L
Laai op gij rode vlammen
Laai op, laai op, rossige gloed
Laat de klaroenen schallen
Laat kind'ren blij hun leven spelen
Laat uw felle vaandels waaien
Laat vreugdevuren branden
Lachend komt de jonge lente aan
Lachend komt de zomer over het veld
Lamme Goedzak ligt begraven
Land in een gordel van stromen geprangd
Langs dreven en weiden
Langzaam glijden de uren
Lied van mijn land, 'k zal u altijd
horen
Liefde gaf U duizend
namen
Liefde is echt
Lieve lente, daal toch neder
Lieve lente, schenk uw zegen
Terug naar alfabet
Terug naar inhoud per thema
LICHTBAKEN
F. Jacob - W. De Beer
Laai op, gij rode vlammen, in deze
donk're nacht;
De duisternis te bannen, met uwe
lichtende kracht.
Rijs hoog, bezielend Joelvuur, in
deze rijke nacht;
Het heil'ge uur dat nadert, waarop
de wereld wacht.
Breek uit, gij laaiende branden, in deze
hoge nacht;
Het avondland bevrijdend, uit zijn
onzuiv're macht.
KAMPVUUR
Eug. De Ridder - Armand Preudhomme
Laai op, laai op, rossige gloed, likkende tongen, likkende
tongen, vlammenvloed.
Smeulend kampvuur houdt de wacht tot de nieuwe dageraad, goede nacht.
De nacht is stil, het houtvuur
gloeit. De vlammenzuilen lichten.
Gebeeldhouwd dromen in een kring verschaduwde gezichten.
Uit wisselspel van vuur en rook gestalten schrijden nader,
en ieder biedt de mond tot zoen aan moederlief, aan vader.
Al dieper, dieper zakt de nacht.
Het kampvuur is het baken
waar rond de jeugd een toekomst droomt in stille avondwake.
We biechten aan het eigen hart ons vroeger doen en denken,
en voelen hoe ons t loutrend vuur komt gave vriendschap schenken.
VLAGGELIED
Leo Poppe - Tinel
Laat de klaroenen schallen, al sneven
w'in de slag.
Wij weten als wij vallen, eens
volgen duizendtallen,
de Dietse vrijheidsvlag.
De handen af ! Wij waken. Een Sneyssens draagt de vaan.
Dat z'elke poging staken, geen die
de vlag zal raken
gaat levend hier vandaan.
GEEF
RUIMTE
Jan W. Robrecht - Duitse melodie
Laat kindren blij hun leven
spelen, van zorgen vrij, voor morgen niet bevreesd.
Laat hollen, springen, nooit
vervelen, ontdekken hoe de wereld ooit geweest.
Zo jong, zo wild en zonder dwang,
zich vormend vele tijden lang.
Zoals de aarde moet een kind ook
wezen, zichzelve kneden tot een sterke rots.
Heijo, geef kindren dan de
ruimte, heijo, geef kindren ruime baan.
Heijo, dan wenken verre einders,
heijo, dan lokt een blij bestaan.
In grootse droom vindt jeugd het
leven, waar idealen roepen tot de daad.
Zij kan nog zonder meten geven, en
kan nog handen reiken zonder baat.
Ook liefde, eerlijk en oprecht, is
onbetwistbaar jongrenrecht.
Want uit het schone ziel en lijf
ontmoeten, groeit weer de moed te wekken erven schoon.
Heijo, geef jeugd de wijdse
ruimte, heijo, geef jeugd de brede baan.
Heijo, laat groeien uit de harten,
heijo, een zegerijk bestaan.
En t knechtend doembeeld van
de zonden verruilen voor een sibbe vrank en blij.
De taak tot bouwen vrij en groot,
in houwe, trouwe tot ter dood,
Van vrijmans erf, waar kind en
jeugd ontvouwen, hun droom, hun spelen tot een dankend werk.
Heijo, geef volk dan toch de
ruimte, heijo, geef volk een zegebaan.
Heijo, ontembaar dan de krachten,
heijo, van t eigen volksbestaan.
WEEST PARAAT
J.Smeyers - Armand Preudhomme
Laat uw felle vaandels waaien: spiespunt op het groene veld.
Laat het fier lied weerklinken dat uw idealen meldt,
geboren uit droom van t verleden, gegroeid tot de welige daad.
Zo staat in t vaandel geweven, zo staat in t vaandel geweven,
de
juichende leus weest paraat, de juichende leus weest paraat !
NIEUWJAAR
Wim Verreycken - Herbert Napiersky
Laat vreugdevuren branden, maak donk're
nachten klaar.
Breng licht in lage landen, breng
licht in lage landen, het jonge vuur is daar.
Hoor nu bazuinen schallen, de
lange nacht voorbij.
Reik handen, bindt ons allen, reik
handen, bindt ons allen, een nieuwe kracht zijn wij.
Een sprong door hoge vlammen, van
louterende brand.
Laat zegebeden galmen, laat
zegebeden galmen, door 't vrije Noordse land.
Laat vreugdevuren branden, maak donk're
nachten klaar.
Breng licht in lage landen, breng
licht in lage landen, houzee: het nieuwe jaar !
LENTECANON
Br. Leontinus
Lachend komt de jonge lente aan, de winter is nu weer gedaan.
Bloemen bloeien in het groene woud,
de koekoek roept in t hout, in t hout.
(om te sluiten) Koekoek, koekoek !
LACHEND
Cesar Bresgen
Lachend, lachend, lachend komt de zomer over het veld,
over het veld komt hij lachend, ha ha ha, lachend over het veld.
(ook: Lachend, lachend, lachend kommt der Sommer über das Feld,
über das Feld kommt er lachend, hahaha, lachend über das Feld.
ook variate van: Who comes laughing, laughing, laughing,
who comes laughing here amain ?
Who comes laughing hahahahahahahaha who comes laughing here amain ?
haha...... ha)
NOODHOORNLIED
Bert Peleman - Armand
Preud'homme
Lamme Goedzak ligt begraven, snoert de
gordels vaster aan.
Lamme Goedzak ligt begraven, hangt
de hespen aan de maan.
Laat zijn ezel rustig grazen, werp
hem 't laatste witte brood.
Hoor bij nacht de noodhoorn
blazen: Dietsland, Dietsland is in nood !
Oorlogsbrood, soldatenkleren, moeten ons
voortaan volstaan.
Tot wij 't Dietse noodlot keren,
om de greep der Leeuwenvaan.
Bij 't gedreun der
landsknechttrommen, voorwaarts, voorwaarts, kameraad.
Tot de pijpers nijdig grommen, en
de vijand voor ons staat.
Honger, honger, kameraden. Slechts de
vrijheid voedt ons gans.
Voor die 't Dietse volk verraden,
pijpers, speel de dodendans !
Branden heden lege magen, morgen
drinken wij de wijn.
Als de vijand ligt verslagen, en
we weer bij moeder zijn !
WAASLAND
J. De Wilde - Fernand Van Durme
1. Land in een gordel van stromen
geprangd,
vlakten der zee waarin polders zich spreiden,
Meren van lover met kammen van
heide,
lucht waar de zon taferelen in brandt:
grond van ons Vlaand'ren, gewonnen door strijd !
Jonge geslachten betreden uw
voren,
staan met de hakke en strijdbijl bereid.
2. Volk dat woestijnen in tuinen omschiep,
bouwers van dijken, bedwingers van vloeden,
Strijders om altaar en haardstee te
hoeden,
zaaiers van weelde uit arbeid gediept:
3. Weelde voor d'ogen en eer van ons
bloed,
arbeid en kunst zullen blijvend u kronen,
Waasland, u blijven wij trouwe
betonen,
schoonheid en kracht, gij ons erfdeel en goed:
JEUGD
IN 'T GELID
Omaar Waegeman - Wies Pee
1. Langs dreven en weiden, langs berg en
dal,
klinkt vrolijk een lied, weergalmt het geschal.
Jeugd die haar land en haar volk
bemint,
zingt vrij in de zon en de waaiende wind.
Kleurig en vrolijk: de jeugd treedt weer
aan.
Eén in gedachten en één in ons dâan.
Laat lauwen lachen, wij gaan
steeds vooruit.
Jeugd in 't gelid, vooraan,
geen macht die ons stuit !
2. De dageraad gouden, de avond koel.
Wij gaan steeds vooraan, rechtaf op ons doel.
Jeugd kent geen haat, kent lafheid
niet.
Blij gaat zij vrij, naar een stralend verschiet.
OCHTENDLIED
Wim Verreycken
Langzaam glijden de uren, in de donk're
nacht.
Bij smeulende vuren, houdt een
kameraad de wacht.
Tot uit de mist weer de zonne
daagt, klaroenen die schallen.
Een vlaggemast weer de Blauwvoet
draagt: Vlaand'ren ontwaakt !
Boven groene tenten, boven 't
groene woud,
kleurt de zonne stralend, deze
zomerdagen goud.
Sluit bij ons aan, de vrijheid
roept, klaroenen die schallen.
Een nieuwe dag eist nieuwe moed:
Vlaand'ren ontwaakt !
Trouwer zullen wij strijden, harder in
de kamp.
Jeugd kan volk bevrijden,
Vlaand'ren hoort ons ganse hart.
Weer dreunt de slag van de
landsknechttrom, klaroenen die schallen.
Zing luid uw lied in de
ochtendzon: Vlaand'ren ontwaakt !
LIED
VAN MIJN LAND
Anton van Wilderode - Ignace De Sutter
Lied van mijn land k zal u altijd horen uit alle dalen der
herinnering,
over de heuvlen van ruisend koren en de rivier in haar steigering.
Liefelijk land, in de bruisende
horen hoor ik u Vlaandren en zing en zing.
Liefelijk land, in de bruisende horen hoor ik u
Vlaandren en zing en zing.
en uit de warmte der huizen ronde de toren onder de huif van de zomerwind.
Lied van mijn land k zal u altijd horen, lied van verlangen en
vertedering,
dat met de kindren altijd herboren, zacht met de doden tot zaad verzinkt.
ONZE LIEVE VROUW VAN VLAANDEREN
August Cuppens - Lodewijk De
Vocht
Liefde gaf U duizend namen, groot en
edel, schoon en zoet;
Maar geen een die 't hart der
Vlamen even hoog verblijden doet
Als de naam, o Moeder Maagd, die
Gij in ons landje draagt.
Schoner klinkt hij dan al
d'and'ren: onze Lieve Vrouw van Vlaand'ren. (2 maal)
Waar men ga langs Vlaamse wegen, oude hoeve, huis of tronk,
Komt men U, Maria, tegen, staat Uw
beeltenis te pronk;
Lacht ons toe uit lindegroen,
bloemenkrans of blij festoen.
Moge 't nimmer hier verand'ren, o
Gij, Lieve Vrouw van Vlaand'ren. (2 maal)
Blijf in 't Vlaamse harte tronen, als de
hoogste Koningin,
Als de beste moeder wonen in elk
Vlaamse huisgezin !
Sta ons bij in alle nood, nu en in
het uur der dood.
Ons, Uw kind'ren en ook d'and'ren,
liefste, Lieve Vrouw van Vlaand'ren. (2 maal)
LIEFDE
IS ECHT
Jan W. Robrecht Hans
Baumann
Waar t harte stormend bonst,
liefde nooit verdwijnt.
Reik mij jouw hand, wordt nu mijn vrouw
voorgoed.
Mijn woord is eed die somberheid wijken doet.
Mijn rein gemoed gegeven man die trouw
mijn schouder stut,
In waardenrijk volksgebouw.
Dagelijks brood, gewonnen in gevend
werk,
En bouwend kinderkrachten tot
leven sterk.
Groot is het volk gegroeid uit sterke
loot.
Waar man naast vrouw met kinderen
adelgroot !
Lieve lente daal toch neder, lieve
lente kom toch gauw.
Breng ons loof en liederen weder, en de bloemen geel en blauw.
Lalalala, lalalala, lalalala lalalala !
Lieve
lente schenk uw zegen, vriend'lijk voorjaar kom, o kom.
Strooi uw bloemen aller wegen, breng
ons gras en kruid weerom.
Lalalala,
lalala, lalalala, lalala, lalalala, lalala, lalalalala.
In de
bossen mocht ik dwalen, springen door 't bebloemde land,
bij de glans der zonnestralen spelen
langs de waterkant.
'k Mocht
de veldfluit horen spelen van de herder in 't verschiet,
luist'ren mocht ik naar het kwelen
van het lustig vog'lenlied.