B
Bazuinen schetteren hoog en hel
Benoorden Vlaand'rens drukke wereldstad
Bij 't gloren van de zonnewend'
Bij 't zingen van dit liedje
Blauwvoetvendels aangetreden
Blijft allen trouw,
kameraden
Bobbejaan klim die berg
Borms, gij Vlaanderens klokke
Bouwt gij helden zonnekruisen
Boven
de verre, eeuwige sterren
Boven Gent rijst
Brand in Mokum
By yon bonnie banks
Terug
naar alfabet
Terug
naar inhoud per thema
WEES
WELKOM KIND
Jan W. Robrecht Hans
Baumann
Bazuinen schetteren hoog en hel, van
hoge schouwen blije:
De vadren die ons
vorengaand hun leven gaven sporenslaand.
Wees welkom nieuwe meie !
U hoort de oogst, gij erft de
haard, want nieuwe bloed is geven waard.
Kom speel nu Vlaanderen vrije !
De vrijheid wordt toch uw hoogste goed. Wij zullen samen weren:
Wie buigt het hoofd voor
dwingeland en eet uit slechte voogdenhand.
Zo draagt gij toekomst in ere !
HARD ALS KLEI
F.Bresseleers - M.Veremans
1. Benoorden Vlaandrens drukke wereldstad labeuren wij,
de polderboeren.
Wij gaan met reden op ons polders prat, nu wil men ons van hier ontvoeren.
Maar lijk de polderklei
in t brandend jaargetij,
zo hard zijn wij, zo hard zijn wij, zijn wij.
2. Ons vadren hebben t land eens droog gelegd: zij
bouwden dammen hier en dijken.
Thans wordt ons hoev en heem en brood ontzegd, weer moeten wij voor t water
wijken.
3. Wij ploegden en wij plantten onvervaard en doogst
stond rijk voor ons te rijpen.
Het land werd goud voor ons en ieder waard, nu zou men zonder meer dit grijpen.
4. Men paait: de haven groeit, de polder sterft, uw dood zal
hier nieuw leven werven.
Maar hoe men ook ons land doorboort en kerft, de polderziel zal nimmer sterven.
BIJ 'T GLOREN VAN DE ZONNEWEND'
Gottfried Wolters
Bij 't gloren van de zonnewend' weerklinkt tot
afscheid zoet ons lied.
Adieu mijn lieve, zoete lent', vergeten doen wij Freya niet.
De landman zwaait een scherpe zeis, en halmen
vol van voedend graan
zijn morgen meel, dan gouden spijs, wijl hoog de zon in luchten staat.
HET
VOG'LENKOOR
Wim Verreycken
1. Bij 't zingen van dit liedje, zingt
een leider (leidster) voor.
Bij 't wand'len door de bossen,
hoor ik het vog'lenkoor:
De klapekster klapt, (ritme klappen).
De zanglijster zingt, lalala...
De koekoek die roept: koekoek
(5 maal). De torenvalk bidt: aleluja, aleluja !
2. Dat goede keukenmoeke, roept ons aan
de dis.
Met koffie en met koeken, 't wordt
weer een feest gewis.
3. Kom samen in de ronde, zing uw
liedje, zing.
Bij avondlijke stonde hoort toch
een bontering.
TROMMELZANG
Erbe - Hans Baumann
1. Blauwvoetvendels, aangetreden! Zing een
trommelzang door 't land.
Wek de harten die moegestreden,
dwing het oude vuur tot nieuwe brand. (bis)
2. Lage land waar duinen dromen, en de
blanke Blauwvoet jaagt.
Waar de kind'ren der Vikings wonen, land dat al onz' liefd' en heimwee draagt. (bis)
3. Waar wij strijden, strijdt de trouwe. Blauwvoetvendels wijken niet.
Tot de jeugd uit de verste gouwen,
weer de gloed van onze vuren ziet. (bis)
BLIJFT
ALLEN TROUW
Herbert Napiersky
Blijft allen trouw kameraden, 't uur van
't verweer is daar.
Geen woorden meer maar daden, volg
onze jonge schaar !
Weten wij ook niet waarheen het
gaat, als de trommel voor ons maar slaat.
Blijf allen trouw kameraden, 't uur
van 't verweer is daar.
BOBBEJAAN
1. Bobbejaan klim die berg, So haastig en so lustig,
Bobbejaan klim die berg, So
haastig en so lustig,
Bobbejaan klim die berg, om die
Rooinek te vererg,
Hoera vir die Boer, hoera !
Je moe nie huil nie, je moe nie
treur nie.
Je moe nie huil nie, je moe nie
treur nie. Die
Stellebosse kerls kom weer.
3.
Bobbejaan sluip in die gras, om die Rooinek te verras.
4.
Bobbejaan die rij zo graag, om die Rooinek te verjaag.
5.
Bobbejaan laai nou je buis, jaag die Rooinek gou naar huis.
Borms, gij Vlaanderens klokke, wie die u
tot de dood verwijst ?
Van uit uw kerker, stouter,
sterker, uw stemme tot de hemel stijgt.
De Blauwvoet vliegt, ons hart vliegt mee,
En donderend dreunt het
"Storm op zee".
Vliegt de Blauwvoet, vliegt de
Blauwvoet, storm op zee !
Borms, gij Vlaanderens klokke, uw
kristen ziel, uw diep geloof,
Slaan als metalen zonnestralen,
straks d'oren van uw beulen doof.
Borms, gij Vlaanderens klokke, wij weten
nu waarom het gaat.
Doch 't bloed van Vlaanderen
steekt de vaand'ren van opstand wrekend naar de staat.
Borms, gij Vlaanderens klokke, nooit
klonk uw stem zo hel, zo rein.
Sta, bloedgetuige, tot België
buige of berste aan stukken kort en klein.
HELDENLIED
Jan W. Robrecht Hans
Baumann
Bouwt gij helden zonnekruisen op een
plaats in dodengaard.
Hoort voor deeuwen berken
ruisen: vrije man is ere waard.
In gedenken bruist het leven, nooit
vergeten, nimmer dood.
Adelbloed voorgoed gegeven,
ervenmoed in morgenrood.
BOVEN DE VERRE, EEUWIGE STERREN
Erbe - Heinrich Spitta
Boven de verre eeuwige sterren stijgt
klaar ons lied:
't vaandel te dragen, moedig de
strijd te wagen, Vlaanderen sterft niet !
Midden 't vernederen sluiten gelederen
tot hoogste daad:
strijd om het leven, alles te
geven, eer Vlaanderen vergaat !
Moeten w' ooit sterven, leer dan onz'
erven met harde hand:
sterk in gevaren, trouw te
bewaren, dit schone land !
KLOKKE
ROELAND
J. De Stoop - Berten Rodenbach
Boven Gent rijst, eenzaam en grijs, 't
oud Belfort, zinbeeld van 't verleden;
Somber en groots, steeds stom en
doods, treurt d'oude reus op 't Gent van heden;
Maar soms hij rilt, en eensklaps
gilt zijn bronzen stemme door de stede:
Trilt in uw graf, trilt Gentse
helden, gij, Jan Hyoens, gij Artevelden;
Mijn naam is Roeland, 'k kleppe
brand, en luide storm in Vlaanderland.
Een bont verschiet schept 't bronzen
lied, prachtig weertoverd mij voor d'ogen.
Mijn ziel herkent het oude Gent;
't volk komt gewapend toegevlogen.
't Land is in nood, "Vrijheid
of dood !", de gilden komen aangetogen.
'k Zie Jan Hyoens, 'k zie
d'Artevelden, en stormend roept Roeland de helden:
Mijn naam is Roeland, 'k kleppe
brand, en luide storm in Vlaanderland.
O, heldenvolk, o reuzenvolk, o pracht en
macht van vroeger dagen !
O bronzen lied, 'k wete uw bedied,
en ik versta 't verwijtend klagen;
Doch wees getroost: zie 't Oosten
bloost en Vlaand'rens zonne gaat aan 't dagen.
Vlaandren die Leu, tril oude
toren, en paar uw lied met onze koren;
Zing: "Ik ben Roeland, 'k
kleppe brand, luide triomf in Vlaanderland".
BRAND
IN MOKUM
Brand in Mokum, brand in Mukom. Zie 't is ginder, zie 't is ginder.
Brand,
brand ! Brand, brand ! En daar is geen water.
LOCH LOMON'
Lady John Scott
1. By yon bonnie
banks and by yon bonnie braes,
where the sun shines bright on Loch Lomon',
Where
me and my true love were ever wont to be,
on the bonnie, bonnie banks of Loch Lomon'.
Oh you'll take
the high road, and I'll take the low road, and I'll be in Scotland before you.
But
me and my true love will never meet again, on the bonnie, bonnie banks of Loch Lomon'.
2. I mind where we
parted in yon shady glen,
on
the steep, steep side of Ben Lomon'.
Where
in deep purple hue, the Highland hills we view,
And
the moon coming out in the gloaming.
3. The wee birdies
sing and the wild flowers spring,
And
in sunshine the waters are sleeping.
But
the broken heart will ken no second spring again,
And
the world does not know how we are greating.