Jan de Mulder, met zijne lere
kulder
Jonge
dochter, en wil niet treuren (De vrijer)
Jonge Kameraden
Juchheia, juchhei, laat dansen de mei
Jutho, vooruit
Terug naar alfabet
Terug naar inhoud per thema
JAN DE
MULDER
Jan de Mulder, met zijne lere kulder, en zijn lere broekje aan,
zoude zo gere zonder lantere, zoude zo gere te vrijen gaan.
1. Hier is het vlees en daar is de vis, en daar is het manneke pis,
vlees ende vis, manneke pis, vlees ende vis, manneke pis,
en daar is de vogel die bedrieglijk is.
2. Hier is de zon en daar is de maan, en daar is de kraaiende haan,
zon ende maan, kraaiende haan, zon ende maan, kraaiende haan,
en daar is de vogel die bedrieglijk is.
3. Hier is het glas en daar is de kan, en daar is de dronkene Jan,
glas ende kan, dronkene Jan, glas ende kan, dronkene Jan,
en daar is de vogel die bedrieglijk is.
4. Hier is de hond en daar is de kat, en daar is d'Oostindische rat,
hond ende kat, Oostindische rat, hond ende kat, Oostindische rat
en daar is de vogel die bedrieglijk is.
DE VRIJER
opgetekend in Kortrijk
Jonge dochter en wil niet treuren, joene vrijer die komt an;
dat zal nog wel eens gebeuren, en de dag die zal vergaan.
Laat ons dansen, laat ons zingen, laat ons maken veel plezier,
en dat met contentement heel ons leven tot het end.
Maar de vrijer die gaat deure, hij gaat naar een ander land;
ik en zitte hier en treure met mijn speldjes voor de kant.
En ik zit hier in de kamer met mijn kussen op de knien,
is
dat niet een groot verdriet, geren werken doe ik niet.
JONGE KAMERADEN
Erbe - Fritz Sotke
Jonge kameraden, die het volk van morgen
zijt,
Onze vendels roepen U tot een
schone strijd.
Zing onze lied'ren, draag dezelfde
dromen mee.
Weet toch dat ge kind'ren zijt van
dezelfde zee !
Jeugd behoort de morgen, alles waar het
volk op wacht,
ligt in ons verborgen, schenkt ons
nieuwe kracht.
Werken en bouwen, stormend strijden,
onversaagd,
't groeit in ons tot pijler die de
toekomst draagt.
Kom en draag de vaandels in de frisse
morgenwind.
Hoor hun ruisend zingen dat de
harten dwingt.
Vestingen wankelen, oude muren
storten neer.
Als de stormen dreigen, vliegt de
Blauwvoet weer !
LAAT DANSEN DE MEI
Wim Verreycken - Martin Frey
Juchheia, juchhei, laat dansen de mei !
Zie leeuw'riken klimmen, jubelen en blijde zingen,
Bloemen ontluiken in veld en bos, aan heidestruiken.
Jucheia, juchhei, laat dansen de mei !
Juchheia, juchhei, laat
dansen de mei !
Hoor joelende kind'ren, hartetonen gaan nu vlind'ren.
Proef de natuur, bij ochtendrood en avonduur.
Juchheia, juchhei, laat dansen de mei !
JUTHO,
VOORUIT !
Willem
Gijssels - Arthur Meulemans
"Jutho, vooruit en dapper, Jutho,
mijn paard !
Mijn harte draaft nog rapper te strijdewaart.
Te Kortrijk in de beemden wordt 't
pleit beslecht;
Daar gaapt een graf voor vreemden of
voor ons recht".
Een vrome zieletrooster, die
strijden moest.
Hij droeg op priesterkleren het
pantser zwaar,
om 't Vaderland te weren uit groot gevaar.
"Harop ! De zwaarden sidd'ren, daar valt het hoofd
Van Robrecht, 't hoofd der ridd'ren,
God zij geloofd !
Nu met gerust geweten naar 't
klooster weer.
Is niet mijn plicht gekweten naar recht en eer ?"
En toen uit elke toren de zege klonk,
de slag der Gulden Sporen de vrijheid schonk;
Toen bad in 't stille duister van 't
kloostergraf,
De held die roem en luister aan
Vlaand'ren gaf !