De

De bange nacht is alweer om
De beiaard speelt zo schoon hij kan
De boer had maar ene schoen

De boerkens smelten van vreugd en plezier
De dag en wil niet verborgen zijn

De dageraad klaart aan de kim
De dag heeft weer zijn taak volbracht

De dennen roepen ons
De donkere nacht is nu weer voorbij
De duinen zijn als logge reuzen
De fanfare van Sint-Jan schettert wat ze blazen kan
De fiere heiden van 't verleden
De gedachten zijn vrij
De geuzenvendels rukken aan
De gilde viert
De grond is wit
De harmonie van Bergijk
De Hopman gaat ons voren
De kleremakers op hun feest die hielden grote fooi
De koekoek roept, de merel fluit
De landsknechttrommen dreunen
De lente fluit de winter uit
De machtigste koning van storm en van wind
De mei plezant willen wij planten
De Noordzee bruist, de Noordzee stormt
De Noordzee bruist een lied dat brandt
De uyl die op den peerboom zat
De ster, de ster, moet rondomme gaan.
De stokoude wereld voorbij, fallera
De student is vrolijk man
De trommeljongen moet weer heen
De trommel slaat, de fluite gaat
De vastenavond die komt aan
De vedel aan de zijde, het lied in ziel en mond
De vendels staan trots en verbeten
De vlammen wiegen zacht in zilv'ren zomernacht
De vogels konden vrolijk en blij de mei
De vogels zijn heen en de velden zijn naakt
De vrijheidszwaarden vroom gewijd
De wilde jacht is lang voorbij
De winter is vergangen, ik zie des meien schijn
De zonne reikt naar hoge tijd

thorh.gif (4973 bytes)Terug naar alfabet    knoop.jpg (5371 bytes) Terug naar inhoud per thema

DE BANGE NACHT IS ALWEER OM
G. Herwegh - J.W. Lyra

De bange nacht is alweer om: wij rijden stil, wij rijden stom.
Wat zal de dag verwerven ?

Hoe nijdig waait de morgenwind; kom, schenk ons nog een glas gezwind,
voor 't sterven, voor 't sterven.

Het jonge gras groeit daar zo groen,
't zal straks als rode rozen bloe'n,

ons bloed dat zal het verven. De laatste dronk, het zwaard in d'hand,
die drink ik voor het vaderland, voor 't sterven, voor 't sterven.

Kom, landsknecht op, tot 's lands verweer;
de kogel zoeft, daar blinkt de speer,

wie wil zijn vrijheid derven ? Dat hij geen enk'le voetstap wijk',
die voor zijn vrije Roomse rijk, wil sterven, wil sterven.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE BEIAARD SPEELT
Theodoor Stevens - Karel Mestdagh

1. De beiaard speelt zo schoon hij kan, de vreugde heerst alom.
Met bloemen kroont de vrouw haar man, de bruid haar bruidegom.

De vogel kweelt zo hel en blij, het windje speelt zo vrij !

En blij, en vrij, ons volk ter eer, is Vlaand'ren weer.
En vrij, en blij, is Vlaanderland nu weer !
Men strooie kruid en palmen uit bij klank en zang.
Hou eeuwig stand, o heilig Vaderland.

2. Voorgoed vergeten zij de hoon, vergeten ook het wee;
Nu schall' uit slot en poorterswoon het lied van heil en vreê !

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE BOER HAD MAAR ENE SCHOEN

De boer had maar ene schoen, weinig genoeg, genoeg, genoeg,
de boer had maar ene schoen weinig genoeg.
Een schoen zonder hak eraan, de boer is geen edelman,
een schoen zonder hak eraan, de boer die is geen edelman.

De boer had maar ene broek, weinig genoeg, genoeg, genoeg,
de boer had maar ene broek, weinig genoeg.
Een broek zonder zak erin, de boer is geen edelman,
een broek zonder zak erin, de boer die is geen edelman.

De boer had maar ene jas, weinig genoeg, genoeg, genoeg,
de boer had maar ene jas, weinig genoeg.
Een jas zonder knoop eraan, de boer is geen edelman,
een jas zonder knoop eraan, de boer die is geen edelman.

De boer had maar ene pet, weinig genoeg, genoeg, genoeg,
de boer had maar ene pet, weinig genoeg.
Een pet zonder klep eraan, de boer is geen edelman,
een pet zonder klep eraan, de boer die is geen edelman.

De boer had maar ene kous, weinig genoeg, genoeg, genoeg,
de boer had maar ene kous, weinig genoeg.
Een kous met een gat erin, de boer is geen edelman,
een kous met een gat erin, de boer die is geen edelman.

De boer had maar ene vrouw, meer dan genoeg, genoeg, genoeg,
de boer had maar ebe vrouw, meer dan genoeg.
Een vrouw met een kop erop, de boer had een reuzestrop,
een vrouw met een kop erop, de boer die had een reuzestrop !

drieknoop.gif (1823 bytes)

BOERENKERMIS

1. De boerkens smelten van vreugd en plezier, als d'oogst is binnengereden.

Ze gaan met hunne boerinnen te bier, en ze maken zeer goede sier.
De bezem steekt het venster uit,

men danst er, men speelt er al op de fluit, op potten en pannen,
op glazen en kannen, op allerhande geluid.

Op messen, op schup en op zoutevat, op hangel, op tangel, op dit en op dat.
Op 't rommeltje rom, dom domme, dom dom,
op keteltjes, lepeltjes, tikketiktang, en dat gaat zo de hele dag lang.

2. De boerkens hebben het aards paradijs, door Adam verloren, hervonden.
Zij roeren de lepel als was het om prijs, in de rijstpap, die hemelse spijs.
De jonkheid kiest een liefje uit,

drieknoop.gif (1823 bytes)

WACHTERLIED

De dag en wil niet verborgen zijn, het is schoon dag, dat dunket mijn,
maar wie verborgen heeft zijn lief, hoe nood' is 't dat zij scheiden, dat zij scheiden.

Wachter, nu laat uw schimpen zijn, en laat hij slapen, die allerliefste mijn;
een vingerling rood zal ik u schinken, wildi de dag niet melden, niet melden.

Och meld ik hem niet, rampzalig wijf, het gaat de jongeling aan zijn lijf.
Hebdi de schild ? Ik hebbe de speer, daarmede maakt u van hier, van hier.

De jongeling sliep ende hij ontsprang, de liefste hij in zijn armen nam;
en laat 't u niet zo na ter herte gaan: ik kome nog t'avond weder, 't avond weder.

De jongeling op zijn vale ros trad, de vrouwe op hoger tinne lag;
zij zag zo verre noordwaart inne de dag door de wolken opdringen, opdringen.

Had ik de sleutel van de dage, ik wierp hem in geender wilder Masen,
of van de Masen tot in de Rijn, al zoude hij nimmer vonden zijn, nimmer vonden zijn.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE DAGERAAD KLAART
Jan W. Robrecht – Hans Baumann

De dageraad klaart aan de kim en zonne warmt de aarde.
Een fiere haan kraait nieuw begin, roept luide: geef uw dagen zin,
Dan heeft het leven waarde.

Een helle lach vult blij gemoed, de wereld hoort de kind’ren.
In hen bruist jonge levensmoed, zij dragen Vlaand’rens toekomst goed,
Doen vrije harten zind’ren.

Wie kinderspel de vrijheid geeft, zijn ziel blijft onbevangen.
Wie niet voor vranke tale beeft en borgt wat naar de grootheid streeft:
Hij leve, leve lange !

drieknoop.gif (1823 bytes)

AVONDLIED
Steven Debroey - Emiel Hullebroeck

De dag heeft weer zijn taak volbracht, het gouden licht wijkt voor de nacht,
en alle vogels zwijgen. Laat ons een kring nu rijgen,
rondom het knett'rend sparrenvuur, in dit gewijde avonduur.

Nu daalt de nacht, 't is rustenstijd, het uur waarop van vriend men scheidt,
God geve ons zijn zegen ! Wij gaan verscheid'ne wegen,
maar zijn de vrienden allen heen, de harten blijven trouw en één.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE DENNEN ROEPEN ONS
Jozef Joossens – Marcel Cornelis

1. De dennen roepen ons, de lente lokt ons weer. De blije mei ruist door ’t jonge bloed.
De zomer nodigt ons veel sterker dan weleer. En giet weer dronkenvol ons rein gemoed.

Pak dan je zak, zwak hem om de schouder, maat. Op naar ’t bivak als ’t uur der lente slaat.
En onder ons grauwt dof de straat, waarop ons voet kadansen slaat.

2. De gele gagel groeit zo geurig in mijn land. De blonde beemd bloeit met bloem en blad.
Het zingend purper wenkt ons naar de heidekant. Verlaat nu vlug en blij die duffe stad.

3. De vennen blauwen diep van bloemenkrans gesierd. De felle zon zingt door heel het land.
Sa rakkers, ’t jonge jolig lentefeest gevierd. De jeugd en zonnegloed zijn zo verwant.

4. Gij allen, meisjes uit dezelfde grote buurt: wij roepen “vaarwel” voor korte tijd.
En wijl je lachend oog ons zijne groet toestuurt, maakt het bivak ons hart reeds ruim en wijd.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE DONKERE NACHT
Georg Blumensaat

De donkere nacht is nu weer voorbij, en heerlijk begint het te dagen.
Kameraad sluit aan, kom mee in de rij,
Vooruit wij willen het wagen.
Grijs als de luchten is onze kledij, jonge soldaten in kampvolle tijd.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE DUINEN
L.Lambrechts - Armand Preud’homme

De duinen zijn als logge reuzen, geleund, gelegerd langs de zee.
De vloed mag beuken, breken, brullen, kalm lachen daar de duinen mee.

Hun wallen blijken ijzersterk. Nou, reuzenvolk past reuzenwerk.
Hun wallen blijken ijzersterk. Nou, reuzenvolk past reuzenwerk.

Het water mag hun rug bespringen, hun kop bespatten met hun schuim.
Het dreigt er twintig weg te spoelen. Asa ! Zij wijken niet een duim !

Zij weten wel indien zij vielen wat lot ons land beschoren was.
Waar nu het gouden koren wiegelt glom dra een wilde pekelplas.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DANSLIED
Jan Demets - A.Preud’homme

De fanfare van Sint-Jan schettert wat ze blazen kan en de benen zwaaien.
Zodat zelfs de Sint zijn Lam van zijn vlag gehuppeld kwam om wat mee te draaien.

Kom mijn liefste, kom mijn liefste, kom mijn liefste, kom dansen, dansen, rondomdom.
Kom mijn liefste, kom mijn liefste, kom mijn liefste, kom dansen, rondomdom.
Flier en serpentijn en wat zonneschijn, en een kloppend hart en een warme mond.
Kom mijn liefste, kom mijn liefste, kom mijn liefste, kom dansen in het rond.

En het marktplein is zo bont, en de deerntjes zwieren rond met heur Jannemannen.
Wijl de vaders, zwaar en breed, en in deftig zwart gekleed, drinken uit hun kannen.

Onder ‘t leutig lindegroen klinkt de daverendste zoen weg in trom en koper.
Maar ‘t stadhuis is bij de hand, en de kerk aan d’overkant met Sint-Jan de Doper.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE SCHONE STRIJD
naar Lambrecht Lambrechts en Oscar Poels

1. De fiere heiden van ’t verleden bekampten wat niet Vlaams in Vlaand’ren was.
De fiere heiden van het heden staan even koppig tegen ’t vreemde ras.

Klonk de oude leuze: “Vrij of dood”, de strijd is heden even schoon en even groot.
De strijd is heden even schoon en even groot !

De fiere heiden van ’t verleden ontvingen hulp en troost van vrouw en zoon.
O fiere heiden van het heden, teelt geen verbast’ring in uw eigen woon.

De fiere heiden van ’t verleden vertrouwden in hun staal, hun eerlijk staal.
O fiere heiden van het heden, dra loont en kroont ook u de zegepraal.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE GEDACHTEN ZIJN VRIJ

De gedachten zijn vrij, wie raadt ze daarbinnen. Ze dansen voorbij als nacht'lijke schimmen.

Geen mens kan ze naken, geen jager ze raken. Laat wezen wat zij: de gedachten zijn vrij !

Ik denk me wat ik wil, in heerlijke dromen. Hun zoetheid laat ik stil mijn harte doorstromen.
Mijn wens en begeren kan niemand mij weren. Laat wezen wat zij: de gedachten zijn vrij !

En spert men mij geboeid in duistere toren. Hun zorgen en hun moeit' gaan alle verloren.
Gedachten als vuren doen storten de muren, en zold'ring daarbij: de gedachten zijn vrij !


Oorspronkelijk:
1. Die Gedanken sind frei, wer kann sie erraten? Sie fliehen vorbei wie nächtliche Schatten.
Kein Mensch kann sie wissen, kein Jäger erschiessen, es bleibet dabei: die Gedanken sind frei.
2. Ich denke was ich will und was mich beglücket, doch alles in der Stil und wie es sich schicket.
Mein Wunsch und Begehren kann niemand verwehren, es bleibet dabei: die Gedanken sind frei.
3. Und sperrt man mich ein im finsteren Kerker, das alles sind rein vergebliche Werke,
denn meine Gedanken zerreisen die Schranken und Mauern entzwei: die Gedanken sind frei.
4. Drum will ich auf immer den Sorgen entsagen, und will mich auch nimmer mit Grillen mehr plagen.
Mann kann ja im Herzen stets lachen und scherzen und denken dabei: die gedanken sind frei !

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE GEUZENVENDELS RUKKEN AAN
J.A. Van Kersbergen - Piet Heins

De geuzenvendels rukken aan, domdiredom !
Na eeuwen zijn zij opgestaan, domdiredom !
Zie hun vlaggen vliegen in de wind ! Hoor, een nieuwe geuzentijd begint,
met slaande trom, met slaande trom ! Dom, dom, domdiredom !
Het volk zijn oude kracht hervindt.

De geuzenvendels trekken op, domdiredom !
Hun vuist is hard en hard hun kop, domdiredom !
d' Oude geuzentijd is weer ontwaakt, heeft een eind aan nacht en nood gemaakt,
met slaande trom, met slaande trom ! Dom, dom, domdiredom !
Het Dietse volk wordt sterk gemaakt.

De geuzenvendels leven weer, domdiredom !
Zij slaan met gloed de vijand neer, domdiredom !
Want der vad'ren bloed brandt in hun ziel, en zij vechten weer als voor Den Briel,
met slaande trom, met slaande trom ! Dom, dom, domdiredom !
Tot eer van wie voor Dietsland viel !

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE GILDE VIERT
René De Clercq - Emiel Hullebroeck

1. De gilde viert, de gilde juicht !
Wat zit gij daar en blokt en buigt nog over uwe boeken ?
De wijsheid ligt maar in de kan,
Die ze elders zoeken wil, die kan, doch laat hem, laat hem zoeken.

Het beste biertje lust hem niet, het liefste liedje sust hem niet,

Het mooiste meisje kust hem niet,
Hoog het glas, hoog het hart, hoog het lied !

2. De beker ruist, de beker schuimt !
Sa, makkers, fris en opgeruimd, het glas aan uwe lippen !
Die op zijn kamer koekeloert,
En geestversnipp'rend dwaasheen snoert, drink' water als de kippen !

3. Het pijpke dampt in monkelmond,
En spreidt wellustig in het rond, studentikoze geuren !
Die steeds aan perkamenten kluift,
En perkamenten reuken snuift, krijgt perkamenten kleuren !

4. De gilde juicht, de gilde viert !
Hoera !  De pet omhoog gezwierd, en nog eens hard geklonken !
De blokker ligt reeds log en loom,
Gekweld door nare blokkersdroom, met droge keel te ronken !

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE GROND IS WIT
E. Hellendoorn - E. van de Waals

De grond is wit, de nevel wit,
de wolken waar nog sneeuw in zit zijn wit dat zacht vergrijzelt.
Het fijn getakt geboomte zit met witte rijp beijzeld.

De wind houdt zich behoedzaam stil,
dat niet het minste takgetril 't kristallen kunstwerk breke,
de klank zelfs van mijn schreden wil zich in de sneeuw versteken.

De grond is wit, de nevel wit,
wat zwijgend toverland is dit ? Wat hemel loop ik onder ?
Ik vouw de handen een aanbid dit grootse stille wonder.


drieknoop.gif (1823 bytes)

HET GERSTENBIER VAN KYRIE

1. De harmonie van Bergijk, die speelt er toch zo schoon.

Ze hebben teveel gedronken, ze hebben teveel geklonken.

Van 't gerstenbier van kyrie, 't gerstenbier van kyrie,

't Gerstenbier van kyrie eleison. Eleison.

2. De pastoor van Bergijk, die was er toch zo rijk.
En als hij komt te sterven, drinkt heel Bergijk van d'erven.

3. De koster van Bergijk, vergat 'ne keer 'n lijk.
Hij had teveel geklonken, hij had teveel gedronken.

4. De dokter van Bergijk, die heeft haast geen praktijk.
Hij kan zo gauw niet wezen, of ze zijn alweer genezen.

5. Het raadshuis van Bergijk, dat is 'n kelder rijk.
En in die schone kelder, daar klinkt het toch zo helder.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE HOPMAN
Willie Jahn

1. De Hopman gaat ons voren, waarheen, geen man die 't weet.
Des winters half bevroren, des zomers gans bezweet.

De Dietse vendels strijden. Hoera, victoria !

Gaan de Dietse jeugd bevrijden. Hoera, victoria !
Gaan de Dietse jeugd bevrijden. Hoera, victoria !

2. Voor zon en wind en regen, en maken wij geen halt.
Gaan wij langs slechte wegen, wij denken: 't is asfalt.

3. Wij gaan ons vel riskeren, wij staan niet meer alleen.
Marcheren, steeds marcheren, de Hopman weet waarheen.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE KLEREMAKERS OP HUN FEEST

1. De kleremakers op hun feest die hielden grote fooi (2x).
Dan aten zij genegentig, genegen maal negen maal negentig aan één gebakken vlooi (2x).

Wiedewiedewiet, met enen snok, knip knip knip, aan ’t snijden,
den draad erin, den draad erdoor, laat het garen ronken.

2. En als zij hadden veel gesmuld, dan dronken zij ook goed (2x).
Dan dronken zij genegentig, genegen maal negen maal negentig uit enen vingerhoed (2x).

3. Er werd gedanst en fel gespeeld gelijk het nergens gaat (2x).
Zij speelden dan genegentig, genegen maal negen maal negentig op enen zijden draad (2x).

4. En als het was naar huis toe gaan dan was er een getrek (2x).
dan reden zij genegentig, genegen maal negen maal negentig op enen solferstek (2x).

5. Te huis reeds stond de deure vast, zij gingen fris en glad (2x).
Zij kropen dan genegentig, genegen maal negen maal negentig door ’t roeste sleutelgat.

drieknoop.gif (1823 bytes) 

ALS DE WINDEN VRIJ
Ferd. Vercnocke - Maurits Veremans

1. De koekoek roept, de merel fluit, de mus tsjilpt opgetogen;
Sa, jongen, wipt de nesten uit, de velden ingetogen !

Als de winden vrij, alliho, alliho. Zo zwerven wij, alliho, alliho.

Wij treden blij naar buiten, al zingend en al fluitend:
lalala..        Alliho, alliho, alliho !

2. De dag zit in de klaren Oost, het zongelaat gaat blaken.
En elke prille wang die bloost zal zonnezoenen smaken !

3. Wij zien de zee, wij zien de stroom, zien wouden en landouwen.
Wij vinden er een vrije boom om ons een nest te bouwen !

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE LANDSKNECHTTROMMEN
Bert Peleman - Armand Preud'homme

1. De landsknechttrommen dreunen, zij dreunen voor de strijd !
De landsknechttrommen dreunen, de vendels staan bereid !

Rom, rom, rom !
Landsknechttrom ! Voer ons ten strijd, wij zijn bereid !

Rom, rom, rom ! Landsknechttrom ! Voer ons ten strijd, wij zijn bereid !

2. De landsknechttrommen dreunen, zij dreunen in de slag !
De landsknechttrommen dreunen, als vuur waait onze vlag !

3. De landsknechttrommen dreunen, zij dreunen in de dood !
De landsknechttrommen dreunen, het vaderland wordt groot !

drieknoop.gif (1823 bytes)

DAG LIEVE JUFFROUW LENTE
L. Verbeeck - Armand Preud'homme

De lente fluit de winter uit, de zon geeft ons 'n kus. En 's morgens aan de vensterruit tjilpt 'n verliefde mus.
De wereld zit vol dromen, de bomen krijgen kleur, de klokken gaan naar Rome, de lente zit aan d'achterdeur.

Dag lieve juffrouw lente, dag, rozen op je hoed. Dag, lucht vol rozijnen en krenten, dag lente, dag lente.
Dag lieve juffrouw lente, dag, rozen op je hoed. De wereld is een 'n reuzegrote zomersproet.

De zonne die is al vroeg uit bed, zij zit al in 't salon. En in de hemel lijkt zij net 'n grote luchtballon.
De tuin staat vol met rozen en alles is vol zon, de lente staat te blozen in ieder huis aan 't voorbalkon.

drieknoop.gif (1823 bytes)

ZEEROVERSLIED
J. Brandt Corstin

1. De machtigste koning van storm en van wind is de arend geweldig en groot.
De vogels zij sidd'ren en vluchten van angst voor zijn snavel en klauwende poot.
Als de leeuw verheft, zijn gebrul des nachts dan verschrikt hij de dieren ermee.
Ja, wij zijn de heersers der aarde, de koningen van de zee.

Tiralala (4 maal), hoi, hoi ! Ja, wij zijn de heersers der aarde, de koningen van de zee.

2. Verschijnt er een schip op de oceaan, ja, dan juichen wij luide en wild.
Ons trotse schip als een pijl uit een boog, vliegt terstond door de wateren zilt.
De koopman wordt bang en hij siddert van angst, de matrozen verwensen die dag.
Daar klimt aan de mast naar omhoge onz' bloedrode zeeroversvlag !

3. Wij werpen ons op het vijandige schip als een weggeslingerde speer.
De kanonnen dreunen, 't geweer knalt rondom, en de enterbijl hakt keer op keer.
En reeds zinkt de vlag van de vijand omlaag, overwinningsgeroep klinkt alom.
Lang leve de bruisende zee, lang leve de zeeroverij.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE MEI PLEZANT

De mei plezant willen wij planten, ’t is nu de tijd zo dat behoort.
Men ziet nu vreugd aan alle kanten, de vogelkens zingen met zoet akkoord.

De bloemkens staan zeer wijd ontloken, al door de dauw en zonneklaar.
Zij staan ter velde met zoete roken, komt met uw liefken paar aan paar.

Kom met uw liefke en wil inhalen de mei zeer zoet en welgebloeid;
men zal u lonen vrij zonder falen, want uit de mei veel liefde groeit.

De rechte tijd is nu voorhanden, kom met uw liefke vrij onverstoord,
trek met uw liefke in Venus' landen uit rechte liefde zo dat behoort.

Op harpen, snaren, wil triomferen, en lustig zingen met blij geschal,
voor uw liefs vensterken, ’t is haar ter ere, deez’ meietijd gaat boven al.

drieknoop.gif (1823 bytes)

WACHTLIED
E. Hiel - C. Van Hoof

De Noordzee bruist, de Noordzee stormt aan onze vrije Vlaamse kusten;
Haar zangen onze harten vormt die naar het strijden dapper lusten.
Eens winnen wij de zegepraal, wij kennen plichten, willen rechten;
In Vlaand'ren Vlaams, klinkt onze taal, wij Vlamen zullen daarvoor vechten !
In Vlaand'ren Vlaams, klinkt onze taal, wij Vlamen zullen daarvoor vechten !

En zijn we jong, we hebben kracht, en deze kracht wordt sterk en sterker.
We staan als kerels fier te wacht, voor 't Vlaamse volk, de harde werker.
Wij vrezen lasten, zorg noch pijn, wij willen dwang en onrecht slechten.
In Vlaand'ren Vlaams, zo moet het zijn, wij Vlamen zullen daarvoor vechten !
In Vlaand'ren Vlaams, zo moet het zijn, wij Vlamen zullen daarvoor vechten !

In 't zuiden wemelt vals verraad dat ons belaagt met vuile laster;
Hoe meer het zuiden ons versmaadt, te koener wordt ons wacht en vaster.
Sluipt in het land de bastaardij, en maakt ze kruipers, Franse knechten:
In Vlaand'ren Vlaams, dat willen wij, wij Vlamen zullen daarvoor vechten !
In Vlaand'ren Vlaams, dat willen wij, wij Vlamen zullen daarvoor vechten !

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE NOORDZEE BRUIST
W. Gijssels – R. Veremans

1. De Noordzee bruist een lied dat brandt, de zeewind draagt het mede.

Het zingt van vrijheid over ’t land, van vreugd’ in dorp en stede.
De zonne vuurt de blijheid aan langs velden, weiden, stromen,
waar steden met hun torens staan, waar woud en heide dromen.

Daar is ’t dat ik geboren werd, waar moeder mij eens wiegde,

mijn land is Vlaand’ren, mijn land is Vlaand’ren.
U mijn liefde, u mijn hart. Mijn land is Vlaand’ren.
Mijn Vlaand’ren, u mijn liefde, u mijn hart !

2. Uw kunst, al wond’ren van natuur, die fier uw ziel ontwelden,
in kleur en klank vol innig vuur, uw kunst’naars zijn uw helden.
Alwaar ik mijne schreden richt komt mij uw beeld te binnen,
en doet mij als een heil’ge plicht u immer meer beminnen.

3. O schone steden, trots en vroom, vol heil’ge feestvisioenen.
O stille dorpkens langs de stroom, waar veld en weide groenen.
Ik min u, stad vol klokgetril en dorp, ik min u beide,
en ’t is er, als ik dromen wil, zo vreedzaam in de heide.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE UYL DIE OP DEN PEERBOOM ZAT

De uyl die op den peerboom zat, den uyl die op den peerboom zat,

en boven zijn hoofd, daer zat er een kat, van simme dondeine, van faridonla,
en boven zijn hoofd, daer zat er een kat, den uyl vivat, den uyl vivat.

't Was daer dat hij zijn pootje brak, 't was daer dat hij zijn pootje brak,
men prommelde hem al in enen zak, van simme dondeine, van faridonla,
men prommelde hem al in enen zak, den uyl vivat, den uyl vivat.

Men droeg hem dan naer den doktoor, men droeg hem dan naar den doktoor,
de joffrouw die kwam zelve voor, van simme dondeine, van faridonla,
de joffrouw die kwam zelve voor, den uyl vivat, den uyl vivat.

Men trok hem wel zes oncen bloed, men trok hem wel zes oncen bloed,
't is jammer dat hij sterven moet, van simme dondeine, van faridonla,
't is jammer dat hij sterven moet, den uyl vivat, den uyl vivat.

drieknoop.gif (1823 bytes)

STERRENLIEDJE
E. Wauters - F. Dietrich

De ster, de ster, moet rondomme gaan.
Wij moeten vanavond nog verre gaan;
wij moeten vanavond nog verre gaan.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE LANDSKNECHTENTROM
Zweeds studentenlied

De stokoude wereld voorbij, fallera. Het nieuwe jonge Dietsland, dat zijn wij, fallera.
Tot wij eens triomferen, zullen wij marcheren,
Op stap naar de maat van de landsknechtentrom.

Trots leugen en laster en haat, fallera. Trots al wie ons bespuwt en naar ons slaat, fallera.

Geen duivel houdt ons tegen, wij rukken aan ter zege,
Op stap naar de maat van de landsknechtentrom.

Wij strijden uit plicht, niet om loon, fallera. Want jong zijn en Dinaso, dat is schoon, fallera.
En moeten wij eens sneven, dan gaan wij uit dit leven,
Op stap naar de maat van de landsknechtentrom.

drieknoop.gif (1823 bytes)

JUCHHEIDI

1. De student is vrolijk man, juchheidi, juchheida.

Zingt en drinkt zoveel hij kan, juchheidi, heida.
Springt en lacht maar altijd voort, En kent nergens droevig oord.

Juchheidi, juchheida, juchheidi, heidi, heida,

Juchheidi, juchheida, juchheidi, heida.

2. En zo leeft hij vrolijk voort, juchheidi, juchheida.

In het schoon studentenoord, juchheidi, heida.
Tussen boek en pijp en pint, waar elk meisje hem bemint.

3. Overal de vlag in top ! Juchheidi, juchheida.

Held're ogen, warme kop. Juchheidi, heida.
En de strijdzang langs de ree: "Vliegt de Blauwvoet ?  Storm op zee !"

4. Leefden wij nog honderd jaar, juchheidi, juchheida.

Nooit en rouwde 't onze schaar. Juchheidi, heida.
Al ons doen voor 't Vlaamse diet, 't gildeleven, 't gildelied.

drieknoop.gif (1823 bytes)

BALLADE VAN DE TROMMELJONGEN
Jozef Joossens – Marcel Cornelis

De trommeljongen moet weer heen: de hertog gaat ten strijd.
Een laffe vijand viel in ’t leen en kent geen wachtenstijd.
Hoort trommels dreunen luid, roff’lende trommelaars treden trouw vooruit.
En d’aanval wordt gestuit, hangt weldra de zegevanen uit.
Beuk dan de trom, tors ze weerom, den lande om.

Ach moeder ween toch niet zo zeer, ge ziet me dra weerom.
Dra ziet ge m’overlaan van eer met goudomkranste trom.
Hoort trommels dreunen luid, roff’lende trommelaars treden trouw vooruit.
En d’aanval wordt gestuit, hangt weldra de zegevanen uit.
Beuk dan de trom, tors ze weerom, den lande om.

De eerste kogel zoeft langs hem en slaat zijn stokken stuk.
Maar handen beuken dra zo fel op ’t strakke trommelvel.
Hoort trommels dreunen luid, roff’lende trommelaars treden trouw vooruit.
En d’aanval wordt gestuit, hangt weldra de zegevanen uit.
Toch dreunt m’n trom, trom, rom, terom, hoort ge m’n trom.

De tweede kogel knalt voor hem, doorboort de fiere trom.
Maar met de ene gave hand slaat hij op de trommelwand.
Hoort trommels dreunen luid, roff’lende trommelaars treden trouw vooruit.
En d’aanval wordt gestuit, hangt weldra de zegevanen uit.
Toch dreunt m’n trom, trom, rom, terom, hoort ge m’n trom.

De derde kogel treft z’n hart, toch dreunt de trommel weer.
Daar stuikt de trommeljongen hard op d’eigen trommel neer.
‘k Zie trommeljongen, ach, om uwe mond een stille trouwe lach.
En in uw laatste kracht prev’len uwe jonge lippen zacht:
hertog vaarwel, trommel vaarwel, moeder vaarwel.

drieknoop.gif (1823 bytes)
DE TROMMEL SLAAT

Tekst en toon: Remi Ghesquiere

1. De trommel slaat, de fluite gaat, de wind ontvouwt de vane.
En, flink op stap, het knapenschap komt zingend langs de bane.

Hoezee, hoezee ! Hoezee, hoezee !
En "vliegt de Blauwvoet, vliegt de Blauwvoet ? Storm op zee !"

2. Ei !  Ruimt de baan al waar wij gaan, wij zonen van de helden,

Die hielden vrij van slavernij hun veie Vlaamse velden.

3. Zijt welgezind die Vlaand'ren mint: de toekomst hoort ons, knapen.

Wij ook, wij gaan de vijand slaan, en gulden sporen rapen.

4.. De trommel slaat, de fluite gaat, de wind ontvouwt de vane.
En in 't verschiet nog dreunt het lied der knapen langs de bane !

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE VASTENAVOND

De vastenavond die komt aan, wij zingen “ho man ho”.
Geef ons een pan’koek uit de pan, en zo mijnheer, wel zo.
En nu het vastenavond is nu zijn wel alle keeltjes fris.
Van dirdondon, van dirdondon, van dirdondon  dondirdondeine,
Het spelen gaat gewis.

Tsa meisjes zet de pan te vuur, slaat eiers in het meel.
En haalt een kruikje smokkelbier, zo smeren wij de keel.
Terwijl gij nu dan uit de haard de koekjes uit de pan vergaart,
Van dir…
Wij spelen met de kaart.

Wat raad je, zal het klavertroef, of zal het schoppen zijn ?
Nee, geen van bei’ ‘t is harteboef, en ‘t aaske da’s voor mij !
Wel hé, wel hé, wat zeg je nu ? Zeg speel je mee of ben je schuw ?
Van dir…
Zie, daar is lanterlu.

Hier dient ook wel een glaasje bij, ik drinke deze dronk,
op mijn gebuurkens aan weerszij, sa vrienden wij zijn jong !
Kom kus je meisje dat het raakt, terwijl de wijn ons allen smaakt.
Van dir…
De vastenavond vrolijk maakt !

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE ZANGER
Albrecht Rodenbach - Renaat Veremans

De vedel aan de zijde, het lied in ziel en mond,
zo zwierf de zanger rond al in de oude tijden.
En riep hem stem- en schalenklang te midden leutig feestgedrang,
daar deed hij ‘t snaartuig ronken vol tov’rend’ harmonie,
en zong de zielen dronken van klank en poëzie,
en zong de zielen dronken van klank en poëzie.

Nog zwerft alhier de zanger en doolt stilzwijgend rond,
doch, houdt hij zijne mond, zijn ziel is lied’renzwanger.
Zweeg vreemd gezang en dorperlied, verstiet men zijne tale niet,
nog zou de zwerver komen en rijzen in de zaal,
vol beelden en vol dromen en klank en bonte taal,
vol beelden en vol dromen en klank en bonte taal.

Weer zong hij u de sagen van uit de oude tijd,
der helden grootse strijd en grootser nederlagen:
de lichte sprook met vroede zin, het lied der abele dichtermin,
het lied ons in geschapen, dat niemand zingen dorst
het lied der Dietse knapen dat smacht in veler borst,
het lied der Dietse knapen dat smacht in veler borst.

drieknoop.gif (1823 bytes)

VLAANDEREN HERRIJST

Anton Van Wilderode - Renaat Veremans

1. De vendels staan trots en verbeten, een manschap op leven en dood,
Zij dragen een groots verleden, in de dreun van hun klinkende schreden,
Wordt ook onze toekomst weer groot.

Jeugd die kan vechten en dromen, staat rond de Leeuw en het Kruis,
Vlaand'ren het hard' en het vrome, Vlaanderen blijft eeuwig, blijft eeuwig ons huis.

 2. Verleden van heiligen en helden, verleden van adel en moed,
Ons hart is met Artevelde, en de ruk van de springende Schelde,
Vaart nog als een vonk door ons bloed.

3. Wij hebben de vreugd niet verloren, de vriendschap die alles bestaat,
Ons lied, het schoon en sonore, onze stap die de lauwen moet storen,
Klinkt voort tot de wereld vergaat.

drieknoop.gif (1823 bytes)

KAMPVUURLIED
Margot Vos - Haydn

De vlammen wiegen zacht in zilv'ren zomernacht, als bloemen rank en geel.
Daar zingt ted're vrede alom, O, jonge makkers, wellekom.

Geen vogel roert zijn vlerk; wij weten diep en sterk, ons van de stilte deel.

Levend stroomt, uit goud gestart, een zoete golf van hart tot hart.

Wat ons in schoonheid bindt, is eeuwig als de wind. Dit, makker zij ons deel.

In storm en strijd, die wacht, gedenken wij de kampvuurnacht.

De vlammen wiegen zacht, in louter vreugdepracht, als bloemen rank en geel.
Alle haat en duisternis verglijden waar haar luister is.

drieknoop.gif (1823 bytes)

HOLEHEDIHO
Ward De Beer

De vogels konden vrolijk en blij de mei, de wonderbare mei.
‘t Kwinkeleert en het musiceert overal en de zonne lokt de loverkens buiten.
Holehediho, komt mee allemaal, met vedels en  met luiten.

Met vedels en met luit treden wij de mei, de wonderbare mei.
Bonte kleur, frisse lentegeur overal, ieder bloemke wil de zonne betrachten.
Holehediho, komt mee allemaal, en wilt de mei planten.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE VOGELS ZIJN HEEN
J. Worp - R. Loveling

De vogels zijn heen en de velden zijn naakt, de wei vol waterplassen;
de blad'ren liggen in het slijk die in de lente wassen.

Het lichte zaad der distels waait in pluimkens langs de wegen;
de wind waait door de naakte boom, de hemel dreigt met regen.

drieknoop.gif (1823 bytes)

HET LEGER UIT KERLINGALAND
Jef Lesage - Armand Preud'homme

1. De vrijheidszwaarden vroom gewijd vast in ons vuist gekneld !
Met Zannekin gaan we ten strijd naar 't oude Kasselveld.

Als het noodvuur in Vlaand'ren brandt rood in de nacht,

Staat de jeugd van Kerlingaland, trouw op de wacht !

2. De trommen roff'len voor de slag, klaroenen schallen wijd,
Wij bouwen rond de Leeuwenvlag een wal van weerbaarheid.

3. En bijten velen in't zand, wij blijven moedig trouw !
Want 't leger uit Kerlingaland kent zege slechts of rouw !

drieknoop.gif (1823 bytes)

LENTEGROET
Jan W. Robrecht - Robert Schumann

De wilde jacht is lang voorbij, welkom, welkom lente !
Door u smolt weg de winterpij, welkom, welkom lente !
Blije lente over ‘t land, groeten wij nu vro met zang en klank, met zang en klank.

Gij komt, en vruchtbaar lokt de aard’, welkom, welkom lente !
Door u bloeit veld en woud en gaard’, welkom, welkom lente !
Vreugde klinkt nu overal, helder zingt opnieuw de nachtigaal, de nachtigaal.

Waar Balder weer geboren wordt, welkom, welkom lente !
En Freya ‘t liefdeskleed omgordt, welkom, welkom lente !
Vlinders dansen in de jeugd, morgen zingt de kring van kindervreugd’, van kindervreugd’.

(Oorspronkelijk Frühlingsgruss, Hoffmann von Fallersleben)

drieknoop.gif (1823 bytes)

DIE WINTER IS VERGANGEN

De winter is vergangen, ik zie des meien schijn.
Ik zie die bloemkens hangen, des is mijn hert verblijd.
Zo ver aan genen dale, daar is 't genoeglijk zijn.
Daar zinget die nachtegale, als menig woudvogelkijn.

Ik wil den Mei gaan houwen, al in dat groene gras.
Ende schenken mijn boel die trouwen, die mi die lieveste was.
Ende bidden dat zi wil komen, al voor haar vensterken staan.
Ende ontvangen den Mei met bloemen, hi is zo wel gedaan.

Adieu, mijn allerliefste, adieu, schoon bloemken fijn.
Adieu, schoon rozebloeme, daar moet gescheiden zijn !
Tot dat ik wederkome, die liefste zoudt gi zijn.
Dat hert in minen live, dat hoort ja altijd dijn.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE HOGE TIJD

Jan W. Robrecht – Rijnlandse melodie

De zonne reikt naar hoge tijd, neem Freya’s ring en wees bereid.
Een leven vraagt naar trouwe daad.

De zonne reikt naar hoge tijd, een hart dat kampt verwint de strijd.
Behoed uw eed voor laf verraad.

 De zonne reikt naar hoge tijd, mijn stap zal gaan daar waar gij zijt.
Gegrift in eik ons rune staat.

drieknoop.gif (1823 bytes)