A
A, a, a, valete studia
Ach bitt're winter, wat ben je koud
A la claire fontaine
Al die daar zegt de reus die komt
Al die willen te kap'ren varen
Al huilen stormen
Alle kleine eendjes
Allen die willen naar Island gaan
Alle Vögel sind schon da
Al onder de weg van Maldegem
Als dauw weerkaatst het jonge licht
Als de brem bloeit
Als de kerels gaan op toer
Als de kerels tegare zijn
Als de rombom heeft geslagen
Als de zwarte kerels gaan marcheren
Als eik in Laagland vast gepland
Als hoog in de mast onze Blauwvoet jaagt
Als ik wat laat naar huistoe kom
Als met hun leeuwevlaggen
Als moeder zong
Als over 't wijde land
Als Uilenspiegel is opgestaan
Als wij schrijden, dicht gerijd
Am brunnen vor dem Tore
Anker, o kanker van 't mensengeslacht (ABC der jeneverkroeg)
Ännchen van Tharau
Arge winter, gij zijt koud
Auf der Lüneburger Heide

knop.gif (2212 bytes)Terug naar alfabet knoop.jpg (5371 bytes) Terug naar inhoud per thema

A, A, A, VALETE STUDIA

A, a, a, valete studia. Studia relinquimus, patriam repetimus.
A, a, a, valete studia, valete studia !

E, e, e, ite, miseriae. Instant nobis feriae, tempus est laetitiae.
E, e, e, ite, miseriae, ite miseriae !

I, i, i, vivant philosophi ! Studioso parvuli, etiam sunt bibuli.
I, i, i, vivant philosophi, vivant philosophi !

O, o, o, nil est in poculo: repleatur denuo ! Nummi sunt in sacculo,
O, o, o, nil est in poculo, nil est in poculo !

U, u, u, ingente spiritu ! Celebramus epulas, cras habemus ferias,
U, u, u, ingente spiritu, ingente spiritu !

IJ, ij, ij, kom schenk en drink met mij, want wij zijn hier niet gekomen om te slapen of te dromen,
IJ, ij, ij, kom schenk en drink met mij, kom schenk en drink met mij !

drieknoop.gif (1823 bytes)

ACH BITTERE WINTER
Gottfried Wolters

Ach bitt're winter, wat ben je koud,
het eenmaal groene woud lijkt nu zo oud,
jij hebt gedood de bloempjes op de heide.

Waar eens het groene blad, is alles kaal,
gevlucht naar warmer oord de nachtegaal.
Hij is gevlucht, maar eens toch komt hij weder.

drieknoop.gif (1823 bytes)

A LA CLAIRE FONTAINE
 

1. A la claire fontaine, m'en allant promener,
J'ai trouver l'eau si belle, que je m'y suis baigné.

 Il y a longtemps que je t'aime, jamais je ne t'oublierai.

 2. Sous les feuilles d'un chêne, je me suis fait sécher,
Sur la plus haute branche, le rossignol chantait.

3. Chante rossignol, chante, toi qui as le coeur gai;
Tu as le coeur à rire, moi je l'ai à pleurer.

4. J'ai perdu mon amie, sans l'avoir mérité,
Pour un bouquet de roses, que je lui refusai.

5. Je voudrais que la rose, fût encore à planter,
Et que ma douce amie, fût encore à m'aimer.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DE REUS DIE KOMT

Al die daar zegt: de reus die komt, de reus die komt, ze liegen erom,
kere weerom, reuske, reuske, kere weerom reuzegom.

Sa moeder snijdt een boterham, een boterham, de reus is gram,
kere weerom, reuske, reuske, kere weerom reuzegom.

Sa moeder tap van ‘t beste bier, van ‘t beste bier, de reus is hier,
kere weerom, reuske, reuske, kere weerom reuzegom.

Sa moeder stop nu maar het vat, nu maar het vat, de reus is zat,
kere weerom, reuske, reuske, kere weerom reuzegom.

drieknoop.gif (1823 bytes)

AL DIE WILLEN TE KAP'REN VAREN

Al die willen te kap'ren varen, moeten mannen met baarden zijn.
Jan, Pier, Tjores en Corneel, die hebben baarden, die hebben baarden.
Jan, Pier, Tjores en Corneel, die hebben baarden, zij varen mee.

drieknoop.gif (1823 bytes)

AL HUILEN STORMEN
Yvonne de Man – Schubert

Al huilen stormen nog zo fel, wij gaan vooruit en zingen.
Vooruit zo roept ons jeugdig bloed, vooruit met onversaagde moed,
Het zonlicht tegemoet, het zonlicht tegemoet.

Geen macht, geen kracht stuit onze gang, wij kennen grens noch palen.
De toekomst brengt geluk en vreugd, de toekomst – makkers – aan de jeugd,
En ’t zonlicht tegemoet, en ’t zonlicht tegemoet.

Een nieuwe wereld dragen wij op onze jonge schouders.
Het land van licht en zonneschijn, dit land het zal het onze zijn.
Nu ’t zonlicht tegemoet, nu ’t zonlicht tegemoet.

drieknoop.gif (1823 bytes)

ALLE KLEINE EENDJES

Alle kleine eendjes zwemmen in het meer, zwemmen in het meer.
Kopje onder water, staartje op en neer.
Kopje onder water, staartje op en neer.

Alle grote zwanen zwemmen in het meer, zwemmen in het meer.
Kop gaat onder water, staart gaat op en neer.
Kop gaat onder water, staart gaat op en neer.

drieknoop.gif (1823 bytes)

NAAR ISLAND

Allen die willen naar Island gaan, om kabeljauw te vangen en te vissen met verlangen;
Naar Iseland, naar Iseland, naar Island toe; tot drieëndertig reizen zij zijn nog niet moe.

Komt ons de tijd van de fooie aan, wij dansen met behagen en wij weten van geen klagen;
Maar komt de tijd, maar komt de tijd naar zee te gaan, dan is er wel ons hoofd van zorgen zwaar belaân !

Als er de wind uit het Noorden waait, wij gaan naar de herberge en wij drinken zonder erge.
Wij drinken daar, wij drinken daar op ons gemak, tot dat de leste stuiver is uit onze zak.

Als er de wind van het Oosten waait, de schipper, blij van herten, zegt:
"Die wind die speelt ons perten; 't zal beter zijn, 't zal beter zijn, 't zal beter zijn,
Te lopen voor de wind recht het kanaal maar in ".

Langs de Lezaars, de Schorels voorbij, vandaar al naar Kaap Claire, die niet weet, hij zal wel leren.
Toen komt er bij, toen komt er bij ons stureman, en hij geeft ons de koerse recht naar Iseland.

drieknoop.gif (1823 bytes)

ALLE VÖGEL
Hoffman van Fallersleben

Alle Vögel sind schon da, alle Vögel, alle.
Welch ein singen, jubiliern, pfeifen, zwitschern, tireliern.
Frühling will nun einmarschiern, kommt mit Sang und Schalle.

Wie sie alle lustig sind, flinf und Froh sich regen.
Amsel, Drossel, Fink und Star, und die ganze Vögelschar,
wünschen dir ein frohes Jahr, lauter Heil uns Segen.

Was sie uns verkündet nun, nehmen wir zu Herzen.
Wir auch wollen lustig sein, lustig wie die Vögelein,
hier und dort, feldaus, feldein, singen, springen, scherzen.

drieknoop.gif (1823 bytes)

AL ONDER DE WEG VAN MALDEGEM

Al onder de weg van Maldegem, malle malle malle malle Maldegem,
al onder de weg van Maldegem daar zat een wuf dat spon.

1. Dat wuf dat zat en spon gielegon, dat wuf dat zat en spon
al op een houten wieleke, wiele wiele wiele wiele wieleke,
al op een houten wieleke, daar was geen draaiing aan, daar was geen draaiing aan.

2. Dat wuf had een schapraai gielegaai, dat wuf had een schapraai.
Van boven zet z’haar boterke, bobo bobo bobo bobo boterke,
van boven zet z’haar boterke, van onder hare kaas, van onder hare kaas.

3. Dat wuf dat ging op zee gielegee, dat wuf dat ging op zee.
Al op een houten lepelke, lele lele lele lele lepelke,
al op een houten lepelke, daar was geen steelken aan, daar was geen steelken aan.

4. Dat wuf verdronk in zee gielegee, dat wuf verdronk in zee.
Al in dat diepe waterke, wawa wawa wawa wawa waterke,
al in dat diepe waterke, daar was geen doen meer aan, daar was geen doen meer aan.

5. Dat wuf ging naar de hel, gielegel, dat wuf ging naar de hel.
Den duivel maakte min met haar, minne minne minne minne min met haar,
den duivel maakte min met haar, zij spon met veel misbaar,  zij spon met veel misbaar.

drieknoop.gif (1823 bytes)

TJO-RI-I !
Jan W. Robrecht – Hans Baumann

Als dauw weerkaatst het jonge licht, tjo-tjo-o-ri-i, en nevel dekt nog weiden dicht, tjo-tjo-o-ri-i,
Als schucht’re zon kleurt zilverig dauw: dan komt lentedag in zicht,
Met luchten warm en hemel zo blauw, tjo-tjo-o-ri-i.

Een eerste haan roept fier met kracht: tjo-tjo-o-ri-i, de nachtuil duikt in slapersvacht, tjo-tjo-o-ri-i.
Konijntje kijkt verbaasd in ’t rond, het zag voorheen nooit zulke pracht.
De zonne klimt naar de morgenstond. Tjo-tjo-o-ri-i.

De leeuw’rik laddert naar omhoog, tjo-tjo-o-ri-i, een buizerd bidt met speurend oog, tjo-tjo-o-ri-i.
Ook mens wrijft nu de ogen uit, hij zoekt maar vindt geen regenboog,
En zingt met alle schepsels luid: tjo-tjo-o-ri-i !

drieknoop.gif (1823 bytes)

ALS DE BREM BLOEIT
J. Simons - Armand Preud'homme

Als de brem bloeit staat de heide dag en nacht in vlam en vuur.
En de kim gloeit aller zijden, gele brand op blauw azuur !
Als de brem bloeit in de Kempen, is de winter moe gesard;
Als de brem bloeit is de Lente daar terug in het land van mijn hart.

Als de brem bloeit, alle vogels keert uit verre zuidervlucht.
En de leeuwerik rept de vlogel, hangt te veed'len in de lucht !
Als de brem bloeit op de heide, schalt een lied uit haal en kant,
Als de brem bloeit is de lente terug in mijn oud Kempenland.

Als de brem bloeit gaan wij stappen, longen open, voeten vast;
En de zon schroeit, zerpe sappen barsten uit de dennebast !
Als de brem bloeit op de heide, reiken wij elkaar de hand.
Als de brem bloeit is de lente terug in ons oud Kempenland.

drieknoop.gif (1823 bytes)

ALS DE KERELS GAAN OP TOER

Als de Kerels gaan op toer, luide dreunt dan 't blije lied.
Hand in hand en broer naast broer. Wie kent er de Kerels niet ?

drieknoop.gif (1823 bytes)

KERELSLIED
Albrecht Rodenbach

1. Als de Kerels te gare zijn, doedle, bomle rom dom dom,
wat liedje moet er gezongen zijn? Doedle, rom dom dom.
't Kerelslied, 't Kerelslied. Doedle, bomle rom dom dom.
't Kerelslied, 't Kerelslied, Doedle, rom dom dom.

2. Zij renden met zessen langs de baan, zij hadden stalen kleren aan.  Isegrims, Isegrims.

3. Zij hadden waaiend helmen aan, zij renden zingend langs de baan. Wat zongen zij ?  Wat zongen zij?

4. Van edele ridders en heren groot, van nijdige kerels en galgedood. Isegrims, Isegrims.

5. De Kerels kennen een schoonren zang, de zang der Kerels is niet lang, maar zegt veel, maar zegt veel.

6. Vliegt de Blauwvoet?  Storm op zee! Vliegt de Blauwvoet?  Storm op zee! Storm op zee, storm op zee.

drieknoop.gif (1823 bytes)

ALS DE ROMBOM HEEFT GESLAGEN

Als de rombom heeft geslagen dat wij marcheren moeten gaan,
geweer en ransel die moeten wij dan dragen, en dat staat ons voorwaar niet aan.

Kapiteins en officieren drinken wijn en soms een glaasje bier.
Maar wij zijn maar de arme fuselieren, drinken water al uit de rivier.

Een stuiver daags is onze gage en een pondje droog kommiezenbrood,
watersausje dat geeft ons de courage, en daarop moeten wij zomaar voort.

Maar als wij ons lief gevonden, dan is weer ons jeugdig hart verblijd.
En dan leven wij samen met elkander tot zolang er de dood ons scheidt.

drieknoop.gif (1823 bytes)

MARGARIET
J.A. Van Kersbergen - Piet Heins

Als de zwarte kerels gaan marcheren, staat er vaak een meisje in de straat.
In d'r werkschort en d'r daagse kleren, kijkt ze lachend wie d'r langs haar gaat.
En ze laat het vendel defileren, wil het met haar ogen commanderen.
Als de zwarte kerels gaan marcheren, weet ze heel precies door welke straat.
O, Margariet, ze zien je niet, ze trekken uit ook als het giet.
Want, als de zwarte kerels gaan marcheren, bestaat er wijd en zijn geen enk'le griet.

Als de zwarte kerels huistoe keren, kijkt Margrietje ontevree en pruilt.
Staat daar in d'r mooie zondagskleren, terwijl ze voor een wolkenbreukje schuilt.
En ze ziet het vendel afmarcheren, laat het door de hopman commanderen.
Als de zwarte kerels huistoe keren, is ze nat en boos en och, ze huilt.
O, Margariet, kom huil maar niet, wij gaan naar huis, pruil nu maar niet.
Want, als de zwarte kerels huistoe keren, dan komt toch elk W.A.-man bij zijn griet.

drieknoop.gif (1823 bytes)

ALS EIK IN LAAGLAND
Jan W. Robrecht – Hans Baumann

Als eik in Laagland vast geplant, een volk trotst noorderstorm.
Rond haard met warme gloed, groeit sibbesterke moed:
Dez’ kring wordt heldenbron.

Geboren uit een liefdeband wordt kind een vrije vrouw.
De nevels wijken breed voor blije kinderkreet.
De As draagt zij in trouw.

Waar schouder sterk naast schouder staat, groeit staag een nieuwe man.
Door kampen reeds in spel leert hij het strijden wel,
Tot volk op hem bouwen kan.

drieknoop.gif (1823 bytes)

WE SPELEN VLAANDEREN VRIJ
L. Bellens

Als hoog in de mast onze Blauwvoet jaagt, en spelende knapen rond zich schaart,
dan groeit in ons allen het rotsvast geloof, dat Vlaand'ren zal herleven.
Spelend voor Vlaand'ren aan 't werk, spelend de pijlers bouwen.
Als een rots in de branding, pal staan wij, en we spelen Vlaand'ren vrij.
Geen angst die ons remt, geen haat om 't verleden, wij stappen trots naar de toekomst toe.
Laat België barsten, sidd'ren en beven, ons wacht de nieuwe morgen.
Spelend voor Vlaand'ren aan 't werk, spelend de pijlers bouwen.
Als een rots in de branding, pal staan wij, en we spelen Vlaand'ren vrij.
Want we ravotten en we stoeien, en we zijn er elke week.
En we zingen als de besten in ons aller V.N.J.
Want wij zijn de jeugd van de nieuwe tijd, en we spelen Vlaand'ren vrij !

drieknoop.gif (1823 bytes)

HIJ DIE GEEN LIEDJE ZINGEN KAN
Gijsels - Hullebroeck

Als ik wat laat naar huis toe kom begint mijn vrouw te kijven.
Wat doe ik niet om haar gebrom al spoedig heen te drijven ?
Ik zing een lied voor ‘t venster dan, al tromm’lend op de ruiten.
Hij die geen liedje zingen kan die moet er maar eentje fluiten;
hij die geen liedje zingen kan die moet er maar eentje fluiten.

Zodra het onweer wat verzacht dan kom ik voor de pinnen:
‘k heb u iets lekkers meegebracht, toe speel het lustig binnen !
Ik krijg er zelfs een stukje van om ‘t vreêverbond te sluiten.
Hij die geen liedje zingen kan die moet er maar eentje fluiten;
hij die geen liedje zingen kan die moet er maar eentje fluiten.

Het kindje paaien is een last, men zou er bij vergrijzen.
Ik neem de kleine bengel vast en laat hem biezebijzen.
Of geef bij ‘t lied van ‘Ruiter Jan’ hem papke met beschuiten.
Hij die geen liedje zingen kan die moet er maar eentje fluiten;
hij die geen liedje zingen kan die moet er maar eentje fluiten.

Een brokske boter of wat vet op onze roggestuiten,
naast ‘t werkzaam vrouwke altijd net, weert d’armoe bij ons buiten.
Zo leef ik als een zalig man tot ik mijn ogen sluite.
En wie mijn lied niet zingen kan die moet het dan maar fluiten;
en wie mijn lied niet zingen kan die moet het dan maar fluiten.

drieknoop.gif (1823 bytes)

HET LIED DER VLAAMSE MEISJES
Wies Moens - Emiel Hullebroeck

Als met hun Leeuwenvlaggen fris-op ons broeders gaan,
De sterke tocht voor Vlaand'ren naar wekkende levensdaên,
Wij, meisjes, willen zeegnen de zwarte klauwende blom,
Wij hebben zo lang vergeten, maar keren tot Vlaand'ren weerom.

Wijl koen de mannen strijden en bouwen Vlaand'ren groot,

Wij, vrouwen, willen breken ons zielen als honingbrood !
En rijst het Huis van Vlaand'ren in opene luchten vrij,
Wij zullen de tinnen kronen met eeuwige, bloeiende mei.

Wij dragen het mild ontfarmen als rozen in onze schoot;
Sint Liezebet komt wand'len door Vlaanderens wee en nood:
Want meisjes willen zeegnen de zwarte, klauwende blom.
Zij hebben zo lang vergeten maar keren tot Vlaand'ren weerom.

drieknoop.gif (1823 bytes)

ALS MOEDER ZONG
J. Simons – Armand Preud’homme

Als moeder zong bij ‘t schuivend wieggeschemel, vergleed haar lied als harpezang zo teer;
dan streek er vast een Seraf uit de hemel op zachte wieken bij haar wichtje neer.

Als moeder zong was heel het huis vol vreugde, als moeder zong van liefd’ en levensmoed.
Als moeder zong en ons het hart verheugde, als moeder zong was alles, alles goed.

Als moeder zong: “welaan bemint elkander”, dan rees voor ons het voorbeeld dat ze gaf:
niet voor zichzelf, zij leefde voor een ander, zij was voor ons in zorg tot aan het graf.

Zingt moeders, zingt zoals uw moeders zongen. Gij maakt de wereld blijer door uw lied:
zingt vroeg en laat, zingt vrij en ongedwongen, alleen de boze mensen zingen niet.

drieknoop.gif (1823 bytes)

ALS WIJ MARCHEREN
Jan Custers - Armand Preud'homme

1. Als over 't wijde land de zonne brandt: soldaat, marcheer !
Keer in gedachten weer naar 't verre heimatland.
Daar zijn de luchten blauw, de mensen trouw, en wachten weer
de vrienden van weleer, de eigen thuis.

Als wij marcheren recht naar de zon, knettert geweren, dreun dan kanon.
Eens komt het keren, geen zonnebrand kan ons nog deren in 't heimatland.

 2. Als aan het avondeind de zon verdwijnt, en heimwee daalt,
een verre sterre straalt in 't stille heimatland.
Zie ik de zonnedag, een zonnelach van 't wederzien.
Soldaat, marcheer en dien, eens wacht de thuis.

drieknoop.gif (1823 bytes)

UILENSPIEGEL
H. Wendelmuth

Als Uilenspiegel is opgestaan, en trekt door de Dietse landen,
de Dietsers zullen met hem gaan, weldra zal de storm ontbranden.

Als Uilenspiegel de trommel roert, de vreemde tirannen ten schande,
dan is 't of opnieuw ons ten aanval voert, de Leider der Nederlanden.

Hij heeft in zijn vlammende geuzenvlag, de kreet der opstanding geschreven.
Een vloek aan de nacht en een groet aan de dag, zijn wil en zijn wet is leven.

drieknoop.gif (1823 bytes)

ALS WIJ SCHRIJDEN
Marie Vos – Englert

Als wij schrijden dicht gerijd, en ons lied, omhoog gestegen
echo’s wekt op alle wegen, voelen wij: ons is de zege.
Ons geleidt de nieuwe tijd, ons geleidt de nieuwe tijd.

Radersuizen, hamerslag van de arbeidsweek vergleden,
koortsen nog door onze leden, maar geen hart blijft ontevreden.
Hel en zonnig straalt de dag, hel en zonnig straalt de dag.

Groene sprei om berk en wei, als om bos en beemd en gaarde,
smeekt de oude moeder aarde dat haar kind haar schat aanvaarde,
en opnieuw haar eigen zij, en opnieuw haar eigen zij.

drieknoop.gif (1823 bytes)

DER LINDENBAUM
Wilhelm Müller - Franz Schubert

Am Brunnen vor dem Tore, da steht ein Lindenbaum;
Ich träumt' in seinem Schatten, so manchen süssen Traum.
Ich schnitt in seine Rinde, so manches liebes Wort;
Es zog in Freud' und Leide, zu ihm mich immer fort. (2 maal)

Ich musst' auch heute wandern, vorbei in tiefer Nacht;
Da hab' ich noch im Dunkeln, die Augen zugemacht.
Und seine Zweigen rauschten, als riefen sie mir zu:
Komm' her zu mir, Geselle, hier find'st du deine Ruh'. (2 maal)

Die kalte Winde bliesen, mir grad' ins Angesicht.
Der Hut flog mir vom Kopfe, ich wendete mich nicht !
Nun bin ich manche Stunde, entfernt von jenem Ort,
Und immer hör ich's rauschen: du fändest Ruhe dort ! (2 maal)

drieknoop.gif (1823 bytes)

ABC DER JENEVERKROEG
Th. Dalemans - Maeseijck

Anker, o kanker van 't mensengeslacht, Borrelvat, 't korrelnat hebt g'ons gebracht.
Caatje, uw laatje wordt sindsdien geborgd, Drinker, de klinker heeft daarvoor gezorgd.

Dit is ons A B, dit is ons A B, dit is ons A B: jenever baart wee !
Dit is ons A B, dit is ons A B, dit is ons A B: jenever baart wee !

Enkel een sprankel jenever gepakt, Foezel, eerst poezel heeft d'eetlust verzwakt.
Gasten, of kwasten hoe staat thans uw maag ? Heden tevreden doch morgen geklaag.

Immer en slimmer stijgt d'alcool naar 't hart, Jagen en slagen en botsing en smart.
Krampen en dampen en aderbreuk ras, Lijden in strijden de minnaars van 't glas.

Mankheid en krankheid, wat heeft u gewrocht ? Noemen en doemen wij 't brandewijnvocht.
Onder een wonder soms ak'lig gezicht Prullen de snullen in 't gekkengesticht.

Quidam, de schiedam, die maakt' u tot dief, Rover, rustdover, het kwaad is u lief.
Straten, nee staten, thans dragen dit juk, Tronen en kronen die sloeg men graag stuk.

Uiten schavuiten niet 's morgens al vroeg: Vloeken, de kloeken temidden der kroeg,
Woelen en boelen en vechten ze vaak, Xijsten noch listen bedekken hun zaak.

IJs'lijk, afgrijs'lijk, wat heeft 't vocht gedaan ? Zielen op wielen ter helle doen gaan.
IJs'lijk, afgrijs'lijk, wat heeft 't vocht gedaan ? Zielen op wielen ter helle doen gaan.

drieknoop.gif (1823 bytes)

ÄNNCHEN VON THARAU
Simon Dach - Friedrich Silcher

1. Ännchen von Tharau ist's die mir gefällt, sie ist mein Leben, mein Gut und mein Geld.
Ännchen von Tharau hat wieder ihr Herz, auf mich gerichtet in Lieb' und in Schmerz.

Ännchen von Tharau, mein Reichtum, mein Gut, du meine Seele, mein Fleisch und mein Blut.

2. Käm alles wetter gleich auf uns zu schlah'n, wir sind gesinnt, bei einander zu stah'n;
Krankheit, Verfolgung, Betrübnis und Pein, soll unserer Liebe Verknotigung sein.

3. Recht als ein Palmenbaum über sich steigt, je mehr ihn Hagel und Regen gebeugt;
so wird die Lieb' in uns mächtig und gross, nach manchen Leiden und traurigem Los.

4. Würdest du gleich einmal vom mir getrennt, lebtest da, wo man die Sonne kaum kennt;
Ich will dir folgen durch Länder und Meer, Eisen und Kerker und feindliches Heer !
Ännchen von Tharau, mein Licht, meine Sonn, mein Leben schliesst sich um deines herum.

drieknoop.gif (1823 bytes)

ARGE WINTER
Ad Heerkens

Arge winter, gij zijt koud, vergangen is ons 't grote woud,
vergangen zijn die loverkens aan der heiden, die loverkens aan der heiden staan,
daarop zo zingt de nachtegaal, van minnen zingt ons die fiere nachtegale.

drieknoop.gif (1823 bytes)

AUF DER LÜNEBURGER HEIDE
Hermann Löns - Hans Heeren

1. Auf der Lüneburger Heide, in dem wunderschönen Land;
ging ich auf und ging ich unter, allerlei am Weg ich fand;

Valleri, vallera, valleri, vallera, und juchheirassa, und juchheirassa,

bester Schatz, bester Schatz, bester Schatz, bester Schatz, denn du weisst, du weisst es ja.

2. Brüder lasst die Gläser klingen, den der Muskatellerwein
wird vom langen stehen sauer, ausgetrunken muss er sein.

3. Ei du Hübsche, ei du Feine, ei du Bild wie Milch und Blut;
Uns're Herzen woll'n wir tauschen, denn du weisst ja wie das tut.

drieknoop.gif (1823 bytes)