E
Een fijfer klinkt hel in de morgen
Een hond, een kat, een haantje
Een jager rende de slotpoort uit

Een jeugd groeit heden
Een kalemanden rok

Een karretje op de zandweg reed
Een kleurpalet van bos en hei
Een leven vol strijd
Eens heersten wij over de zeeën
Eens klonk uit het land van de kerels

Een smidje in zijn smisse
Een spett'rend spel
Een student is een vent met een pijp in de kop
Eens vielen de wallen der steden
Eens was een volk, een vechtersvolk
Een tak wordt muur als vele zijn bijeen gegaard

Een vijand werpt bedreigend (Het onthouderslied)
Een vreemde arme snuiter
Een zandweg snijdt door jonge hei
Ein kleiner Matrose
En als wij marcheren
En de boom stond op de berg

En het morgengloren dat is onze tijd
En hoor jy die magtige dreuning
En 's avonds
Ere, ere zij God in de hoge

Er lokt een lied uit bos en heide
Er rijst in de morgen een vlag aan de mast
Er stond eens een beuk in een winterse wei

Euskadi, Euskadi

thorh.gif (4973 bytes)Terug naar alfabet   knoop.jpg (5371 bytes) Terug naar inhoud per thema

EEN FIJFER KLINKT HEL
Erbe

Een fijfer klinkt hel in de morgen, de lente komt over het land.

Berken luist'ren naar die tonen, berken wiegen in hun dromen.
Een fijfer klinkt hel in de morgen, de lente komt over het land.

Een fijfer klinkt hel in de morgen, de lente komt over het land.

In de verte wuiven dennen, willen ook dit wijsje kennen.
Een fijfer klinkt hel in de morgen, de lente komt over het land.

Een fijfer klinkt hel in de morgen, de lente komt over het land.

En de beek die hoort het zingen, wild en bruisend gaat z'ontspringen.
Een fijfer klinkt hel in de morgen, de lente komt over het land.

Een fijfer klinkt hel in de morgen, de zomer komt over het land.

Duizend halmen sidd'rend wachten, naar die frisse tonen trachten.
Een fijfer klinkt hel in de morgen, de zomer komt over het land.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE BREMER MUZIKANTEN
E. De Ridder - Armand Preud'homme

1. Een hond een kat een haantje, die trokken blij van zin,
Als Bremer muzikanten, de wijde wereld in.
Wat later sloot een ezel zich bij hun troepje aan,
En waar zij speelden kwamen de mensen om hen staan.

Want de kat miauwde en speelde klarinet: fledderet, fledderet, fledderet !

En het haantje kraaide en blies op de trompet: tedderet, tedderet, tedderet !
En de hond, als bazuin, wifwafte, grom grom grom !
Terwijl de ezel "hiha" deed: die sloeg de grote trom,
Bom, bom, bom, bom, fledderet, tedderet,
Bom, bom, bom, bom, fledderet, tedderet, bom, bom !

2. Maar zek're donk're avond, verdwaald in 't bos naar 't scheen,

Daar zagen zij een lichtje, dat uit een venster scheen.
Zij keken in de kamers: het was een roversnest !
Ons moedig viertal schrok wel, maar zong toch om het best !

3. De rovers die, gezellig, daar feestten in de zaal,

Die dachten zich verraden en gingen aan de haal !
Men zag ze nooit nog weder, ons vrolijk viertal zei:
"Waarom nog verder trekken ?  Hier zijn en blijven wij !"

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE GOEDE JAGER
Lambrecht Lambrechts – E. Van Nieuwenhove

Een jager rende de slotpoort uit, halli, hallo, halli, hallo !
Hij vulde de dalen met schallend geluid, halli, hallo, halli, hallo !
De grimmige dieren herkenden het lied, maar vreesden de goedige kerel niet.
Hallo, hallo, halli, hallo, hallo, hallo, halli, hallo !

Hij kende hen allen met teken en naam,
hij lokte hen nader uit hol en braam,
Hij groette de ever, hij streelde de vos, hij lag met de beer op het donzige mos.

Hij drukte een kus op hun ruige kop,
of gaf hun een les en dreigde: pas op !
Krakeelt niet als mensen onder elkaar, dan rende de jager weer toetend vandaar.

drieknoop.gif (1823 bytes)

JEUGD
Fred Rossaert

1. Een jeugd groeit heden, zij heeft gestreden een harde strijd.

In grootse dromen, zag zij reeds komen een nieuwe tijd. (bis)

2. Een jeugd groeit heden, zij heeft geleden, kent smart en rouw.

Spijts haat en kerker klinkt nu nog sterker haar eed van trouw. (bis)

3. Een jeugd groeit heden, zij zal weer treden met stoere moed.
Want jeugd kan geven, heel haar jong leven, heel haar jong bloed. (bis)

drieknoop.gif (1823 bytes)

EEN KALEMANDEN ROK

Een kalemanden rok, een wit mantlijntje d’rop,
en weet je waar da ‘k weune ? Al in Sint-Gillisdorp.
Een lijnwaden kazakje, een biezebomen rok,
en zou ‘k daar niet mee lachen ? De fruitpan op zijn kop.
Een kalemanden rok, een wit mantlijntje d’rop,
en weet je waar da ‘k weune ? Al in Sint-Gillisdorp.

drieknoop.gif (1823 bytes)

EEN KARRETJE OP DE ZANDWEG REED
Viotta

Een karretje op de zandweg reed, de maan scheen helder, de weg was breed.
Het paardje liep met luste.  ‘k Wed dat het zelf zijn weg wel vindt, de voerman lei te rusten.
Ik wens je wel thuis, m’n vriend, m’n vriend, ik wens je wel thuis m’n vriend.

Een karretje reed langs berg en dal, de nacht was donker, de weg was smal.
Het paard liep als met vleugels, de sneeuwjacht zweept zijn ogen blind, de voerman houdt de teugels.
Ik wens je wel thuis, m’n vriend, m’n vriend, ik wens je wel thuis m’n vriend.

Een karretje keert behouden weer, het ander heeft er geen voerman meer.
Waar mag hij zijn gebleven? ‘k Wed dat je’m op de zandweg vindt of mog’lijk lei te neven.
Hij komt niet meer thuis, die vriend, die vriend, hij komt niet meer thuis die vriend.

drieknoop.gif (1823 bytes) 

VLAANDEREN, DE WERELD WAARD !
Wim Verreycken

1. Een kleurpalet van bos en hei, met tinten rood en bruin en groen.
Het jaar loopt zachtjes naar zijn eind, zoals ook mensenlevens doen.

Heija, heija, Vlaanderen mijn vruchtbare gaard.

Heija, heija, Vlaanderen de wereld waard !

2. De winter met zijn vacht van sneeuw, met ijs en kou en lange nacht,

brengt zonnewende, feest van Joel, en geeft ons harte nieuwe kracht.

3. Als hoge mei naar d'hemel klimt, en warme zonne openbrandt;
Als dartel vee de weiden vindt, is 't blije lente in mijn land.

4. Het rijpe koren op het veld, brengt zomerkampbeloften mee.
Houzee, de jonge Dietse schaar, van Voer tot zee, het V.N.J.

drieknoop.gif (1823 bytes)

EEN LEVEN VOL STRIJD

1. Een leven vol strijd, tot alles bereid, Dietsland m'n Dietsland.

Wij gaan in de slag met trommel en vlag, Dietsland, ons Dietsland marcheert. (bis)

2. De ouden vergaan, jong Dietsland rukt aan, Dietsland m'n Dietsland.

De nacht dat zijn zij, de ochtend zijn wij, Dietsland, ons Dietsland marcheert. (bis)

3. De toekomst, de daad, behoort de soldaat, Dietsland m'n Dietsland.
Soldaat uwe hand, 't is voorjaar in 't land, Dietsland, ons Dietsland marcheert. (bis)

drieknoop.gif (1823 bytes)

EENS HEERSTEN WIJ OVER DE ZEEEN !

Hans Baumann

Eens heersten wij over de zeeën, wij vreesden de stormen niet;
Beheersten de Dietse steden, het West-Europees gebied.
Wij stappen in 't heir der getrouwen, wij breken het Diets verval.
Wij weten spijts lafaards en lauwen, dat Dietsland herleven zal !

Verkiest boven kleinheid en schande, de grootheid te land en ter zee.

Wij leiden de Nederlanden, zoniet wij verdwijnen ermee.
Wij stappen in 't heir der bevrijden, of ook heel Europa begeeft.
Wij weten tot 't einde der tijden: het eeuwige Dietsland leeft !

drieknoop.gif (1823 bytes)

RODENBACHLIED

Clem De Ridder - Emiel Hullebroeck

1. Eens klonk uit het land van de Kerels, een wekstem door Vlaanderens ruim.

Zij jaagde de winden tot stormen, en zwiepte de golven tot schuim.

Werp de Blauwvoet uit, hoor hoe Roeland luidt, Vlaand'ren vergaat in de brand.
Slaat de landsknechttrom dat het stormt alom, in dit slapende land.
Vliegt de Blauwvoet ?  Storm op zee ! Vlaanderland, hoezee !

2. De jeugd had de wekroep vernomen, met Rodenbach zwoer zij de eed:
Wij vechten in houwe en trouwe, tot Vlaanderen "Vlaanderen" heet.

3. Nog steeds laat de wekroep zich horen, en spoort hij ons aan tot de daad.
Nog leeft hier een jeugd die kan strijden, met Rodenbach staat zij paraat.

drieknoop.gif (1823 bytes)

HET LIED VAN DE SMID
Liekens - Andelhof

Een smidje in zijn smisse die zong de hele dag;
zijn stemme klonk zo helder bij ied’ren hamerslag.
Hij zong zo blij van tokke tokke tok, hij zong zo vrij van kloppe kloppe klop;
het klonk zo lustig dan, het liedje van de zwarte man.

Een meisje op haar kamer, die had dat lied gehoord.
Haar hartje ging aan ‘t jagen bij ‘t smidjes aardig woord.
Het ging zo snel van tokke tokke tok; het ging zo fel van kloppe kloppe klop;
het sloeg zo teder dan het liedje van de zwarte man.

Och smidje van hierover, leer mij dat schone lied.
Lief meisje ‘k zal ‘t u leren als gij mij geerne ziet.
Kom zing met mij van tokke tokke tok; kom zing met mij van kloppe kloppe klop.
Wij zingen samen dan het liedje van de zwarte man.

Het meisje werd zijn vrouwtje en hij haar beste man.
En kleine kleuters kwamen, die zongen mede dan.
Ze zongen blij van tokke tokke tok; ze zongen vrij van kloppe kloppe klop;
het klonk zo lustig dan het liedje van de zwarte man.

drieknoop.gif (1823 bytes)

JEUGD GAAT DE GRENZEN VOORBIJ
Luk Bellens

1. Een spett'rend spel en een laaiend vuur, da's V.N.J. op zijn best, houzee !
We bund'len krachten in iedere schaar, en wij groeien, wij breken baan !

En verder dan de grenzen klinkt ons vreugdelied, een fris geluid doet Europa ontwaken.

Breek uit je voegen, smeed nieuwe banden, jeugd ga de grenzen voorbij.

2. Een volk dat kampt voor zijn eigen recht, verheft zichzelf boven elke staat.

Breek muren af, ga je eigen weg, geef de wereld een nieuw gelaat !

3. Laat kinderen hopen met dit refrein, Europa een keten van volk'ren zijn.
Zo krijgt eenieder een eigen thuis, en wordt ook Vlaanderen ons eigen huis.

drieknoop.gif (1823 bytes)

STUDENT ZIJN
E. De Ridder – Armand Preud’homme

Een student is een vent met een pijp in de kop,
en een pet of een muts scheef erop (scheef erop).
Soms eens centen heeft, meest geen centen heeft,
en in zorg, zorgeloos zijn leven leeft.

Student zijn: dat wordt men niet. Student zijn: dat leert men niet.
Student zijn: vergeet men niet, dat is men of men is het niet.

Een student is een vent die zijn pint tijdig drinkt,
en weleens naar een mooi meisje pinkt (meisje pinkt).
Soms één liefje heeft, soms twee lieven heeft,
en in zorg, zorgeloos zijn leven leeft.

Een student is een vent waar de tijd op verslijt,
die altijd hier of daar staat in ’t krijt (staat in 't krijt).
Soms miserie heeft, altijd leute heeft,

en in zorg, zorgeloos zijn leven leeft.

drieknoop.gif (1823 bytes)

EENS VIELEN DE WALLEN DER STEDEN
Bert Peleman – Armand Preud’homme

Eens vielen de wallen der steden, bestormd door het volkse verzet;
toen Dietsland zijn trouw heeft beleden, gekuip en verraad heeft belet.
Toen sloegen de trommen ten strijde, de fijfers verkondden de nood,
en over de bloeiende heide marcheerde het vendel ter dood.
En over de bloeiende heide marcheerde het vendel ter dood.

Eens stonden de torens der steden omklauwd door de vechtende leeuw;
toen prinsen hun zwaard lieten smeden als schutse van eeuwe tot eeuw.
Toen brandd’ op het goud der pennoenen de trouwe van boer en soldaat.
Toen bleken de mannen de koenen, die streden voor ’t heil van de staat.
Toen bleken de mannen de koenen, die streden voor ’t heil van de staat.

En dreunt onze mars door de steden, en werden we weerom soldaat;
wij schouwen het Dietse verleden en bouwen de heilige staat.
Weer slagen de trommen ten strijde, de fijfers verkonden de nood.
Wij zullen de torens bevrijden, marcheren voor Dietsland ter dood.
Wij zullen de torens bevrijden, marcheren voor Dietsland ter dood.

drieknoop.gif (1823 bytes)

ALS VLAAND'REN VRIJ WIL ZIJN
Wim Verreycken

1. Eens was een volk, een vechtersvolk, de wereld rond vermaard.
Dat volk had moed; dat volk had macht, dat volk was Nederlands.
Na lange, bange, donk're nacht, groeit nieuwe Kerelsmacht.

Als Vlaand'ren vrij wil zijn, moet een voorpost bezetting bestrijden.

Als Vlaand'ren vrij zal zijn, wordt Vlaand'ren Dietsland weerom.

2. Noord-Nederland vergeet hen niet, de hoeders van uw grond.

Hernieuw dan met uw broedervolk, der eed'len eedverbond.
De eed van trouw in 't hart gebrand, banier in storm geplant.

3. Geen lauwheid of geen lafheid meer, geen brav' neutraliteit.
Eén vuist, één stap, één Nederland, één harde weerbaarheid.
O, lage land, o, grijze lucht, onz' zege neemt zijn vlucht.

drieknoop.gif (1823 bytes)

HILDRUNS’ LIED
J. Cleybergh

Een tak wordt muur als vele zijn bijeen gegaard.
Een man wordt heir als vele zijn in rij geschaard.
Steek voor, steek na, steek voor, steek na, een tak wordt muur als vele zijn bijeen gegaard.

Een moeder spint uit wolle fijn een sterke draad.

Een heir dat vereend zijn kracht benut schept grootse daad.
Steek voor, steek na, steek voor, steek na, een moeder spint uit wolle fijn een sterke draad.

Een meisje weeft uit draden los het taaie doek.
Wat ’t ganse volk hier bouwen zal kan nooit vergaan.
Steek voor, steek na, steek voor, steek na, een meisje weeft uit draden los het taaie doek.

drieknoop.gif (1823 bytes)

HET ONTHOUDERSLIED

1. Een vijand werpt bedreigend zijn slavenboeien rond; maar moedig streeft hem tegen de Vlaams' onthoudersbond.
Verbant die wrede stoorder, de vuile drank van hier, die lijf- en zielemoorder voor altijd weg van hier.

Verbant die wrede stoorder, de vuile drank van hier,
die lijf- en zielemoorder voor altijd weg van hier.
Die lijf- en zielemoorder voor altijd weg van hier !

2. Beschouwt hoe 't volk verbasterd aan sterke dranken kleeft; hoe 't in ellend' en tranen en blinde dwaasheid leeft.
Die gifdrank vol van rampen baart misdaad, ziekt' en nood; en weduwen en wezen slaat hij met hongerdood.

3. Hoewel ons vad'ren streden voor vrijheid en geluk, nog zijn wij vastgekluisterd aan 't schandelijkste juk.
Op broeders, op ten strijde ! Verheft u uit de schand' ! Verbreek met leeuwenfierheid die wrede slavenband.

4. Onthouders, ja ten strijde, bevecht de duivelsdrank. En help ons volk bevrijden van schand' en ondergang.
Reik uw verblinde broeders een kloeke reddingshand. Volhardt in 't moedig streven voor 't heil van 't vaderland.

drieknoop.gif (1823 bytes)

EEN VREEMDE ARME SNUITER

Een vreemde arme snuiter, was moede van het wand'len.

Was moede, moede van het wand'len.
Hij had zijn fluit verloren, uit zijne mantelzak, zak, uit zijne mantelzak.
Da's niets ik heb gevonden waar jij zo veel van hield, lalala, hield lalala,
waar jij zo veel van hield.

drieknoop.gif (1823 bytes)

ZING MET ONS
Jan W. Robrecht – Hans Baumann


Een zandweg snijdt door jonge hei, op weg naar nieuwe einder vrij.

Muziek stijgt hoog in de luchten.
Meng bij toon van luit, eigen liedgeluid. Muziek stijgt hoog in de luchten.

Kerlinnen zingen luid en blij. Zing met ons, kom zing met mij.

Laat horen klinkende krachten.
Zing de muren stuk, luid de vrijheidsklok, laat winnen klinkende krachten.

drieknoop.gif (1823 bytes)

EIN KLEINER MATROSE

Ein kleiner Matrose, umsegelte die Welt.

Er liebte ein Mädchen, sie hatte gar kein Geld.
Das Mädchen muss weinen, und wer hat Schuld daran ?
Der kleine Matrose, in seinem Liebeswahn.

drieknoop.gif (1823 bytes)

ALS WIJ MARCHEREN

Yv. de Man

En als wij marcheren, dan klinkt er een kreet,
Die nevels en wolken dav'rend doorbreekt.

En als wij ons vinden op stap door het land,

Dan groeit in ons allen heilige brand.

En nadert het doel toch, al stormt het zo guur,
Dan zien wij de eersten rood laaiend vuur.

Gij volk uit de diepte, gij volk uit de nacht,
Het vuur moet gij hoeden, blijf op de wacht.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE BOOM STOND OP DE BERGEN

En de boom stond op de bergen, hali, halo. En de boom stond op de bergen, hali, halo.


1. En aan die boom daar kwam een tak, een reuzentak, een pracht van een tak;

ach jongens wat een tak was dat ! De tak van de boom,
2. En aan die tak daar kwam een blad, een reuzenblad, een pracht van een blad;
ach jongens wat een blad was dat ! Het blad van de tak, de tak van de boom,
3. En aan dat blad daar kwam een nest.
4. En in dat nest daar kwam een ei.
5. En uit dat ei daar kwam een jong.
6. En aan dat jong daar kwam een veer.
7. En aan die veer daar kwam een hoed.
8. En aan die hoed daar kwam een juf.
9. En aan die juf daar kwam een heer.
10. En aan die heer daar kwam een huis.
11. En aan dat huis daar kwam een stal.
12. En in die stal daar kwam een geit.
13. En aan die geit daar kwam een staart.
14. En aan die staart daar kwam een eind.

drieknoop.gif (1823 bytes)

HET MORGENGLOREN
E. Verstraete - Hans Baumann

En het morgengloren dat is onze tijd, wen de winden om de bergen zingen.
De zonne maakt er de dalen wijd, en het leven, het leven, dat zal zij ons brengen.
En het leven, het
leven, dat zal zij ons brengen.

Alle kleine zorgen hebben uitgedaan, in de huizen is het licht gedrongen.
Nu wijkt de sombere zwarte nacht, want de vreugde, de vereugde, die heeft hem verwonnen.
Want de vreugde, de vreugde, die heeft hem verwonnen.

Als een blanke akker ligt de aarde thans, kom tot ons dat we ze saam ontginnen.
Verlangen heeft onze armen gestaald, nieuwe landen, nieuwe landen, die zullen wij winnen.
Nieuwe landen, nieuwe landen, die zullen wij winnen.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DIE LIED VAN JONG SUID-AFRIKA

Eitemal - H. Gutsche

En hoor jy die magtige dreuning ? Oor die veld kom dit wyd gesweef.
Die lied van 'n volk se ontwaking, wat harte laat sidder en beef.
Van Kaapland tot bo in die Noorde, rys dawerend luid die akkoorde:
Dit is die lied van jong Suid-Afrika. (3 maal)

Die klop van ons ossewawiele, het die eeue se rus verstoor.

Die klank van ons voorlaaierskote, het klowe en kranse gehoor.
Die diere het stilstaan en luister, die bome het bewend gefluister:
Dit is die koms van jong Suid-Afrika. (3 maal)

Waar glorie van songloed die berge oor hul fransende voorhoof streel.

Waar winde oor golwende vlaktes met grassaad kejakker en speel.
Die land wat ons vaders gekoop het, met bloed tot ons eie gedoop het:
Dit is die land van jong Suid-Afrika. (3 maal)

Die golwende veld is ons woning en die dak is ons hemelblou;

Die Vryheid alleen is ons koning, sy wagwoord is: "Handhaaf en bou".
Die stryd wat ons vaders begin het, sal woed tot ons sterf of oorwin het.
Dit is die Eed van Jong Suid-Afrika. (3 maal)

drieknoop.gif (1823 bytes)

EN 'S AVONDS

En 's avonds, en 's avonds, en 's avonds is het goed.

En 's avonds, en 's avonds, en 's avonds is het goed.

1. En 's avonds hebben wij geld bij hopen, en 's morgens geen om brood te kopen.


En 's avonds, en 's avonds, en 's avonds is het goed.


2. En 's avonds zouden wij geerne trouwen, en 's morgens nuchtens vroeg berouwen.


3. En 's avonds zullen wij koeken bakken, en 's morgens tegen uw oren plakken.

drieknoop.gif (1823 bytes)

ZUM GLORIA
Fr. Schubert

Ere, ere zij God in de hoge, zongen de engelen in het begin.
Ere, ere zij God in de hoge, stemmen wij stamelend samen mee in.
Zo, om uw wonder verwonderd en blij, machtige Vader, U zingen ook wij:
Ere zij God in de hoge !

Ere, ere zij God in de hoge: zingt er de hemel de komst van het Kind.
Ere, ere zij God in de hoge: bruist er het water en ruist er de wind.
Hemel en aarde in feestelijk koor juichen hun danklied alom en aldoor:
Ere zij God in de hoge !

(oorspronkelijk Duits)

Ehre, Ehre sei Gott in der Höhe, singet der Himmlische selige Schar.
Ehre, Ehre sei Gott in der Höhe, stammeln auch wir, die die Erde gebar.
Staunen nur kann ich und staunend mich freu’n, Vater der Welten, doch stimm’ ich mit ein:
Ehre sei Gott in der Höhe !

Ehre, Ehre sei Gott in der Höhe, kundet der Sterne strahlendes Heer.
Ehre, Ehre sei Gott in der Höhe, säuseln die Lufte, brauset das Meer.
Feiernder Wesen unendlicher Chor jubelt im ewigen Danklied empor:
Ehre sei Gott in der Höhe !

drieknoop.gif (1823 bytes)

BIVAKKENLIED
H.v.d.Hoegaerde – Marcel Cornelis

1. Er lokt een lied uit bos en heide van vedel, doedelzak en luit.
Wij willen saam de mei verbeiden in ’t malve dromend heidekruid.

Met blije monkel om de mond verschijnen op ons wegen
de Chirovendels elke stond, ze gaan de zonne tegen.

2. Dan gaat de lentezon aan ’t rijzen, de heide zindert, trilt in ’t licht.
De leeuwer’k klimt en zingt zijn lijze, ze staat in zonnegoud gedicht.

drieknoop.gif (1823 bytes)

OCHTENDLIED
E. Swaeb - J. Weyermars

Er rijst in de morgen een vlag aan de mast, als een vlammend gebed tot de Heer.
Zij smeekt zijne zegen voor 't komende werk, op de willende arbeider neer.
Wij staan voor de arbeid in 't vendel geschaard, en klinkt het commando: marcheer !
Dan volgen wij trouw onze heilige vlag, dan wordt onze spa een geweer.
Dan volgen wij trouw onze heilige vlag, dan wordt onze spa een geweer !

drieknoop.gif (1823 bytes)

LENTELIEDJE
Andries Bogaert - Gabriël Bosmans

1. Er stond eens een beuk in een winterse wei, zo oud als de straat en met kleurloze pij.
Hij bracht al in jaren geen vruchten meer voort, nog één blad hing hoog aan de top, maar verord.
Toen kwam er een houtvester aan met een bijl, die hakte hem om zonder spijt noch verwijl.

En de kinderen kwamen en dansten in 't rond, want de lente geeft leven, maakt alles gezond.  Tralala, faldera, hopsasa !

2. Er klonk over 't land een vervaarlijke schreeuw, een dwerg van een stronk slechts bleef staan in de sneeuw.
Uitzinnig van smart, heel verloren en bloot, en iedereen dacht: onze beuk is wel dood.
Maar pas was het lente en Pasen in 't land, of Lapje, de haas, boog voor hem heel galant.

3. En sprong met een wip op zijn knoestige kop, en speeld' op zijn vedel, toen zat het er op !
Het zonnetje keek door de wolken, zei "striep", de kuikentjes buitelden buiten, pieppiep,
en Lapje die speelde en speelde zijn lied, en uit en vergeten was alle verdriet.

drieknoop.gif (1823 bytes)

EUSKADI

H. De Herdt

Euskadi, Euskadi, zacht zijn je handen, warm is je hart,
de jeugd is je kracht, Euskadi. (2 maal)

1. Ver hier vandaan en toch heel nabij, leeft er een volk, zijn taal: Euskara.

Ik was er te gast, en heel onverwacht zag ik jouw liefde, voor het volk en zijn vrienden,
je strijd askatasuna, en jouw ontvoogdingsstrijd.

2. Mooi zijn je huizen, sterk is je taal, en krachtig je verzet tegen tiran en kapitaal.

Garbia zibilak, repressie op zijn best, maar toch ben jij zo lief en zo zacht,
jouw liefde rust diep in mijn hart.

3. Jij vecht tegen haat, jij vecht tegen macht, van monsters en geweren, van zij die regeren.
De machtige heren, zij zullen dra weten dat jij, Euskadi: de strijd hebt gewonnen.
Gora Euskadi askatuta, het leed is geleden.

drieknoop.gif (1823 bytes)