooft
men niet mee,
En Vlaand'ren blijft Vlaams van de
Maas tot de zee !
Wees paraat of 't is morgen te
laat: geduld is verraad.
MERCK TOCH HOE STERCK
Uit Valerius Nederlandse
Gedenkklank, 1626
Merck toch hoe sterck nu int werck sich
al steld,
die t'allen tijd soo ons vrijheijt
heeft bestreden.
Siet hoe hij slaeft, graeft en
draeft met geweld,
om onse goet en ons bloet en onse
steden !
Hoor de Spaensche trommels slaen !
Hoor Maraens trompetten !
Siet, hoe komt hij trecken aen
Bergen te besetten !
Berg op Zoom, hout u vroom, stut
de Spaensche scharen.
Laet 's lands boom end' zijn
stroom trouw'lijck toch bewaren.
't Moedige bloedige woedige swaerd
blonck en het klonck dat de
voncken daer uyt vlogen.
Beving en leving, opgeving der
aerd,
wonder gedonder nu onder was, nu
boven.
Door al 't mijnen en 't geschut
dat men daeglijckx hoorde:
menig Spanjert in sijn hut in sijn
bloet versmoorde.
Berg op Zoom, hout zich vroom,
stut de Spaensche scharen.
't Heeft 's lands boom end' zijn
stroom trouw'lijck doen bewaren.
Die van Oranjen quam Spanjen aen boord,
om uyt het velt, als een helt, 't
gewelt te weeren.
Maer also dra Spinola 't heeft
gehoord,
trekt hij flox heen op de been met
al zijn heeren.
Cordua kruyd spoedig voort, sach
daer niet te winnen;
Don Velasco liep gestoort, 't vlas
was niet te spinnen.
Berg op Zoom, hout u vroom, stut
de Spaensche scharen;
't heeft 's lands boom end' zijn
stroom trouw'lijck doen bewaren.
MET ONS VENDEL DOOR HET LEVEN
Herman Wauters
Met ons vendel door het leven in
broederschap en trouw.
Nimmer klagen, nooit versagen, wees
sterk, handhaaf en bouw.
Alle leed en zorgen draag je licht,
wanneer je het verstaat:
zoals wij te trekken 't leven in,
een glimlach op 't gelaat.
Voorwaarts, kameraden, 't dreune in
het rond:
lang leve het vendel, en ons jeugdverbond.
Voorwaarts, kameraden, 't dreune in
het rond:
lang leve het vendel, en ons jeugdverbond !
IK DRINK
Louis Verbeeck Armand Preudhomme
Ik drink op het heimwee dat knaagt in
mijn borst,
Ik drink pint op pint met een zwierig gebaar,
Toch blijf ik maar drinken, het zit mij in t bloed,
1. Mijn handen staan scheef, mijn benen
staan krom, ik weet dat ik leef maar ik weet niet waarom.
Geen vrouw kijkt me aan, geen lief lacht me toe, mijn triestig gezicht zijn ze allemaal
moe.
Ik ben heel alleen, ik heb zon verdriet, ik zucht en ik ween, want mijn hart is
failliet.
AFSCHEIDSGROET
P. Laleman Guido Haazen
Mijn laatste groet, mijn kameraad, in deze stille uren;
straks volgen wij de slaande trom en doven hier de vuren.
Kameraad als weer de trommel slaat, tot harde kamp staat gij paraat,
maar in ons laait eenzelfde brand, ons bindt een houwe trouwe band.
Gaat dan broeders gaat, gaat dan, broeders gaat.
DE JEUGD IS SLECHT
Jan W. Robrecht
Mijn
papa is zon sterke man, die kan ik echt niet missen.
Ik zie hem bij de koffiekan, dan is
hij reeds gehaast;
Dag hele lieve vreemdeling, dag
papa, dag.
Mijn
mama is zon lieve vrouw, mijn mama is een schatje.
Na uren aan dat praatmachien, en
zijsprongen bij nacht,
Dag hele lieve vreemdelinge, dag
mama, dag.
Mijn
ouders zijn nu uit elkaar, geen afscheid, zelfs geen woord.
En elke week ga k op bezoek
als deurmatsleutelding.
Dag lieve ouders, ga nu maar. Dag,
vreemden, dag.
Wanneer
ik later groot zal zijn, misschien wil ik geen kindren.
Heel diep in mij zit wel een hart
maar dat voel ik niet meer.
Dag grote mensen, laat mij maar, dag
leugenaars, dag
WILHELMUS
Toegeschreven aan Philips van
Marnix van St.-Aldegonde
Oorspronkelijk één strofe
per letter van Willem van Nassau,
nu eerste strofe Nederlands volkslied, zesde strofe heelnederlandse belijdenis.
Wilhelmus van Nassouwe ben ick van Duitsen
bloed.
Een Prince van Oranje ben ik vrij
onverveerd, den Koning van
Hispanje heb ik altijd geëerd.
Mijn Schild ende betrouwen
zijt gij, o God mijn Heer. Op
U zo wil ik bouwen verlaat mij nimmermeer.
Dat ik toch vroom mag blijven Uw
dienaar 't aller stond, de
tyrannie verdrijven die mij mijn hert doorwondt.
MIJN VLAANDREN HEB IK HARTLIJK LIEF
T. Coopman G.T. Antheunis
Mijn Vlaandren heb ik
hartlijk lief, mijn Vlaandren heb ik hartlijk lief,
mijn Vlaandren boven al, mijn Vlaandren
boven al.
Dat is t refrein, t is het liefdelied dat
ik nooit vergeten zal.
Dat is t refrein, t is het liefdelied dat
ik nooit vergeten zal.
Des morgens als de zonne lacht (2x)
Dan zing ik blij vol lust (2x)
Zo zalig als de brave man die vrouw en kindren
kust (2x).
Des avonds als ik moe van zin (2x)
de rust verlangend zoek (2x)
dan bid ik: Vlaandren, Vlaandren
lief, mijn Vlaandren houd u kloek (2x).
En k droom dan,
k droom van roem en macht (2x)
en eeuwen gaan voorbij (2x)
En dreunend klinkt het: Schild en vriend,
en ik zie mijn Vlaandren vrij (2x).
Mijn Vlaandren heb ik
hartlijk lief (2x)
Mijn Vlaandren boven al (2x)
Dat is t refrein, t is het liefdelied dat
ik eeuwig zingen zal (2x).
![]()
HEROPSTANDING
Clem De Ridder - Lode Dieltiens
1. Mijn volk met uw trotse verleden, van
glanzende glorie getooid.
Hoe kondt gij uw oorsprong
vergeten, hoe werdt gij zo arm en berooid ?
Volk van mijn land, denk aan uw schand,
denk aan het kwaad waar de haat u mee slaat.
Leg vast de vuist om het
blinkende staal.
Vecht voor uw recht, voor uw
vrijheid en taal.
Vecht voor uw recht, voor uw
vrijheid en taal !
2. Wij hebben veel eden gezworen, veel
leed en ontgooch'ling verkropt.
Wat meldt ons de wacht op de toren
? "Nog immer blijft Vlaand'ren verschopt !"
Gij keerde in wezen en aanschijn,
gij eiste uw recht in de staat !
MIJN ZOETLIEF WAS EEN WEVERKIJN
Tijl van Brabant - Armand
Preud'homme
Mijn zoetlief was een weverkijn, dat
weefde vroeg en laat.
Dat weefde uit de zonneschijn, een
gulden bruidsgewaad.
Holi-o-lie, holi-o-lie,
holi-o-lei, een bruidsgewaad voor mij.
Die wever op een morgen sprak: "O liefken mint ge mij ?"
Ik waande dat mij 't harte brak,
van liefde, 'k was zo blij.
Holi-o-lie, holi-o-lie, holi-o-lei,
van liefde, 'k was zo blij.
Dat weverkijn kwam toen terstond, en
schonk zijn harte mijn.
Hij zoende mij op mijnen mond,
zijn zoen was zoet als wijn.
Holi-o-lie, holi-o-lie,
holi-o-lei, zijn zoen was zoet als wijn.
MITTE CONFITTE
Uit Brugge (omstreeks 1900)
Mitte confitte kom t avond thuis, t is kermis in
mijn streetje,
Mitte confitte kom t avond thuis, t is kermis in mijn huis.
De ene drinkt een potje thee, de ander drinkt een potje kaffee.
Mitte confitte kom t avond thuis, t is kermis in mijn streetje,
Mitte
confitte kom t avond thuis, t is kermis in mijn huis.
MOED IS MACHT EN MANNENWIL
F. Vercnocke Van de Weghe
Moed is macht en mannenwil, moed is streng
en moed is stil.
Moed is macht en mannenwil, moed is streng en moed is stil.
Moed hoort de man (moed hoort de man), moed hoort de man.
Eer beveelt het durvend doen, eer is
t schild met rein blazoen (2 x).
Eer hoort de man (eer hoort de man), eer hoort de man.
Tucht is orde in t groot gestel,
tucht aanhoort alleen t bevel (2 x).
Tucht hoort de man (tucht hoort de man), tucht hoort de man.
Man is held en volks zijn daad, heer en
knecht zijn kameraad (2 x).
Man eert de man (man eert de man), man eert de man.
Volk is wet die mannen bindt, volk, dat man
zijn vrijheid wint (2 x).
Volk roept de man (volk roept de man), volk roept de man.
MOEKE DOAR STAAIT 'N VRIJER
1. Moeke doar staait 'n vrijer an de deur, fikedom, fikedom, fifalderaldera.
Moeke doar staait 'n vrijer an de
deur. Halleluja !
2. Vroag ais, wat hai drinken wil.
3. Thee met widde puntjes.
4. Vroag ais wat hai eten wil.
5. Gört met proemedanten.
6. Vroag ais woar hai sloap'n wil.
7. Op het mooiste ber in hoes.
8. Vroag ais houveul geld hai het.
9. Honderddoezend gulden.
10. Loat hem din moar binnenkoomn.
![]()
VOGELZANG
Mooi als lijsters, zo zingen Gudrunmeisjes.
Fris als vinken, zo kwelen de
Kerlinnen dit lied.
Meeuwen, ja Meeuwen, als
nachtegalen zingen zij.
![]()
MORGEN MARCHEREN WIJ
Hans Heeren
Morgen marcheren wij fris in de slag.
Hoop in de harten gloeit schoon als de dag.
Keer ik niet meer terug, wat geeft
het mij:
Groot wordt het Vaderland, Dietsland weer vrij.
Roepen geen sterren ons aan d'horizon.
Rood zijn de wolken, oranje de zon.
Zie 'k Uw gelaat niet meer, trouw
tot de dood.
Vrij wordt het vaderland, Dietsland weer groot.
Als jij in 't noorden, ik in 't zuiden
val,
Op beider graf een lelie bloeien zal.
Bloeden en sterven wij, wij zijn
bereid.
Eens wordt het vaderland, Dietsland bevrijd !
MORGENROOD
Friedrich Silcher
Morgenrood, morgenrood, spelt m'allicht
een vroege dood.
Als de krijgstrompetten klinken, zal
de dood mij wreed verminken,
Mij en menig kameraad.
Onverwacht, onverwacht, wordt mijn levensloop volbracht.
Gist'ren nog te paard gestegen,
straks op 't slagveld neergezegen,
Morgen reeds in 't kille graf.
Kalm en stil, kalm en stil, voeg 'k mij
naar Gods heil'ge wil.
Daarom zal ik moedig strijden, kan
'k den wrede dood niet mijden,
'k Sterf als dapper ruitersman.
SARIE
MARAIS
Joan Van Niekerk
1. My Sarie Marais is so ver van my hart,
maar 'k hoop om haar weer te sien.
Sy het in die wyk van die Mooirivier
gewoon, nog voor die oorlog het begin.
O, bring my trug na die ou Transvaal, daar waar my Sarie woon.
Daaronder in die Milies by die
groen doringboom, daar woon my Sarie Marais. (bis)
2. Ek was so bang dat die Kakies my sou
vang, en ver oor die see wegstuur.
Toe vlug ek na die kant van die
Upington se sand, daar onder langs die Grootrivier.
3. Verlossing het gekom en die huistoe
gaan was daar, trug na die ou Transvaal.
My liewelingspersoon sal seker ook
daar wees om my met 'n kus te beloon.
4. Die Kakies is mos net soos 'n
krokodillepes, hul sleep jou altyd watertoe.
Hulle gooi jou op 'n skip vir 'n
lange, lange "trip", die Josie weet waar naartoe.