K
Kein schöner Land
Kempenland, aan de Dietse kroon
Kent gij lief, de diepe wat'ren
Kent gij 't land dat, stukgereten

'k Heb mijn wagen volgeladen
'k Hou van een klein melodietje

'k Bracht in dees herberg een avondje door (Dronkemanspraatje)
Klagen de hoorns tot eiken als torens
Klitse kletse, klap mijn hand
Kom daar staan die hout al klaar
Kom in 't gelid, kameraad
Kom Jan, kom mee naar huis

Kom, kameraden, kom
Kom lente, lieve lente
Kom mee naar buiten allemaal
Komt hier al bij, aanhoort dees klucht

Komt vrienden in het ronde
Kom vendeljongen
Kom zing met mij een trouwelied
Krambambouli

'k Zoog uit 't glas het laatste nat

thorh.gif (4973 bytes)Terug naar alfabet   knoop.jpg (5371 bytes) Terug naar inhoud per thema

KEIN SCHÖNER LAND

Kein schöner Land in dieser Zeit; als hier das uns're weit und breit,
wo wir uns finden, unter die Linden, zur Abendzeit.

Da haben wir so manche Stund, gesessen da in froher Rund.
Und taten singen, die Lieder klingen, im Eichengrund.

 Dass wir uns hier in diesem Tal, noch treffen soviel hundertmal,
Gott mag es schenken, Gott mag es lenken, Er hat die Gnad'.

Nun Brüder eine gute Nacht, der Herr im hohem Himmel wacht.
In seiner Güten, uns zu behüten, ist Er bedacht.

drieknoop.gif (1823 bytes)

KEMPENLAND
Jozef Simons - Armand Preud'homme

Kempenland, aan de Dietse kroon, wonderfrisse perel.
Kempenland, welig zoete woon, van de koene kerel.

1. Op de heide gloort de zon, ons zo stralend tegen,
of uit hoge hemelbron ruist zo vro de regen.

 Op de heide waait de wind vrij van haag en heg.
Op de heide waait de wind alle zorgen weg.

2. Op de heide staat een huis rondom in het lover,
wolken blank of grauw als gruis trekken traag daarover.

3. Op de heide, zoete meid, hebt ge mij verkoren.
Bij de gagel voor altijd, mij uw trouw gezworen.

4. Kempisch volk, zo vroom en blij, schoon van ziel en lijve;
Harde tijden gaan voorbij, maar een volk moet blijven.

drieknoop.gif (1823 bytes)

LAAT ONS LIEFSTE, SAMEN VAREN
Bert Peleman - Armand Preud'homme

1. Kent gij lief de diepe wat'ren van mijn schone Scheldeland ?
Waar de golven lichtend klat'ren, waar de hemel openbrandt ?
Dag en nacht wou 'k er verwijlen met u liefste aan mijn zij,
lijk de sloepen zachtjes zeilen op het deinen van de tij.

Laat ons, liefste, samen varen, door mijn schone Scheldeland.
Met wat bloemkens in uw haren, bloemkens van de waterkant.

2. Kent gij lief de groene dijken met het glanzend grazend vee ?
Waar de golven schuimend wijken voor de wekroep van de zee ?
Dromend bij de wilgentronken heb 'k er steeds aan u gedacht,
wijl de waterlelies blonken in de zuiv're zomernacht.

3. Zaagt gij lief de sloepen varen zeilend door mijn Scheldeland ?
In de glans der notelaren bloeiend langs de waterkant ?
Zon en maan gaat door de wolken, goud en zilv'rig ruist er 't riet.
En in 't diepst der waterkolken zingt de vloed zijn toverlied.

drieknoop.gif (1823 bytes)

RUPELLIED
A. Hadermann

1. Kent gij ’t land dat stukgereten, ’t rokend rood gelaag ontvouwt,
en in harde baggerbeten Vlaand’rens baksteen huizen bouwt.

Dat land ligt aan Rupel en Schelde,
’t leeft zonder roem, ’t heeft weinig faam.
Maar in zwoegend werken: ’t gaf u torens,
’t gaf u kerken, Rupelstreek dat is zijn naam.

2. Kent gij ’t land waar ’t ham’rend bonken schepen vormt, gereed ter vaart,
staal- en raderwerken ronken, en voor durvers toekomst klaart.

3. Kent gij ’t land waar mensen wonen, stug van woord en hard van daad,
waar men altijd moet geloven, helpt u zelf zo ’t moet, en ’t gaat.

drieknoop.gif (1823 bytes)

'K HEB MIJN WAGEN VOLGELADEN

'k Heb mijn wagen volgeladen, vol met oude wijven.

Toen zij op de markt kwamen, begonnen zij te kijven.
Nu neem ik van mijn levensdagen, geen oude wijven meer op mijn wagen !
Hop, paardje, hop !

'k Heb mijn wagen volgeladen, vol met oude mannen.
Toen zij op de markt kwamen, gingen zij samenspannen.
Nu neem ik van mijn levensdagen, geen oude mannen meer op mijn wagen !
Hop, paardje, hop !

'k Heb mijn wagen volgeladen, vol met jonge meisjes.
Toen zij op de markt kwamen, zongen zij als sijsjes.
Nu neem ik van mijn levensdagen, steeds jonge meisjes op mijn wagen !
Hop, paardje, hop !

drieknoop.gif (1823 bytes)

'N KLEIN MELODIETJE
Jan Van de Kouter - P.G. Haazen

1. 'k Hou van een klein melodietje, waar de gitaar begeleidt.
Bij dat gezellige liedje, weet ik van uur noch van tijd.

't Is zo zalig en het is zo zoet, een lichte lentelach in uw gemoed.

't Is zo heerlijk en het doet zo goed, het melodietje dat u dromen doet.

2. Zitten we samen te turen, stil in de zwijgende nacht.
Daar bij de smeulende vuren, ruist er ons liedje zo zacht.

3. Gaan we langs Vlaanderens wegen, vlijen w'ons neer in de hei.
Komt u ons liedeke tegen, als een geschenk van de mei.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DRONKEMANSPRAATJE

1. 'k Bracht in dees herberg een avondje door; straat, maar wat komt ge mij wonderlijk voor.
Rechter en linker geruild met elkaar ? Straat, ge zijt dronken, zeg op is 't niet waar ?

Trala, trala, tralalalala lala, trala, trala, tralalalala.

2. Kijk eens wat scheef een gezicht trekt die maan; één oog gesloten en één loert mij aan.
Ja, ze is fatsoenlijk geweest aan de fles, schaam u, foei, schaam u, gij olijke bes.

3. En die lantarens, nee 'k zie toch niet scheel ? Drommels ze hebben wat olie teveel.
Draaiend en zwaaiend naar alle kant heen, jongens sta vast of gij raakt van de been.

4. Alles aan 't hotsen wat 'k zie, klein en groot. Ik nu daar onder, ik, nuchter als brood.
Dat nee, dat waag ik niet, 'k heb mij te lief; gauw weer naar binnen, da's beter wablief ?

drieknoop.gif (1823 bytes)

KLAGEN DE HOORNS
Jan W. Robrecht

Klagen de hoorns tot eiken als torens om ’t Al dat weer nam wat het gaf.
Sibbe in trouwe, zo man en zo vrouwe, zij leggen wie ging in dit graf.

Door nieuwe dagen het erfgoed te dragen van hem die – zijn adeldom groot –
Zaaid’ in onz’ harten, vervuld nog van smarte: wie edel herdacht is niet dood.

Zingen rond vuren de heldere luren van levenswiel, Wodan gewijd.
Stil in gedachten, wij kennen de krachten, en dragen naar toekomst de strijd.

drieknoop.gif (1823 bytes)

SINTERKLAAS
Jef Lesage - Renaat Veremans

Klitse, kletse, klap mijn hand ! Sinterklaas is weer in 't land.
Om met speelgoed en met koeken, brave kindjes te bezoeken.
Klitse, kletse, rommedom, Sinterklaas, wees wellekom !

Hotse, botse, stamp mijn voet ! O, zijn knecht is zwart als roet.
Kindjes die gehoorzaam wezen, moeten Zwarte Piet niet vrezen.
Rotse, botse, rommedom, Sinterklaas, wees wellekom.

Klitse, kletse, klap mijn hand ! Kijk, zijn ezel torst een mand.
Vol met zoete lekkernijen, om de kindjes te verblijen.
Hotse, botse, rommedom, Sinterklaas, wees wellekom.

drieknoop.gif (1823 bytes)

OM DIE KAMPVUUR

Kom, daar staan die hout al klaar, pale, stompe, groot en swaar.

Vorm nou wijd die trekkerskring, laat ons nie mekaar verdring.
Steek maar aan, steek maar aan, dat die vlamme hoog opslaan.
Steek maar aan, steek maar aan, dat die vlamme hoog opslaan.

drieknoop.gif (1823 bytes)

IN 'T GELID
Jef Lesage - Jos Mertens

Kom in 't gelid, kameraad ! Word weer de volkse soldaat !
Zwaai in de wind weer de Blauwvoetvlag, volg de herrijzende Rodenbach,
't Uur van de aanval slaat ! 't Uur van de aanval slaat !

Zing weer uw lied, kameraad ! Vrij en met open gelaat !
Zing in uw voorspoed en in uw nood, zing in uw liederen Vlaand'ren groot,
Zingende jeugd, paraat ! Zingende jeugd, paraat !

Vecht in de storm, kameraad ! Vlaanderen wacht op uw daad !
Schoon men u knevelt of dreigend sart, lach met hun listen en bouw in 't hart,
Vlaanderens dageraad ! Vlaanderens dageraad !

drieknoop.gif (1823 bytes)

KOM JAN

Kom Jan, kom mee naar huis, uw vrouwke dat is krank. Is ze krank, laat ze krank, 't duurt mij toch al veel te lang.
Is ze krank, laat ze krank, 't duurt mij toch al veel te lang, en Jan gaat niet naar huis.

Kom Jan, kom mee naar huis, uw Griet is fel verzwakt. Is ze verzwakt, laat ze verzwakt, als ze zich maar niet herpakt.
Is ze verzwakt, laat ze verzwakt, als ze zich maar niet herpakt, en Jan gaat niet naar huis.

Kom Jan, kom mee naar huis, uw vrouwke is berecht. Is ze berecht, laat ze berecht, dan heeft zij haar volle recht.
Is ze berecht, laat ze berecht, dan heeft zij haar volle recht, en Jan gaat niet naar huis.

Kom Jan, kom gauw naar huis, uw vrouwke dat is dood. Is ze dood, laat ze dood, dan is zij toch uit de nood.
Is ze dood, laat ze dood, dan is zij toch uit de nood, en Jan gaat niet naar huis.

Kom Jan, kom gauw naar huis, uw vrouw is al beluid. Is ze beluid, laat ze beluid, dan ga 'k om ene andere uit.
Is ze beluid, laat ze beluid, dan ga 'k om ene andere uit, en Jan gaat niet naar huis.

Kom jan, kom toch naar huis, uw griet ligt in de kist. Is ze in de kist, laat ze in de kist, als ze maar goed genageld is.
Is ze in de kist, laat ze in de kist, als ze maar goed genageld is, en Jan gaat niet naar huis.

Kom Jan, kom toch naar huis, uw vrouw is in de kerk. Is ze in de kerk, laat ze in de kerk, dat is een godsdienstig werk.
Is ze in de kerk, laat ze in de kerk, dat is een godsdienstig werk, en Jan gaat niet naar huis.

Kom Jan, kom nu naar huis, uw vrouw ligt in het graf. Is ze in 't graf, laat ze in 't graf, 'k ben er dan voor goed van af.
Is ze in 't graf, laat ze in 't graf, 'k ben er dan voor goed van af, en nu gaat Jan naar huis.

drieknoop.gif (1823 bytes)

OP EER EN TROUW
Jef Simons - Armand Preud'homme

Komt kameraden, komt ! Komt kameraden, komt ! Komt kameraden, en meldt u blij.
Wij vinden paden in bos en hei. Ons wachtwoord schalle door heel de gouw,
In dienst van allen, op eer en trouw.
Ons wachtwoord schalle door heel de gouw, in dienst van allen, op eer en trouw.

Komt kameraden, komt ! Komt kameraden, komt ! Wij trekken lustig langs weg en baan,
En zitten rustig bij het kampvuur aan. Langs groene wallen is 't wapenschouw,
In dienst van allen, op eer en trouw.
Langs groene wallen is 't wapenschouw, in dienst van allen, op eer en trouw.

drieknoop.gif (1823 bytes)

KOM LENTE
W.A. Mozart

Kom Lente, lieve Lente, en laat die knoppies groei.
Laat in die tuin en velde, die blommetjies weer bloei.
Hoe sterk is ons verlange, om weer 'n blom te sien!
Ai Lente lief, hoe graag tog wil saadjies fijn ontkiem.

Kom met jou reent en sonskijn, laat veld en blomme pronk.
Dan word vervul met blijdskap, ons kinderhartjies jonk.
Kom gou en bring tog seker ook baie rose saam.
Bring grassies vir die diere, en al die voëltjies saam.

Sing dan die voëltjies vrolik hul lied vir jou en my.
Dan speel ons tog so lekker, ons hartjies is so blij.
Kom gou dus lieve Lente, ons vra mos nie vir geld.
Geluk vind ons by blomme, bij voëltjies, boom en veld.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE WIELEWAAL
Andries Hartsuiker

1. Kom mee naar buiten, allemaal, dan zoeken wij de wielewaal.
En horen wij die muzikant, dan is zomer weer in 't land !

Dudeldjo, klinkt zijn lied, dudeldjo, klinkt zijn lied, dudeldjo en anders niet.


2. Hij woont in 't dichte eikebos, gekleed in gouden vederdos.

Daar jodelt hij op zijn schalmei, tovert onze harten blij !

drieknoop.gif (1823 bytes)

PIERLALA

Komt hier al’ by, aenhoort dees klucht: het is van Pierlala,
een drollig ventjen vol genucht, de vreugd van zyn papa.
Wat in zyn leven is geschied dat zult gy hooren in dit lied:
‘t Is al van Pierlala, sa sa, ‘t is al van Pierlala.

Zoo zeer was Pierlala bemind van vaertj’ en moertje ‘t saem;
zij zeyden: hoort eens lieve kind, ons een’gen erfgenaem,
gy wordt haest meester van ons goed, daerom ziet wel toe wat gy doet.
‘t Is wel zey Pierlala, sa sa, ‘t is wel zey Pierlala.

Maar als nu was den vader dood, och armen Pierlala,
die heeft zyn vrienden al genood op ‘t uytvaerd van papa.
Hy hielt niet veel van lekkerny, hy gaf ze ‘t eten pap en bry.
‘t Is bon zey Pierlala, sa sa, ‘t is bon zey Pierlala.

Als hy had al zijn geld verbruyd dan wist hy geenen raed;
als hy om troost ging, elk was uyt, dan stak hy zich soldaet.
Maer als hy exerceerde dan en aenleyd op een halven man:
Poef paf zey Pierlala, sa sa, poef paf zey Pierlala.

Als hy een zuypken g’eten had sprak hy: ‘k ben nog meer krank,
‘t is aen myn hart, ‘k en weet niet wat, ‘k en leef geen ure lang.
Hy maekte dan zyn testament aen al de vrienden die hy kent.
Ik sterf zey Pierlala, sa sa, ik sterf zey Pierlala.

Als men dan naer de kerke kwam, elk zey: ‘t is Pierlala.
Men hem al van de baer’ afnam en leyden by zyn papa.
De vrienden zeyden al: kom kom, de dooden komen niet wederom.
Ik wel zey Pierlala, sa sa, ik wel zey Pierlala.

Als hy nu was in ‘t graf, den tyd van omtrent een halv’ uer,
de vrienden gingen meer verblyd als droef te saemen deur:
hij schupte ‘t deksel van de kist, en kroop er uyt dat ‘t niemand wist.
Ik leef zey Pierlala, sa sa, ik leef zey Pierlala.

En Pierlala ging recht naer huys en vond zyn naeste bloed
en vrienden met een groot gedruys daer twisten om zyn goed.
Hy greep den bessem met’er haest, al die hem zag stond zeer verbaest.
Hier uyt zey Pierlala, sa sa, hier uyt zey Pierlala.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE SCHERESLIEP

1. Komt vrienden in het ronde, minnaars van ene stiel. Ik zal u gaan verkonden hoe ik door ‘t slijperswiel,
de kost verdien voor vrouw en kind, schoon blootgesteld aan sneeuw en wind.

Terlie-ieromterla, van linksom, rechtsom draait mijne steen
door het roeren van mijn been, ju ju ju ju ju ju ju ju.

2. De schoenmaker gezeten op ene pikkelstoel, zou kees en droogbrood eten, maar als ik nood gevoel,
dan slijp ik tot de avond toe, en zo heb ik nooit arremoe.

3. De kleermaker maakt kleren voor acht stuivers per dag. Wil hij zijn loon vermeren, hij snijdt meer dan hij mag.
Maar ik met mijne slijpersteen, ik win meer op een uur alleen.

4. De maalder moet graan malen tot in het fijnste meel. Hij doet dubbel betalen voor zijne droge keel.
Maar ik, door iever en door vlijt, ‘k win mijn brood in rechtveerdigheid.

5. Sa vrienden voor het leste: all’ ambachten zijn goed, maar ‘t mijn is toch het beste schoon ik soms slapen moet
op hooi of stro in ene stal, daar heb ‘k den kost voor niemendal.

drieknoop.gif (1823 bytes)

KOM, VENDELJONGEN
Erbe

1. Kom, vendeljongen, een lied gezongen, want jong zijn dat is fijn.
Geen zon of regen die houdt ons tegen, omdat wij kerels zijn.

Wanneer de wimpels waaien en de vlammen laaien,
als de landsknechttrommel slaat:

Verder marcheren, niets kan ons deren,
als het om Vlaand'ren gaat !

2. De zomermorgen maakt vrij van zorgen, en recht ligt onze baan.
De sikkels blinken, de halmen zinken, en ruisend valt het graan.

3. Geen slot of grendel weerhoudt ons vendel, want leven dat is strijd.
Daarom wees moedig want dan komt spoedig voor 't V.N.J. de tijd!

drieknoop.gif (1823 bytes)

TROUWELIED
Jan W. Robrecht - P.J. Lemmer

Kom zing met mij een trouwelied dat weer mijn hartsnaar raakt
en mij op eigen grondgebied tot statenbouwer maakt.
Vertel mij van mijn eigen volk, traditie, zeden, taal,
wees mijn gevoels- en zieletolk in ‘t grootse volksverhaal.

Houd hoog met mij het ideaal "voor vrijheid en voor recht",
waarvoor mijn vaderland betaald’, was liever dood dan knecht.
Leer mij te eren - sterk in trots - min eigen Leeuwenvlag.
Wie durft te raken aan die rots wordt door mijn volk veracht.

Kom spoor mij aan om - eergetrouw - toch voorwaarts steeds te gaan,
naar ‘t eigen grootse volksgebouw weer mijlpalen te slaan.
Mag, wanneer ik mijn kop neervlij, mijn erf en eer bewaard,
voor ‘t nageslacht dat veilig zij rond warme, eigen haard.

Oorspronkelijke tekst van W.H. BOSHOFF

Kom sing met my 'n burgerlied wat aan my hartsnaar raak,
en my op eie grondgebied as staatmaker laat waak.
Vertel my van my eie volk, traditie, seed' en taal,
Wat my gevoel en siel vertolk, van volksverlee verhaal.

Hou hoog met my die ideaal "Vir vryheid en vir reg",
waarvoor my pa met bloed betaal, die Voortrekker moes weg.
Kom leer my eer en lief te hê my eie land se vlag,
en wie die reg my durf ontsê word deur my volk verag.

Kom spoor my aan om "Koers te hou" en voorwaarts steeds te trek.
Kom help my handhaaf en te bou, 'n Natietrots te wek.
Mag, wanneer ik my kop neerlê niks my gewete kwel,
geen nageslag wat ek mag hê vir pligsversuim my skel.

drieknoop.gif (1823 bytes)

KRAMBAMBOULI

Krambambouli, zo wordt geheten, dat schuimend blond studentennat.

Wie zou d'r op d'aarde iets beters weten, in alle pijn en smart als dat?
Van 's avonds laat tot 's morgens vroeg, drink ik mijn glas krambambouli,
Krambimbambambouli, krambambouli. Krambimbambambouli, krambambouli.

En brandt mijn hoofd en mijne wangen, of breekt mijn herte van verdriet,
Of krult mijn maag in duizend tangen, of bibbert 't lijf gelijk een riet:
Ik lach met al de medici, en drink mijn glas krambambouli,
Krambimbambambouli, krambambouli.Krambimbambambouli, krambambouli.

Waar’ ik als edelman geboren, Keizer zoals Maximilliaan,
Ik stichtte een orde uitverkoren, en als devies hing ik daaraan:
Toujours fidèle et sans souci, c’ est l’ordre du Crambambouli,
Krambimbambambouli, krambambouli. Krambimbambambouli, krambambouli.

Is moeders geld nog uitgebleven en heb ik schulden met de macht,
Heeft t’ zoete lief me niet geschreven, de post van thuis droef nieuws gebracht,
Dan drink ik uit melancholie een schuimend glas Krambambouli,
Krambimbambambouli, krambambouli. Krambimbambambouli, krambambouli.

En is mijn geld al naar de donder, dan peezuig ik van elke schacht.
Al heb ik geld, al zit ik zonder, eens wordt 't heelal tot stof gebracht.
Want dat is de filosofie, naar de geest van krambambouli,
Krambimbambambouli, krambambouli. Krambimbambambouli, krambambouli.

drieknoop.gif (1823 bytes)

HET LINDENMEISJE
Jef Vanden Eynde (naar “Keinen Tropfen im Becher mehr)

‘k Zoog uit ’t glas het laatste nat, mijn beurs is leeg en plat, dorstig hart en tonge.
’t Is de schuld van uwe wijn, uwer oogjes helle schijn,
Lindenmeisje, gij jonge. Lindenmeisje, gij jonge !

“Nimmer schrijft men hier in ’t krijt, wij zijn ’t laatste krijtje kwijt” lacht het meisje lustig.
“Hebt gij gene duiten meer, leg uw reiszak hier maar neer,
en drink op den, rustig. En drink op dan, rustig !

Zijne reiszak heeft de gast gauw voor ene kruik belast, nu voor ’t scheiden zorgen.
’t Meisje fluistert “Jeugdig bloed, g’hebt nog mantel, stok en hoed,
drink en laat ze borgen. Drink en laat ze borgen !

Zijne mantel, hoed en stok, ruilde hij voor ene slok, sprak bedroefd “Vervlogen,
O vaarwel gij koele drank, lindenmeisje jong en slank,
vreugde mijner ogen. Vreugde mijner ogen !

’t Meisje fluistert nogmaals “Blijf, g’hebt een hart nog in uw lijf, laat het mij te pande”.
Wat gebeurde doe ‘k u kond, op des meisjes rode mond
Warm een ander brandde. Warm een ander brandde !

Wie dit nieuwe liedje dacht zong het in de zomernacht lustig in de winde.
Voor hem stond het schuimend nat, nevens hem het meisje zat,
Onder de bloeiende linde. Onder de bloeiende linde !

drieknoop.gif (1823 bytes)