G
Gaudeamus Igitur
Gedreven door grootse dromen
Geen ijdele traan
Geen land ook ter wereld
Geen regen kan ons deren
Geen roekeloze wagers
Gelijk de meeuwen rust'loos spoeden
Gij vogels, die de lucht doorklieft
Gij zijt het doel
Glanzende spaden
God onze Heer
Goede morgen
Goede nacht
Goede nacht, kameraden
Gouden meizon straalt over d'aarde
Grijze donderwolken drijven
Grijze kolonnen
Groene tenten in dennebossen
Groeninghe,
Groeninghe, Vlaand'rens schoonste dag
Groet onze vaan
Groot is het volk
Gwir vretoned
Terug
naar alfabet
Terug
naar inhoud per thema
GAUDEAMUS
Gaudeamus igitur, juvenes dum sumus, gaudeamus igitur, juvenes dum sumus,
post jucundam juventutem, post molestam se nectutem, nos habebit humus, nos habebit humus.
Ubi sunt qui
antenos, in mundo fuere? Ubi sunt qui antenos, in mundo fuere ?
Vadite ad superos, transite ad inferos,
ubi jam fuere, ubi jam fuere.
Vita nostra
brevis est, brevi finietur, vita nostra brevis est, brevi finietur.
Venit mors velociter, rapit nos atrociter,
nemimi parcetur, nemine parcetur.
Vivat Academia,
vivant professores, vivat Academia, vivant professores.
Vivat membrum quodlibet, vivant membra
quaelibet,
GEDREVEN
Jan W. Robrecht Hans
Baumann
Gedreven door grootse dromen, wie klein
was vluchte uw spoor.
Nu legt gij te ruste het hoofd
neer, maar leeft in gedachten voort.
Nu legt gij te ruste het hoofd
neer, maar leeft in gedachten voort.
Verlaten door wie uw schouder kon
stutten in vrije eed.
Alleen hebt gij verder beleden dat
trouwe nog trouwe heet.
Alleen hebt gij verder beleden dat
trouwe nog trouwe heet.
Wij dragen verder uw dromen en weten dat gij ons ziet.
Beziel onze arbeid, ons denken,
ons bouwen aan nieuwe Diet.
Beziel onze arbeid, ons denken,
ons bouwen aan nieuwe Diet.
GEEN IJD'LE TRAAN
Wim Verreycken
1. Geen ijd'le traan past' ooit de man,
slechts 't oeverloze leed,
Om 't eeuw'ge afscheid uit de
kring, een echte traan verklaren kan.
O, ween van spijt, o, ween van spijt, een vriend ging van ons heen.
2. Slechts echte droefheid tooit de vrouw, en vult een diep gemoed.
Vaarwel mijn trouwe, trouwe
vriend, mijn hart berust in stille rouw.
3. Eens reiken wij opnieuw de hand, in
Dietslands heil'ge tuin.
Die hemel of Walhalla heet, of
vrijheidsgeest van Nederland.
MIJN
KEMPEN
Armand Preud'homme - E. De Ridder
1. Geen land ook ter wereld hoe schoon
of hoe rijk,
is 't land van mijn harte, mijn
heimat gelijk.
Hier zaaiden ons handen en groeit
er ons brood.
Hier vinden wie gingen de rust in de dood.
Hier stap'len de wolken kastelen
opeen,
en giert er een Noordzee heur wind om ons heen.
Hier jubelt de zomer in heide en
ven:
hoe heerlijk de Kempen, zo schoon ik niets ken !
O mijn Kempen, ja mijn Kempen, o mijn
enig heimatland.
En waarvoor een vlam van liefde
eeuwig in mijn harte brandt.
2. Hier malen de molens de rust over 't land,
verdolen van wegels in 't stuivende zand.
Hier heersen de vlakten en ruiselt
ons lied,
beklemmen geen verten het vrije verschiet.
Het goud van uw zandzee, het
purper der hei,
het tovert visioenen van wellust in mij.
Van dennen en berken, van berken
en den;
hoe heerlijk de Kempen, zo schoon ik niets ken.
GEEN
REGEN KAN ONS DEREN
C.J.J. Tieman H.M. Heere
Geen regen kan ons deren, geen stormwind
noch geweld.
Wanneer wij gaan marcheren zijn wij rijk, al hebben wij geen geld.
Wij kennen slechts twee liefdes: een voor het vaderland,
de tweede voor Marietje, voor wie ons hart ontbrandt.
Marie, Marie, ik blijf je trouw, maar
dienst is dienst, dat gaat voor jou.
Voor t vaderland marcheren wij. Straks na de dienst ben jij
van mij.
Voor t vaderland marcheren wij, straks na de dienst, vallera
vallera, ben jij van mij.
Wanneer wij straks getrouwd zijn en in ons
eigen nest,
dan gaan wij samen bouwen en wij hebben maling aan de rest.
Dan kan er op de wereld niets mooiers voor ons zijn:
zingt moeder thuis en vader op mars dit één refrein.
Als wij dan later oud zijn, de strijd heeft
afgedaan,
wij zien dan onze kindren met de andren samen voorwaarts gaan.
Gebundeld één gedachte, gesloten hand in hand,
dan klinkt een lied van liefde door ons mooi vaderland!
VOOR
OUTER EN HEERD
Jef
Simons - Armand Preud'homme
1. Geen roekeloze wagers: stil volk dat
zich beraadt
Aleer het zijn belagers manhaft te
lijve gaat.
Zij wisten wat zij wilden, toen zij
tot stout verweer
De pik of zeis optilden of grepen
naar 't geweer.
Voor vrijheid en recht.
Ongeknecht, onverveerd voor Outer en Heerd ! (2 maal)
2. Zij steunden op Oranje's: de Nederlanden één !
En juichten toen Brittannië's
beloofde vloot verscheen.
Kloekmoedig in de gouwen van Diets
Zuid-Nederland,
Zijn allen sterk en trouwe
gesprongen in de brand.
3. Rolliers, Corbeels, Van Gansen,
bevochten onverveerd,
Met wisselende kansen, de vijand van
hun heerd.
Zij kampten koen als leeuwen, en
werden z'overmand,
hun namen staan voor eeuwen in 't
hart van 't volk gebrand.
DE
WATERGEUZEN
Gelijk de meeuwen rust'loos spoeden, van land naar zee, van zee naar land,
En nauwelijks rusten in de vloeden,
in golvenschuim op duinen zand:
Zo zwalpen wij langs vrije banen,
van dijk naar diep, van diep naar dijk,
Gescheurde zeilen onze vanen, een
wrakkig schip ons hele rijk. (2 maal)
Vaak is ons laatste kruit verschoten, terwijl ons storm en vijand jaagt.
Al hebben beide ons omsloten, trots
nood en armoe nooit versaagd.
En daarom beeft het trotse Spanje,
het land waarin de zon nooit zinkt,
Wanneer ons wraakgeroep
"Oranje" luid over Alva's leger klinkt. (2 maal)
Gij beeft terecht van slaven schande, bij
God wordt deze bodem rein.
Al moesten al de Nederlanden, door
zee en vloed verzwonden zijn.
Doorsteek de dijk, de sluizen open,
verzuip de vreemde tyrannij.
Het water komt, de Geuzen komen. Het
land wordt zee, doch het wordt vrij. (2 maal)
GIJ VOGELS
Pietro Paulo Sabbatini
Gij vogels die de lucht doorklieft
met snelle vleugelslagen,
en met uw zang het bos vervult in blijde zomerdagen,
geniet de vreugd' in vlucht en zang uw leven lang !
GIJ ZIJT HET DOEL (VOLK)
Ferdinand Vercnocke Armand Preudhomme
Gij zijt het doel, gij zijt de baan, gij
zijt het heer, gij zijt de vaan: wij zijn met u verweven.
Gij zijt het werk, gij zijt het loon, gij onze doem en onze droom: hebt ons tot mens
verheven.
Gij zijt de dag, gij zijt de nacht, het
stil gelaat van t voorgeslacht: gij zijt het diep verleden.
Gij zijt de stroom die verten voedt, gij zijt de band, gij zijt het bloed: het
altijddurend heden.
En gij wordt één dooor onze strijd, gij
zijt de storm die groots bevrijdt: gij bindt wat staten breken.
Want gij zijt rein en gij zijt echt, gij maakt tot man de lome knecht: het bloed dwingt
bloed tot spreken.
Gij zijt de droom, gij zijt de daad, gij
zijt het volk, gij zijt de staat: ons doen, ons vreugdig derven.
Het leven wordt door u gewijd, gij zijt de tijd, de eeuwigheid: in u bestaat geen sterven!
GLANZENDE SPADEN
Bert
Peleman - Armand Preud'homme
Glanzende spaden, stalen gelid,
gloeivuur beladen, schiep u de smid.
Breekt hete spaden, Vlaanderens
nood, trouw kameraden, arbeid is brood.
Trouw kameraden, arbeid is brood.
Gloeiende handen, gloeiend gelaat. Oogstvuren branden, zonnegloed slaat.
Hoort kameraden, 't heideland
ruist, balt om de spaden, vechtend uw vuist.
Balt om de spaden, vechtend uw
vuist.
Glanzende spaden, glanzende aard,
gloeivuur beladen, wordt gij het zwaard.
Zwaard dat zal keren, Vlaanderens
nood, zwaard onzer ere, vrijheid of dood.
Zwaard onzer ere, vrijheid of
dood.
PSALM
Albrecht Rodenbach
- Remi Ghesquiere
God, onze Heer ! Gij zijt de Heer der Heren, Gij draagt de wereld
op Uw hand.
Lacht G'op een volk, het bloeit in
roem en ere, Keert Gij Uw blikken, 't stort in 't zand.
God, onze Heer ! Gij loecht weleer op
Vlaand'ren. Toen was het machtig, schoon en fier.
Kluisters en juk, het sloeg ze ruw
aan spaand'ren, "Vrijheid en nering" klonk het hier !
God, onze Heer ! Wil 't jong geslacht
aanhoren: Red Vlaanderen uit zijn diepe val.
Zegen de eed door allen trouw
gezworen: Vlaand'ren, Vlaand'ren boven al !
GOEDE
MORGEN
Goede morgen, goede morgen, goede morgen, mijn meisje.
Kom naar buiten, kom naar buiten,
kom naar buiten uit je huisje.
Want de zon, want de zon, want de
zon is al op.
GOEDE
NACHT
Wim Verreycken
Goede nacht, m'n vaandel goede nacht.
Als d'avond valt in Vlaand'ren,
daalt gij in ons gemoed.
Goede nacht, m'n vrienden goede nacht.
Blijf kring van kameraden, bewaar
je trouwe goed.
Goede nacht, m'n Dietsland, goede
nacht.
![]()
GOEDE NACHT, KAMERADEN
E. Verstraete - Hans Baumann
Goede nacht, kameraden, wij sluiten deze
dag.
De sterren onzer lage landen, aan
't blauwe firmament,
Die zullen met hun glans, de
somberheid verbannen.
Goede nacht, kameraden, bewaar een moedig hart,
En sterrenglans in jonge dromen.
Want altijd zal de zon,
Door donk're nachten heen, weer
hoog aan d'hemel komen.
Gouden meizon straalt over
d'aarde, morgen is 't en vinken fluiten.
De lucht is zo zuiver, het groen is zo fris, nu is 't heerlijk wand'len buiten.
De lovers paarlen van de dauw, sering en meidoorn geuren,
de hemel is zo wijd, zo blauw, en hoor: de merel slaat.
Zonder zorgen is de morgen, als de landman naar de akker gaat.
Kalvers dansen over de weide, de duiven kirren, de hanen kraaien,
het ritselt, het ruist, uit het oosten komt fris het morgenwindje waaien.
Heel d'aarde is een zuiver feest vol zang en geur en kleuren,
de meimaand is voor mens en beest een zegen boven maat.
Zonder zorgen is de morgen, als de hemel stralend opengaat.
![]()
VIKINGZONEN
Erbe - Alfred Zschiesche
Grijze donderwolken drijven over schuimend
woeste zee.
Dreigend onze snekken glijden op de
vlucht der golven mee.
Boven de schilden schitt'ren de
speren. Wild in de stormen zingen w'ons lied.
Nieuwe strijd op nieuwe stranden. Vikingbloed vlucht geen gevaar.
Wendt de steven, hoog de zeilen,
helmen op en zwaarden klaar !
Schoon als de branding is onze zege.
Wild in de stormen zingen w'ons lied.
Vendeljongens, Vikingzonen, verder gaat de trotse vaart.
Waar de oude strijders rusten blijft
hun fiere geest bewaard.
Weer jaagt de Blauwvoet in onze
vaandels. Wild in de stormen zingen w'ons lied.
GRIJZE
KOLONNEN
Erbe - Joachim Kluge
Grijze kolonnen trekken in de morgen,
zingend door heide en zand.
Wiegende kruinen, blinkende duinen,
ver in de vlakte die brandt.
Bloeiende bloemen in zomerse lust,
lokt ook de schaduw, we kennen geen rust.
En wij marcheren verder in 't land.
(2 maal)
Grijze kolonnen in stormen en zonne,
hebben het veilig bewaard.
Roepen weer trommen tot komende
slag, fris in de morgen klinkt hel onze lach.
En wij marcheren verder in 't land.
(2 maal)
Eindeloos duren dagen en uren. Jongens,
het doel is zo groot.
Zonne of regen, donkere wegen, toch
komt een eind aan de nood.
Dan hebben grijze kolonnen bij
nacht, 't volk van Neerland de vrijheid gebracht.
En wij marcheren verder in 't land.
(2 maal)
HOOR DE TROMPETTEN
Rover
1. Groene tenten in dennenbossen roepen ons op van groot tot klein.
Als de zomer is gekomen wordt onze thuis weer het kampterrein.
Hoor de
trompetten, VNJ-scharen groeten de dag,
voor de Nederlanden, wappert in top weer de Blauwvoetvlag.
2. Van in Kassel
in Zuid-Vlaand'ren doorheen de Voerstreek tot in de Rand,
trekken VNJ-ers op tochten door heel ons mooie Vlaanderland.
3. Uilenspiegel
komt met ons mede, strijder voor vrijheid en voor recht.
ja, wij willen met hem bouwen aan een Vlaanderen ongeknecht.
4. Naar de school
gaan we heel het jaar al, nu zijn we even slim genoeg.
't Is nu tijd voor zingen en spelen, kom, sluit maar aan bij onze ploeg.
VLAANDERENS SCHOONSTE DAG
R. Robma
- J. Tinel
Groeninghe! Groeninghe! Vlaandrens schoonste dag !
Dag van victorie voor de leeuwenvlag. Dag van
victorie voor de leeuwenvlag.
1. Een bezem op hun speer, daar kwam het Franse heer om
Vlaanderen te knechten.
De gilden lagen neergeknield doch met een heldenmoed bezield, voor vrijheid zou men
vechten.
2. De ridders op hun paard, met gulden spoor en zwaard, de
poorters moesten wijken.
Maar zie, het was maar voor een stond, de goedendag sloeg woest in t rond, de grond
bezaaid met lijken.
3. Pal stond het Vlaamse diet dat zich niet knechten liet.
De leeuw verdraagt geen plagen.
Wij allen rond de vlag geschaard, hetzelfde volk, dezelfde aard, wij zullen nooit
versagen.
GROET
ONZE VAAN
Ferdinand
Vercnocke - Gaston Feremans
Groet onze vaan, die klimt in de morgen,
laat onze droom in haar plooien slaan.
Groet onze vaan, als 's avonds
geborgen haar beeld met ons dromen ter ruste gaat.
Staat rond de vaan, went 't stormt in haar vouwen, jeugd die de vaan in uw droom bevrijdt.
Staat rond de vaan, als een wal van
trouwe, volk dat de droom van uw vanen zijt.
Eert onze vaan, zij draagt onze dromen, dolende volk geeft de vlag een naam.
Land bij de zee, o land der drie
stromen, Diets is uw volk en volks uw vaan.
![]()
DIETSE JEUGD
Ferdinand Vercnocke - Gaston
Feremans
1. Groot is het volk en het volk vergaat,
volg de Dietse trom.
't Volk heeft gedroomd van een
volkse staat, volk wordt volk weerom.
Volk is de droom van 't jong Diets geslacht.
Volk hoort de wet en volk de macht.
Volk wil volk regeren.
Eens zal de jeugd bij rode nacht, volk tot staat verkeren.
2. Dood is de staat die het volk onteert, volg de Dietse trom.
Levend het volk dat de staat
regeert, volk wordt volk weerom.
3. Volk is het heir dat de staat bestormt, volg de Dietse trom.
Jeugd is de macht die de volk'ren
vormt, volk wordt volk weerom.
GWIR
VRETONED
Gwir Vretoned, tud a galon, varzao ! Da gana gloar da Vreiz or bro,
Ha da ziwall
tenzor the yaouankiz: Ar yez, ar peoh, har ar frankiz;
War
zao ! War zoa ! Da gana 'bouez penn, Breiz da
virviken, Breiz da virviken.
O va Breiz, gand da douriou brudet. Da vor glaz ha
da veneziou,
Da vrug ruz ha da lann alaouret,
te zo koant dreist an oll vroiou !
Ne'z eus ket, 'vel e-touez or herreg, a dud vat, seder ha nerzuz;
Ne'z eus ket, 'vel en or brezoneg,
soniou drant, gwerziou dudiuz.
On tud koz, tud leal ha santel, stard evel on dero kaled,
A
ouezas miroud de Vreiz-Izel, he brud-vad, he nerz, he gened.
Bretoned; savom or halonou, ha touom e talhim ato,
Da
vale var roudou on tadou, keid
ha ma's ay ar bed en dro !